Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

The Bern Deal (2): Bernie Sanders en dissident Amerika

4 maart 2016 Jelle Versieren
sanders clinton
Democratische presidentskandidaten Bernie Sanders en Hillary Clinton tijdens een televisiedebat in december 2015 (Foto: ABC/ Ida Mae Astute)
sanders clinton
Democratische presidentskandidaten Bernie Sanders en Hillary Clinton tijdens een televisiedebat in december 2015 (Foto: ABC/ Ida Mae Astute)

Het bipolaire speelveld tussen Democraten en Republikeinen kreeg zijn gestalte aan de vooravond van de Burgeroorlog. Toen waren de twee partijen een losse verzameling van tegengestelde belangengroepen geconcentreerd in enkele machtige staten, waarbij het partijplatform eerder diende om een regionale agenda te dienen dan dat het werkelijk op nationaal vlak een coherente ideologie uitdroeg.

Tijdens de Reconstruction Era (1865-1877) kon een selecte groep industriëlen in de noordoostelijke staten een quasi politiek monopolie bemachtigen. De federale staatsmachinerie bestond uitsluitend uit enkele Republikeinse families.

In het Zuiden kon de federale overheid geen vaste voet aan wal krijgen. Dixie was militair verslagen, maar de dynastieke grootgrondbezitters sloten haar sociale netwerken voor politieke avonturiers uit het Noorden. Geleidelijk werden de zuidoostelijke staten bastions van de Democraten.

Haar succesvolle anti-federalistische politiek, samengevat in slogans die zeer vijandig waren tegenover Washington, kreeg aanzienlijke aanhang bij de blanke achterban door het herinvoeren van de segregatiewetgeving (Jim Crow laws) en het ventileren van woede over de abjecte corruptie bij de Republikeinen.

Politieke instabiliteit na de burgeroorlog

De Noordelijke staten waren Republikeins, de Zuidelijke Democratisch? Not quite. Tussen 1880 en 1930 werden beide partijen veelvuldig uitgedaagd door een sterke oppositie. In de verarmde rurale staten kregen agrarische populisten (o.a. The People's Party) enorme aanhang, waarbij sterk werd gehamerd op vergaande landherverdeling.

De boodschap sloeg aan: zowel gouverneurs als volksvertegenwoordigers werden onder hun rangen verkozen. Doorheen het land, van Wisconsin tot Virginia, zagen boerencoöperatieven en gigantische communes het licht. Henry George’s aanklacht over de teloorgang van de onafhankelijke boeren maakte dat zijn Progress and Poverty (1879) het meest gelezen economische traktaat in de Amerikaanse geschiedenis werd.

De Republikeinen werden in verschillende staten dermate in de hoek gedrumd dat Zuidelijke Democraten opnieuw electorale ruimte kregen om de presidentsverkiezingen te winnen.

Een andere ongeziene politieke kracht verzamelde zich onder de hoede van de ontelbare vakverenigingen. In het Noorden konden de vakverenigingen op sectoraal vlak met succes de industriëlen onder druk zetten om collectieve loononderhandelingen in te voeren.

En hoewel rond de eeuwwisseling de AFL (American Federation of Labor) slaagde om de meeste verenigingen te plaatsen onder de koepel van een moderne en nationale vakbondsstructuur, kon zij toch niet verhinderen dat tijdens de jaren 1930 binnen de rangen van haar militanten het radicale idee van zelfbestuur een steile opgang maakte.

Dit militantisme was niet uitsluitend een aangelegenheid van blanke arbeiders. Afro-Amerikanen, veelal tewerkgesteld in de mijnsector of de spoorwegen, gaven tevens blijk van de wens om syndicaal vertegenwoordigd te worden. Terwijl rond de eeuwwisseling de meeste AFL-leiders weigerachtig stonden tegenover het erkennen van niet-blanke afgevaardigden, begon deze houding stelselmatig te kantelen.

Hoewel zowat alle vakverenigingen de segregatie beschouwden als een schandvlek op het blazoen van de Amerikaanse samenleving waren zij, in de woorden van vakbondsleider Samuel Gompers, bezorgd om het feit dat Afro-Amerikanen ongeletterd waren. Ongeletterd, dus niet in staat om zich te organiseren.

In de volgende decennia bleken Afro-Amerikaanse mijnwerkers in staten zoals Alabama wel in staat te zijn stakingen en andere acties op zeer efficiënte manier te leiden. Het interbellum biracial unionism kan dan ook terecht worden beschouwd als de rechtstreekse voorloper van de Civil Rights Movement in het diepe Zuiden.

Het rode gevaar

Het syndicaal succes gaf tevens geboorte aan diverse socialistische partijen. Hoewel hopeloos verdeeld, konden zij rekenen op miljoenen leden. Deze partijen vormden niet alleen de kern van de syndicale beweging, maar konden ook een eigen medianetwerk uitbouwen. Amerikaanse arbeiders haalden niet meer uitsluitend hun informatie uit het krantenimperium van W.R. Hearst (een reactionaire antisemiet), omdat de socialistische beweging actief het idee van burgerjournalistiek ondersteunde.

Partijleden van bescheiden komaf kregen de kans om journalistieke carrière te maken, wat voorheen alleen weggelegd was voor de gegoede middenklasse. Via de eigen kranten en tijdschriften werden zowel Republikeinen als Democraten op de korrel genomen.

De tumultueuze jaren '30 gaven tevens de geboorte aan communistische partijen. Huidige historici stellen, de Koude Oorlogretoriek voorbij, dat het communisme een sterke aanhang verwierf en tijdens die jaren een permanente politieke factor was met aanzienlijke aanhang (zelfs in staten zoals Virginia).

Het interbellum: the fire rises

De raciale kwestie en de tegenstelling tussen arbeid en kapitaal deden de fundamenten van de twee dominante partijen op hun grondvesten daveren. Niemand was overtuigd dat het bipartism een lang leven was beschoren. De gebruikelijke harde repressieve wetten, uitgevaardigd door politici van beide partijen, konden het ongenoegen niet langer de kop indrukken.

Het was Franklin Delano Roosevelt die de Democraten weerhield van een complete ondergang. Met zijn New Deal, de start van de Amerikaanse sociale welvaartstaat, kon hij zijn eigen partij omturnen van een zuidelijk bastion tot een politieke kracht die zowel boeren, arbeiders, vakverenigingen en intellectuelen aansprak. Met een radicaal plan van actieve overheidsinterventie redde hij het Amerikaans kapitalisme door arbeid een reële stem in het beleid te geven.

Niettemin konden tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog agrarische populisten (denk maar aan Woodrie Guthrie’s protestlied This land is your Land) en socialisten rekenen op hun eigen gouverneurs en volksvertegenwoordigers om eventuele tegenstand van Southern Democrats te ondermijnen (bijvoorbeeld de immens populaire gouverneur Huey Long uit Louisana).

Binnen de Democraten ontstond stilaan een sociaal-democratisch gedachtegoed dat gestoeld was op het idee dat economische groei alleen kon blijven bestaan indien stijgende lonen hand in hand gingen met industriële investeringen.

De woelige naoorlogse jaren

De herwonnen stabiliteit van het tweepartijenstelsel kon net geen dertig kaarsjes uitblazen. De Vietnamoorlog, de tegencultuur bij jongeren, en een mondige Afro-Amerikaanse bevolking daagden de gevestigde machten opnieuw uit. Deze heterogene beweging bleek in staat om jarenlang haar gigantische achterban te mobiliseren.

De National Guard kreeg frequent de opdracht om op brutale wijze in te grijpen bij betogingen en protesten. De Civil Rights Movement kon voor de eerste maal sinds 1865 de gehate zuidelijke Jim Crow Laws ongedaan maken. Een nieuwe generatie jongeren verzamelde zich in New Leftist organisaties die, voorbij de controle van de Democratische top, de legitimiteit van het kapitalisme an sich in vraag stelden. De AFL(-CIO) kon op haar beurt niet meer de leden in toom houden, waardoor opnieuw stakingen de kop opstaken gevoed door groeiend ongenoegen over stagnerende lonen.

Beide partijen stonden opnieuw voor het voldongen feit dat het tweepartijenstelsel op de rand van de afgrond bengelde. De Republikeinen wonnen hun achterban terug door zich te enten op wat nu het neoliberalisme wordt genoemd.

Het Nixon-experiment (Nixon zelve was afkomstig uit een milieu van religieuze maar verpauperde boeren), het combineren van New Deal-elementen met een ethisch-conservatieve agenda werd door de partijtop vervangen door de jaren 1980 Reaganomics.

De herverdeling van welvaart werd grotendeels stopgezet, de Koude Oorlog begon aan een nieuwe fase, de vakbonden werden met draconische wetten aan banden gelegd, en Reagan kreeg ongeziene donaties vanuit de financiële wereld om Roosevelts erfenis van economische regulatie ongedaan te maken.

De Democratische top plaatste de New Deal in de ijskast. Zij beschouwde de alliantie met vakverenigingen en minoriteiten eerder als een electorale last dan als rotsvaste politieke basis. De partij kon een sociaal-democratische weg inslaan, maar verkoos daarentegen om Reagan light te worden. Een quasi identieke economische agenda, maar met ethisch-progressieve franjes.

Vermaard historicus Robert Brenner stelde in zijn essay The Paradox of Social Democracy: The American Case (1985) dat de keuze om dit nieuwe “Democratische realisme” te omarmen in wezen had geleid tot het langzaam verdwijnen van een traditie van mobilisatie van onderuit, waardoor het idee van een sociaal-democratische Verenigde Staten vroegtijdig werd geaborteerd.

In de jaren '90 konden onafhankelijke libertarische kandidaten een deel van het New Left kiezerspubliek claimen. Deze beweging is ten onder gegaan door haar plots rechts-populistisch discours onder het goedkeurend oog van enkele machtige industriëlen, waarbij marktautoritarisme in combinatie met openlijk racisme werd gepromoot. De oppositie verdween tijdelijk uit de annalen van de geschiedenis.

Clintonomics

De Democraten werden de New Democrats. Met Bill Clinton als president. Op economisch vlak begonnen in de jaren 1990 zowel de arbeiders als middenklasse de gevolgen van zijn Clintonomics aan de lijve te ondervinden: groeiende innerstedelijke armoede, hogere werkloosheid, lagere lonen, verdere legislatieve stappen om collectieve loonakkoorden te verhinderen, verdere deregularisatie van de financiële sector, en deïndustrialisatie van de Rust Belt (Noordelijke staten).

Bill Clinton, zo bewijst Nancy Fraser in haar essay “Clintonism, Welfare, and the Antisocial Wage” (1995), was degene die maakte dat verschillende neoliberale ideeën common sense werden: armoede is geen sociaal probleem maar een kwestie van individuele keuzes, belastingen om welvaart te herverdelen zijn economisch niet wenselijk en de meeste publieke goederen worden beter overgelaten aan efficiënte marktwerking.

Robert Reich, Secretary of Labor onder Bill Clinton, stelt momenteel op verrassende wijze dat vier nieuwe jaren van Clintonomics geen uitweg voor de huidige economische crisis vormen. Hij onderstreept dat Sanders’ plan een grotere vraag naar industriële investeringen en consumptiegoederen zal teweegbrengen, terwijl verdere besparingen alleen de negatieve cyclus bestendigt.

Reich heeft ook zware kritiek op de vergaande juridische hervormingen onder Clinton, waarbij de verliezers van de economische rat race te maken kregen met een uiterst repressieve strafwetgeving. Het was niet toevallig dat onder zijn presidentschap de gevangenissen aanzwollen met opvallend veel Afro-Amerikanen.

Bernie Sanders voorbij de Clintonomics

Tot begin 2016 bleef Hillary Clinton zeer duidelijk dit economisch programma verdedigen. Bernie Sanders daarentegen, zoals Thomas Piketty stelt in zijn stuk “Bernie Sanders: The US enters a new political era” (2016), maakt gewoonweg komaf met de traditie van de New Democrats.

Sanders veroordeelt niet alleen de desastreuze Reaganomics en de neoconservatieve jaren onder George W. Bush, maar hij resoneert ook het ongenoegen over de huidige Democratische koers. Occupy, No War, Black Lives Matter, syndicale acties voor hogere minimumlonen, en Winsconsin 2011 waren, zo stelt Okla Elliott in “Bernie Sanders: The Essential Guide”, de eerste voortekenen van wat nu blijkt een politieke revolte/revolutie te zijn. De partijtop en de bevriende media waren totaal niet voorbereid op wat komen zou.

Academici zoals Elliott of Fraser hadden een Sanders fenomeen reeds enkele jaren terug aangekondigd. De combinatie van de aanhoudende Grote Recessie met growth without jobs, groeiende polarisatie tussen arm en rijk, de juridische en fiscale privileges van Wallstreet, en de flagrante discriminatie van verschillende minoriteiten hebben een perfect storm teweeggebracht. Niemand kon de man Bernie Sanders voorspellen, maar wel het succes van zijn boodschap.

LEES OOK
Jelle Versieren / 03-03-2016

The Bern Deal (1): Bernie Sanders, Hillary Clinton en Ronald Reagan

Hoe kan een onbekende grijsaard uit het onooglijke Vermont voor volgepakte zalen blijven zorgen?
16305933820_dd3854800e_z