De eer van een ambtenaar

 Leestijd: 4 minuten0

Joeri Dillen, ex-kabinetschef van Bart De Wever en voormalig stedenbouwkundig ambtenaar van de stad Antwerpen, dagvaardt drie journalisten van Apache en eist een schadevergoeding van 100.000 euro. Bouwpromotor Land Invest Group dagvaardt dezelfde journalisten plus hoofdredacteur Karl van den Broeck en eist 250.000 euro schadevergoeding.

Joeri Dillen houdt voor dat hij carrièrekansen miste door de berichtgeving van Apache rond de zaak Optima en Land Invest. Zijn verontwaardiging is begrijpelijk, want een ambtenaar heeft een eer. Die is verbonden met de opdracht die hij heeft, namelijk werken in dienst van de burger en het algemeen belang. Een gemeentelijk stedenbouwkundig ambtenaar heeft een specifieke opdracht en verantwoordelijkheid volgens de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten: “De GSA begeleidt de opmaak van de diverse plannen (structuurplan, ruimtelijke uitvoeringsplannen) en bereidt de beoordeling door het College voor van de aanvragen voor een stedenbouwkundige en verkavelingsvergunning. Dat maakt de stedenbouwkundige ambtenaar tot dé spilfiguur op het vlak van ruimtelijke ordening.”

Belangenvermenging

De Vlaamse regelgever was zich bewust van de uiterst belangrijke positie van de stedenbouwkundig ambtenaar als spilfiguur in een politiek en financieel gevoelige materie: “Er is geen expliciete wettelijke onverenigbaarheid (verbodsbepaling), en dus geldt de regel dat alles wat niet verboden is, toegelaten is (cf. grondwettelijk recht op arbeid). Maar voor het vertrouwen van het publiek in de lokale dienstverlening kan het lastig worden wanneer de stedenbouwkundige ambtenaar meerdere rollen opneemt. De schijn van belangenvermenging vermijden kan enkel maar met volledige transparantie. Het is daarom belangrijk om vooraf (schriftelijk) afspraken te maken of en in welke mate dit kan (niet in werktijd, geen dossiers uit eigen gemeente, geen behandeling indien de aanvraag wordt begeleid door een architect die ook familielid is… ). Maar zelfs dan blijven belangenconflicten altijd mogelijk: er worden dus best ook afspraken gemaakt over wat te doen bij belangenconflicten. Of er sprake is van belangenvermenging, vraagt een concrete beoordeling: de context speelt een belangrijke rol.”

Omdat er geen absoluut verbod op cumulatie opgelegd wordt, stelde de Vlaamse regelgever wel een aantal voorwaarden: “Onder een aantal voorwaarden is de cumulatie juridisch en deontologisch mogelijk. Het uitgangspunt is dat de stedenbouwkundige ambtenaar volledige transparantie geeft over zijn (geplande) activiteiten. Hij moet zelf zorgen dat hij deontologisch niet in de fout gaat. De transparantie moet van die aard zijn dat de gemeente kan oordelen of er sprake is van belangenvermenging. De stedenbouwkundige ambtenaar neemt enkel dossiers aan over projecten buiten het grondgebied van de gemeente. De opdrachtgever mag niet in de gemeente wonen. De stedenbouwkundig ambtenaar maakt geen ontwerpen van gebouwen. Hij voert geen stedenbouwkundig onderzoek. Wel mogelijk is het opvolgen van de werf in nauw overleg met de aannemer en in naam van de bouwheer die niet op de werfvergadering kan aanwezig zijn of te weinig technische kennis heeft van bouwen. De medewerker presenteert zich in zijn bijberoep niet als medewerker van de gemeente. Hij maakt ook duidelijk aan zijn opdrachtgevers in zijn bijberoep dat ze hem niet als personeelslid van de gemeente mogen voorstellen. Als de medewerker een dossier moet behandelen waar een opdrachtgever van hem bij betrokken is, meldt hij dat aan zijn bestuur (leidinggevende of secretaris). Dan kan het bestuur, na overleg met de betrokkene, oordelen of het aangewezen is om hem te vervangen. De stedenbouwkundige ambtenaar vermijdt contacten met de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar.”

Antwerpse gedragscode

Ook de gedragscode voor het Antwerpse personeel onderkent de gevaren van belangenvermenging: “Bij veel diensten en bedrijven gaan grote belangen om; fraude daarmee, en omkoopbaarheid van degenen die erover kunnen beslissen, zouden grote schade aan de stad Antwerpen toebrengen – aan haar financiële belang, aan haar imago en aan de democratie. Als ambtenaren bestrijden we fraude en corruptie dan ook met alle mogelijke middelen. We zijn alert als er mogelijkheden voor fraude en corruptie ontstaan en we geven vermoedens of constateringen van fraude en corruptie onmiddellijk door aan de stadssecretaris of aan het Bureau voor Integriteit. Als we voorkennis hebben van besluiten die de waarde van roerende of onroerende goederen kunnen beïnvloeden, houden we die strikt geheim.”

Zijsprongen

Met wat moet een onderzoeksjournalist, die artikelen schrijft over de mogelijke belangenvermenging rond vastgoeddossiers, rekening houden? Moet hij een stedelijke ambtenaar daarin bekijken als een gewone burger of moet hij uitgaan van de specifieke bevoegdheden van de ambtenaar, met zijn deontologie en de voorwaarden die daarbij gelden?

Apache bekeek de rol van stedenbouwkundig ambtenaar Joeri Dillen vanuit zijn functie als spilfiguur op het vlak van ruimtelijke ordening van de stad Antwerpen. Daarbij werd vastgesteld dat Dillen als statutair ambtenaar gebruik maakte van de mogelijkheid om onbetaald verlof te nemen om operationele verantwoordelijkheden te nemen in meerdere vastgoedprojecten in dezelfde stad en hij ook overstapte naar het kabinet van politieke mandatarissen van de stad.

Op zich zijn deze sprongen niet verboden. Maar er kunnen wel ernstige vragen gesteld worden over de verenigbaarheid tussen de opdrachten en bevoegdheden, het mogelijk gebruik van kennis en voorkennis. Uit de chronologie van de loopbaan van Dillen blijkt dat hij in dezelfde stad en in dezelfde dossiers meermaals van pet wisselde. Zo werkte hij eerst als stedenbouwkundig ambtenaar, daarna als operationeel directeur van vastgoedprojecten en stelde hij tussendoor zijn kennis en ervaring ter beschikking als kabinetschef van Bart De Wever.

Bovendien zijn er ook aanwijzingen dat Dillen nauwe banden had met bouwpromotoren die bij de projecten betrokken waren. Of daarbij ook wat onbehoorlijks gebeurde is niet de eerste vraag en dat wordt in de artikelen van Apache ook niet beweerd. Als je leest wat de Vlaamse regelgever en de stad Antwerpen in deze materie hebben voorgehouden om onbehoorlijke handelingen te voorkomen, op welke gevaren werd gewezen, welke voorwaarden werden gesteld en welke gedragsregels werden opgelegd, mogen terecht opmerkingen worden gemaakt over wat Dillen er in de praktijk van maakte.

De eer van een ambtenaar

In de dagvaarding stelt Joeri Dillen de vraag “Wie kan nog vertrouwen hebben in een man die, bij veelvuldige herhaling, op dergelijke manier wordt voorgesteld?” Deze vraag krijgt een andere betekenis: “Wie kan nog vertrouwen hebben in een man die, bij veelvuldige herhaling, op dergelijke manier heeft gehandeld?”

Niemand verplichtte Dillen om in zijn loopbaan als stedebouwkundig ambtenaar dergelijke zijsprongen te maken, daarbij in dezelfde stad in dezelfde dossiers verschillende petjes op te zetten en in zijn privéleven nauwe relaties te onderhouden met betrokken partijen.

Dat Apache in het onderzoek naar Optima oog kreeg voor Land Invest komt niet alleen door de inhoud van beide dossiers, maar door dezelfde verwevenheid van private en publieke actoren.

Uit dit alles staat één ding vast: als Joeri Dillen de regelgeving en de voorwaarden die erin werden opgenomen nauwkeurig had gerespecteerd, was zijn eer als ambtenaar nooit in het gedrang gekomen.

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Walter De Smedt

Walter De Smedt is gewezen raadslid van Comité I en Comité P.