De kleren van de keizer

 Leestijd: 2 minuten0

Beste Blandijn,

Afgelopen academiejaar schakelde ik van Taal- en Letterkunde over naar Politieke Wetenschappen. In juni voelde het even alsof ik net op tijd een zinkend schip had verlaten.

Koba Ryckewaert

Koba Ryckewaert

Ik was kwaad. Ontnuchterd over mijn blind vertrouwen in en respect voor een universiteit, een faculteit en een prof. Ik voelde mij naïef, want voordien geloofde ik heilig dat de UGent het altijd zou opnemen voor haar studenten en werknemers. Ik herinner me al niet meer precies waarom uitgerekend de Faculteit Taal- en Letterkunde voor mij ook een soort morele autoriteit was. Misschien het idyllische geloof dat literatuur bij uitstek de complexe realiteit in al haar nuances kan vatten. Het examen van die prof was ongeveer de eerste keer in de opleiding waar je als student geen namen en data moest opdreunen, maar vooral kon tonen dat je zinnige dingen te vertellen had. Waar studenten meer als gelijken werden behandeld, zou ik willen zeggen, maar de nasmaak van die woorden is te zuur.

“Hopelijk stond er iets meer dan pure nonchalance aan de wieg van die vreemde keuze”

Ik heb doorheen de fouten, de slechte communicatie en de trage reactie proberen kijken, op zoek naar goede bedoelingen. Ik meende ze gevonden te hebben. Het was natuurlijk al bij al geen gemakkelijke kwestie. Ik had geduld. Er zouden maatregelen komen. Een externe commissie. Concreet advies. Een open cultuur. Ik beeldde mij in dat iedereen op eieren liep aan de Blandijn. Een wakker geschrokken faculteit die in alle voorzichtigheid terugkeerde naar de orde van de dag. Op het ongemakkelijke af. Ik beeldde mij zelfs de eerste lessen in, waar de pijnlijke zaak in alle openheid zou worden besproken. Dat leek mij logisch en onvermijdelijk. Om de mand te redden van de rotte appel.

Vanaf 6 oktober start aan de Blandijn een lezingenreeks over literatuur en seksualiteit. Ik kan me bijna niet inbeelden dat niemand twijfelde over de timing van dat onderwerp. Misschien lag het thema al vast. Misschien waren de lectoren al betaald. Ergens hoop ik van wel, dan stond er op z’n minst iets meer dan pure nonchalance of onverschilligheid aan de wieg van die vreemde keuze. Ofwel is doodzwijgen nog steeds plan A aan de faculteit, want niemand kan de ongelukkige timing aankaarten als iedereen blijft jubelen over de nieuwe kleren van de keizer. Niemand kan luidop de associatie maken met een concreet probleem als dat probleem dood en begraven hoort te zijn.

Maar goed, moeten we dan in alle talen zwijgen over seks tot de gemoederen bedaard zijn? Over liefde ook? Over relaties? Blijft er dan nog literair werk over dat wel besproken mag worden? Zelfs dat had ik mij al ingebeeld. Een pikante passage hier en daar die ongemakkelijk geschuifel zou veroorzaken tijdens de les. Een heet hangijzer dat de prof zou aangrijpen om het toch nog maar eens over die pijnlijke zaak te hebben. Om toch nog maar eens duidelijk te maken wat wel en wat niet getolereerd wordt aan deze instelling. Blijkbaar had een deel van mijn vertrouwen de rit toch nog overleefd. De Blandijn zou, om elke schijn van een doofpotoperatie de kop in te drukken, het probleem recht in de ogen kijken en transparantie laten zegevieren. Maar de manier waarop de lezingen worden aangekondigd, doet mij sterk vermoeden dat collectieve verwerking niet echt de insteek is van de reeks.

“Organiseer minstens één lezing over seksualiteit en verantwoordelijkheid”

Beste Blandijn, maak van die vreemde keuze een kans om alsnog die andere weg in te slaan. Een stille zomer leek voor jullie misschien genoeg om verder te kunnen doen alsof er niets aan de hand is, maar voor mij en vele anderen niet. Organiseer minstens één lezing over seksualiteit en verantwoordelijkheid. Over hoe we al te vaak seksisme in literair werk vlot passeren — want dat was nu eenmaal de tijdgeest, volgende alinea. Over Lolita. Over hoe seksuele manipulatie en intimidatie zich subtiel in een braaf ogende zin kan nestelen. Over hoe verkrachting vaak als banaliteit wordt beschreven in de literatuur. Er zijn genoeg opties. Benoem waarom die onderwerpen relevant zijn. Vaag, als het moet.

U hoeft niemand naar voren te roepen. Spreek gerust over ‘die pijnlijke zaak’. Mompel het desnoods snel als de microfoon nog niet aan staat. Maar doe godverdomme niet alsof er niets aan de hand is.

Deze bijdrage verscheen eerder in het studentenblad Schamper. 

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Zelf een bijdrage insturen, doe je hier.

Auteur: Koba Ryckewaert

Koba Ryckewaert studeerde politieke wetenschappen aan de UGent en is sinds 2019 hoofdredacteur van journalistiek productiehuis Sonderland. Sonderland werkt telkens een jaar lang rond één thema, in 2019 is dat ‘onderdak’.