Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Brexit: niet zo'n 'cunning plan' als gedacht

24 oktober 2016 Frank Vandecaveye
brexit-2
Brexit (Foto: Flickr CC (c) Descrier)

Op het partijcongres van de Britse Conservatieven op 2 oktober maakte May duidelijk dat ze voor eind maart 2017 het artikel 50 van het Verdrag van Lissabon wil activeren, dat het lidmaatschap van de EU opzegt. Verder sprak ze zich principieel uit voor een harde brexit, tot ergernis van het Britse remain-kamp, waartoe ze zelf behoorde. Zo meende May ‘de wil van de kiezer’ te respecteren.

Sindsdien moet ze op eieren lopen, want niet alleen de Europese partners, maar ook de bedrijfswereld op Britse bodem en de financiële markten laten geen kans onbenut om te tonen hoezeer ze wel gekant zijn tegen een harde brexit. In de politieke luwte van de zomer na het brexit-referendum waren er weinig verontrustende signalen die wezen op enig negatief effect op de Britse economie, maar na dat fameuze congres is de hele brexit-stress terug van weggeweest en kelderde het pond (-18% sinds 23 juni) naar een dieptepunt. Voor de hardcore brexiters dreigt een ontnuchtering, schokgewijs.

brexit-2
Brexit (Foto: Flickr CC (c) Descrier)

Uit de eenheidsmarkt, maar ook uit de douane-unie?

Theresa May maakte op het congres van de Britse conservatieven duidelijk dat ze voor eind maart 2017 wil starten met de heronderhandeling over de handelsakkoorden tussen de EU en het VK. Het lidmaatschap van de EU wil ze opzeggen en Groot-Brittannië ‘zijn soevereiniteit’ teruggeven. Dat betekent dat May niet langer aanvaardt dat de EU-commissie of het Europese Hof nog langer bevoegd is om welke Britse besluitvorming dan ook te blokkeren en dat de controle over immigratie terug in Britse handen komt.

Aangezien dat onverzoenbaar is met het vrije verkeer van personen, zet de regering het VK daarmee de facto buiten de Europese eenheidsmarkt. Naast het vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal is het vrij verkeer van personen namelijk één van de vier heilige principes van die eenheidsmarkt. Omdat May het referendum wil respecteren – een meerderheid van de Tories-kiezers stemde immers voor een brexit – krijgt het Leave-kamp binnen haar partij en regering een flinke vinger in de pap, ook al was de meerderheid van de conservatieve MP’s tegen een brexit. Boegbeeld van de brexit-campagne Boris Johnson kreeg Buitenlandse Zaken en is een ‘liberal leaver’, die naar een softe brexit neigt. Het departement voor het vertrek uit de EU en het departement voor internationale handel zijn nu onder de hoede van hardliner-brexiters als David Davis en Liam Fox en in het twaalfkoppige comité dat de brexit voorbereidt, heeft het brexit-kamp evenveel zitjes als het Leave-kamp.

Uit onderzoek is ook gebleken dat de immigratie-factor in de laatste weken van de campagne doorslaggevend was. Voor een groot deel van de drie miljoen EU-burgers die met een permanent residence card in het VK werken, breken bijgevolg onzekere tijden aan. Want als het VK de Europese eenheidsmarkt verlaat, moeten ze voldoen aan de veel strengere verblijfsvoorwaarden voor niet-EU-burgers. Dat kan leiden tot uitzetting. Liam Fox suggereerde zelfs al dat het VK het lot van deze groep als pasmunt zou kunnen gebruiken in ruil voor toegevingen van Europa. Minister van Binnenlandse Zaken Amber Rudd is gewonnen voor een Australisch puntensysteemmodel voor immigratie, waarbij meer punten worden toegekend aan competenties naarmate ze het best bestaande vacatures kunnen invullen.

Soevereiniteit betekent ook dat het VK zijn eigen handelspolitiek wil uitstippelen, maar of May daarvoor ook de Europese Douane-unie de rug wil toekeren, lijkt nog steeds geen uitgemaakte zaak. Iain Duncan Smith, een voormalig voorzitter van de Conservatives en spreekbuis van de ‘brexiters’, uitte in The Sun zijn vrees dat het remain-kamp aanstuurt op een EU-light waar het VK in ruil voor enkele toegevingen binnen de douane-unie zou blijven. De eurosceptische vleugel van de Tories is als de dood om nog langer richtlijnen te ontvangen uit het gehate ‘Brussels’. Ook minister van Handel Fox blijft voorstander om de Douane-unie te verlaten, maar lijkt toch wat voorzichtiger te worden, nu het bedrijfsleven op Britse bodem massaal waarschuwt voor de aantasting van hun concurrentiepositie.

Het alternatief is immers jarenlange onderhandelingen over een nieuw (vrijhandels)akkoord met de EU, de intrede in de Wereldhandelsorganisatie als onafhankelijk lid en nieuwe handelsakkoorden met een 50-tal landen die nu een handelsakkoord hebben met de EU. Ook een akkoord over transitieregelingen lijkt meer dan wenselijk om de wanorde tijdens de exit binnen de perken te houden. Raoul Ruparel, een economische analist van de onafhankelijke denktank Open Europe, die door de brexit-minister David Davis werd ingehuurd om met zijn expertise het vertrekproces in goede banen te helpen leiden, waarschuwde al eerder dat een uittreding uit de Douane-Unie het VK op de lange termijn 1 tot 1,2% BBP kan kosten, een inschatting die vergeleken bij ander onderzoek nog mild lijkt (zie verder).

Zowel de Franse president Hollande als de Duitse kanselier Angela Merkel maakten al duidelijk dat het VK de vrije toegang tot de Europese eenheidsmarkt mag vergeten als het land het vrije verkeer van personen er niet bijneemt. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Boris Johnson, verwijst graag naar de grote Britse afzetmarkt voor champagne en Duitse wagens om duidelijk te maken dat ook Europa belang heeft bij een deal die beide partijen goed uitkomt.

Duncan Smith van zijn kant deed in het BBC World-interviewprogramma Hard Talk de uitspraken van Hollande en Merkel af als harde pre-campagne-retoriek van politieke leiders die volgend jaar voor belangrijke verkiezingen staan. Maar op een persconferentie in Brussel op 13 oktober deed Donald Tusk, de huidige voorzitter van de Europese Raad van ministers - die allesbehalve verkiezingen voor de boeg heeft - daar nog een schep bovenop. Hij zei onomwonden dat het Britse volk zich had uitgesproken voor een harde brexit en dat het enige alternatief ‘no brexit’ is. Een weg daar tussenin maakt volgens hem geen kans. Boris Johnson's laconieke woordspeling op een softe brexit dat the UK would have the EU cake and eat it too deed Tusk af als een illusie.

Valuta- en obligatiemarkten sturen bij

De valutamarkten reageerden verschrikt op de stevige taal van May. Omdat het VK door een harde brexit minder aantrekkelijk wordt voor buitenlandse investeerders, duwden valutahandelaars de koers van het pond naar 1,11 euro, het laagste peil in 5 jaar. Ten opzichte van de dollar staat de koers (1,215 dollar) zelfs op het laagste peil sinds 1985. Valutastrategen waarschuwen voor een zeer volatiele wisselmarkt met ups en downs die nu al wordt gekenmerkt door de vele short-posities (speculatie op een verdere daling van het pond). Volgens Jon Cunliffe, vice-gouverneur van de Bank of England, blijft de koerstrend van het pond negatief en onderhevig aan het verdere verloop van de brexit-onderhandelingen, die tot in 2019 kunnen aanslepen. Zoveel onzekerheid verlamt investeringen van buitenlandse en Britse bedrijven in het VK, maar ook de handel op financiële markten.

Ook de rente op Britse tienjarige overheidsobligaties stijgt de jongste weken sneller dan voorheen. Sinds halfweg augustus is die rente al van 0,5 naar 1,14% geklommen. Beleggers eisen nu een hogere premie voor Brits overheidspapier met het vooruitzicht van een zakkend pond en snel stijgende inflatie, die volgens de Bank of England tegen 2018 van 0,6% naar 2,4% zal stijgen.

Schijn bedriegt op aandelenmarkt

De koersen van heel wat aandelen van multinationals op de Londense FTSE-100-index (Footsie) varen wel bij een goedkoop pond. De inkomsten in dollars en euro’s van die bedrijven smukken de omzet- en winstcijfers in ponden op en sturen hun aandelen op de Footsie hoger. Maar de Footsie 100-index noteert in pond en toen hij op 11 oktober even een historisch record bereikte, bleek hij in dollars uitgedrukt 6% lager te staan dan begin dit jaar.

Een tweede reden voor de sterke stijging van de FTSE is het grote gewicht van internationale mijn- en oliegroepen in de index voor wie niet de brexit-agenda, maar de globale markt telt. Na een dieptepunt rond de jaarwisseling maakten ze een sterke remonte. Vastgoedontwikkelaars, bouwgroepen, banken, verzekeraars en retailers die wel grotendeels afhankelijk zijn van de vraag op de thuismarkt of aankijken tegen steile kosten van ingevoerde grondstoffen en materialen, krijgen heel wat minder rooskleurige vooruitzichten voorgespiegeld van beursanalisten. Dit verklaart ook waarom de FTSE-100, die vol multinationals steekt, het veel beter doet dan de FTSE 250, waar het aandeel bedrijven dat het van de thuismarkt moet hebben, veel groter is.

Goedkope pond binnen EU: hoera!

Deze zomer leek de Britse economie weinig last te ondervinden van de keuze voor een brexit. Onder meer dankzij de renteverlaging door de Bank of England na de brexit-stemming en het goedkope pond profiteerde de Britse economie zowel van het lage pond als van de voordelen van de Europese eenheidsmarkt. In juli, de maand na het referendum, bedroeg de groei van de dienstensector, goed voor vier vijfde van de Britse economie, 0,4% ten opzichte van juni. De Bank of England trok zijn outlook voor het derde kwartaal op van 0,1% tot 0,2 à 0,3% groei van het Bruto Binnenlands Product.

Het lage pond heeft immers ontegensprekelijk ook voordelen. Het maakt het VK goedkoper en aantrekkelijker. Het lokt toeristen en shoppers naar het VK. Het maakt de goederen en diensten van Britse bedrijven die exporteren goedkoper en maken import uit het VK in Europa voordeliger. Hadden al die onheilsprofeten van het Europeesgezinde kamp het dan verkeerd voor toen ze voorspelden dat de Britse economie met een brexit snel bergaf zou gaan? Nee, zo blijkt uit onderstaand overzicht van wat het VK te wachten staat. The worst is yet to come. En de markten gaven al een voorsmaakje.

Geïmporteerde inflatie raakt gemiddelde Brit

Vorig jaar was er een tekort van 34,7 miljard pond op de Britse handelsbalans. Het Verenigd Koninkrijk importeert per saldo dus nog altijd flink meer dan het exporteert. Door het overwicht van import kost het lagere pond bijgevolg meer dan het oplevert. Daardoor dreigt het VK op wat langere termijn inflatie te importeren. De ingevoerde producten en diensten worden omgerekend in het goedkope pond flink wat duurder en tasten de koopkracht van de gemiddelde Brit aan. Zo worden de ingevoerde olijfolie in supermarkten, maar ook de ingevoerde grondstoffen voor de Britse voedingsindustrie duurder en zullen in de supermarkten worden doorgerekend.

Voedingsgigant Unilever gaf afgelopen week al een voorsmaakje. Hij verhoogde sommige prijzen van producten (Ben &Jerry’s ijs) tot 10%, wat tot een conflict met supermarktketen Tesco leidde, die de verhoging weigerde door te rekenen aan de consument. Ook de benzine aan de pomp wordt duurder, want olie wordt in dollars betaald. Wellicht zit er voor de Bank of England op termijn weinig anders op dan de basisrente hoger te sturen om de inflatie af te remmen. Dat zal zich op zijn beurt vertalen in duurdere hypotheek- en andere leningen. Door in te zetten op exportpromotie wil de regering-May het handelsdeficiet verminderen, maar dat wordt hoogst problematisch als door de brexit een deel van de Europese markt verloren gaat.

De waarschuwende vinger van het bedrijfsleven en de City

Als de vrije toegang tot die Europese eenheidsmarkt voor de Britten inderdaad wordt ingeruild voor invoerheffingen en andere nieuwe obstakels (patentrechten, verschillende normen en standaarden) ziet het er op iets langere termijn – Downing Street verwacht de exit in 2019 – al veel minder rooskleurig uit voor de Britse economie. De helft van de Britse export van goederen is immers voor de Europese markt bestemd.

Omgekeerd zal ook Europa onder de brexit lijden, maar veel minder, want slechts 8% van de Europese export gaat naar het VK. Multinationale bedrijven met productie in het VK die exporteren naar de Europese markt zullen daarom afwegen of ze niet beter verhuizen naar het continent.

De Amerikaanse Chamber of Commerce waarschuwde op 18 oktober dat de Amerikaanse bedrijven, die ongeveer 590 miljard dollar aan investeringen vertegenwoordigen in het VK, hun expansieplannen op Britse bodem aan het bijsturen zijn met potentieel zware gevolgen voor de tewerkstelling. Zelfs een tariefverhoging voor uitvoer naar de Europese markt van 3% is doorslaggevend voor een investeringsbeslissing, aldus de US Chamber of Commerce. Ze waarschuwt de Britse regering ook om niet te raken aan het statuut van de 3 miljoen EU-burgers die in bedrijven in het VK werken en vindt dat er geen beperkingen op immigratie mogen komen die het vrije verkeer van arbeidskrachten belemmert. Ook de ingenieursorganisaties waarschuwen. Ongeveer een kwart van de Britse start-ups werd opgezet door een niet-Brit en 45% van hun personeel komt van het vasteland, zo herinneren ze er May aan.

De Japanse bedrijven uitten al eerder hun ongerustheid. Begin september stuurde Japan een memo naar Theresa May met de waarschuwing dat Japanse bedrijven en banken wel eens naar het Europese vasteland konden uitwijken als de Britse regering de toegang tot de Europese markt moeilijk zou maken. Ze werd eraan herinnerd dat de Japanse bedrijven naar het VK waren gelokt met de wervende slogan dat het VK een ‘gateway to Europe’ was, een markt van 500 miljoen consumenten.

De Londense City koos indertijd opvallend heftig partij tegen een brexit in de aanloop naar het referendum. Financiële instellingen uit de Londense City zijn nu bang dat ze na een vertrek van het VK uit de EU hun Europese paspoortrechten verliezen, nodig om in heel Europa hun financiële diensten te kunnen blijven aanbieden. De Russische staatsbank VTB heeft alvast besloten om zijn Europese hoofdkwartier te verhuizen naar het vasteland. Nu al lobbyen Dublin, Madrid, Parijs, Amsterdam en vooral Frankfurt om een deel van de Londense financiële hub binnen te halen.

De dreiging wordt concreter. Op 23 oktober meldde Anthony Browne, CEO van de British Bankers’ Association dat Britse banken, die momenteel 1100 miljard pond kredieten hebben uitstaan op het continent, plannen maken om eind dit jaar (kleine banken) en begin 2017 (grote banken) afdelingen naar Europa te verhuizen om hun gigantische business te beschermen. Browne herinnerde eraan dat banken veruit de grootste dienstenexporteur van het VK zijn.

Maar binnen de City menen nogal wat bankiers dat alleen New York een echte bedreiging vormt, want alleen daar is dezelfde expertise voor een financieel wereldcentrum als de Londense City al aanwezig. De Londense City is goed voor 10% van het Britse BBP.

Uit een nieuw rapport van het ministerie van Financiën, dat de krant The Times kon inkijken, blijkt dat het opheffen van de vrije toegang tot de Europese eenheidsmarkt en het terugvallen op de regels van de Wereldhandelsorganisatie het bbp van het Verenigd Koninkrijk na 15 jaar met 5,4 tot 9,5% zou doen krimpen. In de staatsfinanciën zou dat een put van 38 tot 66 miljard pond nalaten. De cijfers zijn berekend onder de vorige minister van Financien George Osborne, die als tegenstander van een brexit steeds heeft gewaarschuwd voor de draconische gevolgen ervan. Maar zijn opvolger Philip Hammond, die tot het Remain-kamp behoorde, blijft dezelfde cijfers hanteren.

Verzekeraar Euler Hermes, een grote kredietverzekeraar, berekende dat bij een wanordelijke brexit in 2019 – een worst case scenario zonder nieuwe handelsakkoorden – ongeveer een derde meer Britse bedrijven zullen failliet gaan dan dit jaar het geval is en het bbp met 1,2% zal zakken. De chemische industrie, de machine-industrie en de auto-industrie zouden het hardst getroffen worden.

Dure boedelscheiding

Bovendien mag het VK zich aan een dure boedelscheiding verwachten, zo becijferde The Financial Times. Het VK-aandeel van 12% in 337 miljard euro aan uitstaande financiële verplichtingen, bestaande uit onbetaalde bijdragen voor de Europese begroting, contractuele engagementen voor Europese fondsen en pensioenbijdragen, komt neer op zo’n 40 miljard euro. Na aftrek van het Britse deel van de EU-assets en de EU-uitgaven in het VK zou de brexit-rekening voor het VK kunnen worden teruggebracht tot 20 miljard euro, al zal dat uiteraard afhangen van het bereikte politieke akkoord. Brexit slaat immers ook een gat in de Europese begroting dat moet worden opgevuld door de lidstaten die netto bijdragen zoals Duitsland, Frankrijk, Nederland, België enz. of door eventuele steunprogramma’s voor Oosteuropese landen af te voeren. François Hollande herinnerde eraan dat Thatcher indertijd in Europa wou blijven, maar in ruil een cheque wou (een korting op de Britse EU-bijdrage). ‘Nu wil het VK vertrekken en niets betalen’, zei hij. ‘Dat is niet mogelijk’.

Vele binnenlandse fronten tegen brexit

Intussen krijgt Theresa May ook flink wat tegenwind van de Europeesgezinde vleugel in haar partij, die ze suste met de belofte een parlementair debat over de brexit-strategie te houden. May heeft wel van het brexit-debat gebruik gemaakt om de Tories te herpositioneren in het Britse politieke landschap. Met de keuze voor een harde brexit mikt ze ook op de kiezers van de anti-immigratiepartij Ukip (UK Independance Party), die er wat verweesd bijloopt na het ontslag van voorzitter en boegbeeld Nigel Farage en de 38% Labour-kiezers die voor brexit hebben gestemd. Het harde besparingsbeleid van Cameron en Osborne verwees ze naar de prullenmand en ze hield een pleidooi voor een socialere Britse samenleving en lonkte zo openlijk naar die Labour-kiezers. Uit de meest recente opiniepeilingen blijkt dat die strategie werkt. De Tories lopen uit op Labour en de Ukip-aanhang slinkt door de aanhoudende interne twisten aan de partijtop.

Labour likt momenteel zijn wonden na een mislukte opstand van een hele rist kopstukken die voorzitter Jeremy Corbyn verweten te weinig te hebben gedaan om de brexit te vermijden. Open Britain, een groep van 53 Labour-parlementsleden, eist nu een nauwgezette kosten-batenanalyse van de harde brexit-optie die May kiest. Labour eist overigens dat over een blauwdruk van de te voeren strategie wordt gestemd. Het referendum sprak zich uit voor een brexit, maar gaf de regering geen mandaat om voor een harde brexit te gaan, luidt de redenering. May sloeg die eis af. Het zou schadelijk zijn voor de Britse onderhandelingspositie om openlijk de Britse strategie prijs te geven, legde ze uit.

Ook Nicola Sturgeon, de leidster van de Schotse nationalisten, roerde zich. De Schotten spraken zich in het juni-referendum uit voor verder lidmaatschap van de EU. Sturgeon wil in de EU blijven en vindt nu dat brexit een nieuw referendum over de Schotse onafhankelijkheid rechtvaardigt. Deze week dient ze daarvoor een wetsontwerp in, maar dat moet wel eerst door het Britse parlement in Londen worden goedgekeurd.

Tegenstanders van de brexit zijn nu ook een juridisch strijd begonnen in het Royal Court of Justice in Londen. Ze vinden dat de beslissing om het artikel 50 uit het Verdrag van Lissabon in te roepen om de vertrekprocedure uit de EU in gang te zetten, niet aan de regering, maar aan het parlement toekomt. Brexiteers beweren dat precies dat parlement zich indertijd al heeft uitgesproken door voor een referendum te kiezen en beroepen zich op een royal prerogative van de regering die buitenlands beleid overdraagt aan de ministers. De uitspraak wordt begin november verwacht en beide partijen kunnen beroep aantekenen.

Kater dreigt

Volgens Martin Wolf, de gezaghebbende economische commentator van de zakenkrant The Financial Times, moet het Leave-kamp vooral ophouden met de mythe uit te dragen dat het VK een economisch succes is en dat een overgereguleerd Europa daar een rem op is. Hij citeert enkele cijfers uit een rapport van het Centre for European Reform. Zo bekleedt het Britse BBP per capita in 2015 onder de 15 lidstaten die voor 2000 al lid waren slechts de 9de plaats in 2015. Onder de 5 grootste landen groeide de koopkracht tussen 2000 en 2015 sneller in Duitsland, Spanje en Frankrijk dan in het VK. Alleen Italië doet minder goed en na Portugal heeft het VK ook nog eens de grootste inkomensongelijkheid van de EU, uitgedrukt in het Gini-coëfficiënt. Zo zien de weinig flaterende stats eruit na de harde besparingspolitiek van de vorige kabinetten onder leiding van May’s voorganger, David Cameron, overigens de bedenker van het brexit-referendum en – daar zijn de meeste politieke commentatoren het over eens – de auteur van één van de grootste blunders in de naoorlogse Britse politieke geschiedenis.

Het nieuwe mantra van een post-brexit VK lijkt voor deze regering een ‘global Britain’ te zijn. Maar met de helft van zijn goederenexport die voor de Europese markt bestemd is, is een nieuw handelsverdrag met de Europese Unie, die in een betere onderhandelingspositie zit, absolute prioriteit. Die afhankelijkheid van de Europese en andere handelspartners en de reactie van de valuta- en andere markten zal de brexiters laten ondervinden dat het soevereiniteitsprincipe (dat het VK zelf zal beslissen over zijn toekomst) een lege doos is, aldus Wolf. Voor die groep Britten die argeloos voor de brexit stemden omdat ze geloofden in de onhoudbare beloftes en halve waarheden van het Leave-kamp, wordt dit wellicht een tweede kater op rij. Een eerste kwam er al enkele dagen na het referendum, toen bleek dat geen enkel kopstuk van de Leave Campagne nog achter de belofte stond dat de wekelijkse kost van het Britse lidmaatschap (zo’n 267 miljoen pond) naar de National Health Service zou gaan. Ongetwijfeld is het hen intussen ook al gaan dagen dat het lidmaatschap van Turkije verder af is dan ooit en dat bijgevolg de waarschuwing van datzelfde Leave-kamp dat daardoor een golf van miljoenen Turkse migranten het VK zou overspoelen, kant noch wal raakt.

De Europese Unie wil niet onderhandelen zolang het VK geen officieel verzoek tot uittreden in een brief heeft overgemaakt, liet Merkel op de Brusselse top van Europese ministers op 20 en 21 oktober verstaan. Frankrijk geeft de indruk het hard te willen spelen, Duitsland wil vooral de eenheid binnen de de EU bewaken. Oost- en Centraal-Europese lidstaten zullen wellicht het principe van het vrij verkeer van personen verdedigen, gezien het grote aantal landgenoten dat in andere Europese landen zijn inkomen al verwerft. Het VK heeft na de activering van artikel 50 van het Verdrag van Lissabon welgeteld 2 jaar om een akkoord rond te krijgen. Is dat er niet, dan vervallen alle bestaande overeenkomsten met de EU. Zijn er geen nieuwe handelsverdragen of overeenkomsten die deze vervangen, dan dreigt de chaos in het VK. Daarom ligt veruit de grootste druk op de Britse onderhandelaars. Intussen kijken de valuta- en obligatiehandelaars over de schouder mee.

 

LEES OOK