Van matrassen en klimaatverandering

 Leestijd: 5 minuten0

Zondagmiddag op de hoofdweg. Anderhalve kilometer file, want er ligt een matras op de baan, die van een imperiaal is gevallen. Honderden auto’s staan aan te schuiven, komen na tien minuten bij het obstakel, en wachten op een gaatje in het tegemoetkomende verkeer, om tenslotte om de obstructie heen te zwenken en hun weg verder te zetten. Misschien was er uiteindelijk toch een bestuurder die zich aan de kant zette om de matras uit de weg te slepen, anders lag ze er wellicht een week later nog.

Dit is een anekdote uit het (uitstekende) boek Micromotives and Macrobehavior van Nobelprijswinnaar Economie Thomas Schelling, waarmee hij beschrijft hoe individueel gedrag en collectief belang soms met elkaar in conflict zijn. De bestuurder die bij de matras aankomt, heeft immers de prijs al betaald (tien minuten vertraging). Stoppen en de matras verwijderen betekent een extra kost. Voor al wie nog in de file staat, zou zo’n interventie echter een aanzienlijk voordeel betekenen: vele honderden automobilisten en passagiers die elk tien minuten verliezen – vele tientallen uren in totaal.

Eigenbelang

Het is gemakkelijk de schuld voor deze anomalie toe te kennen aan de zelfzuchtige menselijke natuur. Maar zoals Adam Smith al wist, zorgen sociale structuren en mechanismen ervoor dat precies dat eigenbelang van ieder van ons gekanaliseerd wordt zodat ook het maatschappelijke belang wordt gediend. Bij de verloren matras ontbreken zulke structuren, en daarom wordt er niets gedaan aan het nadeel voor de gemeenschap van bestuurders en inzittenden.

De moeilijkheid om persoonlijk gedrag en algemeen belang op éénzelfde lijn te brengen, zien we ook bij het probleem van de klimaatopwarming. Waarom zouden wij, hier en nu, moeite doen ten voordele van de maatschappij elders, en morgen? Dat is waarom George Marshall Schelling’s anekdote aanhaalt in zijn boek Don’t even think about it. Daarin gaat hij na waarom we met zijn allen, ondanks de overweldigende wetenschappelijke consensus, zo terughoudend zijn om ook zelf werkelijk wat te doen om de klimaatopwarming af te remmen.

Je bent het inmiddels misschien al vergeten, maar vorige week ondertekenden 171 landen in New York het klimaatakkoord van Parijs, dat zou moeten leiden tot beleidsmaatregelen om de uitstoot van broeikasgassen in te perken. Of er ook werkelijk minder CO2-emissies zullen zijn, hangt echter af van het gedrag van de burgers. Marshall bespreekt dat thema onder meer met een van de autoriteiten op het gebied van menselijk gedrag, Daniel Kahneman. En die is bijzonder pessimistisch.

Het perfecte nachtmerriescenario

Er is alvast geen gebrek aan beschrijvingen van wat ons te wachten staat: men heeft het onder meer over een stijging van het zeeniveau met zes meter. Dat zou een flink stuk van Vlaanderen permanent onder water zetten – van de (huidige) kust tot ver in het binnenland, met grote delen van Brugge, Gent, Antwerpen en zelfs Mechelen. Stel je voor dat dit, als de Belgen niet meteen hun CO2-uitstoot matigden, gegarandeerd volgende week zou gebeuren – pats, van de ene dag op de andere.

België zou dan vast wel in actie schieten. De overheid zou natuurlijk ingrijpen – zoals dat gebeurt bij grote natuurrampen, met het verschil dat het hier zou gaan om het afwenden van een ramp, eerder dan het hoofd bieden aan de consequenties ervan. Maar ook de burgers zouden hun krachten bundelen rond de reële bedreiging – een beetje zoals in een oorlog: een directe, herkenbare vijand versterkt immers de sociale cohesie en bouwt een gemeenschappelijke focus op het verdedigen van wat ons dierbaar is.

Die stijging van de zee is echter niet voor volgende week, zelfs niet voor 2100: het gaat om een schatting gebaseerd op de vorige keer toen het zo warm was – 3 miljoen jaar geleden. En met dat soort waarschuwingen hebben we het moeilijk volgens Kahneman, om drie redenen.

Een imminent probleem, daarvoor willen we ons nog wel engageren, maar hoe verder in de toekomst het ligt, hoe meer we kiezen voor uitstelgedrag. Gedragseconomen noemen dit hyperbolic discounting: voor iets wat twintig jaar of meer in het verschiet ligt, hebben we nauwelijks aandacht, hoe belangrijk ook (dit is ook waarom we niet, of onvoldoende, aan pensioensparen doen).

Natte voeten op vele plaatsen

Natte voeten op vele plaatsen (flood.firetree.net)

 

Bovendien is die stijging eigenlijk maar speculatie: op dit ogenblik (bar koud eind april!) merken we nauwelijks iets van ‘klimaatopwarming’, ook al worden we met wetenschappelijke modellen om de oren geslagen. Misschien gebeurt dat toch allemaal niet? En dat is een tweede tendens die ons weerhoudt van actie: onzekerheid. Zelfs de meest gesofisticeerde klimaatmodellen zijn niet 100% betrouwbaar, en onze bereidheid iets te veranderen aan ons gedrag omwille van een onzeker nadeel is maar matig.

Tenslotte hebben we ook een diepgewortelde afkeer van verlies, vooral van verlies en winst later. Onze levensstandaard geven we niet zomaar op, zegt Kahneman.

Deze combinatie leidt tot een perfect nachtmerriescenario: een probleem dat veraf is, maar dat nú om grote offers vraagt, om een onzeker verlies te vermijden.

Verkeerde aanpak

Bij de bewustmaking rond de klimaatopwarming werd tot nu toe vooral de logische, feitelijke kaart gespeeld. Natuurlijk hebben we allemaal onze rationele kant, en maken we wel vaker bewuste keuzes in ons eigenbelang. Maar offers brengen we meestal niet omwille van economisch voordeel, maar omdat we willen handelen in overeenstemming met onze waarden, en met datgene waarin we met passie geloven. Vrijwilligers – van de leiding bij de jeugdbeweging tot zij die zieken en bejaarden bezoeken of hun boodschappen doen – offeren tijd op die ze ongetwijfeld nuttiger zouden kunnen gebruiken, zonder dat ze daarbij economische baat hebben.

En dat bescheiden altruïstische gedrag verbleekt bij de economische offers die de keuze om voor nageslacht te zorgen met zich meebrengt. In het VK sturen sommigen hun kinderen naar privéscholen (die ironisch genoeg bekend staan als public schools), met een prijskaartje van gemiddeld £ 286.000 (ruim € 370.000). Zelfs zonder dat peperdure schoolgeld brengen ouders een niet onaanzienlijk offer: de gemiddelde totaalkost voor het opvoeden van een kind tot het 18 jaar is wordt geraamd op ruim £ 67.000 (bijna € 90.000). Dat zijn offers die aantikken, en ook weer zonder dat er een direct persoonlijk economisch nut tegenover staat.

Dat betekent niet dat er geen plaats is voor economische maatregelen om het gedrag van mensen en bedrijven te beïnvloeden. Een koolstoftaks kan het gebruik van CO2-intensieve energie dempen, en verhandelbare emissiecertificaten kunnen ervoor zorgen dat uitstootreductie gebeurt tegen de laagste maatschappelijke kost. Maar voor echte, duurzame gedragsverandering is er meer nodig dan gegoochel met het aantal graden dat het klimaat zal opwarmen, en verre voorspellingen van droogte hier en zondvloed daar. Al is de wetenschappelijke onderbouw nog zo stevig, motiveren doet hij niet.

Met de stroom mee

Mensen worden ook gemotiveerd door een gevoel van identiteit en samenhorigheid – van het gezin tot een natie of zelfs een globale beweging zoals een religie. Iedereen heeft de capaciteit te handelen in het belang van het grotere gemeengoed, zelfs als dat ten koste van het eigenbelang gaat. Marshall pleit ervoor deze sociale dimensie meer in de verf te zetten. Beleidsmakers en wetenschappers moeten deze snaar bespelen, eerder dan te blijven hameren op de spijker van economische kosten en baten, en zo aan te sluiten op de intrinsieke motivaties van de burgers.

Meer of minder CO2? Minder!

Meer of minder CO2? Minder! (ourworldindata.org)

Dat gebeurt echter best op een intelligente manier. Verschillende studies wijzen erop hoe mensen met verschillende politieke voorkeuren zich aangesproken voelen. Aan de linkerzijde komt engagement vooral via boodschappen en beelden die fairheid en zorg in de verf zetten, terwijl conservatieven zich eerder laten overtuigen door concepten als autoriteit en patriotisme. One size does not fit all.

Naast het economische en het emotionele is er een cruciale derde pijler die kan bijdragen tot sturen van het gedrag: nudges of duwtjes. We weten vaak wel wat belangrijk is, maar toch doen we – dikwijls onbewust – wat het gemakkelijkst of het aantrekkelijkst is. Dat is precies het terrein waar ingrepen in de keuze-architectuur, de context die ons beïnvloedt wanneer we geen uitgesproken voorkeur hebben, een groot effect kunnen hebben.

Simon Hedlin en Cass Sunstein (van Nudge faam) onderzochten hoe mensen al dan niet kiezen voor groene energie. Hun bevindingen suggereren dat wanneer een expliciete keuze moet worden gemaakt tussen een groen en een standaard energie-aanbod, een maximaal aantal mensen voor de groene optie kiezen – meer nog dan wanneer groen de default optie is. Katrina Jessoe en David Rapson bekeken hoe het type informatie de vraag naar electriciteit beïnvloedt, en vonden dat gezinnen die enkel prijsverhogingen ervoeren hun vraag met 0-7% verminderden, maar gezinnen die daarbij ook heel regelmatige feedback kregen over prijs en hun eigen specifieke consumptie 8-22% minder gingen verbruiken.

En duwtjes kunnen ook het zo belangrijke sociale gevoel activeren. Het Amerikaanse softwarebedrijf Opower werkt al enkele jaren samen met energieleveranciers en levert aan hun klanten een Home Energy Report, waarin hun verbruik wordt vergeleken met dat van hun buren. Dit werkt normerend, en leidt tot een zachte, maar significante sociale druk. Dankzij die rapporten is bij 15 miljoen huisgezinnen al voor zo’n miljard dollar aan energiebesparing bereikt.

Of het nu om matrassen op de weg gaat, of om het klimaat van onze planeet, wanneer je de mensen hun gedrag wil laten aanpassen, dan doe je er goed aan niet alles in te zetten op rationele, wetenschappelijke feiten. Wie de mensen minder stroom wil laten verbruiken, gaat beter met de stroom mee.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Koen Smets

Koen Smets is een deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkeling, met een fascinatie voor menselijk gedrag op de grens tussen het rationele en het irrationele. Hij is op Twitter als @koenfucius.