Over handtasdieven en belastingontduiking

 Leestijd: 3 minuten1

Iedereen gelijk voor de wet, maar in de praktijk blijkt het gewoon een zaak van winnaars en verliezers. Tot deze laatste categorie behoort de handtasjesdief die voor enkele uurtjes in de politiecel wordt gestopt. Tot de eerste de eigenaars van vermogens, die ze bijvoorbeeld in een belastingparadijs hebben geparkeerd. De Nederlandse socioloog Abram De Swaan noemt dat laatste precrimineel gedrag: wettelijk niet verboden, maar amoreel of immoreel.

Criminologe Carla Nagels (ULB) is op zoek gegaan naar het waarom van de ‘dubbelzinnigheden in de maatschappelijke reactie op delinquentie van de elites in hun beroepsfeer’. Het gaat hier om vervalsing van de boekhouding, handelen met voorkennis, corruptie van een hoge ambtenaar, minister of politicus in andere functie, overtreden van regels inzake veiligheid en hygiëne op de werkvloer, overtreding van concurrentieregels, ontwikkelen van fiscale en sociale spitstechnologie om te frauderen, misleidende reclame…

Het ging Carla Nagels niet om de huis-tuin-en-keukencriminaliteit, waaraan zoveel aandacht wordt besteed in de media, aan de tapkast of op de marktplaats. Het was haar te doen om wat doorgaans wordt omschreven als witteboordencriminaliteit, een concept dat al in 1939 is gemunt door de Amerikaanse socioloog Edwin Sutherland.

Witteboordencriminaliteit

Tegenwoordig wordt het opgesomde wangedrag van de elite door burgers veel meer dan vroeger als zwaarwichtig en laakbaar beschouwd. Gevolg van de opeenvolging van affaires? Toch wordt dat gedrag nog altijd minder beschouwd als crimineel dan misdrijven zoals diefstal of hold-ups. Carla Nagels: “Zoals voor alle gedragingen die geëvalueerd worden, geldt het volgende: hoe tastbaarder, groter en persoonlijker de schade ervan, hoe erger ze worden beschouwd. Maar men moet evenwel ook voor ogen houden dat een aantal van de overschrijdingen door de elites geen onmiddellijk zichtbare schade en zelfs abstracte schade veroorzaken, zoals bij fiscale fraude. Soms wordt die ondoorzichtigheid van de overschrijdingen door de elites zelf georganiseerd.”

De criminologe verwijst naar de Amerikaanse criminoloog Edwin Sutherland. Die stelde vast dat er een merkwaardige wisselwerking bestaat tussen de houding van burgers en de overheid. Deze laatste treedt niet hard op als burgers er niet echt om malen. Anderzijds maken ook burgers zich niet erg druk als de overheid niet echt optreedt.

De media laten de berichtgeving over die elitaire wandaden natuurlijk niet ongemoeid. Maar na verloop van tijd vermindert de belangstelling wegens het aanslepen van de zaak en de complexiteit ervan. De media-aandacht leidt trouwens slechts zelden tot een krachtige reactie van de instellingen, bijvoorbeeld door het aanpassen van wetten en regels.

De elites zelf hebben een bijzondere relatie met wetten en regels omdat ze actief meewerken aan de totstandkoming ervan. Ter illustratie hiervan schrijft Nagels “onlangs (eind mei 2015) hebben de Europese parlementsleden het plan voor de bankhervorming gelukkig verworpen. In de commissie Economische en Monetaire Zaken, omdat het rapport-Likanen, dat moest dienen als uitgangspunt voor het wetsontwerp, zo gewijzigd was dat in plaats van de detailbanken en investeringsbanken te scheiden (om te voorkomen dat de verschillende Staten mastodontbanken zouden moeten herfinancieren als die na hun hachelijke speculaties failliet zouden gaan en daardoor de economieën van die landen zouden ontwrichten) en er in de uiteindelijke versie die aan de parlementsleden werd voorgelegd geen enkele scheiding meer overbleef. Die verschuiving was het resultaat van het onophoudelijk lobbywerk van de banksector, die kan rekenen op 1.700 actieve lobbyisten rond de Europese instellingen.”

Eens de wetten zijn goedgekeurd probeert de elite die wetten – indien nodig – alsnog in haar voordeel te wijzigen. Nagels verwijst bijvoorbeeld naar een onderzoek van McBarnet uit 1992. “Dit toont aan hoe de elites in staat zijn om fiscale fraude om te vormen tot belastingontwijking door bijvoorbeeld een natuurlijke persoon te vervangen door een rechtspersoon, door de scheiding tussen bedrijfskapitaal en privévermogen te vervangen of door rechtstreeks akkoorden met de Staten af te sluiten. Ze toont onder meer aan dat de schuldigen in de zaak Enron werden vervolgd voor hun illegale activiteiten, maar niet omdat ze in de praktijken op het vlak van creative compliance hadden ontwikkeld, namelijk praktijken die in zekere zin de letter, maar niet de geest van de wet naleven.” Enron was een Amerikaanse elektriciteitsbedrijf dat jaren geleden in het nieuws kwam na de ontdekking van het gigantisch geknoei van het management van het bedrijf.
Het debat over het verschil tussen afwijkend en delinquent gedrag – het eerste legaal, het tweede strafbaar – wordt op deze manier een lachertje.

Beschadigingsrituelen

Carla Nagels heeft het eveneens over de praktijken van de elite om controleurs en hun diensten in diskrediet te brengen. In de organen van de regulerende en controlerende instanties zitten personen die zelf jarenlang in zaken zaten of de sector vertegenwoordigen in de bestuursorganen van die instanties waarin privé en publiek samenwerken. Zo bestaan er ook ‘beschadigingsrituelen’, het stigmatiseren van de controleurs om hen bijvoorbeeld het zwijgen op te leggen. Het kan ook zodanig georganiseerd zijn dat “de melding van overschrijdingen, namelijk de klassieke opdracht om problematische gedragingen op te sporen en door te verwijzen naar de bestraffende instanties, wat gewoonlijk het werk van de politie is, kan gedelegeerd worden aan degenen die eigenlijk gecontroleerd moeten worden.”

Het strafgerecht neemt een wel zeer marginale plaats in bij de behandeling van dossiers, aldus Nagels. Bovendien behoren zuiver economische en financiële geschillen niet tot de meest gangbare zaken. “Het strafrecht dat de individuele verantwoordelijkheid centraal plaatst in het onderzoek, lijkt niet de aangewezen instantie om dat type overschrijdende gedragingen te behandelen. De juridische logica zelf lijkt de inschakeling van het strafrecht in de weg te staan.

Kwalitatief onderzoek bij correctionele rechtbanken toont aan dat de rechtbank uiteindelijk het geloofwaardigste relaas zal geloven, waarbij de geloofwaardigheid des te groter is als de verdediging van goede kwaliteit is en de beklaagde een hoge functie heeft. Die twee variabelen zijn nauw verbonden met de sociaal-economische status van de beklaagde.” En: “Het zijn vooral ‘marginale’ bedrijven, die door de actoren van de maatschappelijke reacties (administratie en strafgerecht) beschouwd worden als ‘cowboy’ of ‘corrupt’, die strafrechtelijk vervolgd worden.”

Nagels verwijst in dit verband ook naar de dadingen waarbij gedaagde en gerecht het op een akkoordje gooien. Zoals de firma Omega Diamonds in 2013 een dading van 160 miljoen euro met het Antwerps parket aanging in ruil voor verval van strafvervolging. In de zeer zeldzame gevallen, waarin het parket het dossier voor de rechtbank brengt en de zaak voorkomt, wordt meestal een boete maar geen gevangenisstraf opgelegd.” Dat laatste is blijkbaar het voorrecht van de handtasjesdief.
Het volledige artikel staat in het tijdschrift ‘Justitie & Veiligheid’, een uitgave van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC).

 

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Jan Willems

Jan Willems was persmuskiet met een verschrikkelijke hekel aan pseudo-kritische scorebordjournalistiek en schreef enkele boeken over de boven- en onderwereld. Wat hem nooit heeft belet ook oog te hebben voor productiekrachten, -middelen en -verhoudingen.