Google en Facebook: een koopje!

 Leestijd: 4 minuten0

Ons leven is in zekere zin een eindeloze reeks van handelstransacties. Kijk eens naar het meest recente uittreksel van je zichtrekening of je kredietkaart. Er gaat nauwelijks een dag voorbij zonder dat je je kaart voor de lezer wappert, of de cijfers ervan invoert op het web. Voeg daarbij de talrijke doorlopende opdrachten voor bijvoorbeeld energie of abonnementen, en al je cashtransacties. En er is natuurlijk de bron waar al dat geld voor velen van ons vandaan komt: het inkomen dat we verdienen in ruil voor onze arbeid. De mensheid is waarlijk een handeldrijvende soort.

Een van de redenen waarom we dit zo vanzelfsprekend – bijna achteloos – doen, is dat we ons daarbij goed beschermd voelen. Wanneer we geld overhandigen – of dat nu voor boodschappen of voor een auto is -, er zijn wetten die onze rechten veiligstellen en erover waken dat de goederen van voldoende kwaliteit zijn. Bijkomende maatregelen behoeden ons in situaties waar er een risico bestaat van misbruik of verwarring (bijvoorbeeld verkoop op afstand) of bij complexe producten en diensten. Daar vinden we afkoelperiodes waarin we de aankoop ongedaan kunnen maken, en ombudsmannen bij wie we problematische transacties kunnen aankaarten. En als onze werkgever ons blijkt te bedriegen, bellen we naar de arbeidsrechtbank.

Onbewust ruilen

Maar we handelen ook zonder dat er geld aan te pas komt. Misschien doe je aan carpoolen met een collega: vandaag rijd jij, morgen ik enz. Zelfs zonder geld is dit een economische transactie. We geven de planten van de buren water terwijl ze met vakantie zijn (of zij doen het voor ons), we lenen onze ladder uit, of we lenen een autobatterijlader van een vriend.

Achter vele van zulke transacties zit het begrip wederkerigheid of reciprociteit, een van de oudste en meest prominente drijfveren in sociale interactie. We doen iets voor iemand anders in de verwachting van een wederdienst op een later tijdstip. Dat ervaren we zelfs in interacties met vreemden of op afstand. Internetfora zoals Mumsnet, of die gericht zijn op mensen met bepaalde medische problemen of met psychologische moeilijkheden, zitten vol gebruikers die met veel plezier anderen helpen zonder enige financiële compensatie. En Youtube bulkt van de video’s van onbaatzuchtige individuen die tonen hoe je een lekkende kraan herstelt, of hoe je de remblokken van een antieke auto vervangt.

Geen nood aan een vangnet van garanties, handelsinspectie of rechtbanken hier. Wat hier op het spel staat zijn zaken als vriendschap, reputatie en status, en dat blijkt voldoende om die intense economie van sociale transacties gaande te houden.

Maar het internet heeft ook een nieuw soort van handel gebracht: onbewuste transacties, waarbij we ons er niet meteen van bewust zijn dat we iets ruilen voor wat we krijgen. Het gaat hier natuurlijk om de ‘gratis’ diensten van Google, Facebook en Twitter. Voor niets gaat echter enkel de zon op, of zoals men in het Engels zegt, “There’s no such thing as a free lunch” – zeker niet wat betreft de internetgiganten. Een fameuze tweet van Andy Lewis vat het beknopt samen:

Kwistig met gegevens

Er is al flink wat geschreven over het feit dat we vrolijk onze privégegevens overhandigen aan deze bedrijven. Onze geboortedatum, waar we op de schoolbanken zaten, onze relaties, maar ook waar we zijn (hoe denk je dat Google Maps kan vertellen hoe snel het verkeer verloopt in onze straat?), welke websites we hebben bezocht (hmmm… cookies!) of wat er in onze e-mails staat? Waarom zijn we zo vrijgevig met die informatie?

Het is druk in mijn straat, maar hoe weet Google dat?

Het is druk in mijn straat, maar hoe weet Google dat?

Een verklaring is dat we wellicht niet beseffen hoe waardevol die persoonlijke gegevens zijn. In de echte wereld zou dat zijn alsof we een oud, gehavend schilderij weggeven, ons niet bewust van het feit dat het om een werk van een oude meester gaat, dat miljoenen waard is. Nu is onze persoonlijke informatie wellicht niet zoveel waard, maar als je kijkt naar het inkomen uit advertenties van Google en Facebook, dan is dat toch geen ‘kattenpis’. De mogelijkheid die ze bieden om publiciteit specifiek af te stemmen op ons, de gebruiker, is erg waardevol voor adverteerders. Het antivirusbedrijf AVG bood tot voor kort een browserextensie aan die je gebruik van diensten als Facebook en Google in de gaten hield en aan de hand van je instellingen een schatting maakte van je persoonlijke waarde voor hen. In een AdAge artikel meldt een journaliste dat ze jaarlijks $20,75 waard was voor Facebook, en niet minder dan $223 voor Google.

Betekent dat dat we misbruikt worden als consument op een manier die, in de echte wereld, de handelsinspectie zou doen steigeren?

Een eerlijke ruil?

Het antwoord bestaat uit twee delen. Het eerste deel houdt verband met de transactie zelf. Krijgen we ‘waar voor ons geld’ (ook al betalen we niets)? Hal Varian, de hoofdeconoom van Google, rekent in een presentatie over de economische impact van Google het consumentensurplus uit. Zijn ruwe schatting (hij geeft ruiterlijk toe dat het om een ‘back of the envelope’-berekening gaat) is dat het om zo’n 500 dollar per gebruiker per jaar gaat. Niet onbeduidend, dus.

Maar je kan je natuurlijk zelf de vraag stellen: hoeveel geld zou men je moeten betalen om de diensten van Google, Facebook of Twitter op te geven? Dat geeft je een idee van wat ze voor jou waard zijn. En dan moet je je uiteraard ook afvragen of je voor dat bedrag je persoonlijke informatie zou verkopen.

Het tweede deel is wat lastiger. Is een transactie waarin we ons niet echt bewust zijn van wat we ‘betalen’ wel fair? Stel je voor dat ik je een ‘gratis’ tabletcomputer aanbied, maar achter je rug toch 100 euro uit je zak haal. Dat mag dan wel een uitstekende prijs zijn voor dat toestel, maar wanneer je niet beseft dat je er eigenlijk toch voor betaalt, dan kan moeilijk worden volgehouden dat het om een eerlijke transactie gaat.

Er valt wat voor te zeggen dat dit ook van toepassing is op onze relatie met de internetgiganten. Natuurlijk hebben we allemaal ooit op de knop geklikt om aan te geven dat we instemmen met de algemene voorwaarden, en hun recht om onze gegevens te gebruiken zoals beschreven. Sommigen gaan zelfs zo ver dat ze ons verplichten helemaal door tientallen pagina’s te scrollen om aan te geven dat we wel degelijk alles hebben gelezen. Maar zelfs als de ruil zelf fair is op basis van de marktwaarde, is dat niet noodzakelijk voldoende om te ontkennen dat we worden uitgebuit, en dat ze ons verlokken met een gratis dienst om ons te overhalen onze gegevens te reveleren voor hun eigen winstbejag.

Doen we werkelijk een koopje met Google, Facebook en co? Om dat te weten moeten we die onbewuste handelsrelatie tegen het licht houden. Maar dat doen we niet, en dus hebben we eigenlijk geen flauw idee.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.