Diversiteit: een taaie uitdaging

 Leestijd: 4 minuten2

Eerder deze week nam Sir Ivan Rogers, de Britse ambassadeur bij de Europese Unie, ontslag als gevolg van onenigheid met de regering rond de te varen koers in verband met de nakende Brexit. Dat leidde tot wat men terecht kan bestempelen als gemengde reacties, die een belangrijk licht werpen op de dynamiek binnen groepen en een nuance onthullen die niet altijd ten volle wordt erkend.

dissent

Het vertrek van Sir Ivan – een door de wol geverfde ambtenaar met een pak ervaring in de Europese wandelgangen, die zich sceptisch had uitgelaten over het gebrek aan voorbereiding voor de Brexit-onderhandelingen, en die de termijn om een handelsovereenkomst te sluiten met de overblijvende EU-landen wel eens tien jaar zou kunnen vergen – werd door diegenen die liever binnen de EU waren gebleven gezien als een kleine ramp.

De Brexiteers, anderzijds, waren verheugd: zij wezen op de Eurofiele neiging van de diplomaat, zijn vermeende bereidheid “neen” te aanvaarden in onderhandelingen (bijvoorbeeld tijdens de pogingen van David Cameron, een jaar terug, om ‘betere deal’ te verkrijgen), en bovenal zijn gebrek aan geloof in de zaak. En John Rentoul, een journalist bij The Independent, weerspiegelde wellicht de stem van de natie in zijn tweet:

Er waren inderdaad wellicht slechts weinigen die hadden gehoord van Sir Ivan Rogers voor zijn ontslag, en nog minder voor zijn opinie over de duurtijd van de onderhandelingen bekend werd. Maar dat zegt niet noodzakelijk iets over de betekenis van het verdwijnen van een sleutelfiguur in het Brexit-proces waarvan nog steeds wordt aangenomen dat het voor eind maart officieel zal worden ingezet.

Een nefaste cocktail

Het is interessant te zien hoe de tegengestelde kampen aandacht hebben voor verschillende eigenschappen van de ex-ambassadeur. De Remainers verwijzen naar zijn competentie en zijn ervaring, en stellen dat hij terecht wijst op de complexiteit van de aankomende onderhandelingen. De Leavers zeggen dat hij de verkeerde persoon is omdat hij een afwijkende mening heeft.

Niemand suggereert dat hij misschien wel de juiste persoon is, precies omdat hij een andere opinie heeft, alsof verschillen van mening een slechte zaak zou zijn. Als het werkelijk zo is dat Sir Ivan een tegenstander van Brexit was, zou zijn ontslag dan de kansen op een goede uitkomst van het Brexit-proces doen toenemen?

Mensen hebben de neiging bewijzen te zoeken die bevestigt wat ze al geloven – dat is de zogenaamde confirmation bias. In een groep is het risico groot dat dit versterkt wordt, in een fenomeen dat men Groupthink (groepsdenken) noemt, die de confirmation bias combineert met social proof tot een potentieel nefaste cocktail.

De druk om te conformeren met een groep werd voor het eerst grondig onderzocht en aangetoond in het onderzoek van Solomon Asch, een pionier van de sociale psychologie, onder meer in een liftexperiment (dat in 1962 werd uitgevoerd in samenwerking met het TV-programma Candid Camera). Dit volgde op een eerder experiment (hier geïntroduceerd door Philip Zimbardo, nog een bekend sociaal psycholoog), waarin Asch aan een proefpersoon vroeg aan te geven welke van drie lijnen dezelfde lengte had als de standaard – maar niet voordat een reeks van zijn medestanders allen systematisch het verkeerde antwoord hadden gegeven. Een belangrijk deel van de deelnemers volgde het oordeel van de groep: in plaats van de anderen tegen te spreken of hun eigen tegengestelde mening te geven, gaven ze hetzelfde antwoord als hun voorgangers.

Het clipje met de lift toont hoe groepsdenken tot grappige situaties kan leiden, maar het is niet altijd zo’n onschuldige zaak, zeker niet wanneer het in de zakenwereld of de politiek gebeurt. Wanneer de leden van een regering, een militaire staf of de bestuursraad van een bedrijf eenzelfde risico-aversie of neiging tot negativiteit delen, kan groepsdenken leiden tot gemiste kansen, bijvoorbeeld. Maar groepsdenken is vooral funest wanneer het een team naar een misplaatst gevoel van onkwetsbaarheid leidt: dat kan tot bijzonder slechte resultaten leiden – Wikipedia vermeldt onder meer de aanval op Pearl Harbor in 1941, en de mislukte strategieën voor globalisering van Marks & Spencer en British Airways.

Ere aan wie tegendraads is

Asch zelf ontdekte dat mensen niet alleen snel zijn om te zien wat de keuze van anderen is in een groep en er zich naar schikken, maar dat het ook niet zo moeilijk is dat te verhinderen. In The Wisdom of Crowds beschrijft James Surowiecki een variant van het lijnenexperiment, waarin een tegendraadse medestander wordt geïntroduceerd. Een dergelijke onvermoede bondgenoot “was voldoende om een enorm verschil te maken. Zelfs één enkele persoon in de groep die hun mening deelde, zorgde ervoor dat de proefpersonen onbelemmerd hun keuze bekend maakten, en de mate van conformiteit daalde scherp.”

"Bent u nog steeds zeker dat A het juiste antwoord is?".

“Bent u nog steeds zeker dat A het juiste antwoord is?”

Zoals Surowiecki aangeeft, toont dit experiment dat diversiteit niet enkel nuttig is omdat ze verschillende perspectieven aanvoert in de groep, maar ook omdat ze het makkelijker maakt voor mensen te zeggen wat ze werkelijk denken. Diversiteit helpt het onafhankelijke denken van de groepsleden te vrijwaren, en het is “moeilijk te zien hoe een groep collectief wijs kan zijn zonder diversiteit.”

Maar in situaties waarin ideologie en zelfs dogma een prominente rol spelen (zoals rond Brexit) is diversiteit extra moeilijk, want besluitvorming wordt belaagd door een bijkomende vervormende factor. Wanneer de stemming gepolariseerd is volgt vaak ook het denken, en dat leidt tot de perceptie dat “wie niet met mij is, tegen mij is”. Zelfs neutrale kandidaten maken dan geen kans, wat dan tot nog minder diversiteit leidt in de samenstelling van een team.

Een moeilijke afweging

Het experiment van Asch toont hoe het invoeren van een afwijkende stem het nadelige effect van conformiteitsbias sterk kan reduceren – maar dat was in een gecontroleerde laboratoriumsituatie. De realiteit is een stuk meer wanordelijk.

Tegendraadsheid kan immers ook een verlammend effect hebben: het voortdurend in vraag stellen van voorgestelde maatregelen of beslissingen kan tot impasses en besluiteloosheid leiden. Moet een groepslid worden gekozen enkel op basis van haar of zijn tegengestelde mening? Of moet ook hun competentie en ervaring in beschouwing worden genomen? En hoe weeg je dan die verschillende elementen af? Wat als je – zoals in het geval van Theresa May’s Brexit-team – rekening moet houden met een breder politiek landschap, waarin de samenstelling van je team de geloofwaardigheid ervan bepaalt in de ogen van diegenen wiens steun je nodig hebt?

Diversiteit is geen gratis extra: er hangt een prijskaartje aan. En dat betekent dat er een moeilijke afweging moet worden gemaakt. De tijd zal uitwijzen of het Britse Brexit-team de juiste mate van diversiteit omvat om, zoals wordt vooropgesteld, “de best mogelijke deal” te bekomen.