Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Met overwinning van Corbyn kan Thatcher eindelijk begraven worden

jeremy
Jeremy Corbyn (Foto: Flickr CC)

Wie had ooit durven denken dat in het VK, het land van Maggie – aka the milksnatcher –  Labour een dergelijke bocht naar links zou nemen? Thatcher was er niet alleen in geslaagd de Britse arbeidersbeweging een historische nederlaag toe te dienen, maar bovendien Labour te veranderen. Ze ging er prat op dat dankzij haar neoliberale recepten Labour het ‘collectivisme’ had afgezworen.

jeremy
Jeremy Corbyn (Foto: Flickr CC)

Reeds vorig jaar werd Jeremy Corbyn, na een bewogen campagne, met 59% tot voorzitter verkozen. Daarna, ondanks remmingen en interne sabotage, en vooral ondanks een guerrilla tegen hem in de media, slaagde hij erin in de Tories voorbij te steken in de opiniepeilingen (maart 2016). Toen kwam de brexit-affaire.

Twee dagen na de brexit-uitslag werd een échte coup tegen hem ingezet. Driekwart van het schaduwkabinet nam ontslag, niet allemaal tegelijk maar één voor één, om het uur, zodat het effect in de media maximaal zou zijn. Maar Corbyn hield stand. De week erna startte de opstand van de Parliamentary Labour Party (PLP), een soort partij binnen de partij. Om en bij de 172 parlementairen verklaarden dat ze zich van hun partijleider wilden ontdoen. Maar 40 parlementairen hielden stand. De opstand kwam van de rechtervleugel van de partij, zeg maar de blairisten, lid van Progress. Zij verweten Corbyn slecht leiderschap. Hij zou verantwoordelijk zijn voor de brexit omdat hij er schoorvoetend campagne tegen gevoerd zou hebben.

corbyn1

Corbyn had inderdaad geweigerd campagne te voeren zij aan zij met premier David Cameron. Maar volgens velen was dit net de juiste keuze, want hoe kan je anders nog oppositie voeren? Was zijn oproep om tegen de brexit te stemmen schoorvoetend? Helemaal niet, al voegde hij er onmiddellijk aan toe dat Europa moest veranderen, dat sociale harmonisatie een centrale opdracht moest worden naast een grondige democratisering van de instellingen. Onderzoek   toonde aan dat het Labour-electoraat het minst voor de brexit had gestemd (zie figuur). Volgens onderzoek zou 37% van het Labour-electoraat voor brexit gestemd hebben tegenover 58% bij de Tories. Het gespin tegen Corbyn steunde bovendien niet op een reële krachtsverhouding binnen de gelederen.

De mislukte putsch tegen Corbyn

Intussen was uitgelekt dat de coup door een communicatiebureau was georkestreerd. De basis die Corbyn had verkozen, manifesteerde massaal haar steun via sociale media. Momentum, een beweging van Corbyn-aanhangers, mobiliseerde duizenden sympathisanten voor Westminster. Ook de syndicale beweging met in de spits de grootste vakbond, bleef Jeremy Corbyn steunen op BBC.

Gezien Corbyn weigerde zijn mandaat af te geven, werd een nieuwe tactiek uitgeprobeerd. De parlementaire fractie riep op tot nieuwe voorzittersverkiezingen, want Corbyn zou Labour ‘onverkoopbaar’ maken. Angela Eagle stond op als kandidate. Onmiddellijk rees de vraag of Corbyn zelf opnieuw kandidaat kon of mocht zijn. Met een 40-tal parlementairen achter zich had hij alleszins onvoldoende steun om automatisch kandidaat te zijn. Maar anderzijds was zijn mandaat ook niet afgelopen en moest hij als zetelende voorzitter zich toch ook kunnen verdedigen. Op een gesloten vergadering van het Nationaal Executive Comittee werd zijn eventuele kandidatuur besproken.

Intussen werd in de media constant mist gespoten over zijn imago en zijn ‘onvermogen om leiding te geven’. Voor velen was duidelijk geworden dat er een complot gaande was. Indien Corbyn via een administratieve beslissing van de ballotpapers werd gehouden zou de verantwoordelijkheid voor een scheuring terechtkomen bij de coupplegers. Not done, waardoor ze voor een politiek gevecht kozen, in de hoop dat te winnen met de steun van de media en met Angela Eagle als kandidate. Met een meerderheid van 2/3de werd zijn naam uiteindelijk op de ballotpapers gezet.

De kandidatuur van Angela Eagle ging echter totaal de mist in. Ten eerste viel haar kandidatuurstelling samen met de benoeming van Teresa May als nieuwe premier van de Tory regering. Angela Eagle kreeg bijna geen media-aandacht waarna ze door haar eigen afdeling in de minderheid werd gezet. De leden aanvaardden het niet dat de zetelende voorzitter werd aangevallen door hun parlementslid en stemden een motie die luidde dat ze bij de volgende verkiezingen een andere kandidate wensten. Daarop werd diezelfde afdeling ontbonden door het nationaal secretariaat wegens ‘baldadig gedrag jegens hun verkozene’. De interne strijd begon steeds meer op een burgeroorlog te lijken…

Gelukkig kozen Jeremy Corbyn en John McDonnell, zijn schaduwminister voor Economie en Financiën, voor een politieke campagne rond de eisen die zij als Labour willen verdedigen ‘moest Labour aan de macht komen’. Hiermee wilden ze in de verf zetten dat een duidelijke socialistische positionering het beste is voor de bevolking en het VK. Ze voerden campagne voor regionale investeringsbanken en een investeringspakket van 500 miljard pond. Hiermee willen ze het land uit het slop halen en verzekeren dat geen enkele regio, gemeenschap of individu in de steek gelaten wordt. Ze bepleitten de nationalisering van de spoorwegen en de energiesector. De positie van de vrouw in de samenleving kreeg bijzondere aandacht: de overheid moest een actieve rol spelen in het bestrijden van geweld tegen vrouwen, seksisme en discriminatie, het aanbieden van degelijke kinderopvang, het bestrijden van de armoedeval.

Natuurlijk maakten ze en passant duidelijk dat de 172 rebellerende parlementsleden zich onthielden of zelfs voor de besparingsmaatregelen van David Cameron hadden gestemd. Dat al die lieden voorstander waren geweest van de oorlogsinterventie in Irak en bloed aan de handen hadden. Deze feiten waren gekend omdat, na jaren graafwerk, het Childcot-rapport eindelijk klaar was. Dit rapport maakte spaanhout van de argumenten die Tony Blair destijds had gebruikt om het VK te laten deelnemen aan de Tweede Golfoorlog van 2003. Het rapport wees Tony Blair rechtstreeks aan als schuldig  voor misdaden tegen de menselijkheid.

Al snel bleek Angela Eagle politiek te licht uit te vallen. Daarom werd een nieuwe kandidaat opgetrommeld, Owen Smith. Ook hij distantieerde zich van de ‘derde weg’, vertolkte een links verhaal, nauwelijks verschillend van Jeremy Corbyn, maar trachtte deze laatste de loef af te steken  inzake geloofwaardigheid. Pech voor hem, want de credentials van Owen waren niet echt navenant. Zo verdiende hij bakken geld als lobbyist voor de farmaceutische industrie en had hij zich tijdens zijn parlementaire loopbaan nooit echt links geprofileerd. Bovendien beschikte hij over geen interne basis. Terwijl Jeremy elke dag meetings hield voor 1.000 of 3.000 aanwezigen, had Owen er moeite mee om 100 aanwezigen op een picknick te verzamelen. Pijnlijk en al bij al bleek zijn resultaat van 38% niet slecht.

Corbynistas

Het VK is een sociaal kerkhof. Jongeren eindigen hun hogere studies met een schuld van gemiddeld 44.000 pond, omdat ze zonder leningen het jaarlijkse inschrijvingsgeld van 10.000 pond of meer nooit kunnen betalen. Sociale huisvesting werd afgebouwd sinds de jaren ’80. In de meeste steden kan niemand nog een huis kopen zonder een erfenis. Tewerkstelling is steeds meer ‘casual’, precair en slecht betaald. Met uitzondering van enkele grote ondernemingen of de openbare sector is syndicale bescherming onbestaand. Sinds 2008 heeft het VK een daling gekend van het inkomen per capita van 10%. Uitgezonderd Griekenland de grootste sociale achteruitgang in heel Europa. Het VK heeft de hoogste Gini-coëfficiënt van heel de EU, wat betekent dat de sociale ongelijkheid – zeg maar de sociale kloof – er het diepst is.

Bovenop deze erbarmelijke situatie heeft David Cameron een draconisch besparingsbeleid uitgevoerd. Steden en gemeenten zijn op grote schaal tot afvloeiingen overgegaan, met een netto banenverlies van om en bij de 300.000. De gezondheidszorg en onderwijs werden op droog zaad gezet terwijl het openbaar vervoer, dat onder Thatcher geprivatiseerd werd, in dramatische staat verkeert, wat geenszins constante prijsstijgingen heeft verhinderd.

Het is deze toestand die aan de basis ligt van een ideologische radicalisering onder de jeugd. In brede lagen identificeert men zich in toenemende mate met Jeremy Corbyn, gewoon omdat hij als principiële socialist het neoliberalisme frontaal aanvalt als onrechtvaardig, oneerlijk en vanuit economisch oogpunt totaal dysfunctioneel. De economie draait amper en enkel voor een piepkleine minderheid. De weelde van The City – de beurswijk in London – en de arrogantie van het grote geld zetten kwaad bloed. Eindelijk is er een socialist die wantoestanden durft aanklagen zeggen velen…

Naar analogie met de situatie in Spanje en de populariteit van Podemos onder de precaire jeugd spreekt men in het VK over een generatie corbynistas. Zijn leiderschap zorgde voor een nooit geziene golf van nieuwe leden. Vandaag zijn het er meer dan 600.000 en hierdoor is Labour de grootste politieke partij in Europa geworden.

Welke meningsverschillen?

62% stemde voor een duidelijke koerswijziging. Natuurlijk is de influx van nagenoeg 250.000 nieuwe leden bepalend geweest. Deze influx is er gekomen tijdens de interne verkiezingscampagne van vorig jaar. Velen van deze nieuwkomers zijn vroegere leden, die met Corbyn terug hoop en perspectief zien. Maar een belangrijke minderheid zijn gewoon millenium kids van amper 20 of 25 jaar. Jeremy Corbyn heeft ditmaal een zeer ruime meerderheid achter zich en dit zowel bij de supporters en sympathisanten als bij de leden.

De voorstanders van Owen Smith menen dat een centrumlinkse koers noodzakelijk is om opnieuw de macht te veroveren. Volgens hen verdeelt Corbyn Labour en met hem zouden de Tories niet te verslaan zijn. Merkwaardige argumenten vanwege iemand zoals Ed Miliband die er niet slaagde Cameron te verslaan na vier jaar oppositie… Maar dit verhinderde hen niet sinds vorig jaar elke dag kiezeltjes in Jeremy’s schoenen te steken, gepaard met aanhoudende  aanvallen op de persoon van Corbyn zelf. Die werd herhaaldelijk afgeschilderd als antisemiet, anti-Europees en lunatic left, op de koop toe  een uitdrukking die Thatcher uitgevonden had.

Het beste bewijs dat Corbyn wél op brede steun kan genieten, werd in maart en april 2016 geleverd door opiniepeilingen die Corbyn’s Labour voor het eerst, amper 10 maanden na de vorige General Elections, een voorsprong gaf op David Cameron. Deze situatie hield aan tot kort na de brexit, toen het intern gekrakeel ook haar tol begon te eisen.

Net daarom getuigt het van een grote onverantwoordelijkheid een coup in te zetten tegen een recent verkozen partijleider. Net op het moment dat de Tories hopeloos verdeeld waren tussen een pro- en anti-brexit vleugel, had Labour kunnen toeslaan door vervroegde verkiezingen te eisen. In wezen heeft de interne twist niets te maken met het al dan niet verhandelbare product. Het heeft te maken met een politieke positionering die zich autonoom opstelt ten aanzien van de economische elite. Anders gezegd: de tegenstanders van Corbyn willen geen programma en geen partij die breekt met de belangen van The City en Big Business.

Voor deze laatsten zou Corbyn een nachtmerrie zijn. Niet alleen zou het spoor opnieuw genationaliseerd worden – een populaire maatregel, ook bij de achterban van de Conversatives – maar ook zouden multinationals belast worden en besparingen vervangen worden door een sociaaleconomisch investeringsbeleid. Dergelijke koers botst frontaal met de belangen van de elite. Daarom heeft de media het zo op hem gemunt: het establishment wil haar privileges niet zomaar afstaan. En bijgevolg wordt Corbyn geportretteerd als wereldvreemd. Dit is voor heel wat parlementairen die op een pluchen zetel willen blijven zitten natuurlijk angstaanjagend.

Het argument als zou Corbyn onverkiesbaar zijn wegens ‘te links’, net als Labour dat in 1983 heette te zijn, is gebaseerd op een averechtse interpretatie van de feiten. Thatcher won in 1983 dankzij het opgezweepte nationalisme dat de Falklands-oorlog teweeg bracht. En omdat de Labour-rechterzijde afsplitste in 1981 en een Social Democratic Part oprichtte die Labour in een aantal constituencies 3 à 5% afnam. Hierdoor konden de Tories 60 zetels veroveren ondanks een verlies van nagenoeg 1 miljoen kiezers ten aanzien van 1979.

Een vergrendelde Labour conferentie

De resultaten van de voorzittersverkiezingen werden bekendgemaakt tijdens het jaarlijkse partijcongres dat ditmaal in Liverpool doorging. Sommigen vreesden het ergste. Zo werden er duizenden leden in de weken voor de stemming afliep suspended. Zelfs een vakbondsleider zoals Matt Wrack, voorzitter van de brandweervakbond moest het ontgelden en mocht geen stem uitbrengen. De nieuwe lichting van 130.000 supporters die 25 pond betaalden werden ook verhinderd hun stem uit te brengen. Nochtans het statuut van supporter net in het leven geroepen omdat de vakbonden als dusdanig niet meer meestemmen, daar waar vroeger collectief stemrecht gold voor alle aangesloten vakbonden.

Ondanks de mediahetze tegen hem, ondanks alle administratieve sabotage, triomfeerde Jeremy Corbyn met 61,8%. Toch waren de congresgangers in grote mate geselecteerd door het partijsecretariaat en haar lokale vertakkingen. Hierdoor waren de aanhangers van Corbyn amper in de meerderheid. Niet écht het moment om van de overwinning gebruik te maken en de partij onmiddellijk op een ander spoor te zetten via duidelijke resoluties. De Trident-kwestie was een testcase. Moet het VK een nieuwe generatie atoomduikboten financieren en een nucleaire grootmacht blijven of niet? Kortom, blijft het VK een sleutelbondgenoot van het VS-imperialisme of niet? Corbyn was bereid deze kwestie voor te leggen, omdat een eventuele nipte nederlaag hierrond zijn algemene koers niet onmiddellijk in gevaar zou brengen. Bovendien is het dure Trident-programma helemaal niet populair onder de bevolking.

De rechtervleugel en het centrum van de partij, die nochtans allebei voorstanders zijn van Trident, verkozen de kwestie van de agenda te houden en eerst de leden te raadplegen alvorens te stemmen op een congres. Ze hadden er baat bij garen te spinnen uit een ander, veel giftiger thema. Enkele parlementsleden uit Noord-Engeland stelden dat de brexit-onderhandelingen de gelegenheid vormden om migratie te beperken, wat nodig was ‘want anders zal het geweld toenemen en gaan er rassenrellen uitbreken’. Het is natuurlijk wel paradoxaal vast te stellen dat net diegenen die de blanke arbeidersklasse hebben geofferd op het altaar van de competitiviteit met lage lonen als gevolg, dezelfden zijn als zij die pretenderen het op te nemen voor de inheemse, blanke arbeiders.

Om UKIP te bekampen en racisme te bestrijden, zouden de grenzen dus potdicht moeten worden afgesloten…  Tja, we kennen dat soort ‘flinkse’ redeneringen hier ook. Naar goede gewoonte week Corbyn geen millimeter van wat een principieel socialistisch standpunt hoort te zijn… Hij maakte duidelijk dat voor hem Labour niet mag meehuilen met de wolven en de verdeeldheid op basis van afkomst of ras nooit mag toelaten. Niet de migranten, maar het besparingsbeleid van Cameron is verantwoordelijk voor de huisvestingscrisis, voor de slecht draaiende openbare diensten of de overbelaste nationale borgdienst NHS.

Migratie brengt de Britse economie meer op dan ze individueel kost. Natuurlijk moet de overheid ervoor zorgen dat sociale dumping op vlak van lonen wordt vermeden. Regularisering, reguliere arbeid en syndicale actie gaan net daarom hand in hand. Ook moet Labour extra middelen vrijmaken voor de opvang van arbeidsmigratie uit Oost-Europa en het onthaal van vluchtelingen.

Verschillende figuren van Labour zoals Gordon Brown en John Prescott, respectievelijk voormalig premier en vice-premier, riepen op om de interne strijd te beëindigen en de rangen te sluiten. Lenn Mc Clusky, voorzitter van de grootste vakbond, stelde dat de massale toename van leden Labour in staat moet stellen, van onderuit, straat per straat, gemeente per gemeente, de harten en de geesten te veroveren opdat de neoliberale nachtmerrie eindelijk zou stopgezet worden.

Met Corbyn heeft Labour een strijdbare voorzitter die de Tories het vuur aan de schenen kan leggen en geloofwaardig is voor de talrijke bevolkingsgroepen die het de laatste twintig jaar  steeds moeilijker hebben gehad. Het enthousiasme van de jeugd voor Corbyn is een troef en het bewijs dat onkreukbaarheid en sterke principes worden geapprecieerd.

Lessen voor Europa en België

In The Financial Times schreef Wolfgang Munchau dat het neoliberale tijdperk zijn limieten heeft bereikt. Misschien kon men in de jaren 1989 en 1990 enkel verkiezingen winnen vanuit een centrumlinkse positie, vandaag is dit niet meer waar. De methode van ‘triangulering’ – het gras van onder tegenstanders wegmaaien door gelijkaardige standpunten in te nemen – werkt niet meer en bijgevolg is de Schröder-Blair-Clinton-politiek voorbijgestreefd. Overal waar sociaaldemocratische partijen systeemconform blijven handelen en de besparingslogica steunen, gaan ze erop achteruit of worden ze zelfs van de kaart geveegd zoals in Griekenland, Oostenrijk en naar alle waarschijnlijkheid ook in Frankrijk.

De vraag of het wél mogelijk is verkiezingen te winnen vanuit een helder en consequent links verhaal mag gerust gesteld worden. De resultaten van nieuwe linkse formaties als Syriza of Podemos bewijzen dat het alleszins mogelijk is hoge scores te behalen van meer dan 20%. Natuurlijk grijpt men soms naast een meerderheid, maar dan zijn er nog coalities mogelijk. En met dat voor ogen doet men er goed aan klare wijn te schenken over de hete hangijzers van het ogenblik: de kosten van de crisis afwentelen op de gewone mensen of het geld halen waar het zit? Besparen of investeren? Sociale bescherming consolideren of afbreken? Een andere verpakking of een andere politiek?

Vandaag is de Spaanse PSOE diep en openlijk verdeeld over welke kant de partij moet uitgaan.  Secretaris-generaal Pedro Sanchez werd door een interne putsch in zijn federaal comité aan de kant geschoven omdat met hem het risico op een coalitie waarin ook Podemos zou zitten niet helemaal van de baan was. De partijbaronnen verkiezen gedoogsteun aan een rechts kabinet van Mariano Rajoy of – zoals ex-premier Felipe González – zelfs een ‘grote coalitie’ van PP en PSOE.

In Duitsland had de SPD een meerderheid kunnen vormen met de groenen en Die Linke. Op Europees vlak werken de sociaaldemocratische en de christendemocratische families nauw samen en uiteindelijk vertaalt deze alliantie aan de top zich ook in de lidstaten door allianties met de rechterzijde. De centrumlinkse koers varen is nodig om coalitiepartner te kunnen blijven voor die rechtse partijen die niets anders doen dan de belangen van het establishment te dienen. De sociaaldemocratische familie heeft zich in de naoorlogse periode in de macht weten te nestelen en heeft onder druk van de sociale strijd toegevingen afgedwongen. Vandaag wil het kapitalisme  verworvenheden zoals brede sociale bescherming overboord gooien en moeten multinationals of financiële spelers gewoon hun zin kunnen doen. Voor het 21ste-eeuwse socialisme is de strijd voor sociale rechtvaardigheid dus onlosmakelijk verbonden met die voor meer democratie.

Jeremy Corbyn en John Mc Donnell vormen een vastberaden tandem. Zij beschouwen het als hun levenswerk het neoliberalisme te begraven. Na deze tweede overwinning kunnen ze Labour omvormen tot een brede en levendige bewegingspartij waarbij alle middelen worden ingezet om de leden en supporters  te mobiliseren voor een politiek die hoop op een betere toekomst concreet gestalte geeft. Dit werkt veel beter dan de politieke marketing van de spindoctors. Met  de ploeg Corbyn aan het roer is een 21ste eeuws reformisme geboren waarin het beste van het 20ste eeuwse socialisme in terug te vinden is: pragmatisch én radicaal; concreet én geloofwaardig. Kortom, een andere wereld ligt binnen handbereik.

 

LEES OOK