‘Wetenschap’ als dooddoener in debat over feminisme

 Leestijd: 4 minuten3

“Voer een inhoudelijk debat en misbruik de term ‘wetenschap’ niet”, schrijft de doctoraatsstudent Pieter Present. Hij kroop in zijn pen nadat de discussie over de rol van de evolutieleer in het feminisme ontaardde in een reeks verwijten. Feminisme was niet wetenschappelijk, weerklonk als dooddoener bij een aantal mannen.

De voorbije week woedde in verschillende media een hevige discussie over de verhouding tussen feminisme en de evolutietheorie.

Olie op het vuur was het opiniestuk van Joël de Ceulaer in De Morgen, waarin hij de verdediging opnam van Thierry Baudet. Die had tijdens De Afspraak tegenwind gekregen van Heleen Debruyne naar aanleiding van zijn uitspraak dat “vrouwen minder ambitieus zijn dan mannen.”

Volgens de Ceulaer was Debruynes weerstand symptomatisch voor de meer algemene weigering van feministen om zich neer te leggen bij wetenschappelijk feiten. Op die manier doen ze volgens hem net hetzelfde als islamitische creationisten: uit ideologische overwegingen weigeren ze bepaalde wetenschappelijke opvattingen te onderschrijven.

Dirk Draulans liet onlangs in Knack ook zijn licht schijnen op de kwestie. Draulans nam de Ceulaers retoriek bijna verbatim over: “feministen [doen] niets anders dan religieuze fundamentalisten die zich afzetten tegen de theorie, omdat ze niet strookt met hun ideeën over hoe de wereld georganiseerd moet worden.”

Kritiek wordt buitenspel gezet

Door feministische reacties te framen als een hysterische aanval op de gehele evolutietheorie wordt elke kritiek buitenspel gezet

In deze bijdrage wil ik een stap terugzetten en ingaan op de manier waarop het debat gevoerd wordt.

Door feministische reacties te framen als een hysterische aanval op de gehele evolutietheorie, of als het gevolg van een irrationele en onwetenschappelijke houding, wordt elke kritiek buitenspel gezet.

Dit is problematisch, aangezien er wel degelijk goede (ook wetenschappelijke) redenen zijn om kanttekeningen te plaatsen bij het idee dat de stelling “vrouwen zijn minder ambitieus dan mannen” als vanzelf volgt uit de inzichten van de evolutietheorie.

Draulans schrijft dat hij het onbegrijpelijk vindt dat “steeds meer vrouwen ontkennen dat gedragsverschillen met mannen biologische wortels hebben.” In een van de recentste bijdrages tot het debat in De Morgen omschrijft Koen Tanghe de kritiek als ‘M/V-verschil’ ontkennen. Deze heren gaan zo echter hij volkomen voorbij aan het specifieke karakter van de kritiek.

Nergens wordt categoriek ontkend dat gedragsverschillen tussen mannen en vrouwen biologische wortels (kunnen) hebben. Wel wijzen critici er op dat dit niet altijd het geval is, of dat de argumentatie die wordt aangeleverd voor de specifieke bewering over ambitie problematisch is.

Eerder dan de uitdaging aan te gaan en te tonen dat ze wel degelijk goede argumenten hebben voor hun argumentatie, negeren ze de kritiek volledig en hertalen ze tot een makkelijk te weerleggen aanval op ‘de evolutietheorie’.

Vaagheid concept ‘ambitie’

Nergens wordt categoriek ontkend dat gedragsverschillen tussen mannen en vrouwen biologische wortels hebben

Bovendien gaat het bij deze kritiek niet altijd, zoals Dirk Draulans veronderstelt, om “een dame, die zichzelf als feministe presenteert en vervolgens darwinisten de levieten leest.”

Zo wees wetenschapsfilosoof Fons Dewulf op de vaagheid van het concept ‘ambitie’ die in de stelling gebruikt wordt. Verder demonstreerde hij het onwetenschappelijke karakter van de redenering die de Ceulaer construeerde om de stelling “dat vrouwen minder ambitieus zijn dan mannen” te ondersteunen.

De discipline die zich bezighoudt met de biologische wortels van het menselijk gedrag is de zogenaamde ‘evolutionaire psychologie’. Deze is al vaak het onderwerp van controverse geweest. Ook hier worden de controverses niet louter veroorzaakt door ideologische motieven, maar zijn er ook wetenschappelijke problemen met bepaalde claims die gemaakt worden.

De Gentse filosoof Maarten Boudry, die men bezwaarlijk van anti-Darwinisme kan beschuldigen, gaf bijvoorbeeld aan dat sommige vormen van evolutionaire psychologie als voorbeelden van randwetenschappen genomen kunnen worden, dat wil zeggen: balancerend op het randje tussen wetenschap en pseudo-wetenschap.

Foto: (cc) Peter Mackey / Flickr

Foto: (cc) Peter Mackey / Flickr

Voorkeur voor kleur roze

Kritiek op evolutionaire psychologie is bovendien geen voorrecht van filosofen. Ben Goldacre, arts en wetenschapsjournalist, maakte zich bijvoorbeeld vrolijk om een (serieuze) studie die de voorkeur van vrouwen voor de kleur roze “evolutionair verklaart”.

De voorkeur voor roze gaat volgens de auteurs van het artikel terug op het verleden van de mens als jager-voedselverzamelaar. Aangezien vrouwen instonden voor het verzamelen van voedsel, ontwikkelden ze het vermogen om roodachtige tinten (rijp fruit, bijvoorbeeld) sneller te herkennen tegenover een groene achtergrond. Dit verklaart dan de voorkeur voor de  kleur roze.

Een andere mogelijke verklaring is dat vrouwen, in hun zorgende rol, een beter vermogen ontwikkeld hebben om subtiele verschillen in huidskleur (blozen, en dus rood-roze tinten) te herkennen.

Goldacre wijst er echter op dat de associatie van roze met vrouwelijkheid historisch variabel is, en dat de voorkeur eerder verklaard moet worden door culturele factoren.

Dit voorbeeld toont verschillende zaken:

  1. Ten eerste toont het dat men én wetenschap serieus kan nemen én kritiek kan geven op bepaalde ‘conclusies’ die men meent te kunnen trekken uit de evolutietheorie.
  2. Ten tweede toont het dat het niet moeilijk is om voor een geobserveerd verschil een ‘evolutionaire verklaring’ ineen te knutselen. De moeilijkheid zit er net in uit te sluiten dat er geen andere mogelijke verklaringen zijn, zoals bijvoorbeeld opvoeding.

Wil dit dan zeggen dat alles terug te brengen is tot “nurture”? Uiteraard niet. Wel dat het feit dat iets evolutionair “kan verklaard worden” niet meteen wil zeggen dat deze verklaring de juiste is.

Het probleem met evolutionaire psychologie is dan ook dat ze al te gemakkelijk ingezet kan worden om een bepaald status quo te verdedigen door er een ‘evolutionaire verklaring’ voor te geven.

In dit geval vertrekt men vanuit een statistisch geobserveerd verschil tussen mannen en vrouwen en construeert men vanuit de armstoel een evolutionaire verklaring. Net daarom is het, zowel vanuit maatschappelijk als wetenschappelijk oogpunt, belangrijk om voorzichtig te zijn met al te lichtvaardig gegoochel met evolutionaire psychologie.

Voer een inhoudelijk debat

Misbruik de term wetenschap niet om de tegenstander monddood te maken

Om die reden wil ik dan ook een lans breken voor het belang dit debat inhoudelijk te voeren, en de term wetenschap (of een van haar disciplines zoals biologie of evolutionaire psychologie) niet te misbruiken om de tegenstander monddood te maken.

Indien kritiek op een bepaalde wetenschappelijke stelling gelijk zou staan aan kritiek op wetenschap tout court zouden er op het einde van de dag geen wetenschappers meer over blijven.

Door zichzelf voor te stellen als de voorvechters van de wetenschap, die de mond gesnoerd worden door oprukkende hordes ideologen, maken de Ceulaer en Draulans echter elk inhoudelijk debat onmogelijk.

De hierboven vermelde Boudry omschreef deze tactiek als een vaak gebruikt laatste redmiddel in debatten: doe alsof je tegenstrever je monddood wil maken. “Ga niet langer in op de inhoud van je standpunt, maar op je recht om het te uiten.”

Eerder dan ruimte te laten voor inhoudelijke meningsverschillen, wordt er een vals dilemma geconstrueerd waarbij hun opvatting de enige “wetenschappelijke” of “rationele” optie is. In plaats van ruimte te laten voor productieve discussies over man-vrouwverhoudingen, of over welke conclusies we nu wel of niet kunnen trekken uit Darwins inzichten, wordt elke kritiek retorisch buitenspel gezet als “onwetenschappelijk” of “irrationeel”.

Wetenschappelijke praktijken vormen een cruciaal deel van onze samenleving. Hiermee zullen de critici van het feminisme het allicht eens zijn. Laten we daarom de term “wetenschap” niet als dooddoener gebruiken, maar net de debatten over wetenschappen en hun relatie tot de maatschappij terdege voeren.

Auteur: Pieter Present

Pieter is doctoraatsstudent bij het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij interesseert zich voor de (wetenschappelijk) argumentatie en de rol van wetenschappen in het maatschappelijk debat.