Waarom meer aandacht voor gifeieren dan voor kankerfriet?

 Leestijd: 3 minuten9

België staat dankzij het eierschandaal weer internationaal in de kijker. Er werden sporen aangetroffen in eieren van Fipronil, een insecticide dat onder meer gebruikt wordt voor het bestrijden van bloedluizen bij kippen. De initiële ongerustheid werd snel genuanceerd, maar naderhand bleek de Europese norm dan toch overschreden te zijn.

Typisch Belgisch, allez.

Waarom zoveel aandacht voor verdachte eieren, en veel minder voor de acrylamide in onze friet?

Er werd flink gegoocheld met milligrammen per kilo, en met het aantal eieren dat men op een dag zou mogen eten zonder gezondheidsschade  op te lopen. (Was het nu vijftien, of toch maar vier?) Van paniek was er niet echt sprake, maar het inderhaast opgezette call center van het federale voedselagentschap kreeg op woensdag toch al ruim 1.500 oproepen. Dat is een tiende van wat het FAVV normaal gezien in een jaar ontvangt, dus toch een teken van enige verontrustheid.

Maar waarom zoveel aandacht voor verdachte eieren, en veel minder voor de acrylamide in onze friet? Die stof ontstaat bij het verhitten van zetmeel en suikers boven 120 graden (dus zeker in de frituurpan), en wordt ondermeer door de Wereldgezondheidsorganisatie beschouwd als mogelijk kankerverwekkend. Objectief bekeken lijkt dit probleem, zeker op de lange termijn, een stuk groter, toch?

Hoogstwaarschijnlijk wel, maar dankzij een reeks cognitieve kronkels vinden wij, gewone stervelingen, dat objectief bekijken toch niet zo makkelijk.

Onbewust…

Om te beginnen beschouwen we de belangrijkheid van een nieuwsitem als een teken van het belang ervan (het zogenaamde salience effect). Wat vaak en dagenlang de krantenkoppen en hoofdpunten haalt, moet wel gewichtig zijn.

Het acrylamideverhaal dook even op ergens in juli, maar verdween even snel, terwijl die eieren al meer dan een week lang vooraan in het nieuws staan.

Daarnaast hebben we de neiging om effecten die ver in de toekomst liggen te onderwaarderen (een fenomeen dat bekend staat als hyperbolic discounting). Dat zit bijvoorbeeld achter uitstelgedrag: lichaamsbeweging, dieet en pensioensparen, daar kunnen we volgende maand ook aan beginnen, veel verschil maakt het toch niet. En misschien krijgen we over dertig jaar wel kanker door die acrylamide, maar dat is toch zó ver weg. Een besmet ei, dat is nú giftig.

Geen risico: ik eet ze allebei! (foto: (cc) bob walker)

Geen risico: ik eet ze allebei! (foto: Flickr (cc) Bob Walker)

Verder blijken we schade, die het gevolg is van iemands moedwillige intentie, als groter te ervaren.

Daniel Ames en Susan Fiske, twee psychologen aan de Princeton universiteit, onderzochten hoe precies we een toegebracht nadeel inschatten. In een eerste scenario ging het om een fictieve CEO die een slechte investering had gedaan die resulteerde in een lager inkomen voor zijn werknemers. Deelnemers die te horen hadden gekregen dat hij dat met opzet had gedaan, beoordeelden de schade voor de werknemers 39% hoger in dan zij die dachten dat hij het per ongeluk had gedaan.

Het tweede scenario beschreef een authentiek geval waarin iemand de loop van een rivier had gewijzigd en zo een watertekort had veroorzaakt. De proefpersonen kregen een lijst met de gevolgen en moesten dan de omvang van de geleden schade ramen. Zij die dachten dat het om accidentele schade tengevolge van gebrek aan neerslag ging zaten dicht bij de waarheid (gemiddeld $2.753 in plaats van de reële $2.862). Maar degenen die hadden gehoord dat het om een opzettelijke daad ging overschatten dat bedrag aanzienlijk ($5.120).

De analyse van de onderzoekers wees uit dat het schuldmotief achter het uitvergroten van de schade zat. Dit kan dus ook mede verklaren waarom een schandaal, waarin zaakvoerders en de overheid verantwoordelijkheid dragen, een belangrijker probleem is dan de scheikunde van het frietenbakken.

…en bewust

Emoties worden toegevoegd aan de argumenten alsof ze bewijskracht hebben. Ze bevestigen ons wereldbeeld én rechtvaardigen het ook

Deze denkfouten die tot dat verschil in perceptie tussen twee bedreigingen leiden zijn in grote mate onbewust. Toch zouden we, wanneer we onze gezondheid op een rationele manier ter harte nemen, ons evenveel zorgen moeten maken over fibronileieren als over acrylamidefrieten.

Wanneer we dat duidelijk niet doen, kan cognitieve dissonantie optreden. Dat is de psychologische stress die we ervaren wanneer we niet handelen in overeenstemming met onze overtuiging.

Maar daarvoor hebben we nog een pijl op onze boog: motivated reasoning of gemotiveerd redeneren. Positieve en negatieve emoties worden hier toegevoegd aan het argument alsof ze bewijskracht hebben, en zo bevestigen we niet alleen ons wereldbeeld, we rechtvaardigen het ook.

Aan de ene kant zijn er de weinig scrupuleuze bedrijven die winstbejag boven de gezondheid van de bevolking stellen, en van ministers en ambtenaren die liever de hete aardappel (al dan niet gefrituurd) doorschuiven dan in te grijpen. Het vermoeden van frauduleus gedrag bij de ontsmettingsbedrijven, en het ontwijkende  optreden van de functionarissen bekrachtigen enkel onze opinie over hen.

Anderzijds zijn frieten al generaties lang een traditionele lekkernij, en ken jij iemand die aan kanker is doodgegaan omdat hij of zij er teveel van at? Nee toch? Zo erg zal dat gedoe met die kankerverwekkende – neen, misschien kankerverwekkende – stof dus  wel niet zijn.

Verschillende redenen dus waarom de ene dreiging voor onze gezondheid de andere niet is. Denkfouten die ons een vervormd, subjectief beeld geven van de wereld, en ons zelfs redden wanneer zoveel irrationaliteit ons parten zou kunnen gaan spelen.

We zijn tenslotte maar mensen.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.