Wat democraten van populisten kunnen leren, en omgekeerd

 Leestijd: 4 minuten0

‘Populisme, een ordinair scheldwoord?’, vraagt Jan Willems zich in een gastbijdrage af. Populisme wordt als scheldwoord gebruikt door personen die deel uitmaken van de zelfverklaarde elite in talloze hoogopgeleide sociale milieus.

Die elite wil maar niet begrijpen dat achter dit populisme gigantisch veel maatschappelijke onvrede schuil gaat. Overigens mede als gevolg van het optreden van diezelfde elite die op een of andere manier collaboreert aan de vormgeving van de samenleving en er bovendien de dominante toon zet.

Donald Trump (Foto: Wikimedia Commons)

Donald Trump (Foto: Wikimedia Commons)

Ter illustratie toch maar eens Donald Trump citeren: “Het politiek establisment in Washington, en de financiële en mediabedrijven die dit financieren, heeft maar één bestaansreden: zichzelf beschermen en verrijken.”

Soortgelijke uitspraken worden in de elitaire kongsi’s en de kakelende trawanten in het mediawereldje weggezet als ‘onderbuikgevoelens’ die hoegenaamd niks van doen hebben met de realiteit. Maar de verspreiding ervan kan zeer omvangrijk zijn: (Dis)Information: fake It, leak It, spread it.

Invalshoeken

Is dit de aanzet tot een populistisch betoog? Alleen al de vraag stellen toont aan dat er over populisme heel veel onduidelijkheid bestaat. Is bijvoorbeeld het Vlaams Belang populistisch of extreem-rechts? Of allebei? Tijd om er een boekje over open te doen.

Omdat populisme tegenwoordig een heuse hype is en het aanbod betrekkelijk groot, kozen we voor een handig uitgegeven en prijzig boekje.

Daarin wordt het populisme geanalyseerd vanuit verschillende invalshoeken. Wat zijn de kerngedachten? Wie hangt het populisme aan? Hoe omvangrijk is die populistische populatie? In welke sociaaleconomische milieus is het populair? Hoe ziet het organigram van een populistische partij eruit? Kan er eigenlijk wel een populistische partij bestaan? Wie leidt de beweging en hoe belangrijk is een leider?

Het boekje is geschreven door de Nederlander Cas Mudde, hoofddocent aan de universiteit van Georgia die tegenwoordig geregeld ook in onze eigen media als expert wordt opgevoerd. Zijn co-auteur is de internationaal geschoolde Cristobal Rovira Kaltwasser, verbonden aan de afdeling politieke wetenschappen van de Diego Morales University in Chili.

Het tweetal kan elk op zich uitpakken met een indrukwekkende bibliografie. Dit is trouwens niet hun allereerste gezamenlijk project.

Dunne ideologie

Populisme is niet specifiek links of rechts. Het kan beide zijn, zelfs centristisch

Populisme is niet specifiek links of rechts. Het kan beide zijn, zelfs centristisch. Het populisme is “een dunne ideologie volgens welke de maatschappij uiteindelijk verdeeld wordt in twee homogene en vijandige kampen – ‘het zuivere volk’ versus ‘de corrupte elite’ – en die stelt dat de politiek een uitdrukking zou moeten zijn van de volonté générale (algemene wil) van het volk.”

Het is met andere woorden een voorstelling van hoe de wereld is of zou moeten zijn.

Maar op zichzelf kan het populisme nooit een complex en afgerond antwoord geven op de politieke vragen die in de samenleving spelen. Het is eerder een soort mentale kaart, waarmee iemand de (politieke) wereld bekijkt en interpreteert. Geenszins een coherente visie, waarin alle elementen van het politiek gebeuren zijn opgenomen.

Het populistische onderscheid tussen volk en elite is niet wezenlijk gebaseerd op sociaaleconomische criteria, maar op ethische criteria. Het thema van de ongelijkheid is niet meteen een populistisch ijkpunt. Het kan sterk moralistisch zijn. Wie zich vandaag populist noemt, kan later nog zijn ding vinden in verschillende politieke richtingen.

Populisten zijn in tegenstelling tot wat wel eens wordt beweerd ook niet per definitie racistisch. Het gaat hem in de allereerste plaats om de tegenstelling die in de eigen populatie bestaat. Tussen de kleine kring die de touwtjes in handen heeft en de gros van de bevolking. Deze tegenstelling verklaart ook dat leiderschap van belang kan zijn, van welke aard dan ook.

‘Algemene wil’

Populisme verwijst wel eens naar het ‘einde van de democratie’

‘Soevereiniteit’ en de meerderheidsregel zijn van wezenlijk belang voor een democratie.

Het gaat doorgaans om vertegenwoordigde democratieën , waarin de verschillende politieke elites strijden om de meerderheid. De meerderheidsregel is niet zo absoluut, maar past in een complex geheel van regels zoals de erkenning van de rechten van de meerderheid, wetgeving en de scheiding der machten. Dit wordt liberale democratie genoemd. Omdat het populisme beweert de politiek moet stoelen op de ‘algemene wil’, is het in tegenstelling hiermee, want gelooft enkel is het volk.

Populisme kan alleen maar op een goeie manier worden aangepakt door de verdediging van die liberale democratie. Met het stellen dat in die liberale democratie de ultieme macht van het volk wordt gerealiseerd.

Populisme verwijst wel eens naar het ‘einde van de democratie’. Neoliberalisme leidt immers naar de privatisering van verschillende overheidstaken. De EU heeft bovendien een grote hoeveelheid opdrachten van de nationale staten overgenomen. Er is veel technische besluitvorming. Op deze manier voltrekt zich een depolitisering op omdat de eigen verkozen nationale politici niks meer te zeggen hebben. Denk maar aan de marges die door de EU worden opgelegd aan het begrotingsbeleid. Populisten verzetten zich hier vaak tegen. Want wat eens van het volk was, kan dat terug worden.

Liberale politici moeten zich tegen deze populistische opvattingen verzetten door argumenten aan te dragen die aantonen dat de depolitisering betere resultaten voor het volk oplevert.

Juiste vragen

Vaak stellen populisten de juiste vragen, maar geven ze de verkeerde antwoorden

Vaak stellen populisten de juiste vragen, maar geven ze de verkeerde antwoorden.

Populisten zijn immers niet zelf de oorzaak van het politieke ongenoegen. Integendeel, ze zijn het gevolg van andere politieke zeden, van de veranderingen in de beleidsvorming. Ze stellen dat sommige problemen niet worden aangekaart. Immigratie is jarenlang zo’n thema geweest., maar is onder invloed van populisme op de politieke agenda geplaatst.

De laksheid terzake heeft geleid tot een opstoot van het populisme zoals vertolkt door rechtse partijen. Linkse populisten hebben zich gekant tegen de versoberingspolitiek. Het alternatief voor de opmars van het populisme is dan ook die zaken op de politieke agenda plaatsen.

Want uiteindelijk wordt de invloed van de populisten mogelijk gemaakt door de liberale democratie. De voorbije jaren is zo’n 20 procent van de stemmen in Europa aan populistische partijen gegeven. Dat heeft uiteraard ook de politieke agenda mee bepaald.

Bovendien zijn media erg veel aandacht gaan besteden aan ‘de stem van het volk’ en zijn stellingen van het populisme overgenomen in de programma’s van de traditionele partijen.

Cas Mudde en Cristobal Rovira Kaltwasser, Populisme, Amsterdam University Press, 160 blz., € 9,99.

‘De middenklasse in het nauw’

In 2003 schreef Arie Van der Zwaan in zijn boek ‘De uitdaging van het populisme’:
“De chronische instabiliteit van het economisch systeem, maakt dat de bovenlaag zich niet langer gelegen laat, verbonden voelt aan de nationale gemeenschap, terwijl aan de onderkant een groter wordende groep allochtonen wat de wezenlijke aspecten van de samenleving betreft zich richt op het land van herkomst. Daartussen ‘het brede maatschappelijke midden, ooit de ruggegraat van de maatschappij. Maatschappelijk gezien is het de stabiele factor, politiek gezien een integrerende kracht binnen het systeem. Die integrerende kracht is nu zelf door aantasting van de zekerheden en perspectieven van de middenklasse op drift geraakt. Populistische appels aan samenhorigheid, eenheid en identiteit vinden om die reden gretig gehoor maar ze zijn een vorm van wishful thinking, een relatie met de werkelijkheid hebben ze niet.”

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Jan Willems

Jan Willems was persmuskiet met een verschrikkelijke hekel aan pseudo-kritische scorebordjournalistiek en schreef enkele boeken over de boven- en onderwereld. Wat hem nooit heeft belet ook oog te hebben voor productiekrachten, -middelen en -verhoudingen.