Waarom we confederalisme beter links laten liggen


Vandaag nemen we afscheid van Jean-Luc Dehaene, dé architect van het Belgisch federalisme. Die erfenis ligt de laatste jaren meer en meer onder vuur, en dan hoofdzakelijk vanuit N-VA hoek. De federale machine waar Dehaene jarenlang aan sleutelde, en velen na hem tijdens de vijfde en zesde staatshervorming, sputtert.

Willem Sas

Willem Sas

Om onze huidige welvaart te garanderen, zo stelde Bart De Wever deze week nogmaals in De Standaard en De Ochtend, hebben we op termijn nood aan een nieuwe machine. Die van het confederalisme. Hierbij gaat het dan niet meer om een stapsgewijze en weldoordachte afweging van de voor- en nadelen van decentralisatie. Neen, alles op federaal niveau wordt gesplitst, overgeheveld of opgedoekt. Het weinige dat van België resteert, defensie en buitenlands beleid, functioneert enkel nog mits regionale consensus.

Dat dit confederalisme nogal extreem lijkt, wordt alvast onderbouwd door de economische theorie van het federalisme. Schaalvoordelen worden gemist, concurrentie tussen regio’s wordt op de spits gedreven, en coördinatieproblemen allerhande steken de kop op. Meteen ook de redenen waarom we zulk een doorgedreven decentralisatie in geen enkel ander land terugvinden. Zelfs in gidsconfederatie Zwitserland behoudt het federale niveau aanzienlijke invloed en belastingmacht, en werd de sociale zekerheid niet argeloos gesplitst. Maar België is een unicum, wordt vaak gezegd, waar de prijs van totale decentralisatie noodgedwongen moet betaald worden om onze welvaart te redden. Onze concurrentiekracht kan onmogelijk hersteld worden met dat Franstalige blok aan het been, dus amputeren we best dat hele been. Maar hebben we die totale controle over de inkomensbelastingen, de patronale bijdragen of de loonvorming echt nodig om onze concurrentiekracht te bestendigen? Draait het echt allemaal om die loonkosten?

Wie het recente IMF rapport over de Belgische economie las, weet ondertussen beter. De tanende concurrentiekracht van onze bedrijven is wel degelijk de grootste valkuil voor onze economische welvaart, maar het IMF legt de schuld hiervan slechts gedeeltelijk bij de hogere loonkosten. De hoofdreden ligt elders, en stuit vaak op ongeloof. We zijn minder competitief dan onze buurlanden, om de simpele reden dat onze bedrijven zelf niet productief genoeg zijn. Productiviteit gaat over meerwaardecreatie, over de mate waarin we inputs via een productieproces kunnen omtoveren in een wereldwijd gegeerd product. En liefst zo arbeidsefficiënt mogelijk. Innovatie en technologische vooruitgang zijn daarbij cruciaal, en dat is net waar we al meer dan een decennium onder ons gewicht boksen. Het IMF legt duidelijk de vinger op de wonde: slagkrachtiger onderwijs, innovatiebeleid en een versoepelde regelgeving zijn onze enige, echte hefbomen voor technologische vooruitgang, en dus ook voor groei op middellange termijn. Een recent rapport van de Europese commissie volgt die analyse.

Het is dus hier dat we echt tekort schieten. En vermits alle partijen zich ondertussen hebben ingeschreven in het verlagen van de loonkosten, ligt ook hier de echte inzet van de verkiezingen als het gaat over economische welvaart. Hoe maken we meer leerlingen warm voor wetenschappelijke richtingen, en hoe verhogen we de kwaliteit van dat onderwijs? Hoe stemmen we fundamenteel onderzoek aan de universiteiten beter af op marktexploitatie en jobcreatie? Hoe zorgen we voor een regulerend kader dat zulk een groei ondersteunt, in plaats van fnuikt? Het zijn stuk voor stuk vragen die het IMF voorlegt, en die we kunnen aanpakken op Vlaams niveau, op Vlaamse maat. Onderwijs, innovatie, wetenschapsbeleid en economische regelgeving zijn immers al jarenlang Vlaamse bevoegdheden.

Wat meteen aantoont dat de voordelen van regionale autonomie dankzij Dehaene ’s machine wel degelijk kunnen spelen, en al zeker na de zesde staatshervorming die 45% van de totale overheidsuitgaven in regionale handen legt. Het volstaat dat we als kiezers onze regionale politici hiertoe aansporen, en dat de media en opiniemakers ons hierin bijstaan. Dat dit nog veel te weinig gebeurt, blijkt duidelijk uit deze campagne. De bevoegdheden van elk overheidsniveau uit elkaar houden is nog steeds geen sinecure, waardoor geen enkele partij echt wordt afgerekend op de regionale investeringen die ze al dan niet voorstelt. Om het hier spannend te houden, slechts drie partijen stellen voor om te investeren in innovatie of onderwijs, en de partij die het meest ijvert voor Vlaamse autonomie ontbreekt op dat lijstje.

Dit alles betekent natuurlijk niet dat de erfenis van Dehaene perfect zou zijn, of dat er aan onze federale constructie niet meer te timmeren valt. Bepaalde bevoegdheden zoals de ouderenzorg kunnen homogener worden ingericht. Andere echter, zoals het versnipperde regulerings- en vergunningsbeleid, organiseren we best opnieuw op het federale niveau. Verder kan de fiscale autonomie nog wat omhoog, maar dan zullen de gemeenschappen moeten opgaan in de gewesten, aangezien enkel die laatsten eigen belastingen mogen heffen. Zo’n klassiek territoriaal federalisme met drie evenwaardige gewesten zou bovendien veel transparanter zijn, wat goed bestuur enkel maar ten goede komt. België zou op die manier nog maar vier regeringen tellen in plaats van zes, stel u voor. Een federale kieskring tenslotte zou dat overzichtelijkere geheel beter samenhouden, politici dwingen over de taalgrens te kijken, en een einde maken aan het zinloze electorale opbod tussen noord en zuid.

Er is dus ruimte voor weloverwogen verbetering, maar dit kan nooit de reden zijn om, zoals N-VA voorstelt, het federale niveau op termijn volledig uit te kleden. In een sterk geïntegreerde economie als de onze, uitgestrekt over een dergelijk klein oppervlak, zijn de nadelen van een quasi-complete opsplitsing simpelweg te groot.

  Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Auteur: Willem Sas

Werkt aan het Centrum voor Economische Studiën van de KU Leuven en doctoreert over fiscaal federalisme.


Over dit artikel

BronApache [https://www.apache.be]
TitelWaarom we confederalisme beter links laten liggen
Auteur(s)Willem Sas
Permalinkhttps://www.apache.be/?p=46754
Gepubliceerd 23 mei 2014 @ 14:33. Met update op 23 mei 2014 @ 14:52
Opgevraagd14 november 2019 @ 09:44
Klik hier om te printen