Klimaatakkoord Parijs: enkele kritische reflecties

0

Het feit dat de regeringsleiders van 195 landen samen een raamakkoord onderschreven hebben, is op zich historisch. De basis van het akkoord bestaat in de expliciete stelling dat de gemiddelde temperatuurstijging de 2°C niet mag overschrijden en zelfs beperkt zou moeten blijven tot maximum +1,5°C.

Klimaatconferentie Parijs

Klimaatconferentie Parijs (Foto: Stephen Bouquin)

Deze belangrijke stellingname stemt overeen met de meest recente bevindingen van het IPCC (International Panel on Climate Change). Vijf jaar geleden wentelden nog heel wat regeringen zich in klimaat-scepticisme. Vandaag wordt publiek erkend dat de stijging van de temperatuur schadelijk is voor het menselijk voortbestaan. Er is dus vast en zeker sprake van een mentaliteitsverandering. In dit warmste jaar aller tijden is de klimaatchaos dan ook met het blote oog waarneembaar en zijn wetenschappelijke bevindingen onbetwistbaar geworden.

Wat mogen we nu besluiten bij het klimaatakkoord? De applausmeter brak bij het afsluiten van de klimaattop zowat alle records. Volgens Alma De Walsche, correspondente van MO* in Parijs, getuigt een afwijzing van het akkoord van ‘een gebrek aan inzicht’. Erger nog, het is totaal ‘onverantwoord en cynisch’, stelt ze in een bijzonder scherp artikel. Ook de Belgische Climate Express is positief bij monde van vice-voorzitter Bram Sercu. Mobilisaties hebben het verschil gemaakt en zijn ‘niet meer te stoppen’.

Anderzijds betreurden de organisatoren van de burgermobilisatie van 12 december in Parijs, samen met 20.000 betogers, dat de top er niet in geslaagd was de klimaattijdbom te ontmijnen. Een brede waaier van bewegingen waaronder Alternatiba, Stop Ecocide, de andersglobalisten van Attac en de Franse sectie van Friends of the Earth vonden het nodig de hypocrisie van het akkoord aan te klagen. Volgens hen bevinden we ons in een klimaat-noodtoestand en zullen we de komende jaren alle zeilen moeten bijzetten om mobilisaties te ontwikkelen. Ook bij ons is Climax bij monde van Filip De Bodt eerder sceptisch over het resultaat. Het is dus zeker geen overbodige luxe het akkoord grondig te bekijken.

Is het akkoord van Parijs bindend op juridisch vlak ?

De belangrijkste vraag, onder meer omdat de klimaatbeweging eiste dat het akkoord bindend zou zijn. Volgens het akkoord zijn staten gebonden om compleet vrijwillige engagementen aan te gaan (de INDCs of Intended Nationally Determined Contributions) en daarover om de vijf jaar een rapport te maken, en daarna eventueel nieuwe voorstellen te doen. Staten zijn NIET gebonden om die vrijwillige engagementen ook daadwerkelijk na te komen, of om de inspanningen doorheen de tijd effectief te vergroten. Er is geen onafhankelijke controlerende instantie en er zijn geen strafmechanismen voorzien. Er wordt toegestaan dat landen die meer doen dan beloofd hun extra inspanningen ‘verkopen’ aan landen die hun doelstellingen niet behaalden.

Sommigen stellen dat men, na jaren van inertie en verlammende meningsverschillen, ook niet tot een écht bindend akkoord had kunnen komen. Al wie deze mening is toegedaan vergeet best niet dat de vrijhandels- en investeringsakkoorden wél van bindende aard zijn en landen gesanctioneerd kunnen worden. In tegenstelling tot de vrijhandel is er inzake uitstoot van CO2 helemaal geen sprake van een dergelijke aanpak.

Een ambitieus akkoord?

De opdracht van COP21 bestond erin paal en perk te stellen aan de klimaatopwarming van meer dan 2°C. De lovende woorden voor de Franse diplomatie mogen ons niet doen vergeten dat deze doelstelling niet werd gehaald. Het akkoord betreft een periode van 2020 tot 2050. In 2018 moet het IPCC een rapport afronden over de gevolgen van een stijging van meer dan +1,5°C en ditzelfde jaar zal er een inventaris opgemaakt worden van de INDCs. Maar het is pas in 2025 dat de INDCs verhoogd kunnen worden. Veel te laat om nog aan een stijging van +3°C te ontsnappen. Men mag niet vergeten dat alle broeikasgassen die reeds in de atmosfeer zijn terechtgekomen gedurende jaren blijven werken en dat deze inertie met zekerheid zorgt voor een stijging van 1,3° C.

Zonder duidelijke roadmap, zonder een vermelding van drempels, met een kalender van 2020 tot 2050, moeten we durven stellen dat het klimaatakkoord van Parijs de facto het bestaansrecht van miljoenen mensen ontkent. Klimaatchaos herleidt immers de leefbaarheid van sommige regio’s tot nul.

Kan er van een universeel akkoord gesproken worden?

Enerzijds wel, aangezien 195 het akkoord op 16 april 2016 zullen onderschrijven. Anderzijds is het universele karakter toch zeer relatief. De sectoren van burgerluchtvaart en maritiem transport, goed voor 10% van de globale emissies (ongeveer het equivalent van Duitsland en Zuid-Korea), vallen erbuiten. Bovendien zijn de INDCs afhankelijk van extra financiering om een energietransitie en aanpassingsprogramma’s te volbrengen. Deze financiering werd niet voorzien en is in de toekomst geenszins gegarandeerd. Er is geen sprake van een taks op fossiele brandstoffen (het voorstel van Joseph Hansen) noch van de uitgifte van ‘ecobonds’ (obligaties) door instellingen zoals de Wereldbank. Dat betekent dat heel wat landen zich hebben geëngageerd zonder over de middelen te beschikken om hun doelstellingen te realiseren.

Tel hierbij het permanente besparingsbeleid dat de eurozone overheerst, en dat grootschalige openbare investeringen in de weg staat, op en je weet hoe laat het is. Zolang fossiele brandstoffen extra winsten opbrengen, moeten we ook niet al te veel op de private sector rekenen.

Het akkoord beschikt niet over de nodige middelen om universeel toegepast te worden en stelt op geen enkel moment de machinerie die de aarde opwarmt in vraag. Er wordt nooit verwezen naar de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en de verantwoordelijkheid van een groeimodel gebaseerd op een neoliberale en financiële globalisering wordt evenmin in vraag gesteld.

Is het akkoord dynamisch?

Kan het akkoord gaandeweg aangevuld en verbeterd worden? Een inventaris of stock taking werd om de vijf jaar voorzien (maar pas vanaf 2020) en de toepassing van bijkomende engagementen inzake CO2-vermindering zou ten vroegste in 2023-2025 plaatsvinden (maar dit blijft afhankelijk van de interpretatie van het document en de goodwill van de staten).

Het raamakkoord bevat geen revisie-clausule en daarom zal het in de komende jaren onmogelijk zijn zaken toe te voegen zoals bijvoorbeeld het bindend maken van de engagementen of het verhogen van de 100 miljard dollar voor de ontwikkelingslanden die de negatieve gevolgen van de klimaatcrisis ondergaan.

Is het akkoord rechtvaardig?

Het klimaatakkoord van Parijs doet niets anders dan opnieuw verwijzen naar de 100 miljard dollar die jaarlijks nodig is om arme landen te ondersteunen. Er is dus amper vooruitgang gemaakt sinds de COP19 van Kopenhagen (2009). De klimaatschuld van de industriële wereld is immens en het zijn de ontwikkelingslanden in het zuiden die er de gevolgen van dragen.

De verwijzingen in het akkoord naar mensenrechten en het recht van inheemse volkeren op een rechtvaardige transitie zijn enkel terug te vinden in de ‘preambule’, ze missen dus elke juridische rechtsgrond. Er is een verzwakking van de mechanismen inzake ‘schade en verliezen’ (Loss and Damages) vermits elke verwijzing naar een juridische verantwoordelijkheid (Liabilities) uit het akkoord werd gehaald. Dergelijke vergeetachtigheden zijn geen toeval en vormen niets anders dan een onuitgesproken schuldbekentenis van de rijke landen.

Het akkoord bevat niets dat de patentrechten inzake ecologische kwesties zal opheffen. De transfer van technologieën zal er niet makkelijker op worden en intellectuele eigendomsrechten kunnen nog steeds ingezet worden om met groene technologieën te rentenieren.

Artikel 10 van het akkoord vermeld expliciet het begrip ‘economische groei’, maar op geen enkel ogenblik worden er vraagtekens geplaatst bij de alles versmachtende logica van blinde groei en de onderliggende logica van winstmaximalisatie.

Pessimisme van de rede en optimisme van de wil

Indien we de naakte feiten bekijken, kunnen we enkel vaststellen dat de Franse diplomatie een huzarenstuk heeft gerealiseerd door een akkoord te onderhandelen waarbij iedereen vrijwillig op tafel legt wat hij wil. De engagementen zijn pas binnen vijf jaar van toepassing zijn en een herziening kan pas binnen tien jaar plaatsvinden. Samengevat is het klimaatakkoord van Parijs gebaseerd is op 10 jaar tijdverlies!

Het is dus niet overdreven te stellen, zoals de ecologische basisbeweging Alternatiba, dat we met dit akkoord met “grote zekerheid afstevenen op een catastrofe voor de mensheid. We zullen immers met zekerheid de drempel van 2°C overstijgen, waardoor we in een situatie terechtkomen waarin het klimaat oncontroleerbaar op drift zal zijn en waarbij allerlei kettingreacties zullen plaatsgrijpen. Van verzuring van de oceanen (en het afsterven van de voedselpiramide), de vermenigvuldiging van cyclonen, droogte- en hittegolven, overdadige regenval met overstromingen en versnelde erosie, tot voedselschaarste en tekort aan drinkbaar water… Dit alles met honderden miljoenen klimaatvluchtelingen als gevolg.”

Veel zal dus afhangen van de omvang van de mobilisaties. Tussen wat verzameld werd inzake INDCs en wat nodig zou zijn om de klimaatcrisis te bedwingen, gaapt een kloof. Concreet: om tot maximum 1,5°C tot 2°C te komen, zouden de staten dubbel zoveel INDCs op tafel moeten leggen en dit met versnelde toepassing (dus niet vanaf 2020). Deze vaststelling is o.i. de enige juiste om actiedoelstellingen uit te werken. De klimaatbeweging zou in feite op alle niveaus (gemeentelijk, regionaal, landelijk) een jaarlijks plan inzake reductie van CO2-uitstoot moeten afdwingen. Openbare besturen hebben een voorbeeldfunctie. De private sector zou moeten volgen, desnoods met een stok achter de deur. De subsidiëring van fossiele brandstoffen zou op korte termijn moeten uitdoven. Wetenschappers wijzen op het feit dat 80% van de fossiele brandstoffen onder de grond zou moeten blijven. Landen die weinig of geen fossiele brandstoffen ontginnen, zouden hun afhankelijkheid met versneld tempo moeten afbouwen.

We weten nu dat onze economie tegen de helft van deze eeuw koolstofarm zou moeten worden. Hoe dit precies gerealiseerd kan worden, zou het voorwerp van een brede maatschappelijk discussie kunnen worden. Sommigen geloven sterk in de marktwetten. Ik persoonlijk niet, maar laat ons een balans opmaken van de emissiehandel. En laat ons andere sporen zoals een planmatige aanpak niet bij voorbaat uitsluiten. Persoonlijk meen ik ook dat elke ingrijpende verandering juridisch verankerd zou moeten worden in de grondwet. De grondwet zou een ‘groene regel’ kunnen bevatten, waardoor we voortaan de ecologische voetafdruk systematisch in rekening nemen. De grondwet zou eveneens belangrijke domeinen van ons ecosysteem (grond, lucht, water, zee, grondstoffen) als gemeengoed – of zeg maar ‘commons’ – kunnen definiëren. Hierdoor wordt de markt op afstand gehouden en zouden we als burgers/gebruikers onze zeg kunnen laten gelden in plaats van alles over te laten aan (verkozen) bestuurders en de ‘staat’. Dit betekent dat burgers/gebruikers bijvoorbeeld een veto kunnen stellen bij belangrijke beslissingen aangaande dit ‘gemeengoed’.

De ombouw tot een koolstofarme economie biedt ook de kans talrijke klimaatjobs te scheppen. Vandaag worden onnoemelijk veel middelen van de sociale zekerheid verkwanseld. Denken we maar aan de lineaire werkgeversbijdrage-verminderingen die in 2014 nog steeds 12 miljard euro bedroegen. Geld dat wordt aangewend om jobs te subsidiëren die er hoe dan ook zouden zijn, of die er nooit zullen komen omdat de aandeelhouders het geld in extra dividenden uitbetaald krijgen. Deze middelen zouden beter rationeel aangewend worden om klimaatjobs te financieren zodat steden duurzaam worden gemaakt, openbaar vervoer geconsolideerd wordt en we een ‘groene’ industrie en dienstensector krijgen.

Er zijn vast en zeker nog vele andere voorstellen. Een overzicht van alle initiatieven en voorstellen zou ons vast en zeker een stap vooruit brengen. En indien progressieve bewegingen en de linkerzijde hun krachten zouden bundelen, zou de maatschappelijk impact vast en zeker toenemen. Dus waarom wachten? De tijd staat niet aan onze kant…

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Stephen Bouquin

Stephen Bouquin is Hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Evry-Parisud, syndicalist en auteur van het boek ‘Helemaal anders’ (Critica, 2015).