Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Waar wil Koen Geens naartoe?

8 februari 2016 Walter De Smedt
Koen Geens (Foto: Claude Truong)
Koen Geens (Foto: Claude Truong)
Koen Geens (Foto: Claude Truong)
Koen Geens (Foto: Claude Truong)

Uiteindelijk een academicus met een lange staat van verdiensten, ook advocaat en oprichter van het grootste Belgische advocaten kantoor Eubelius en dus vertrouwd met de praktijk. Fel en toch mild. Na de opeenvolgende pogingen om justitie opnieuw op de rails te krijgen de meest geschikte man om er werkelijk wat van te maken. Het begon ook goed. Hij annonceerde waar iedereen zat op te wachten: de herziening van de hopeloos verouderde wetboeken van strafrecht en strafvordering, een magnum opus waar je alle opgesomde kwaliteiten en ervaring voor nodig hebt en dat, als je het in de tijdsspanne van een politiek mandaat behoorlijk wil doen, weinig tijd en ruimte laat om ook nog iets anders te doen. Toch deed de heer Geens ook nog wat anders.

Potpourri

Voor een doorgewinterd academicus is het minstens een ongewone werkwijze. Normaal open je eerst het debat over de basisprincipes en bouw je daarop voort om tot een werkbare wetgeving te komen zodat het geheel logisch en harmonieus blijft. Professor Geens doet het net omgekeerd. Geen voorafgaand debat over de gevolgde filosofie, maar onmiddellijk uit het groot geheel weggesneden stukken die, vermengd en zonder innerlijk verband, als zachte koek door de parlementaire strot worden gehaald.

Waar hij door deze verhakkelde werkwijze uiteindelijk wil landen, is onzeker. Toch kan je in de afzonderlijk geserveerde onderdelen een richting onderkennen. Zelf noemt hij zijn plan "de filosofie van de reductie van het strafrecht. Zo wordt het strafrecht tot haar kerntaak teruggebracht, namelijk de bestraffing van ernstige inbreuken. Andere onwenselijke gedragingen worden administratief of waar mogelijk zelfs zuiver burgerrechtelijk afgehandeld." Het plan Geens over de minnelijke schikking: "Het is een beginnende praktijk van een alternatief buitengerechtelijk afhandelingsbeleid op niveau van het openbaar ministerie, dat nog in volle evolutie is en waarvan een goede toepassing vele mogelijkheden biedt om nodeloos lange en complexe strafprocedures te vermijden en tot een snelle vergoeding te komen van de aan het slachtoffer toegebrachte schade of inning van de ontdoken fiscale en sociale rechten, met een stevige geldboete als ontradende sanctie. Waar alleen de penale weg bestaat, wordt deze (waar opportuun) vervangen door een administratieve sanctionering, voor zover een zuiver burgerlijke afhandeling niet zou volstaan." Ook deze uitspraak in het plan Geens betekent een totale ommekeer. Hier is duidelijk hoever de “reductie” van het strafrecht wel gaat. Je kan even goed van de depenalisering, de verburgelijking van het strafrecht spreken.

Tegenspraak

Wij leven iedere dag met veiligheidsniveau drie. Daar moet toch een reden voor zijn? Anderzijds zijn de voornaamste oorzaken van de disfuncties in justitie enerzijds de onderfinanciering en anderzijds de overbevraging. Hoe kan je de reductie, de verburgelijking van het strafrecht, in overeenstemming brengen met de soldaten op straat? Verdere besparing is ook niet het meest aangewezen antwoord op de onderfinanciering. Het reduceren van de nabijheidsrechter en de niet-invulling van openstaande plaatsen is evenmin een oplossing voor de overbevraging. Iedereen die het met de mens goed meent, wil graag meegaan in de droom van de minzame professor om onwenselijke gedragingen administratief of waar mogelijk zelfs zuiver burgerrechtelijk af te handelen. Maar is dat geen wishful thinking? Wat is de return on investment in de veiligheidssector als je het eindproduct, het rechterlijk vonnis, en zelfs de auteur ervan, ontwijkt of weggooit? Wat is het doel van de omvorming van de bottom-up organisatie die justitie was naar de top-down organisatie die het steeds verder wordt?

Geheel tegen zijn filosofie van de reductie van het strafrecht in kwam de justitieminister publiekelijk tussen en gaf hij zware kritiek op een vonnis van opschorting in een zaak van verkrachting. Hij raadde de rechters aan om een cursus seksueel geweld te volgen om met meer kennis van zaken een “beter oordeel” te kunnen vellen. Daarvoor kreeg hij ongewoon veel kritiek van rechters en advocaten. Die ging niet alleen over de beperking van de mogelijkheden van de rechter, maar vooral over de schending van de scheiding der machten. Want door tussen te komen in een lopende rechtszaak, in deze moet de rechter in beroep zich nog uitspreken, zet de minister de rechter onder druk. Geens werd daarom ook verweten aan populisme en steekvlampolitiek te doen. Het antwoord van de minister hierop is ontstellend: Geens beschouwt de intimiteit van de mens als heilig, “maar een minister van Justitie heeft de plicht om met de meerderheid rustig te praten alvorens hij zich lanceert”. De minister benadrukt wel dat hij zich niet wil uitspreken over de zaak in kwestie.

Waar naartoe?

Justitie is geen losstaand instituut dat voor zichzelf leeft. Justitie bepaalt grotendeels het maatschappijbeeld doordat het wat er van afwijkt sanctioneert. Daarom is de vraag waar de heer Geens naartoe wil niet alleen een belangrijke juridische, maar evenzeer een kapitale maatschappelijke vraag. Door de verdere uitbreiding van de reeds verruimde minnelijke schikking is het nu reeds zichtbaar dat justitie zoals de heer Geens dat zelf noemt, de toepassing van het “ius vigilantibus”, het recht van de wakkere, en niet het recht van de zwakkere, wordt. Dat is dan toch een ontzettende ommezwaai in de sociale verworvenheden. Daardoor zal de gewone burger niet alleen op zijn loon, maar ook op zijn rechten moeten inleveren.

Moet justitie door de top-down organisatie ook opnieuw tot de kaste van de beteren behoren? Hoe gaan de huidige rechters die, na de democratisering van het beroep in de vorige eeuw, allen benoemd zijn ongeacht hun rang of afkomst, dat verwerken? Voor wie rijdt de minister? Is dat voor het vermogend cliënteel van zijn vroeger advocatenkantoor, of voor alle burgers? Contra fisco of pro Deo? Wat is voor hem nog strafwaardig? Wat gaat hij “reduceren”? Gaat dat enkel over de misdrijven of ook over de bevoegdheden van wie daarover moet oordelen? En welke misdrijven moeten dan niet en welke zwaarder worden gestraft?

Integer?

Integriteit betekent dat je zegt wat je doet en je doet wat je zegt. Het grote probleem met de heer Geens is dat je nooit weet wat hij eigenlijk echt bedoelt en nog minder waar hij wil uitkomen. Volgens Geens is het mogelijk om aan de opschorting van straf te sleutelen, al wijst hij erop dat daarvoor een parlementair debat in de commissie Justitie aan de orde is. "Ik ga dat niet alleen voorstellen vandaag, maar het zou dus denkbaar zijn om de opschorting niet meer toe te laten voor verkrachting". Maar dan moeten we dat ook voor een aantal andere misdrijven doen. Wat weet je door deze verklaring nu meer? "Een minister van Justitie heeft de plicht om met de meerderheid rustig te praten alvorens hij zich lanceert”. Met welke meerderheid heeft de minister rustig gepraat alvorens zich in de verkrachtingszaak te lanceren? Rechters en advocaten waren daar niet bij. En indien een rustig gesprek met de meerderrheid hem groen licht gaf om de scheiding der machten terzijde te schuiven, is dat nog meer alarmerend.

"Het is aan de politiek om op weloverwogen en niet spektakelachtige manier te beslissen." Intussen deed de heer Geens net het omgekeerde en wordt hem dat terecht verweten. "En dat gaan we doen, dat beloof ik. En snel." Dat het snel moet gaan, bewees de minister door van de hervorming een potpourri te maken. Wat hij bij de hervorming van de wetboeken van strafrecht en strafvordering in petto heeft, weten wij niet. Wat is de opdracht die hij aan zijn vroegere Eubelius vennoot, advocaat-professor Raf Verstraeten, die er als coördinator van werd aangesteld, heeft gegeven? Wordt dat de herhaling van het verhaal van de zaak Bois Sauvage, waarin deze deskundige in het Parlement een geheel andere stelling verdedigde dan hij, als advocaat, voor de rechtbank pleitte: wordt de justitie-hervorming de verdere bevestiging van het ius vigilantibus?

Indien meester Geens hiervoor geen duidelijk antwoord geeft, moet het aan zijn partijvoorzitter worden gevraagd. Want die heeft toch de eindredactie bij de wijzigingen aan het voor de CD&V zo belangrijke maatschappijbeeld en bij de aanwijzing van wie dit ten uitvoer moet leggen? Mag de heer Beke er alvast op gewezen worden dat het grote krediet dat Koen Geens, de academicus in hart en nieren, bij het begin van zijn mandaat had, nu al sterk is afgenomen?

LEES OOK