De vervolgingsdrift van het Gentse parket

 Leestijd: 3 minuten1

De journaliste Sabine Van Damme dient met steun van de VVJ klacht in met burgerlijke partijstelling tegen de schending van het journalistiek bronnengeheim door het Gentse parket. Aanleiding is het door het parket gevoerde onderzoek naar een perslek over de behandeling van een klacht door de deontologische commissie van de Gentse gemeenteraad. Uit stukken van het strafdossier blijkt dat voor minstens twee dagen in 2015 alle communicatie van journaliste Van Damme werden opgelijst: gesprekken en sms’en, in- en uitgaande oproepen.

De voorzitter van de VVJ, Pol Deltour, reageert terecht verontwaardigd: “Die wet op het journalistieke bronnengeheim is – hoewel sommigen ze niet graag zien – géén vodje papier.

Bij deze zaak moeten we ons de vraag stellen of er sprake is van een beroepsgeheim, waarvan de schending strafbaar is. Of gaat het om het schenden van een discretieplicht, wat enkel tot schadevergoeding kan leiden?

Pol Deltour (Foto: ID Photo Agency © Lieven Van Assche)

Pol Deltour, voorzitter VVJ (Foto: ID Photo Agency © Lieven Van Assche)

Strafbaar?

Het eerste wat een procureur doet wanneer hij een klacht leest, is nagaan of de aangeklaagde feiten strafbaar zijn. Is dat niet het geval, dan is hij onbevoegd om er verder iets mee te doen en wordt de klacht geseponeerd. Als er in de klacht feiten worden aangegeven die het gevolg zijn van een fout of een nalatigheid die voor de klager schade heeft veroorzaakt, dan gaat het enkel over een burgerlijke zaak die door de klager voor de burgerlijke rechter en niet door het parket voor de strafrechter moet worden gebracht.

De procureur die de klacht van de Gentse burgemeester te lezen kreeg, zal zich dus vooreerst de vraag hebben gesteld of de persoon tegen wie klacht werd ingediend wel behoort tot de categorie van personen die door het beroepsgeheim zijn gehouden, in dit geval zoals de wet dat omschrijft als: “alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd.”

Over welke “andere personen” kan het hier gaan? Omdat de wet hierop geen antwoord geeft, moet naar de rechtspraak worden gekeken, naar de interpretatie die de rechters eraan geven. Het is immers niet voldoende om op de een of andere wijze iets geheim te verklaren of vertrouwelijkheid op te leggen opdat er ook sprake kan zijn van strafrechtelijke vervolging wanneer het geheim of de vertrouwelijkheid niet wordt geëerbiedigd.

Beroepsgeheim

De parketten lijken het steeds moeilijker te hebben met het beroepsgeheim. Dat komt omdat het door moderne communicatiemiddelen steeds moeilijker wordt om de geheimhouding van het gerechtelijk vooronderzoek te beschermen. Daarom stelde de gewezen Antwerpse procureur-generaal Liégeois voor om lekken door magistraten en politieambtenaren strenger te bestraffen en voor de opsporing ervan zelfs bijzondere opsporingsmethoden aan te wenden. Ook de justitieminister ging mee in dit opbod toen uitlekte dat sommige ministers bijkomende bescherming kregen.

Niemand kan betwisten dat er aanvaardbare redenen zijn om geheimhouding te verzekeren wanneer er gevaar is voor de voortgang van het onderzoek of voor de bescherming van de betrokken personen. Niemand kan evenmin ontkennen dat het beroepsgeheim niet dient om er ernstige “disfuncties” of misdrijven door te verbergen.

Dat is meermaals het geval wanneer magistraten of politieambtenaren lekken naar de pers: de klokkenluiders worden dan steeds aangepakt door vervolging op grond van schending van het beroepsgeheim, zodat de aandacht van de gereveleerde disfuncties kan worden weggenomen en vervangen door het nieuwe strafdossier.

Daarom zou men zich steeds moeten afvragen of wat gelekt wordt wel behoort tot wat de strafwet wil beschermen of dat het sterke wapen van de vervolging niet ingegeven werd door het afschermen van eigen disfuncties, en er daardoor sprake is van “oneigenlijk” gebruik.

Het is opmerkelijk dat dit fenomeen, het betwistbaar aanwenden van het beroepsgeheim, altijd opduikt wanneer er vragen worden gesteld naar de behoorlijkheid van het gerechtelijk optreden. Dat is nu onder meer ook het geval in het parlementair onderzoek naar Kazachgate.

De procureur-generaal Johan Demulle weigerde daarbij in te gaan op de vraag van de parlementairen om kennis te kunnen nemen van de met de Kazachse criminelen afgesloten minnelijke schikking, want gedekt door de vertrouwelijkheid. Het openbaar ministerie maakte daarbij geen gebruik van de wettelijke voorziening die toelaat dat de procureur mededelingen kan doen over lopende onderzoeken wanneer het openbaar belang dat vereist. Is dat in deze zaak dan niet het geval? En heeft dergelijke opstelling niet tot gevolg dat het parlement daardoor verplicht wordt van een gewone commissie een onderzoekscommissie te maken die de bevoegdheden van een onderzoeksrechter heeft? Wordt daardoor de spanning tussen de machten niet onnodig opgedreven?

Beroepsgeheim en discretieplicht

De rechtbank van Kortrijk oordeelde dat gemeenteraadsleden wel degelijk onder het toepassingsgebied van artikel 458 van het Strafwetboek vallen. In die zaak hadden gemeenteraadsleden brieven bekendgemaakt uit een personeelsdossier, een zaak die tijdens een zitting van de gemeenteraad besproken was.

Het Hof van Beroep te Gent was een andere mening toegedaan en sprak vrij omdat niet aan alle bestanddelen van de strafbaarheid was voldaan, omdat het niet ging over een geheim dat aan een bepaalde persoon werd toevertrouwd. Het Hof stelde dat uit het feit dat gemeenteraadsleden inzagerecht hebben, niet automatisch volgt dat alle informatie die ze hierdoor verkrijgen, onderworpen is aan het beroepsgeheim. Het Hof maakte een afweging tussen de vrijheid van mening die gemeenteraadsleden hebben en hun inzagerecht.

Het Hof wees ook op de andere sanctiemogelijkheid: Bij de uitoefening van dat spreekrecht – vrijheid van mening – moeten gemeenteraadsleden verantwoord omgaan met de informatie die ze verkrijgen en kunnen ze burgerrechtelijk aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die voortvloeit uit het onverantwoord gebruik ervan.

Hebben de Gentse burgemeester en de procureur het artikel van Hildegard Schmidt, Beroepsgeheim en discretieplicht van 17 maart 2011 gelezen? In afwachting van de rechterlijke beoordeling toch een aanrader.

 

Is gewezen raadslid van Comité I en Comité P