Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Exit hoogbejaarde vakbond?

8 juni 2016 Jelle Versieren
8494151553_84be6a27e1_k-compressor
Betoging (Foto: Flickr CC (c) BBTK)

Keynes

In een niet zo ver verleden kwamen gelauwerde economen juist tot de conclusie dat sterke en georganiseerde vakbonden het recept voor groei waren. In de jaren 1930 ontstond aan Cambridge University een onderzoeksgroep rondom John Maynard Keynes die zichzelf schertsend “Keynes’s Circus” noemde. Na WOII waren deze zonen en dochters van Keynes aanwezig in elke topuniversiteit of planbureau in de vier uithoeken van de globe. Ze behaalden Nobelprijzen en zowat elke mogelijke prijs in de diverse economische subdisciplines. Hun centrale vraag: welke factoren maakten of kraakten het kapitalisme doorheen haar eigen geschiedenis?

Het circus verwerkte een gigantisch aantal nationale rekeningen en boekhoudkundige bedrijfsresultaten om te komen tot een historische langetermijnvisie over groeiperiodes en crisissen (van pakweg 1850 tot nu). Een constante kwam tevoorschijn: georganiseerde vakbonden, actief aanwezig in het bedrijfsleven, gaven het nationaal inkomen en technologische innovatie een stevige duw in de rug.

De economische noodzakelijkheid van een vakbond

Misschien voor sommigen een historische vaststelling die ingaat tegen de eigen vooroordelen. Niettemin is de verklaring relatief eenvoudig. Vele van onze economische sectoren zijn in een sneltreinvaart gemonopoliseerd geraakt door een beperkt aantal grootbedrijven. Mondiaal is 85% van de goederenproductie in handen van monopolies. De huidige vorm van beperkte competitie is door de band genomen economisch stabieler dan onbeperkte en harde competitie tussen onnoemelijk veel spelers zoals in de negentiende eeuw. Daarenboven wordt de inherente instabiliteit van competitie verder beperkt door de sturende rol van de staat. Het resultaat? Tussen 1945 en 1990 was er ongezien hoge en aanhoudende industriële groei, een stijging van de levensstandaard voor de gehele bevolking, de institutionele inbedding van cyclische pieken en dalen door de staat om langdurige stagnatie te vermijden, en een snelle ontwikkeling van nieuwe productietechnieken in actieve samenwerking met de staat.

Dit succesmodel van beperkte competitie kan niet plaatsvinden zonder de actieve rol van vakbonden te aanvaarden. Vakbonden zijn op alle niveaus – bedrijf, sector, centraal – betrokken in een paritair overlegmodel tussen werkgevers en werknemers met de staat en haar administratieve organen als derde speler. Dit onderhandelingskader verzekert een groeitraject op lange termijn. Groei wordt immers gedetermineerd door de vraag naar zowel consumptie- als kapitaalgoederen. De vakbonden verenigen de werknemers die samen de vraag naar deze consumptiegoederen bepalen. De werkgevers zijn op hun beurt de industriële spelers die de vraag naar kapitaalgoederen signaleren. De staat heeft als taak deze twee spelers samen aan de onderhandelingstafel te brengen om een stijging in de effectieve vraag naar goederen te kunnen coördineren. Deze coördinatie is pas efficiënt indien alle drie de spelers akkoord gaan met een gezamenlijk plan om te streven naar volledige werkgelegenheid, hoge lonen en volgehouden investeringen.

Twee monopolies

De vakbonden zijn dus geen “onaantastbare privilegehouders” die “irrationele obstructie” plegen in haar strijd om hoge lonen. Binnen een wereld van beperkte monopoliecompetitie bestaat de economie in laatste instantie uit twee monopoliespelers: degenen die het kapitaal bezitten en degenen die arbeid bezitten. De vakbond zorgt in een moderne economie voor de georganiseerde vorm van het arbeidsmonopolie die in beperkte competitie treedt met het kapitaalmonopolie. Het arbeidsmonopolie wil een hoog maar tevens voorspelbaar loon afdwingen. Deze hoge en voorspelbare lonen resulteren in een groeiend beschikbaar inkomen voor het aanschaffen van consumptiegoederen. Dit is goed nieuws voor het kapitaalmonopolie: hun daadwerkelijke verkoop van de geproduceerde goederen is in hoge mate verzekerd.

De relatieve voorspelbaarheid van de afzet van de consumptiegoederen maakt dat industriëlen optimistisch zijn over de toekomstige marktindices. Zij kunnen met meer vertrouwen een aannemelijke kostprijs berekenen. En dat is goed nieuws voor de vraag naar nieuwe investeringsgoederen. Nieuwe investeringen zijn nodig om de output van consumptiegoederen uit te breiden. Er is dus productiegroei. De looneisen van het arbeidsmonopolie dwingen het kapitaalmonopolie om voortdurend innovatief te zijn: de productiegroei moet technologisch efficiënt genoeg zijn om op de hogere lonen te anticiperen. Kapitaalefficiëntie wordt dus bepaald door het syndicale arbeidsmonopolie.

De rol van de vakbonden als arbeidsmonopolie strikt beperken opent dan ook de doos van Pandora. De huidige een-twee tussen overheid en het kapitaalmonopolie om eenzijdig het loonpeil en aanverwante sociale voorzieningen (het 'indirect loon') te bepalen, houdt het onvermijdelijke risico in dat verdere economische stagnatie ons deel zal zijn: de effectieve vraag naar zowel investerings- als consumptiegoederen zullen immers irrationeel laag blijven.

Waarschuwing

De regeringspartijen beweren dat hun hervormingen 65.000 nieuwe banen hebben gecreëerd. Sterker nog, dat de lonen dus stijgen. Vrijheid en blijheid door doortastend optreden van de uitvoerende macht. De vraag is of deze cijfers niet eerder worden uitgebracht door het Orwelliaanse ministerie van de Waarheid. Zoals de econoom R.H. Coase wist: ”If you torture the data long enough, it will confess to anything.”

In onze huidige jaarrekeningen (NBB of Eurostat) kunnen enkele omvattende macro-cijfers worden gedistilleerd:

1. De snelheid van de groei aan loonmassa is op twee jaar tijd gestagneerd met 50%: een directe indicatie dat de algemene malaise op de arbeidsmarkt niet voorbij is, en zelfs in snelheid toeneemt. 2. De industriële output van kapitaal- en consumptiegoederen is in dezelfde periode gekelderd tot een nulgroei. De vraag naar deze goederen is dus stilgevallen. 3. Het BBP is echter gestegen. Maar dit louter door een 'heropleving' van de financiële intermediaire sector, wat in wezen betekent dat de onproductieve speculatie op de geld- en kapitaalmarkten opnieuw hoogtij vieren met dank aan het gratis geld van de ECB.

Met andere woorden, de macro-indicatoren staan op rood terwijl de uitvoerende macht zijn uiterste best doet om zowel te raken aan collectieve loononderhandelingen als aan de sociale zekerheid. Benieuwd of innovatieve groei zonder bemoeienis van vakbonden toch in het verschiet ligt?

LEES OOK
Jan Eeckhout / 27-01-2022

Buitensporige marktmacht verziekt hele economie

In verschillende sectoren hebben enkele dominante spelers exorbitante marktmacht. Dat is nefast.
Jeff Bezos
Joost Ramaer / 15-06-2019

Hoe de Belgen met stille staatssteun de Nederlandse kranten in handen kregen

Twee Nederlandse regiojournalisten wonnen een rechtzaak tegen DPG Media (voorheen De Persgroep) wegens structurele onderbetaling. De Persgroep en Mediahuis bezitten samen ruim 85%…
bundle-1853667_1920
Jan Walraven / 17-01-2018

Een spelletje monopolie met onze privacy

Met elke klik bouwt u mee aan de economische en politieke macht van Google, Amazon, Facebook en Apple.
google amazon apple facebook monopolie sillicon valley gafa