Een cocktail van denkfouten

 Leestijd: 3 minuten0

In de afgelopen week leerde ik drie zaken. Twee ervan waren helemaal nieuw, en de derde wist ik eigenlijk al, maar die schijn ik geregeld te vergeten. Dit alles vond plaats in minder dan 10 minuten, vorige zondagmorgen, voor dag en dauw.

In de ochtendlijke stilte luisterde ik naar de radio, en iets over zessen vernam ik dat men in Australië vaderdag viert op de eerste zondag van september. Wel, waarom niet, dacht ik – bij hen valt kerstmis in het midden van de zomer, en ze lopen er ondersteboven. Niet echt het meest opmerkelijke weetje over Oz voor een inwoner van West-Europa.

En de komkommertijd is voorbij, dus ook niet meteen iets wat 10 minuten in De Ochtend verdient. Er was echter iets aan de hand met de Australische vaderdag. Gedurende de laatste 15 jaar had de non-profit-organisatie Dads4Kids een televisiecommercial gemaakt ter gelegenheid van vaderdag, om vaders aan te moedigen “hun kinderen lief te hebben en hun families bovenaan te zetten”. Klinkt misschien wat sentimenteel, maar de editie van dit jaar is best wel schattig. Desondanks werd de commercial geweerd door de vakorganisatie van de niet-betalende Australische televisiestations.

De reden? Het filmpje kon worden gezien als een politieke stellingname: er kwamen enkel gezinnen in voor met mama, papa en kinderen. Geen spoor van een twee-papa-gezin.

Dit is het soort nieuwsitem waarvan je toch wakkerschiet op een zondagochtend. Zulke censuur is op hol geslagen politieke correctheid, toch?

Heet hangijzer

Maar dan leerde ik een tweede zaak. Er schuilde meer, veel meer achter. Het homohuwelijk is een heet hangijzer in Australië, dat de nationale politiek veel meer domineert dan de sociale betekenis ervan zou suggereren. In de meest recente verkiezingscampagne had premier Malcolm Turnbull beloofd een referendum te houden over het thema. (De gelijkenis met het plan van toenmalige Britse premier David Cameron voor een referendum rond het EU-lidmaatschap van het VK is treffend.) Er is echter een wet nodig om een referendum te organiseren, en het parlement verwierp het voorstel van de regering (die een meerderheid van slechts een zetel heeft). De regering had echter een plan-B: een plebisciet per post, een soort officiële opiniepeiling (die zou worden geleid door het Australische Bureau voor Statistiek). Nadat een rechtbank een verzoek om het plebisciet te stoppen afwees, zal het dus deze maand van start gaan.

De weg naar gelijkheid in Sydney? (foto: Steven Cateris)

De weg naar gelijkheid in Sydney? (foto: Steven Cateris)

Waarom is dat plebisciet zo’n big deal? Recente peilingen geven aan dat meer dan 65% van de Australiërs voorstander zijn van het homohuwelijk, en nauwelijks 20% tegen zijn. In Australië geldt de stemplicht, dus een referendum zou naar alle waarschijnlijkheid hebben geleid tot de invoering van het homohuwelijk. De conservatieven, zowel binnen Turnbull’s eigen Liberale partij, als bij zijn coalitiepartners staken daar dus een stokje voor. Een plebisciet is echter zowel vrijwillig als niet-bindend, en het is dus veel minder zeker dat er een meerderheid vóór zal stemmen. De uitkomst ligt dus lang niet voor de hand. In een situatie onder zulke hoogspanning kunnen onschuldige TV-advertenties dus wel eens veranderen in politieke statements.

Het derde, en meest belangrijke, wat ik leerde (of eerder “herleerde”), is hoe makkelijk mijn oordeel vertroebeld wordt door mijn opinies. Aanvankelijk meende ik zelfs dat de commercial was uit de ether gehaald omdat er conservatieve bezwaren waren tegen het uitbeelden van homo-koppels. Het was pas toen ik al mijn aandacht op de rapportage richtte dat het mij duidelijk werd: het probleem was dat de getoonde families diep traditioneel waren, niet dat ze schokkend onconventioneel waren. Toch bleef mijn conclusie: doorgedraaide politieke correctheid.

Gelukkig kon ik, languit op de sofa in de kalmte van de vroege dag, de complexe details van de affaire ontdekken zonder enige inspanning van mijn kant: enkel de oren openhouden was voldoende. Ik ben niet zo zeker dat ik in andere, minder relaxte omstandigheden mijn vooroordelen zo snel zou hebben laten varen. De overhaaste en ondoordachte reacties die ik niet een keer maar twee keer ervaarde in minder dan een minuut was het gevolg van een ware cocktail van denkfouten. Van conservatieven zou ik vanzelfsprekend verwachten dat ze zich verzetten tegen het uitbeelden van alternatief samengestelde huishoudens, en ik ging er dus automatisch van uit dat zoiets hier aan de hand was. Ik was het slachtoffer van selectieve perceptie, en combineerde impulsief enkele losse flarden in een fictief verhaal dat op zijn beurt mijn confirmation bias of tunnelvisie voedden, zelfs al waren de werkelijke feiten in strijd met mijn veronderstelling. Men kan me ook beschuldigen van congruence bias: censuur van onschuldige advertenties vind je niet in een liberale democratie, en als dat daar gebeurt, dan is het ongetwijfeld een teken van doorgeslagen politieke correctheid.

Ozzie bonus

Voor we dit verhaal verlaten kunnen we toch nog een tweede observatie maken – niet over mijn eigen feilbaarheid, maar over het intrigerende spanningsveld tussen twee stammen, en de contra-intuïtieve speltheorie hierbij. Waarom schaarden de conservatieven zich achter een plebisciet dat een ja-stem voor het homohuwelijk zou kunnen opleveren? En waarom zouden campagnevoerders voor dat homohuwelijk de regering voor de rechtbank brengen om te proberen een plebisciet te stoppen dat in hun kaarten zou spelen?

Sommigen zullen dat zeker doen, maar hoeveel? (photo: DorkyMum)

Sommigen zullen dat zeker doen, maar hoeveel? (photo: DorkyMum)

De menselijke natuur kan vreemde sprongen maken, maar een plausibele verklaring ligt in het niet-verplichte karakter van deze stemming. De steun voor het homohuwelijk is aanzienlijk hoger onder jongere kiezers dan onder de zestig-plussers (waar amper 50% voorstander zijn). Jongeren zijn in het algemeen minder geneigd om hun stem uit te brengen, dus een mogelijke motivatie voor conservatieve tegenstanders van gelijke rechten voor homo’s en lesbiennes is dat ze hier voordeel kunnen uit halen. Als voldoende jongeren nalaten te stemmen, dan is het best mogelijk dat het plebisciet een ‘Nee’ oplevert. Dat zou dan de hele zaak van de politieke agenda halen voor vele jaren. Een risico, zeker, maar het is wel de moeite waard.

Voor de voorstanders ligt het risico in de andere richting. Zelfs al is de publieke opinie helemaal met hen, toch is er een goede kans dat de tegenstanders het plebisciet winnen. Dat geeft hen een goede reden om de regering aan te klagen en te pogen de stemming tegen te houden.

Soms zijn de dingen niet wat ze lijken. Als we de wereld beter willen begrijpen moeten we soms enkele stappen achteruit zetten, en onze vooringenomenheden en vermeende zekerheden achterlaten. Wijsheid komt niet vanzelf.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.