Voorbij CETA: it’s only the environment, stupid?

 Leestijd: 3 minuten6

Met de ondertekening van het vermaledijde vrijhandelsakkoord tussen Canada en de EU de voorbije zondag in Brussel is het ‘CETA-stof’ langzaam neergedwarreld. Hoewel er nog betwisting bestaat over het concrete resultaat van het ‘Waalse njet’ hebben de aanslepende intra-Belgische onderhandelingen over het CETA-verdrag alvast één belangrijk winstpunt opgeleverd. Zij introduceerden de bijzondere arbitragetribunalen waarop bedrijven beroep kunnen doen bij vrijhandelsverdragen bij het ruimere publiek. Over de specifieke rol van deze bijzondere tribunalen is veel geschreven. Tegenstanders spreken van ‘klassenjustitie’, voorstanders wijzen erop dat het een ‘common practice’ betreft en dat in het CETA de nodige waarborgen voorzien zijn om misbruiken uit te sluiten.

In tijden van klimaatverandering en biodiversiteitscrisis is het echter interessant om even de rollen om te draaien. Kunnen milieuorganisaties en bezorgde burgers even gemakkelijk naar internationale rechtbanken of arbitragetribunalen stappen om internationale milieuverbintenissen af te dwingen? Beschikken zij over bijzondere waarborgen wanneer zij opkomen voor het milieubelang en beslissingen aanvechten die leiden tot onverantwoorde milieuschade?

Een weinig hoopgevend gedachte-experiment, zo blijkt. Zelfs niet wanneer we kijken naar de positie van milieuverenigingen binnen de EU zelf. Want wanneer het gaat over meer inspraak en toegang tot de rechter voor de milieubeweging, geeft Europa al méér dan tien jaar lang niet thuis.

Trees have no standing?

Nemen we het Verdrag van Aarhus uit 1998 als toetssteen. Het werd in 2005 met de nodige pomp and circumstance door de EU geratificeerd. Dit baanbrekende internationale akkoord verleent aan burgers en milieuverenigingen bijzondere inspraak- en procedurerechten in milieuzaken. Ondanks de duidelijke verbintenissen weigert Europa echter koppig deze rechten expliciet te erkennen in haar eigen besluitvormingsprocessen. Multinationals hebben dan wel toegang tot bijzondere procedures voor aparte arbitragetribunalen, het leefmilieu krijgt heel wat minder krediet.

Het valt moeilijk te rijmen met het imago van de EU: een zelfverklaarde progressieve milieuspeler die géén ruime beroepsprocedures voorziet in milieuzaken. Het trackrecord van de EU oogt nochtans bedroevend. In de voorbije twintig jaar is immers geen enkele milieuorganisatie erin geslaagd een milieubesluit van een EU-instelling met succes aan te vechten bij de Europese rechter. Greenpeace, WWF en andere ngo’s kregen telkens nul op het rekest. Zelfs geen inhoudelijke afwijzing. Of het nu ging om een beslissing om een nieuwe schadelijke pesticide toe te laten binnen de EU of een visserijbesluit, het deed er niet toe. De deur bleef gesloten. Onontvankelijk, steeds weer.

Kafka?

Het lijkt wel Kafka voor gevorderden. Het is alsof de besluiten van EU-instellingen immuun zijn voor kritiek vanuit de hoek van de milieubeweging. Toegegeven, sinds 2007 voorziet de EU weliswaar in een bijzondere herzieningsprocedure die aan milieuverenigingen toestaat om bij de EU-instellingen zelf een verzoek tot herziening in te dienen.

U leest het goed, waar voor bedrijven specifieke tribunalen worden ingericht, moeten milieuverenigingen zich tevreden stellen met een herzieningsprocedure bij een instantie die manifest ‘biased’ is. Want hoe groot is de kans dat de Europese Commissie zijn eigen beslissingen gaat herroepen op vraag van een milieuvereniging?

Nihil zo blijkt. Want alle verzoeken tot herziening van EU-milieubesluiten die zijn ingediend, werden tot nu toe verworpen. Waarvan het overgrote deel op basis van ontvankelijkheidsbezwaren. Net omdat zij betrekking hebben op algemene belangen, zoals de bescherming van het milieu, en niet op individuele belangen. En wanneer er dan eens een Europese rechter bereid wordt gevonden om deze inconsistentie aan de kaak te stellen, zoals gebeurde in 2012, dan haasten de Europese Commissie en andere EU-instellingen zich om elke beperkte vooruitgang af te blokken. Net omdat men van oordeel is dat internationale milieuakkoorden, in tegenstelling tot handelsverdragen, géén direct afdwingbare rechten bevatten. Zelfs niet wanneer zo’n milieuverdragen er expliciet op gericht zijn om burgers meer inspraakrechten te verlenen. O, ironie.

Dubbele standaarden

Volg je nog? Multinationals moeten koste wat het kost een beroep kunnen doen op bijzondere arbitragesystemen, terwijl men het eigen middenveld zelfs de meest elementaire juridische waarborgen ontzegt. Binnen de EU argumenteert men dat de milieuverenigingen maar verhaal moeten halen bij de nationale rechter, die vaak niet vertrouwd is met ingewikkelde vraagstukken van EU-recht. In sommige gevallen valt er zelfs geen concrete implementatiehandeling aan te vechten. Opnieuw dubbele standaarden. Waar multinationals vooralsnog blind worden gevolgd in hun (misplaatste?) wantrouwen tegenover nationale rechtbanken, wordt van milieuverenigingen binnen Europa net het tegenovergestelde verwacht. Wat bij handelsakkoorden een vanzelfsprekendheid wordt geacht, is blijkbaar onmogelijk wanneer het gaat over het leefmilieu.

Hoe goed beschermd zou ons leefmilieu eigenlijk niet zijn wanneer internationale milieuverdragen met dezelfde strengheid worden gehandhaafd als vrijhandelsakkoorden? Wat als het leefmilieu binnen de EU ook beroep zou kunnen doen op bijzondere arbitragetribunalen uitgerust met rechters getraind in milieurecht? Is het denkbaar dat milieuverenigingen met schadeclaims van miljoenen dollars zwaaien wanneer EU-instellingen onvoldoende rekening houden met het leefmilieu bij hun besluitvorming?

Het blijven vooralsnog retorische vragen. En dat is jammer want de discussie is niet minder fundamenteel. Het gaat immers over onze milieustandaarden, onze gezondheid en ons klimaat. Europa is bovendien in juni overigens reeds voor een tweede maal op de vingers getikt door het toezichtscomité bij het Aarhus Verdrag omwille van de te beperkte inspraakrechten bij milieuzaken.

In een tijdvak waarin de CO2-concentratie in de atmosfeer nog nooit zo hoog is geweest en de biodiversiteit onder druk blijft, zou men van Europa mogen verwachten dat het met even grote passie voor zijn milieubeweging strijdt als voor zijn grote bedrijven. Ook het leefmilieu heeft recht op ‘checks and balances’.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Hendrik Schoukens

Hendrik Schoukens is werkzaam als doctoraatsassistent aan de vakgroep Europees, Publiek en Internationaal recht van UGent. Hij is tevens advocaat in Gent.