Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Wat is úw tijd waard?

23 september 2014 Koen Smets
Koen Smets
Koen Smets

Natuurlijk zijn hulpbronnen niet onbeperkt beschikbaar, maar bijna altijd speelt de marktprijs een grote rol in de aanvoer. Bij stijgende olieprijzen bijvoorbeeld wordt ontginning van moeilijker bereikbare voorraden, die tevoren veel te duur was, geleidelijk meer economisch zinvol. Toch zijn er twee hulpbronnen waar een harde limiet op de beschikbaarheid bestaat: grond, en tijd.

ABSOLUTE BOVENGRENS

Met uitzondering van buitengewone inspanningen zoals het droogleggen van land zoals bij de Zuiderzeewerken is het inderdaad niet echt mogelijk extra land te produceren. En wat tijd betreft is het al helemaal niet mogelijk de productie op te voeren: we hebben allemaal elke dag slechts 24 uur ter beschikking waarmee we het moeten stellen. Wat betekent zo’n absolute bovengrens aan het aanbod voor het prijsmechanisme in een markt?

zuiderzeewerken
Extra land produceren heeft flink wat voeten in de aarde. [fotograaf onbekend] )

In de eerste plaats kan zulke harde schaarste leiden tot sterke prijsstijgingen, zoals bijvoorbeeld in vastgoed. Wanneer steeds meer mensen willen wonen in een bepaalde stad, en het – per definitie – onmogelijk is meer vierkante meters grond te creëren, dan swingen de huizenprijzen de pan uit. Zo steeg de vastgoedindex in Londen van 175 in januari 2000 naar 500 in augustus 2014 – bijna een verdrievoudiging.

Dat betekent echter niet dat elke vierkante meter Londense grond voor eenzelfde bedrag van eigenaar wisselt. In Kensington and Chelsea, één van de meest prijzige buurten, kost een woning bijna £11.000 per bewoonbare m2, dus als we conservatief aannemen dat een typisch gebouw drie verdiepingen telt, dan kost de grond daar ruim €40.000 per m2. Maar wie zou proberen een stuk van zijn tuin te verkopen tegen die prijs zou wellicht weinig succes hebben, want zonder permissie van de overheid is een tuin geen bouwgrond. (Hyde Park zou, op basis hiervan, zo’n 100 miljard euro waard zijn...). De marktwaarde van een stuk tuin in centraal Londen zal nog altijd aanzienlijk zijn, maar in elk geval een stuk lager dan die van land waarop kan worden gebouwd.

GEEN UNIFORME WAARDE

Ook onze tijd heeft geen uniforme waarde. Net zoals het wettelijk (en praktisch) niet mogelijk elk plekje van Londen vol te bouwen, zo ook kunnen we niet elke minuut aan de meest lucratieve bezigheid te besteden.

Die redenering zie je terug in hoe met overuren wordt omgegaan. Doorgaans geldt een zekere norm voor een zogenaamde voltijdse baan – bijvoorbeeld 35 uren per week. Daarboven worden sommige werknemers meer betaald, en dit reflecteert het feit dat die uren, die eigenlijk vrije tijd vertegenwoordigen, voor de werknemer meer waardevol zijn dan de normale werktijd. Wanneer die uren op zondagen of feestdagen worden uitgevoerd wordt vaak nog extra betaald.

Het is echter wel eigenaardig dat de eerste 35 uren die men werkt aan dezelfde marktprijs worden verhandeld. Is het werkelijk zo dat zowel het eerste als het 35ste uur van een werknemer bijvoorbeeld 20 euro waard zijn, maar het 36ste uur plotseling 30 euro? Dat zou ongewoon zijn. Een meer lineair verband, waarbij de vraagprijs voor een extra werkuur geleidelijk aan toeneemt zou wellicht beter overeenstemmen met hoe werknemers de waarde daarvan aanvoelen.

AANKOOP EN VERKOOP VAN VAKANTIE

Het is vooral de norm van een ‘normale werkweek’ die als ankerpunt dient die verklaart waarom zowel werknemers als werkgevers desondanks van een vlak uurloon uitgaan  – minder accuraat, maar wel eenvoudig. Maar rond zulke ankerpunten kunnen vreemde effecten optreden al naargelang de omlijsting (in het Engels spreekt men van framing) van een optie.

Mark Egan, een onderzoeker aan Stirling University voerde onlangs een simpel on-line experiment uit dat dit mooi illustreert. Bij een jobaanbieding met een salaris van $42.000 per jaar, en met een flexibele vakantieregeling, krijgt de ene helft van de deelnemers een aanbod van vier weken vakantie, waarvan twee weken terug kunnen worden verkocht aan de zaak. Zij krijgen de vraag: hoeveel meer salaris zou je vragen om die twee weken op te geven? De andere helft van de deelnemers krijgen twee weken vakantie met de optie om twee extra weken te kopen. Zij moeten aangeven hoeveel ze bereid zijn daarvoor op hun loon in te leveren. In beide gevallen mocht een bedrag tussen $0 en $5000 worden ingevoerd.

Beide categorieën van deelnemers hebben dezelfde taak: ze zijn verzekerd van twee weken vakantie, en kunnen een waarde bepalen voor de twee extra weken (die ze kunnen opgeven of bijkopen). Op basis van het jaarloon van $42.000 komt die periode ongeveer overeen met $1700, maar de gemiddelde waardering van twee weken vakantie ligt, met ruim $2600, een stuk hoger. Dat steunt de hypothese dat niet elk gewerkt uur en elke gewerkte dag als evenwaardig wordt beschouwd: een extra week vakantie is meer waard dan een gemiddelde werkweek.

Nog meer opmerkelijk is het grote verschil in waardering tussen die deelnemers die twee weken terugverkopen aan het bedrijf, en zij die twee weken extra vakantie kunnen kopen. Wie de vakantie “al heeft” en ze moet opgeven wil daarvoor een compensatie van ruim $3300, terwijl wie moet betalen voor extra vakantie daar slechts een kleine $1800 voor over heeft.

Stirling
Wat je hebt is meer waard dan wat je wil.

Dit is een voorbeeld van het endowment effect: we schrijven een hogere waarde toe (uit de meeste onderzoeken blijkt dat typisch ongeveer een factor twee te zijn) aan wat we al hebben dan aan wat we (nog) niet hebben. Het effect manifesteert zich overigens ook buiten de professionele sfeer.

DE WAARDE VAN EEN VRIJDAGAVOND

Wanneer we handel drijven met onze tijd in privésituaties gaat het meestal om ruilhandel, maar in sommige gevallen wordt is er ook daar een financieel facet. Enkele jaren geleden zat ik samen met een groot aantal mensen te wachten in de luchthaven van Dusseldorf – dat aantal was vier meer dan er plaatsen beschikbaar waren in het vliegtuig: overboeking – en op een vrijdagavond, wanneer iedereen natuurlijk graag voor het weekend op zijn bestemming wil zijn.

Er werd omgeroepen dat vrijwilligers die hun plaats wilden afstaan, en de zaterdagochtend vliegen, een hotelkamer voor de nacht, eten en drinken én daarbovenop een compensatie van 100 euro zouden krijgen. Niemand bewoog. Na enkele minuten werd de compensatie verhoogd tot 150 euro. Nog steeds niets. Dat ging zo een tijdje verder tot er uiteindelijk bij een compensatie van 400 euro vier mensen bereid werden gevonden op het aanbod in te gaan.

Ik had toen de volgende bedenking: stel dat ik geen plaats had kunnen bemachtigen op de vrijdagavondvlucht en op zaterdag zou vliegen, zou ik dan bereid zijn geweest om 400 euro te betalen om toch op vrijdagavond naar huis terug te keren? Zeer zeker niet.

En dat was het moment waarop mijn interesse in behavioural economics beklonken was. Zoals men in Yorkshire zegt: “There’s nowt so queer as folk.”

LEES OOK