Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Een flinkse ontsporing: antwoord op Elchardus

10 mei 2016 Stephen Bouquin
vluchtelingen
Syrische vluchtelingen (Foto: (c) UNHRC)

Collegiale controverses

Mark Elchardus schreef een bijzonder bitsige reactie. Desalniettemin gaat de ‘aandoenlijke inquisiteur’ die ik ben graag verder in op de discussie. Maar vooraleer te reageren op de drie vragen die collega Elchardus mij stelt, zou ik graag enkele methodologische bemerkingen maken. Collegiale controverses zijn een frequent gegeven in mijn beroepsmilieu. Natuurlijk is de Franse biotoop niet geheel dezelfde als de Flanders Fields of Academia. Persoonlijk denk ik dat kritiek een vorm van respect is zolang de discussie ook correct en beleefd blijft. Mij leugens en verdraaiingen verwijten zonder de moeite te nemen precies aan te geven waarover gelogen werd of wat verdraaid werd, is een beetje flauw.

Politiek incorrect zijn is – net zomin als een 360° kritiek – voor mij geen probleem. Zonder pluralisme bestaat er geen democratie en zonder wederzijdse kritiek zijn de sociale wetenschappen gedoemd tot dogmatiek en scholastiek. Ik heb ook geen inquisitie gelanceerd op zijn persoon, maar heb een debat willen lanceren. De reden is eenvoudig. Zolang de linkerzijde rond migratie, vluchtelingen en de islam grondige meningsverschillen niet weet te overstijgen, zal deze verdeeldheid ons verhinderen een meerderheidsstrategie te volgen. En zolang dat niet gebeurt, zit men aan regeringszijde in een comfortabele zetel. Voor toekomstige kandidaten van regeringspartijen is dat goed nieuws maar voor het land is dat een ramp.

Volgens collega Elchardus heb ik met mijn betoog bewezen geen rekening te willen houden met wat er leeft onder de bevolking. Ik verwerp dit ten stelligste. Heel mijn standpunt werd net opgebouwd rond de erkenning dat er opinies onder de bevolking leven die een amalgaam maken van islam, vluchtelingenstromen, criminaliteit – en laat ons daar ook maar meteen terrorisme aan toevoegen. Mijn antwoord hierop is dat we niet mogen toegeven aan die amalgamering, aan de angst en aan het stigmatiseren van bepaalde groepen. Zonder daarom onze ogen te sluiten voor feiten. ‘Rekening houden met wat er leeft’ mag toch geen demagogie worden?

In de hoop dat een constructieve dialoog nog steeds mogelijk is, geef ik hierbij antwoord op de drie vragen van Mark Elchardus.

vluchtelingen
Syrische vluchtelingen (Foto: (c) UNHRC)

1. Waarom maakt variatie binnen de categorie moslim het onmogelijk en in de ogen van Stephen Bouquin duidelijk ook ongepast, politiek heel incorrect, te spreken van verschillen tussen moslims en niet-moslims?

Ten eerste omdat ik niet goed weet wat onder de categorie ‘niet-moslim’ moet verstaan worden. Ik kan ook op de vraag antwoorden met een andere vraag: waarom is de tweedeling gelovig/ongelovig of praktiserend/niet praktiserend niet relevanter? Wanneer in het Sampol-artikel wordt gesteld dat in “verschillende Europese grootsteden moslims inmiddels de grootste levensbeschouwelijke groep vormen en in een aantal grootsteden zij binnen afzienbare tijd in de meerderheid zullen zijn” getuigt dat van grote ongerustheid. Ik heb daar alle begrip voor. Maar ik wil evenmin vergeten dat onder de moslims (5,8% van de bevolking woonachtig in België) er grosso modo 40% praktiserend zijn. Zelfs in Borgerhout of Molenbeek betekent dit dat een minderheid van de inwoners praktiserend moslim is. Indien men de opdeling moslims en niet-moslims voorrang geeft, wat is dan het verschil met de stelling van sommigen die een Europese identiteit definiëren op basis van de joods-christelijke cultuur, eventueel overgoten met een vleugje humanisme en verlichting? Dit terwijl katholieke integristen in Frankrijk massaal op straat kwamen tegen het homohuwelijk en tegen het adoptierecht voor homokoppels.

Het onderkennen van de heterogeniteit die de moslimgemeenschap gelukkig nog steeds kenmerkt, is vandaag, na de aanslagen, extra belangrijk. Indien men dit gegeven irrelevant vindt, duwt men iedereen die zich ook maar een beetje met de islam identificeert in de armen van het wahabisme. Laat ons niet vergeten dat de minister, die zogenaamd weet had van het ‘significante-deel-van-de-moslimgemeenschap-dat-aan-het-dansen-was’, tot de haatpredikers van de N-VA behoort. Van dansende mensen zijn er geen beelden terug te vinden terwijl de nooit gebruikte tips over Salah Abdeslam uit zijn nabije Molenbeekse sociale omgeving kwamen. Om maar te zeggen… Mijn boodschap is dus: ‘kijk uit, laten we niet stigmatiseren’, zonder daarom blind te zijn of aan zelfcensuur te doen.

2. Moslims doen het veel slechter inzake schoolresultaten, loopbaan. (…) Systematische en grote verschillen tussen een groep die op basis van levensbeschouwelijke identiteit kan worden onderscheiden, wijst toch op een probleem van integratie?

Ja en neen, want ‘integratie’ is een dubbelzinnig begrip dat een duidelijke probleemstelling quasi onmogelijk maakt. Wat is het onderscheid tussen integratie en assimilatie? Waarom wordt de vraag naar integratie enkel gesteld over ‘allochtonen’? En waarom blijft men spreken over allochtonen terwijl deze categorisering het anders/vreemd-zijn voor meer dan één generatie op etnisch-culturele gronden fundeert? Waarom vraagt men zich nooit af of bepaalde ‘autochtonen’ wel geïntegreerd zijn terwijl ze misschien ‘vreemder’ zijn (i.e. op een grotere sociale afstand vertoeven) dan onze Mo’ van de Turnhoutsebaan?

De integratie-problematiek valt overigens samen - tenminste wanneer de rechterzijde de kwestie aansnijdt - met een door haar gekoesterde strategie van blame the victim. We weten dat er in het neoliberaal paradigma geen werkloosheidsprobleem is, maar een werklozenprobleem of een probleem van werkzaamheidsgraad. Er is met andere worden geen tekort aan degelijke voltijdse arbeidsplaatsen, maar een probleem van werkwilligheid. Ik grijp dit voorbeeld aan om te wijzen op het belang van een duidelijke probleemstelling. Focussen op een integratieprobleem dat in heel wat gevallen nogal wishy-washy gedefinieerd is, blijft vanuit politiek-maatschappelijk oogpunt problematisch omdat racisme ermee onder de mat wordt geveegd. Vanuit wetenschappelijk oogpunt lijkt het mij een verarming, want men houdt de impact van racisme buiten de scope van het onderzoek. Bijgevolg ben ik niet verwonderd wanneer Mark Elchardus zich afvraagt “of racisme een belangrijke rol speelt”. Er is, zo gaat hij verder “en dat weten we zeker, discriminatie op de arbeidsmarkt, maar ook daar stelt zich toch de vraag hoeveel van het verschil in werkzaamheid, werkloosheid, inkomen en baanvastheid door discriminatie kan worden verklaard, hoeveel door andere factoren en welke dat dan zijn. We kennen het antwoord op die vraag naar het relatieve belang van die verschillende factoren niet.”

Mijn stelling is dat de andere factoren moeilijk van racisme geïsoleerd kunnen worden. Waarom zou een tiener zich uitsloven op de schoolbanken wanneer zijn twee oudere broers ondanks hun diploma werkloos zijn of onder hun kwalificatie aan het werken zijn? De slachtofferrol waarin sommigen zich wentelen is ook een afspiegeling van het structureel racisme dat al verschillende decennia oud is. Wat niet betekent dat veerkracht en attitudes onbelangrijk zijn. Orhan Agirdag heeft samen met enkele collegae terecht gewezen op het feit dat religiositeit ook een positieve invloed kan uitoefenen op schoolresultaten. Franse sociologische enquêtes stellen vast dat meisjes met een migratie- en/of moslimachtergrond frequent betere schoolresultaten behalen. Al blijft hun loopbaan over het algemeen wel vastzitten in de zorg of de schoonmaaksector, toch hebben zij een motivatie om zich meer uit te sloven. Het rolmodel van de financieel afhankelijke en thuisblijvende moeder is hen immers niet op het lijf geschreven. Houdingen en motivaties hebben dus altijd sociale wortels en staan ook niet los van gender, klasse en uiteraard ethische-culturele verhoudingen.

Al wie graag zou willen dat bepaalde attitudes en motivaties sneller en frequenter ingang vinden ‘onder moslims’, zou de eerste moeten zijn om racisme en discriminatie op basis van geloof en afkomst te willen afbouwen. Gelijke kansen geven voor een parcours dat nog steeds met obstakels en hindernissen bezaaid ligt, lijkt me weinig effectief. Daarom doe ik het volgende voorstel: laat ons een inventaris opmaken van alle vormen van racisme/discriminatie achter loketten, in schoolklassen, in relatie tot ordehandhaving of met betrekking tot de  toegankelijkheid van huisvesting of arbeidsplaatsen. Het zal geen plezante opsomming worden, maar zolang we het racismeprobleem banaliseren blijven we onmachtig ten opzichte van de terugplooi op de godsdienstige identiteit en staan we sprakeloos ten opzichte van de haatpredikers die een makkelijke symbolische revanche aanbieden.

3. De vluchtelingenstroom, armoede en criminaliteit

Mark Elchardus werpt mij inconsistentie inzake sociaal-economische determinanten voor de voeten. Ik zou erkennen dat sociaal-economische achterstelling en armoede een oorzaak van criminaliteit zijn bij moslims maar bij niet vluchtelingen… Ik vrees dat ik hierbij verkeerd begrepen werd.  Samengevat stel ik dat:

1) Achterstelling of armoede één van de vele factoren zijn die tot deviant gedrag kunnen leiden;

2) andere factoren (sociale cohesie, ethisch-moreel besef) zullen dit tegenwerken.

3) Uiteraard verhoogt armoede of deprivatie de kans op allerlei overlevingsstrategieën en dus ook bij vluchtelingen,

4) maar niet alle overlevingsstrategieën zijn van criminele aard…

5) En vooral, criminaliteit is geen fataliteit want het is niet 'de toestroom' maar wél 'het onthaalbeleid' dat bepalend zal zijn.

Op het moment dat een migratiepaniek Europa in de greep houdt, meen ik dat je als wetenschapper en geëngageerde burger steeds moet blijven hameren op het feit dat een degelijk onthaalbeleid, gesteund met de nodige middelen, de doorslaggevende kwestie zal zijn. De ‘vluchtelingenstroom’ is het gevolg van oorlog, van ellende en een falend grensbeleid. Maar de betrokken vluchtelingen hebben daaraan geen schuld en zijn hulpbehoevend. Zij hoeven niet noodzakelijk af te glijden noch in de armoede, noch in informaliteit noch, a fortiori, in de criminaliteit.

Positieve voorbeelden vermelden is nodig, willen we de scheefgetrokken beeldvorming ietwat rechttrekken. Daarom maak ik van deze discussie gebruik om even te vermelden dat Italiaanse christelijke, protestantse en vrijzinnige verenigingen de handen in elkaar hebben geslagen om meer dan 1.500 vluchtelingen rechtstreeks vanuit Libanon naar Italië over te brengen. Per vliegtuig. Geen bootjes meer, maar een charter naar Italië! De centrumlinkse regeringscoalitie van Matteo Renzi stemde in met het initiatief en verleende een humanitair visum (beperkt tot het territorium van Italië) aan grotendeels Syrische vluchtelingen. Senioren, kinderen, zieken en gewonden zullen hiervan gebruik kunnen maken. Is dat geen inspirerend verhaal?

En wanneer de burgemeester van Grande Synthe, een Franse gemeente nabij Duinkerke, een kamp met houten bungalows bouwt voor de opvang van meer dan 1.000 vluchtelingen die het kanaal willen oversteken, is dat zowel humaan als functioneel. Zijn actie heeft ervoor gezorgd dat er geen zwerfvuil rondslingert terwijl de vluchtelingen niet meer in mensonwaardige omstandigheden moeten leven. De inwoners van Grande Synthe werden veel minder met wanhopige toestanden geconfronteerd en velen hebben zich vrijwillig solidair opgesteld. Ik verkies dergelijke aanpak boven de angstige paniekvoetbal die de burgemeester van Brugge heeft laten zien, om maar te zwijgen over de oproep van de provinciegouverneur van West-Vlaanderen om vluchtelingen geen eten te geven. Maar misschien zijn we het zelfs hierover niet eens.

Gelijkheid is beter voor iedereen

Dit Europa is zich aan het desintegreren. Na meer dan zes jaar euro-soberheid, waarbij systematisch de zwakkeren binnen de euro of binnen Europa het gelag betalen, ontwikkelt zich een horizontalisering van de haat. Racisme en migratieangst nemen toe, ook en vooral onder een werkende bevolking die reeds moet knokken en haar welvaart verliest. En uiteraard groeit ook de autoritaire verleiding.

Hoe hiermee omgaan is de onderliggende vraag van de controverse met Mark Elchardus. Nietsche indachtig stel ik dat een (verkeerde) passie enkel kan bestreden worden met een andere (betere) passie. Voor mij moet de ‘alternatieve passie’ zowel het rechtvaardigheidsgevoel als het samenhorigheidsgevoel aanspreken.

De meerderheid van de bevolking is verontwaardigd door de fenomenale accumulatie van rijkdom aan de top van de samenleving; verbolgen over het fiscale incivisme van de one percenters. Links moet durven stellen dat de onleefbare en dwangmatige flexibiliteit geen extra tewerkstelling schept, maar enkel de dividenden verhoogt. Dat is misschien minder populair dan een vermogensbelasting, maar burn-out is intussen wel een gegeven dat velen aan den lijve ervaren. Kortom, het is vandaag niet zo moeilijk een verhaal te brengen dat rechtvaardigheid of eerlijkheid bepleit.

Het samenhorigheidsgevoel is niet minder belangrijk. Sommigen ervaren diversiteit als problematisch en verzuchten naar homogeniteit en zuiverheid. Deze nostalgische wensen berusten grotendeels op imaginaire tradities. Indien we naar de toekomst durven kijken en het levensbeschouwelijke, culturele en taalpluralisme niet alleen als onvermijdelijk gegeven bekijken maar ook als een verrijking, dan doen we er goed aan een positieve invulling te geven aan een inclusief samenlevingscontract gebaseerd op democratie, solidariteit en gelijkheid. Zo laten we de Kulturkampf niet over aan een ranzige rechterzijde en verlaten we de egelstelling die links al zo lang typeert.

Kortom, er ligt een boulevard open van zodra we de strijd voor sociale rechtvaardigheid weten te koppelen aan een strijd voor een leefbare samenleving waar gelijkheid, solidariteit en wederzijds respect de standaardnorm is.

LEES OOK