“Vroeger beroofden mensen banken, nu beroven banken mensen”

 Leestijd: 4 minuten2

“We zijn de gevangenen van de fuik van consumptie als compensatie van een gevoel van onvolkomenheid”, stelt de Tsjechische econoom Tomas Sedlacek. “Maar dat betekent geenszins dat dit zo moet blijven. De barst in de schepping, ja. We kunnen daar een positieve draai aan geven. Zoals Leonard Cohen zong: There is a crack in everything that’s how the light gets in. De barst geeft ruimte aan het licht, de crisis creëert ruimte voor nieuwe kennis, misschien wel nieuw inzicht.”

De Tsjech was één van de gesprekspartners van Stevo Akkerman voor zijn essay Het klopt wel, maar het deugt NIET. Akkerman is een Nederlandse journalist die voor zijn roman Donderdagmiddagdochter twee jaar geleden de Vlaamse prijs voor het Beste Spirituele Boek kreeg. Zijn nieuwe publicatie gaat over “ons werk en de wereld die daarmee samenhangt: de dilemma’s, het nut en onnut, de organisatie en het systeem, ofwel de inrichting en de moraal van ons professioneel handelen. Zijn we collectief vervreemd geraakt van onze oorspronkelijke motivatie en bedoeling? En is dat de schuld van onszelf of van de wandelende rekenmachines die we managers noemen? Of van het economisch stelsel, dat nu eenmaal niet toestaat dat nut anders wordt gedefinieerd dan als winst?”

Amoreel universum

Op zoek naar het antwoord op al deze vragen, die we ons allemaal (wel eens) stellen, interviewde Akkerman niet alleen leidinggevenden maar ook dissidenten uit het bedrijfsleven, het onderwijs, de gezondheidszorg en andere sectoren. Aan hen vroeg Akkerman of wij met zijn allen leven in een amoreel universum. Dit concept is gemunt door Joris Luyendijk, de journalist-antropoloog die uitvoerig verslag heeft gedaan van het reilen en zeilen in het financiële bolwerk van de Londense City: Dit kan niet waar zijn (Uitgeverij Atlas Contact).

Luyendijk komt in dit essay van Akkerman uitgebreid aan het woord en stelt dat in dat amoreel universum de persoonlijke moraal van ieder individu en van de samenleving als geheel onverbiddelijk opgeofferd wordt aan de dwingende doelstellingen van het bedrijf of de organisatie waarin we om den brode aan de slag zijn.

Na de publicatie in februari 2015 van zijn boek over zijn wedervaren in het financiële centrum van Londen begon Luyendijk aan een reeks lezingen in den lande. Hij stelde vast dat zijn beschrijving van het amoreel universum angstig overeenstemt met de ervaringen van mensen met doorsnee-banen in doorsnee-plaatsen zoals Terneuzen en Groningen. “Ik ontmoet heel gewone mensen die mij zeggen: in mijn ziekenhuis gaat het net zo, of op school, of in mijn bedrijf. Anders gezegd: de City is overal! En wat in de bankencrisis zichtbaar werd, valt elders ook waar te nemen.”

Wide Westen zonder sheriff

Akkerman brengt uitgebreid verslag uit van een bezoek aan Cleveland in de Amerikaanse staat Ohio. Hij praatte er onder meer met Jim Rokakis, verantwoordelijk voor de financiën van Cuyahoga County, waar Cleveland deel van uitmaakt. Veel inwoners waren er het slachtoffer geworden van de rommel- of woekerhypotheken op de Amerikaanse huizenmarkt. Op de keper beschouwd ging het in de meeste gevallen om frauduleuze praktijken van de kredietverschaffers. Deze vorm van white collar crime leidde ertoe dat veel huiseigenaars hun lening niet meer konden afbetalen. Weshalve hun woningen in beslag werden genomen en maar ergens anders een plek moesten zoeken. De crisis deinde uit en de hele financiële sector werd in de richting van de dieperik gestuurd.

Rokakis: “De immobiliënsector kon zijn gang gaan omdat de staat Ohio ervoor koos de andere kant op te kijken en anderen dwong hetzelfde te doen. In 2000 en 2002 namen de steden Claveland, Toledo en Dayota maatregelen om de woekerpraktijken aan banden te leggen. Maar na een intensieve lobbycampagne van de financiële sector nam de staat Ohio een wet aan die deze lokale regels ongedaan maakte. De subprime-industrie kreeg vrij spel. Hier was het zoals destijds in het Wilde Westen, maar dan zonder sheriff. Vroeger beroofden mensen de banken, nu beroofde de banken de mensen.”

Bad Bank (Foto: Klaus Klinger)

Bad Bank (Foto: Klaus Klinger)

Legale immoraliteit

“Het probleem van veel van deze zaken is niet dat ze illegaal zijn, maar dat ze legaal zijn”, citeert de auteur president Obama toen die het bestaan vernam van de Pentagon Papers. Die omvatten een gigantische hoeveelheid mailberichten, spreadsheets, aktes allerhande, powerpoints, documenten van allerlei soort uit de kantoren van het Panamese advocatenbureau Mossack Fonseca. Het kantoor was gespecialiseerd in het opzetten van allerhande schimmige financiële constructies: 210.000 brievenbusmaatschappijen in 21 buitenlandse rechtsgebieden die het gigantische vermogen van tienduizenden superrijken aardig buiten het bereik van de fiscus heeft weten te houden.

Akkerman besteedt nauwelijks of geen aandacht aan het strafrechtelijk aspect. Nochtans is de stap van normvervaging naar criminaliteit is niet eens zo groot. Het is een item dat al heel lang op ruime belangstelling kan rekenen. Emile Durkheim (1858-1917), één van de founding fathers van de sociologie, had het er al over. Evenals de Amerikaanse criminoloog Edwin Sutherland (1883-1950), die eind jaren ’30 het concept ‘witteboordencriminaliteit’ muntte. Dat wordt sindsdien gebruikt om het mateloze gedrag van de geldwolven in maatpak te omschrijven.

Voor Akkerman heeft het malafide gedrag in de allereerste plaats te maken met normen en waarden. Hiervoor leunt hij aan bij de hierboven genoemde Tsjechische econoom Sedlacek. Die zegt: “Als de bankiers denken dat hun handelen voorbijgaat aan de tegenstelling tussen goed en kwaad en als zij economie zien als een soort natuurkunde, dan vergissen ze zich. Egoïsme, eigenbelang, het geloof in de heilzame werking van de onzichtbare hand van de markt, het idee dat mensen cijfermatig gedefinieerd kunnen worden, dat de zin van het leven bestaat uit het bevredigen van behoeften en de zin van ondernemen uit winstmaximalisatie – het zijn allemaal ontegenzeggelijk morele notities. En die vormen samen een nieuwe religie.”

Burgerinitiatieven

De titel van het boek is letterlijk overgenomen van een ‘veranderingscursus’, waarin hogere kaderleden van het consultancy-bureau KPMG wordt bijgebracht dat er dieper gelegen normen bestaan dan de formele regeltjes die zijn vastgelegd in gedragscodes, protocollen en mission statements. Een KPMG-bestuurder moest echter wel bekennen dat in deze aanzet tot maatschappelijk verantwoord gedrag wezenlijke ethische aspecten niet echt aan bod komen.

Burgers kunnen prachtige initiatieven ontplooien, stelt Akkerman. Bijvoorbeeld het opzetten van andere economische modellen zoals peer-to-peer, deeleconomie… Het is echt wel belangrijk dat dit gebeurt, want op deze wijze maken ze overduidelijk dat er alternatieven zijn voor het toonaangevend marktgericht denken en handelen.

Maar het is een illusie te geloven dat op deze wijze voldoende gewicht vrij komt om het hele economisch systeem te veranderen. Ook veel bedrijfsleiders streven naar verantwoord ondernemen, maar ook zij zijn actief in een maatschappelijke context die haaks staat op het maken van eigen morele afwegingen. Daarom moet de overheid de grenzen trekken. Voor aanhangers van het neoliberalisme, bij wie heel veel macht is geconcentreerd, is dit een gruwelijke gedachte.

Stevo Akkerman: Het klopt wel, maar het deugt niet. De maatschappelijke moraal in het nauw, Lemniscaat, 116 blz.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Jan Willems

Jan Willems was persmuskiet met een verschrikkelijke hekel aan pseudo-kritische scorebordjournalistiek en schreef enkele boeken over de boven- en onderwereld. Wat hem nooit heeft belet ook oog te hebben voor productiekrachten, -middelen en -verhoudingen.