Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Is politiek bereid om informatieprobleem aan te pakken?

2 juni 2016 Walter De Smedt
mohamed-abrini
Mohamed Abrini

In dat onderzoek wegens bendevorming zou ook Khalid El Bekraoui, die onder voorwaarden werd vrijgelaten, onder telefoontap zijn geplaatst. Het federaal parket wenste over deze elementen geen uitleg te geven. In het licht van de opdracht van de parlementaire onderzoekscommissie naar de mogelijke disfuncties roepen de door de Franse krant ter kennis gebrachte elementen evenwel erg belangrijke vragen op. Vooreerst zijn er de vrijlatingen van beide verdachten, dan is er de problematiek van de toepassing van de 'bijzondere opsporingsmethoden', en vooral is er de vraag naar de wijze waarop de verkregen inlichtingen werden verwerkt en gerapporteerd.

Voorlopige vrijheid

Beide verdachten waren gekend en werden in vrijheid gesteld. Voor welke feiten en ingevolge welke beslissing verbleven zij in de gevangenis, en op grond van welke beslissing werden zij - mogelijks met welke voorwaarden - in vrijheid gesteld? Hoe is dat in overeenstemming te brengen met de door de politie onmiddellijk gestarte observatie? De procureur des Konings kan in het kader van het opsporingsonderzoek een observatie machtigen wanneer het onderzoek dat vereist en de overige middelen van onderzoek niet lijken te volstaan om de waarheid aan de dag te brengen. Een observatie met gebruik van technische hulpmiddelen kan enkel gemachtigd worden wanneer er ernstige aanwijzingen zijn dat de strafbare feiten een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg kunnen hebben.

Werden de verdachten in vrijheid gesteld of gelaten ondanks er ernstige aanwijzingen waren dat er strafbare feiten waren die een correctionele hoofdgevangenisstraf van een jaar of een zwaardere straf tot gevolg konden hebben? Werden deze elementen op behoorlijke wijze ter kennis gebracht van wie er rekening mee moest houden?

Herinnering

De problematiek van de observatie is een oud zeer. Het maakte de kern uit van het parlementair onderzoek in de zaak-Dutroux. Daarin was het dé hamvraag of de observatie van Dutroux door de rijkswacht, de operaties Othello en Décime, al of niet ter kennis werden gebracht van onderzoeksrechter Doutrewe. Hoewel de rijkswachters aan het comité P bekend hadden dat zij de informatie niet hadden meegedeeld “omdat het niet de gewoonte was”, maakte dat comité een verslag waarin de rijkswacht wit werd gewassen. Het parlementair onderzoek moest dan vaststellen dat er onder eed en voor geheel België stevig werd gelogen maar ging daar niet verder op in. Daardoor werd de voornaamste problematiek, de wijze waarop in een afgeschermde politieoperatie verkregen inlichtingen worden verworven, verwerkt en gerapporteerd, ontweken.

Herhaling

Als je een problematiek ontwijkt, komt er natuurlijk geen oplossing. Het onderzoek Dutroux ging eraan voorbij omdat het een zwaarwichtig politiek probleem vormde. Toen stonden twee opvattingen en twee korpsen tegenover elkaar: enerzijds was er de wet Franchimont die het gezag, de leiding en het toezicht op de gerechtelijke actie aan de gerechtelijke overheden gaf en anderzijds was er de rijkswacht die op grond van de wet op het politieambt zijn eigen en afgeschermde opsporingsbevoegdheid opeiste. Het toenmalig politiek beleid was niet in staat deze tegenspraak openlijk op de agenda te plaatsen omdat de toenmalige ministers van binnenlandse zaken achter de rijkswachtoperaties stonden.

Disfuncties

Het is dus de belangrijkste vraag of wat tijdens het Dutroux-onderzoek niet kon omwille van partijpolitieke redenen, nu wél mogelijk is. Is het politiek beleid nu bereid de grootste oorzaak van de aangehouden disfuncties, de informatieproblematiek, aan te pakken? Is het beleid nu in staat de tegenspraak tussen de bevoegdheden van de gerechtelijke overheden en de afgesplitste en afgeschermde politieoperatie te onderzoeken, de disfuncties ervan te onderkennen en naar een dienstige oplossing te zoeken?

Feit is wel dat de problematiek intussen is toegenomen. Want ook de inlichtingendiensten mogen nu zelfs zonder rechterlijke machtiging bijzondere inlichtingenmethoden toepassen. Bovendien worden nu ook buitenlandse diensten, zoals de Amerikaanse FBI, ingeschakeld in o.m. het decodifiëren van berichten. Hoe is deze samenwerking te kaderen in een eerlijk proces waarin het verkregen bewijs ook naar de behoorlijkheid en de bewijskracht moet geëvalueerd worden?

Toegegeven, het is een delicate en moeilijke problematiek. Indien ook deze parlementaire commissie dit onderwerp als een 'disfunctie' opzij gaat schuiven, zal er echter nooit beterschap komen in wat - als een erfelijke belasting - op de doelmatigheid en de behoorlijkheid van de opsporing en het onderzoek weegt.

LEES OOK