Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Cuba en de VS (2): make money, not war

22 maart 2016 Lotte Lambrecht
2965465261_90ed2013a8_z
(Foto: Flickr (c) Michael Pittman)
2965465261_90ed2013a8_z
(Foto: Flickr (c) Michael Pittman)

De Cubaans-Amerikaanse lobby

De Verenigde Staten zijn sinds jaar en dag een belangrijke uitvalsbasis geweest voor veel Cubaanse immigranten. Deze immigrantengemeenschap ontstond na de eerste Cubaanse onafhankelijkheidsoorlog en bleef de jaren nadien sterk groeien. Met het uitbreken van de Cubaanse Revolutie trad de zogenaamde ‘Golden Age’ van de Cubaanse exodus aan. De massale Cubaanse immigratie werd bovendien aangewakkerd door de Verenigde Staten zelf die beslisten dat Cubaanse immigranten, in tegenstelling tot immigranten uit andere landen, geen visum nodig hadden om het land te mogen betreden en er te wonen.

De VS hoopte dat de Cubaanse exodus het Castro-regime zou ondermijnen en een braindrain zou creëren. De Cubanen die arriveerden in de eerste migratiegolf waren dan ook zogenaamde ‘Batistianos’ die uit de rijkere sociale klassen kwamen en voorstander waren van het Batista-regime en de Verenigde Staten omarmden. Hun doel was dan ook om het Castro-regime zo snel mogelijk omver te werpen. Cubaanse immigranten die ingingen tegen het strenge anti-communisme en anti-Castroisme dat heerste in de gemeenschap, werden niet zelden slachtoffer van terroristische aanslagen en bedreigingen.

Deze amerikaansgezinde Cubaanse gemeenschap eiste vanaf de jaren tachtig zijn plaats op het politieke toneel en groeide uit tot een sterke politieke speler. De Cuban-American National Foundation bijvoorbeeld, een organisatie die toen werd geleid door Varkensbaai-veteraan Jorge Mas Canosa, streefde naar een democratisch Cuba. De organisatie lobbyde voor wetgeving die Cuba verder isoleerde en gaf financiële steun aan Amerikaanse politici die strenge anti-Castro standpunten verdedigden. Ook Florida, de verblijfplaats van 1,2 miljoen van de 2 miljoen Cubanen, vormde een belangrijke factor van hun politieke macht.

Florida is immers een belangrijke swingstate binnen het Amerikaanse kiessysteem. Dankzij hun bevolkingsaantal, lobbymacht en geografische locatie konden Cubaanse Amerikanen een presidentskandidaat maken of kraken. Zowel republikeinen als democraten probeerden de gemeenschap niet tegen de schenen te schoppen uit vrees voor electorale represailles. Aangezien het stemgedrag van de eerste generaties Cubaanse immigranten vooral afgestemd was op het Amerikaans beleid ten opzichte van Cuba, stemden ze dan ook met volle overtuiging voor de partij die de hardste anti-Cuba standpunten innam. Maar de Cubaans-Amerikaanse gemeenschap heeft de laatste jaren aan politieke macht ingeboet.

Hun verlies aan invloed is onder andere te wijten aan de andere sociaaleconomische achtergrond van de nieuwe Cubaanse immigranten. Die immigreren vooral uit economische overwegingen en vluchten niet langer uit vrees voor het regime. Ze staan dan ook opener ten opzichte van onderhandelingen met het Castro-regime. Een poll, afgenomen in 2014 door de Florida International University, toonde aan dat 65 procent van de immigranten die na 1980 waren gearriveerd de heropening van diplomatieke relaties steunden. De meerderheid van de ondervraagde Cubanen die voor 1980 arriveerden zijn tegen de heropening van diplomatieke relaties gekant.

Bovendien vindt er ook een demografische verschuiving plaats binnen de Cubaanse gemeenschap in de VS. Een groot deel van de oudere garde is overleden en met hen ook het orthodoxe anti-Castroisme dat ooit zo definiërend was voor de gemeenschap. De tweede en derde generatie Cuban-Americans hebben geen band meer met Cuba of Castro en baseren hun keuze eerder op het economisch programma van de twee partijen dan op hun politiek standpunt ten opzichte van Cuba. 88 procent van de jongeren tussen 18 en 29 jaar gaven aan het heropenen van diplomatieke relaties te steunen. Cuban-Americans worden in Florida op bevolkingsaantal voorbijgestoken door immigranten uit andere Latijns-Amerikaanse landen, zoals Puerto Rico. De waarde van de Cubaanse stem voor politici is dus gezakt.

Make money, not war

Ook het betere veiligheidsklimaat en de groeiende commerciële belangen duwden de VS opnieuw richting Cuba. Tijdens de Koude Oorlog werd de relatie tussen de Verenigde Staten en Cuba vooral vanuit strategisch oogpunt gedefinieerd. Door een escalatie van gebeurtenissen en provocaties van beide kanten kwam het in 1961 tot een definitieve breuk tussen beide landen. Tot het einde van de Koude Oorlog bevond zich op slechts 45 kilometer van de kust van Florida een Sovjet-satellietstaat. Maar met de afloop van de Koude Oorlog herleidde Cuba zijn militaire aanwezigheid op internationaal vlak naar nul en vormde het kleine eiland geen enkel strategische bedreiging meer voor de VS. Integendeel, Cuba zou de Verenigde Staten kunnen helpen op sommige andere veiligheidsissues, zoals terrorisme en de strijd tegen drugssmokkel.

Terwijl Cuba geen betekenis meer heeft voor de Amerikaanse veiligheidsbelangen, maakten commerciële belangen, die zo belangrijk waren geweest gedurende de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, hun comeback. Verschillende Amerikaanse lobbygroepen, zoals USA*Engage, slaagden er de afgelopen jaren al in om bepaalde handelsrestricties op te heffen.

Sinds het begin van de jaren ’90 is medische export richting Cuba toegelaten en met het invoeren van de ‘Trade Sanctions Reform and Export Enhancement Act’, is de Verenigde Staten de grootste invoerder van landbouwproducten in Cuba. Desalniettemin kost het handelsembargo de Amerikaanse economie jaarlijks tussen 1,2 en 3,5 miljard. Ondertussen hebben ongeveer 4.500 bedrijven van honderd verschillende landen investeringen gedaan op het eiland. Amerikaanse bedrijven blijven gefrustreerd achter. Cuba is dichtbij en nu het ook zijn privésector uitbreidt een heel interessante afzetmarkt voor deze bedrijven. Ook beschikt het eiland, dankzij het gratis onderwijs voor elke burger, over goedkope maar goed opgeleide arbeiders, wat extreem interessant is voor industriebedrijven.

Sinds de aankondiging van de normalisatie in de Cubaans-Amerikaanse relatie is het gelobby om het economisch embargo volledig te doen verdwijnen massaal toegenomen en dat zal in de toekomst ook enkel nog toenemen. Opvallend is dat de meeste van deze lobbygroepen zowel bij republikeinen als democraten gehoor vinden. In maart 2015 werd ‘The Freedom to Export to Cuba’-act ingediend door zowel republikeinse als democratische politici. Ondertussen heeft de Amerikaanse overheid voor het eerst sinds 1958 een Amerikaans bedrijf toestemming gegeven om een fabriek te openen op Cubaanse bodem. De fabriek zal landbouwmachines produceren voor Cubaanse boeren.

Vriendschapsverzoek voor Latijns-Amerika

Ook de veranderende relatie met continentale buur Latijns-Amerika speelde een rol in de beslissing van de Obama-administratie om terug contact te zoeken met Cuba. Latijns-Amerika zag in het begin van de 21ste eeuw zijn politieke en economische situatie drastisch veranderen. Na twee decennia van economische depressie, privatiseringen en neoliberaal beleid verkozen verschillende landen een linkse leider.

Deze ‘Roze Golf’ nam een symbolische start met de verkiezing van Hugo Chavez in Venezuela en overspoelde vervolgens andere Latijns-Amerikaanse landen als Chili, Brazilië en Uruguay. Ook zag het continent zijn economie sterk groeien. Deze groei werd vooral veroorzaakt door de prijsstijgingen in grondstoffen en de groeiende vraag ernaar door opkomende economieën zoals China. Ook begon de regio zich regionaal meer en beter te organiseren. Verschillende regionale organisaties, zoals MERCOSUR en UNASUR, zagen het afgelopen decennium het levenslicht.

Ten gevolge van deze politieke en economische meevallers groeide het zelfvertrouwen van de regio en slaagde ze erin zich onafhankelijker op te stellen tegenover de Verenigde Staten. Dit uitte zich onder andere in de buitenlandse politiek. Landen als China, Rusland en Iran begonnen te investeren in verschillende Latijns-Amerikaanse landen. Na jaren van invasies en ‘regime changes’, gesteund door de CIA en de Amerikaanse overheid, moest de VS zijn continentale buur als gelijke beginnen behandelen. De VS zag zijn backyard het afgelopen decennium de-amerikaniseren. De intrede van nieuwe actoren als China en Iran kunnen een bedreiging vormen voor Amerikaanse economische en veiligheidsbelangen. Ook is samenwerking broodnodig om het probleem van illegale immigratie te kunnen aanpakken. De VS heeft er alle belang bij om de inter-Amerikaanse relatie herop te bouwen.

Een obstakel dat verhinderde om hiermee van start te gaan, was het Amerikaanse beleid ten opzichte van Cuba. Protest tegen het isolerend beleid van de VS is al sinds de jaren zeventig ruim gecontesteerd in de regio. Het achterhaalde Amerikaanse beleid ten opzichte van het eiland staat symbool voor de kwaadste dagen in de inter-Amerikaanse relatie, waarin de VS Latijns-Amerikaanse landen naar eigen goeddunken binnenviel. Dit protest bereikte een piek in 2012, tijdens de top van de Amerika’s in Cartagena. De VS en Canada hadden geweigerd dat Cuba zou worden toegelaten tot deze top. Sommige Latijns-Amerikaanse politici, zoals de Boliviaanse minister van Buitenlandse Zaken, dreigde ermee dergelijke tops niet langer te organiseren. Verschillende andere leiders steunden dit standpunt. Het Latijns-Amerikaanse protest verdween toen de heropening van diplomatieke relaties werd aangekondigd in december 2014. Cuba was welkom op de top in Panama, georganiseerd in april 2015. Cuba uit de isolatie halen betekende dus een nieuwe start voor de inter-Amerikaanse relatie.

Cuba se mueve

Naast de VS had ook Cuba zo z’n redenen om een toenadering te omarmen. In 2006 gaf Fidel Castro het presidentschap door aan jongere broer Raul Castro. Op dat moment was zijn belangrijkste taak het land voor te bereiden op een post-Castro transitie. Sinds zijn aantreden heeft Castro junior dan ook verschillende pogingen ondernomen om te onderhandelen met de Verenigde Staten. Ook de toon van zijn discours is merkbaar minder anti-Amerikaans dan dat van zijn oudere broer. Castro besefte dat een toenadering met de VS cruciaal was voor de economische stabiliteit van het land.

Met de val van de Sovjet-Unie in 1990 verloor Cuba zijn belangrijkst handels- en financiële partner. De Cubaanse economie kreeg een ferme knauw, export - die vooral op de Sovjet-Unie was gericht - verviel tot quasi niets. Dit economisch verval, gecombineerd met het embargo en fouten gemaakt door de Castro’s, waren dodelijk voor Cuba’s economische gezondheid.

Verlossing voor een deel van zijn financiële zorgen vond Cuba in buitenlandse investeringen, die werden toegestaan na 1990 en de bloeiende relatie met Hugo Chavez’s Venezuela. Venezolaanse olie werd geruild tegen Cubaanse dokters. Maar nu ook de Venezolaanse politiek en economie in zwaar weer verkeert, is ook deze samenwerking ten dode opgeschreven. Sinds zijn aantreden heeft Raul Castro ook verschillende hervormingen doorgevoerd, maar zonder veel effect. De Cubaanse economische groei bleef onder één procent in 2014. Desondanks de vele investeringen van andere landen, blijft het handelsembargo en de Helms-Burton wetgeving een streep door de Cubaanse rekening. Academici wijzen er ook op dat de VS ontegensprekelijk een cruciale markt is en blijft voor Cuba. Een oplossing voor de Cubaanse economische malaise kan dus bij een opheffing van het embargo liggen.

Morgen, deel 3: Cuba en de VS (3): nieuwe vrienden. Zal Cuba een onafhankelijke koers kunnen blijven varen? 

LEES OOK