Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De minnelijke erfenis van Boer Clerck

10 november 2016 Walter De Smedt
title385772839
Roger De Clerck en Michail Gorbatsjov (Foto: ID © Firmin De Maitre Maîtrise)

In 1989 werden de zonen De Clerck, Jan en Dominiek, in Groot-Brittannië aangehouden wegens zwarte verkopen van tapijten en het smokkelen van geld via koeriers. Vader De Clerck kocht hun proces af met 2 miljoen euro. In 1997 werden Jan De Clerck en zijn vrouw Martine Van De Weghe aangehouden wegens dezelfde activiteiten, valse commissielonen en het versluizen van zwart geld. Zij betaalden een schikking van 2,5 miljoen euro. Een jaar later volgde nogmaals een betaling van naar verluidt 50 miljoen euro aan achterstallige belastingen.

En dan was er dé zaak Beaulieu: Roger De Clerck werd ervan verdacht jarenlang valse commissielonen te hebben betaald aan de Libanese familie Khatchadourian die onder de vorm van leningen, investeringen of zwart geld terugkwamen bij de familie De Clerck. In april 2014 werd bekend dat een nieuw onderzoek lopend was: witwaspraktijken via een Luxemburgse vennootschap.

Het grootste dossier, de zaak Beaulieu, is algemeen gekend omdat het zo lang duurde: de eerste aangifte door de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) gebeurde op 28 juni 1990. De zaak is nog altijd niet voor de strafrechter gekomen en wellicht zal dat er nooit van komen. Want intussen werd ook in deze zaak naar een 'minnelijke schikking' gezocht.

title385772839
Roger De Clerck en Michail Gorbatsjov (Foto: ID © Firmin De Maitre Maîtrise)

Het onderzoek wegens gesjoemel en belastingfraude in de grootste zaak startte in 1990. Die zou opgelopen zijn tot 450 miljoen euro en ging onder meer over allerhande circuits voor zwart geld en het betalen van commissielonen aan fictieve personen en mensen die zich als 'vertegenwoordiger' van het bedrijf uitgaven. Twee zonen De Clerck troffen een schikking met het gerecht en betaalden de achterstallige belastingen. Vader, Boer Clerck, hield het been stijf en schikte zich niet.

Een evenwichtig akkoord

Meermaals zag het ernaar uit dat er toch een schikking kon worden bereikt. In 2012, na 21 jaar, leek een akkoord over een afkoopsom van 40 à 50 miljoen euro mogelijk. Toen in 2014 Beaulieu Nylon, een onderdeel van de Zuid-Afrikaanse tak van Beaulieu, in beroep veroordeeld werd tot betaling van 43,6 miljoen euro aan de fiscus, werd andermaal gedacht dat ook in het grote fraudedossier een oplossing in de maak was. Boer Clerck overleed in 2015. In een beknopt persbericht meldt Beaulieu nu dat het tot een akkoord is gekomen met de Algemene Administratie van de Bijzondere Belastinginspectie (AABBI). Het bedrijf heeft het over een ‘voor beide partijen evenwichtig akkoord’.

Zo wordt nu de afhandeling van een dossier van grootschalige belastingontduiking omschreven: een evenwichtig akkoord. Is dat de wijze waarop in dit land dergelijke misdrijven worden bestraft? De eerste maal opschorting van straf, dan meerdere schikkingen, en tenslotte - nadat de verdachte gedurende vele jaren zich in de grootste fraude niet wenste te schikken - er nog één grote 'minnelijke schikking' bovenop.

Zijn de 'sociale positie' en de tewerkstelling voldoende en juridisch toegelaten redenen om justitie gedurende bijna een kwarteeuw voor schut te zetten? Boer Clerck mag dan de tweede zoon van een grote vlasboer zijn geweest, neef van minister Albert De Clerck (wiens zoon Stefaan eveneens minister werd) en schoonbroer van Willy De Nolf (oprichter van Roularta). Het zijn geen elementen die in het strafboek worden aangegeven om de zaak zo lang te rekken en op een dergelijke minnelijke wijze af te sluiten.

Redelijke termijn

Omdat ieder proces binnen een redelijke termijn moet worden afgerond, stapten De Clerck en consorten naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. En het Hof gaf hen wat de redelijke termijn betreft gelijk. Daardoor konden de verdachten ook voor de Belgische rechter een schadevergoeding eisen. Die kregen zij ook: Boer Clerck kreeg 22.500 euro en drie leden van de Libanese familie Khatchadourian, de vroegere Armeense zakenpartners van de Beaulieu-stichter, kregen elk een voorlopige schadevergoeding van 15.000 euro.

"Te gek om los te lopen", reageerde volksvertegenwoordiger Dirk Van der Maelen (sp.a): "Alsof onze maatschappij nog niet genoeg geld verloren heeft, centen die naar onderwijs en wegen en jobs hadden moeten gaan. Nu moet de belastingbetaler nog een schadevergoeding ophoesten ook. Terwijl het kleinste kind weet dat er massaal belastingen ontdoken zijn. Twee van de Beaulieu-telgen hebben zelfs al een schikking getroffen met de fiscus. En dat het allemaal zo lang aansleept, daar hebben de advocaten zélf voor gezorgd, meent Van der Maelen. Door alle mogelijke proceduretrucs en vertragingsmanoeuvres uit hun hoed te toveren. Tot en met het vertalen van het tienduizenden pagina's tellende dossier naar het Armeens."

Uitermate beperkt

Het Hof te Straatsburg onderzocht minutieus de voortgang van het onderzoek én wat het parket in Brussel daarmee deed. Het Hof noteerde dat onderzoeksrechter Bulthé, op 8 maart 2000, het dossier aan het parket overmaakte voor eindvordering en hij daardoor oordeelde dat zijn onderzoek was beëindigd.

Het dossier werd terug aan de onderzoeksrechter overgemaakt 'naar het schijnt' wegens 'de veiligheid van de dossiers en de geheimhouding van het gerechtelijk onderzoek', en op 18 mei 2001 weer aan het parket overgemaakt. De procureur des Konings maakte zijn eindvordering op 24 april 2005. Daaruit besluit het Hof: "Naargelang men zich op de eerste of de tweede datum plaatst, is een tijdspanne van vijf jaar en één maand of drie jaar en elf maand verlopen gedurende dewelke de activiteit in dit dossier uitermate beperkt (extrêmement limitée) is geweest.

Veelplegers

Een analyse van de verschillende dossiers De Clerck en van het Beaulieu-dossier in het bijzonder geeft duidelijk weer hoe de afhandeling van dergelijke massale fraudedossiers bij wijze van 'minnelijke schikking' in ons land gebeurt. Er is vooreerst de vaststelling dat de meest inschikkelijke behandeling, de opschorting, zowel als de opeenvolging van verschillende schikkingen niet hebben belet dat de vervolgde vormen van grootschalige fraude gewoon werden voortgezet: veelplegers noemt men dat.

Het gerechtelijk optreden heeft intussen ook de hoofdverdachte niet aangezet tot inschikkelijkheid: hij hield al die jaren het been stijf.

Vervolgens zijn er de motieven die aan de grondslag liggen van deze wijze van afhandeling: door een minnelijke schikking zou tijd gewonnen worden en door de enkele behandeling door het openbaar ministerie zou de procedure vergemakkelijkt worden. Noch het één, noch het ander kan hier worden aangetoond. Het tegendeel is voor iedereen duidelijk.

Tenslotte is er het motief dat het huidig beleid aanzet om de afschaffing van de onderzoeksrechter en zijn vervanging door het parket te verantwoorden: ook dat zou de voortgang van de procedure benaarstigen. En ook dat wordt door het besluit van het Hof te Straatsburg tegengesproken.

Afschaffen die wet

Een algemene eigen evaluatie van de afkoopwet door het college van procureurs-generaal bevestigde de vaststellingen van het Mensenrechtenhof. Een uitspraak van het Grondwettelijk Hof bij de afkeuring van de afkoopwet gaf aan welke de juridische beletsels zijn: geen eerlijk proces.

Een analyse van de dossiers De Clerck geeft nu ook de realiteit weer, en die is niet fraai. Tenzij de 'sociale positie' van de betrokkenen hierin een rol heeft gespeeld, en daar zijn geen ernstige aanwijzingen voor, blijft er geen enkele reden - noch een theoretisch juridische, noch een feitelijke of praktische - om de huidige afgekeurde afkoopwet te behouden of deze, zoals de huidige justitieminister het wil doen, nog te verruimen. Dat daarover zelfs in Antwerpen een 'parketoorlog' moest worden gevoerd, maakt het geheel nog wansmakelijker: afschaffen die wet.

 

LEES OOK
Walter De Smedt / 18-06-2018

Beaulieu of de herhaalde geschiedenis van minder mooie 'schikkingen'

Walter De Smedt licht het ontstaan en de toepassing van de wet op de uitgebreide minnelijke schikking toe en vraagt zich af waar het politiek fatsoen gebleven is.
Koen Geens