Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

De nacht van Apache? Het jaar voor de persvrijheid!

2 november 2016 Bart Staes
15848860459_db2a535de4_k-2
Bart Staes (Foto: Flickr CC)

De vrije pers gewurgd

4-9-2012judith-en-kroes-krant3
Judith Sargentini biedt Neelie Kroes de Europese krant voor persvrijheid

Vier jaar geleden maakte ik samen met collega Judith Sargentini een Europese krant over persvrijheid in Europa. Op de voorpagina stond een ‘profetische’ column van de Hongaarse journalist Márton Gergely, van de vorige week gesloten (of beter overgenomen) krant  Népszabadság, tot voor kort nog de enige kritische kranten voor het regime van premier Orban.

Daarom eerst een vrij lang citaat van die Hongaarse journalist, omdat het toen al zo griezelig weergaf wat er thans aan de hand is in de Europese lidstaat Hongarije én omdat er een link is met wat Apache nu overkomt. Gergely schreef: “Toen ik gevraagd werd om deze column over persvrijheid in Hongarije te schrijven, meende ik dat de krant waarvoor ik werk eigendom was van een buitenlandse uitgever met een aanzienlijke economische slagkracht en langetermijnplannen voor zijn Hongaarse holding. Inmiddels weet ik dat mijn krant te koop staat. (…) Er zijn (waren) vier politieke dagbladen in Hongarije. Alleen het mijne was in handen van een echte media-investeerder en dus enigszins beschermd tegen politieke inmenging. Tenzij er een wonder gebeurt, is dit over een paar weken niet meer het geval.”

De doodstrijd heeft iets langer geduurd, tot vorige week dus.

Gergely: “Het is niet alleen de terecht veel bekritiseerde nieuwe Hongaarse mediawet die gezonde en stevige media in dit land in de weg staat. In feite werken journalisten altijd in angst, ongeacht de dreiging van politieke bemoeienis. En stemmen redacteuren hun berichtgeving ongevraagd af op wat zij denken dat de eisen van de staat zijn. De laatste jaren is de vrije pers in Hongarije langzaam gewurgd.”

In een recent opiniestuk beschreef ik samen met mijn Hongaarse collega Benedek Javor dat de krant Népszabadság niet zozeer gesloten, maar overgenomen werd door een van Orban’s zakenvriendjes en vervolgens opgedoekt. Het opiniestuk beschrijft het feit dat Hongarije met 25 miljard euro zo ongeveer de grootste ontvanger is van Europese subsidies. En dat Orban niet alleen constant de middelvinger opsteekt naar fundamentele Europese waarden, maar er ook sprake is van gesjoemel met die Europese subsidies door Orban’s regime en zijn oligarchen.

En als er vervolgens geen vrije pers meer bestaat om dat soort praktijken aan de kaak te stellen, is dat een teken dat het maatschappelijke klimaat wel heel erg guur wordt. Wat ik van mijn Hongaarse vrienden hoor, is eenvoudigweg schrikbarend, een samenleving waarin ik niet graag zou moeten leven.

De Hongaarse media hadden al een uit de tijd van het communisme stammende neiging tot zelfcensuur, maar vervolgens kwam de mediawet, uitgevaardigd door premier Viktor Orban, erbovenop. De economische crisis en de dramatische terugloop van advertentie-inkomsten gaf de nekslag. Volgens Gergely kan “geen enkel Hongaars mediabedrijf nu nog ontkomen aan politieke inmenging. En hoe dan ook waren mediabedrijven die geen politiek doel dienen al dun gezaaid. De Hongaarse regering wil er werkelijk alles aan doen om de advertentie-inkomsten van publicaties die haar niet aanstaan de nek om te draaien. (…) Binnenkort is er geen geld meer over voor kwaliteitsjournalistiek. Onderzoeksjournalistiek is dood, omdat niemand rechtszaken durft te riskeren. Hongarije is naar binnen gekeerd.”

Het is ook in dit licht dat de nu in ons land lopende PR-campagne voor Orban’s regime gezien moet worden. In Belgische kranten verschijnen dure paginagrote advertenties voor de herdenking van de Hongaarse Opstand in 1956. Zoals Apache schreef zit achter de campagne ene Maria Schmidt, een extreemrechtse, schatrijke en uitgesproken islamofobe Viktor Orban-vertrouwelinge die de herdenking van 1956 in goede banen moet leiden. Geld noch moeite werden gespaard voor deze zogenaamde ‘Freedom First-campagne’: een huldeconcert in Flagey in Brussel, een conferentie over de Hongaarse Opstand aan de KU Leuven, advertenties in media en de Brusselse metro, enzovoort.

15848860459_db2a535de4_k-2
Bart Staes (Foto: Flickr CC)

Alles voor de vrijheid

Alles voor de vrijheid, nietwaar? Het is een woord dat rechts-conservatieve nationalisten, populisten of fascisten 2.0 in Europa en elders zo graag gebruiken in hun cynische politieke en economische machtsspelletjes. Zichzelf of hun partij laten samenvallen met de natie en alles wat buiten hun kader valt ‘framen’ als vijandig aan de natie. Of zoals de door Bart De Wever zo bewonderde Tsjechische academicus Miroslav Hroch dit weekend in De Standaard zei : “Als de natie eenmaal voltooid is, dan slaat het geven bij politici langzaam om in nemen. Dan wil men via de natie macht verwerven.” By any means necessary. 

En wat zegt de woordvoerster van de KULeuven hierover? “Ik heb nog nooit van haar (Maria Schmidt) gehoord. Voor alle duidelijkheid: de Hongaarse regering is niet extreemsrechts. Het is een rechts-conservatieve regering. Orban kan je vergelijken met Bart De Wever: een charismatische figuur die een duidelijke visie heeft. Hij is zeker niet extreemrechts of racistisch.”

Zéker niet.

Wat wel zeker is, is dat Orban de vrijheid van meningsuiting verwart met haatspeech tegen weerloze oorlogsvluchtelingen. Ondertussen wordt veel Europees geld niet gebruikt waarvoor het bedoeld is: het verkleinen van de sociaaleconomische kloof in het land (die is de laatste jaren net gegroeid en de uitgaven voor onderwjs zijn de laagste van de EU). Er worden veel prestigieuze projecten gefinancierd waarbij een loopje genomen wordt met de regels rond transparantie en openbare aanbesteding. De Europese Rekenkamer noemde landen waaronder Hongarije onlangs voor het eerst bij naam. En Transparency International heeft een rapport vol voorbeelden gepuliceerd.

In onze opinie noemen we de vier belangrijkste oligarchen bij naam en toenaam en in 2013 alleen wonnen de bedrijven van deze vier vrienden van Orbán 11% van alle openbare aanbestedingen. De afgelopen jaren viel op dat bij de hun gegunde contracten de Europese fondsen goed waren voor zeker 80% van het totale bedrag.

“Orban kan je vergelijken met Bart De Wever: een charismatische figuur die een duidelijke visie heeft,” zegt de woordvoerster van KU Leuven. Tja. Ik denk aan wat de Tjech Miroslav Hroch zei over De Wever en macht verwerven.

En we weten dat Bart De Wever weliswaar al jaren vorstelijk met aandacht bediend wordt door media, maar dat hij dezelfde media graag aanvalt als het hem niet zint. En nu wordt Apache voor de rechter gedaagd door bouwpromotor Land Invest en Joeri Dillen, de ex-kabinetschef van De Wever. Samen eisen ze 350.000 euro schadevergoeding voor een reeks artikels over Optima en de linken tussen Antwerpse vastgoedbonzen en politici. Bouwpromotor Land Invest eist bovendien de verwijdering van een aantal artikels. Zonder me uit te spreken over de grond van de zaak: buitensporige intimidatie van journalisten en het uitoefenen van economische macht, waar hebben we dat nog gezien?

In de krant over Europese persvrijheid schreven we in ons editoriaal, dat helaas nog steeds actueel is: “De noodzaak van goed bestuur en transparante besluitvorming is groter dan ooit. Dat vraagt om sterke waakhonden, die aanslaan bij elke vorm van wanbeleid, machtsmisbruik, belangenvermenging, cliëntelisme en corruptie. Parlementsleden hebben hierbij een taak, net als non-gouvernementele organisaties, klokkenluiders, ombudslieden en rechters. Maar geen van hen kan zijn werk goed doen zonder de belangrijkste controleurs van de macht: onafhankelijke en krachtige media. Journalisten met voldoende kennis en tijd om zich vast te bijten in de taaie (Brusselse) besluitvorming zijn onmisbaar voor een gezonde Europese democratie. Noch de propaganda van eurofielen, noch de halve waarheden en hele leugens van eurofobe populisten vertellen de burgers wat er werkelijk op het spel staat in Brussel. Sterke journalistiek over de EU kan dat wél."

En daar zitten we met een probleem, dat zowel de Europese als de nationale berichtgeving treft: de pluriformiteit en de onafhankelijkheid van de media hollen al jaren achteruit. Journalisten wijzen er zelf op. Politici moet dat zorgen baren. Ook Europese politici. Als journalisten zich gedwongen voelen de macht na te praten, lijdt ook Europa daaronder. Dat is wel gebleken in Italië. Mede dankzij zijn greep op de media bleef premier Berlusconi zo lang in het zadel. Onderwijl voerde hij het land naar de rand van de economische afgrond.

De Amerikaanse president Abraham Lincoln zei ooit: “Ik heb het volste vertrouwen in mensen. Op voorwaarde dat je hun de waarheid vertelt, kunnen ze elke nationale crisis aan. Het is zaak hun de echte feiten te bezorgen.”

Misschien moeten we 2017 uitroepen tot het Europees jaar voor de persvrijheid?

 

LEES OOK