Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Adam Smiths verdict: hoge lonen zijn een zegen

2 oktober 2014 Jelle Versieren
Jelle
Jelle Versieren

Sterker nog, geen enkele van deze economen onderschrijft de visie van de Vlaamse regering dat een macro-economie functioneert volgens het intuïtief gevoel waarmee een individuele ondernemer zijn bedrijf beheert. Zoals De Grauwe terecht stelt, bekijkt deze ondernemer de situatie altijd doorheen zijn verwrongen lens van directe belangen. Vanuit macroperspectief is zijn handelen echter beperkt rationeel en zelfs irrationeel. Met andere woorden, wat op korte tijd winst kan genereren voor de ondernemer, kan op lange termijn noodlottig zijn voor de levensstandaard van de gehele bevolking. Tenslotte zouden deze economen vraagtekens plaatsen bij de slogan “snoeien om te bloeien.” Voor hen betekende “snoeien” veeleer “laten doodbloeden.”

Een van de vaders van de politieke economie, Adam Smith, stelde dat hoge lonen een weerspiegeling waren van een bloeiende beschaving. In zijn Wealth of Nations stelt hij dat een hoog loonniveau de werknemers stimuleert om productief te zijn, want het is een terechte beloning voor de dagelijkse fysieke inspanningen. Daarentegen zijn lage lonen het recept voor een zichtbare daling in de kwaliteit van de geleverde diensten of producten, waarbij een algemeen gevoel van malaise zich meester maakt over de bevolking. Een hoog loon schenkt aan de werknemer de belofte dat hij hoopvol de toekomst tegemoet kan stappen zonder vrees om te vervallen in armoede of al te grote afhankelijkheid van een hebberige kapitaalbezitter. Ondernemers die onterecht moord en brand schreeuwen over de hoge lonen zijn selectief blind, aldus Smith, omdat lage lonen hoge winsten impliceren. Een te hoge winstmarge veroorzaakt armoede. Het is de taak van een deugdelijke overheid om te weerstaan aan de druk van werkgevers om het loonniveau te verlagen. Bovendien pleit Smith voor overheidsinvesteringen in publiek onderwijs. Dit stelt de werknemer in staat om zichzelf te ontwikkelen tot een mondige en gecultiveerde burger. Kortom, een gecultiveerde en goedbetaalde werkende bevolking is het uiteindelijke doel voor een rechtvaardige staatsman.

Verkondigde Smith een uitzonderlijke opinie? In het geheel niet. Driekwart eeuw later stelde John Stuart Mill, de meest eminente denker van Victoriaans Engeland, dat de vorming van het loonniveau geen ijzeren wet van de markt volgt. Eerder is de verdeling van de geproduceerde koek het resultaat van bewuste keuzes door dominante economische en politieke spelers. Lage lonen zijn het gevolg van bestendigde ongelijke machtsrelaties. Mill werd bijgetreden door zijn Amerikaanse collega, Alfred Marshall, die benadrukte dat ondernemers die lage lonen uitbetalen niet meer zullen investeren en omgekeerd. Hogere lonen maken of kraken niet het succes van een onderneming.

De ondernemer kan in het scenario van verlaagde lonen op korte termijn meer winst boeken, maar zal in vergelijking met een situatie van hoge lonen het onderspit moeten delven

Opofferingen

In de twintigste eeuw zullen nog twee briljante geesten deze boodschap blijven uitdragen: John Maynard Keynes en Piero Sraffa. Keynes behoeft geen introductie. Voor hem waren hoge lonen alvast geen onoverkomelijk probleem. Een stijging in de arbeidsproductiviteit wordt gedreven door een efficiënter machinepark. De toegenomen kapitaalintensiteit (toegenomen kapitaal in verhouding tot arbeid) van de investeringen maakt dat de output van goederen exponentieel toeneemt. En, zo voorspelde Keynes, zullen de opofferingen van de vorige generaties het mogelijk maken dat in de toekomst minder arbeidstijd van de individuele arbeider zal worden geëist. De overvloed aan rijkdom en goedkope producten maakt dat een herverdeling van de arbeidstijd een realistische optie is.

Piero Sraffa, iemand die Keynes ten zeerste waardeerde omwille van zijn geniale invallen, creëerde een robuuste kapitaaltheorie die een leidraad kan vormen voor het algemene investeringsbeleid. Hij vergeleek een kapitaalintensieve methode van produceren met een arbeidsintensieve variant. Uit zijn model kan je afleiden dat hoge lonen in combinatie met doorgedreven technologische innovatie op macro-vlak meer rijkdom genereert dan lage lonen in combinatie met een lagere investeringsgraad. De ondernemer kan in het scenario van verlaagde lonen op korte termijn meer winst boeken, maar zal in vergelijking met een situatie van hoge lonen het onderspit moeten delven, omdat zijn hoeveelheid winst zeer kortstondig en in verhouding kleiner zal zijn. Vanuit historisch oogpunt kunnen we opmerken dat geen enkel voorbeeld bestaat waarin op langere termijn een natie met lage lonen en arbeidsintensieve technieken het wint van een concurrent met kapitaalintensieve productiemethodes en hoge lonen.

Deze economen steunen de boodschap van De Grauwe: een absolute fixatie op loonkosten is alvast geen wondermiddel en kan zelfs veel schade berokkenen.

LEES OOK