Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Over strandbedden, ijsventers en een ruziënd gezin

2 september 2016 Koen Smets
beachonomics1

Om bij de waterlijn te komen, en zo oostwaarts te stappen met onze voeten in de golfjes bij laagtij, moesten we doorheen een strook strand die voorbehouden was voor concessies met strandstoelen en ligbedden. Als je je daar wilde neervleien, dan moest je een ligstoel of zonnebed huren voor 4 of 6 euro. Nu is het best wel voordelig als je geen zitje hoeft mee te zeulen om te zonnebaden op het strand. Maar een dagelijkse huur die 5 tot 10% is van wat het kost om zo’n stoel te kopen, lijkt toch wel hoog (beeld je in dat je tussen een kwart en de helft van de prijs van een auto moet betalen om hem een week te huren). Er komt weliswaar wat arbeid kijken bij het uitstallen ’s ochtends en het opbergen ’s avonds, maar hier is toch meer aan de hand: economische rente.

Economische rente op het strand

Economische rente is wat klanten betalen wanneer een leverancier een soort monopolie heeft, zodat de prijs een stuk hoger kan liggen dan wanneer er concurrentie zou zijn. Soms volgt deze rente uit een officieel privilege (bijvoorbeeld een patent dat anderen verhindert bepaalde kennis toe te passen) of uit een de facto privilege, zoals in het geval van de Epipen. De fabrikant van deze autoinjectoren, die gebruikt worden als behandeling voor extreme allergische reacties, verhoogde recent de prijs in de VS met bijna 500% – enkel omdat ze dat konden. De regels van de FDA maken concurrentie zo moeilijk dat ze in de praktijk een monopolie hebben. En vaak houdt het ook verband met locatie – zoals op het strand: dit is inderdaad een meer aantrekkelijke plaats dan een veld vijf kilometer verder het binnenland in, en dus kunnen de concessiehouders de prijs opdrijven.

Het zou verleidelijk zijn de uitbaters de schuld te geven om zo de arme vakantiegangers uit te buiten. Maar dat zou onfair zijn. Waarom zijn de prijzen immers zo hoog, als er zoveel concessies zijn? Moet concurrentie de prijzen niet drukken?

Dat zou inderdaad het geval zijn, ware het niet dat in dit geval het de stad is die rentenier speelt. Zij is eigenaar van het strand, en zou dat als publiek goed ter beschikking kunnen stellen: een open strand is niet-uitsluitend, en ook al kunnen geen twee mensen op dezelfde vierkante meter zitten, toch is het groot genoeg om niet-rivaliserend te zijn. Maar in plaats daarvan innen ze huur van de concessiehouders in ruil voor hun exclusieve recht op het gebruik van een stuk strand. En die rekenen dat natuurlijk door aan de toeristen. Gelukkig zijn de zonsondergangen nog gratis.

Het Hotelling-principe en externaliteiten op het strand

De vele strandgangers hadden natuurlijk ook behoefte aan eten en drinken. IJskraampjes, winkels en cafés langs de dijk voorzagen ruimschoots in deze behoeften, maar één ding viel toch op. Terwijl de zonnebaders netjes verspreid waren over een goede kilometer strand, waren de meeste verkopers te vinden in het centrale gebied. Dit is vreemd, want zo moeten diegenen die bij de uiteinden zitten verder lopen. Een ondernemende verkoper zou dit snel opmerken en zich dichter bij de uiteinden vestigen. Waren er dan geen ondernemende verkopers in deze stad?

Dit raadsel hield wiskundige en econoom Harold Hotelling bezig bijna 100 jaar geleden. Hij zag dat, blijkbaar tegen de intuïtie in, concurrenten de neiging hadden elkaar te imiteren in bijvoorbeeld kwaliteit en locatie, eerder dan zich te differentiëren. Deze observatie werd bekend als het Hotelling-principe. Een klassieke manier om dit uit te leggen is, grappig genoeg, aan de hand van twee ijsventers op een strand.

beachonomics2
Netjes in het midden van het strand

De optimale plaatsing daarvan is zodanig dat de gemiddelde loopafstand voor elke strandgast minimaal is, en daarvoor moeten ze op 1/4 en 3/4 van de lengte van het strand staan, precies in het midden van elke strandhelft. Perfect!

Maar beeld je nu in dat een van de verkopers doorheeft dat hij, als hij een beetje naar het midden opschuift, enkele potentiële klanten kan afsnoepen van zijn concurrent, terwijl hij natuurlijk nog steeds de klanten aan de verre kant behoudt, ook al zijn die nu wat verder af. Maar zijn collega heeft dit algauw door natuurlijk, en die doet hetzelfde. En al snel staan ze zij aan zij, precies in het midden van het strand. Ze bedienen nog steeds exact de helft van het strand, en verdienen geen cent meer. Maar de strandgangers moeten nu gemiddeld een heel eind verder lopen – een negatieve externaliteit.

De werkelijkheid is natuurlijk wat complexer dan twee ijsventers, maar het principe van Hotelling blijkt toch van toepassing te zijn op het strand en elders. Apotheken, bloemenwinkels, restaurants – ze clusteren allemaal samen in dorpen en steden, eerder dan zich netjes te verspreiden om de hele bevolking efficiënt te dienen. Niemand wordt hiervan beter – tenzij je natuurlijk de extra lichaamsbeweging van de klanten in rekening brengt. Dat is dan een positieve externaliteit.

Schaaleconomieën en economische preferenties op het strand

Nu we het toch over ijsjes hebben: de prijszetting van sommige verkopers is weleens idiosyncratisch. De economische aspecten liggen nochtans voor de hand: de verkoopprijs moet het horentje en de ijsbollen dekken. Om klanten aan te moedigen een groter ijsje te kopen (en dus meer inkomsten te verwerven) kan een gewiekste verkoper de prijs van elke extra bol verlagen. Maar dat is blijkbaar niet hoe elke ijsverkoper het ziet.

Eén onder hen bood een ijsje met één bol aan voor € 1,80, twee bollen kostten € 2,60. Dat is helder: de tweede bol kost dus 80 cent, en we kunnen bijvoorbeeld aannemen dat de eerste bol, net als het horentje, 90 cent kost. Maar de prijs van een horentje met drie bollen was € 3,50 en vier bollen kostten € 4,50. De derde bol kostte dus weer 90 cent en de vierde was zelfs de duurste.

Het is voorbarig de verkoper als irrationeel te bestempelen. We hebben het raden naar zijn preferenties. Misschien is hij begaan met de gezondheid van zijn klanten, en wil hij een negatieve prikkel geven om niet te veel ijs te eten. Misschien wil hij de klanten waarschuwen voor het risico dat een torenhoog ijsje met vier bollen instort en het ijs op de grond terechtkomt. Of misschien maakt hij het meeste winst op het horentje, en wil hij zijn klanten ertoe aanzetten twee keer een klein ijsje te kopen, eerder dan één keer een groot. Hoe dan ook, deze ijsjes waren voer voor economisch denken.

Verzonken kosten op het strand

Voor de middag om was, zagen we ook nog een voorbeeld van irrationaliteit. Bij het einde van onze wandeling zagen we een jong gezin ruziemaken op een bank langs de dijk. Er was een stevige bries opgestoken en het was er niet meer zo prettig zitten. De twee kleine jongens wilden duidelijk meteen weer naar huis om met hun autootjes te spelen. Maar dat was niet naar de zin van de ouders: “jullie wilden naar het strand komen, we zijn helemaal naar het strand gestapt, en nu we hier zijn, blijven we hier tot het tijd is voor het avondeten”, klonk het.

Nochtans zagen ook de ouders er allesbehalve comfortabel uit. Ondanks de verhitte discussie met hun kroost zagen ze er wat onderkoeld uit. En ondanks het feit dat ze wellicht allemaal beter naar huis zouden gaan, volhardden ze al bibberend.

Een mooi voorbeeld van de zogenaamde denkfout verzonken kost om de wandeling mee te beëindigen. Natuurlijk doet het niets ter zake hoe lang je hebt moeten stappen naar het strand wanneer je moet besluiten of je blijft of niet. Wanneer in de wind zitten zo onprettig is dat je geen moment langer zou blijven als je enkel de straat was overgestoken, dan is dat niet anders wanneer je net twintig minuten hebt gestapt met twee kleuters aan de hand. Als het vooruitzicht drie kwartier te zitten kleumen onaantrekkelijk is, dan zou een rationeel persoon meteen weer naar huis keren. Soms zijn kinderen, met hun mooie, eenvoudige denkpatronen, wijzer dan hun ouders.

Met naast een zonnebril ook een economische bril op de neus, is een strandwandeling niet alleen een aangename manier om de tijd door te brengen, maar levert ze ook voor wijsheid en inzicht. Als dat geen nutsmaximalisatie is...

 

LEES OOK
Koen Smets / 05-08-2022

Niet het beste streefdoel

Welke streefdoelen zijn effectief en welke niet?
doel darts
Koen Smets / 08-04-2022

Werkelijke waarde

Ook al staat ergens een prijs op gedrukt, toch is het bepalen van de werkelijke waarde ervan niet zo eenvoudig.
tickets
Koen Smets / 18-03-2022

De transactiekost van de zomertijd

Maart is de maand waarin veel landen de klok een uur vooruitzetten, maar de meningen over deze gewoonte zijn verdeeld.
sleeping