
Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wil de ouders van kleuters die te weinig Nederlands kennen financieel straffen. Hij deed dit voorstel dinsdag (17/1), toen hij de resultaten van de KOALA-test presenteerde in een basisschool in Opwijk.
De KOALA-test is de naam van een taalscreening die aan het begin van de derde kleuterklas de kinderen onderwerpt aan hun vaardigheden van het Nederlands. Dit schooljaar is het de tweede keer dat de test afgenomen wordt bij kleuters.
De kleuters worden spelenderwijs getest. Ze moeten bijvoorbeeld een oefening in een hoepel doen, maken een papieren vingerpop of kleuren bepaalde delen van een tekening in. Bedoeling van de screening is om de kleuters nog tijdens het derde leerjaar te kunnen bijspijkeren, zodat ze voldoende taalvaardig aan het eerste jaar in het lager onderwijs kunnen starten.
De test werd dit schooljaar tussen 10 oktober en 30 november afgenomen in elke Vlaamse kleuterklas. Uit een steekproef van de resultaten bleek dat 86% voldoende taalvaardig is. Ongeveer 10% heeft nood aan extra taalondersteuning en 4% van de kleuters moet intensieve begeleiding krijgen.
In de grotere steden liggen de percentages van kleuters die nood hebben aan ondersteuning hoger. In Antwerpen heeft 29% van de kleuters extra hulp nodig en in Gent 23%. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gaat het om 25% van de kleuters.
Groeipakket terugschroeven
Minister Weyts wil “sterk ingrijpen” in steden of regio’s waar de problemen het grootst zijn. “Als pakweg een op de vier kleuters te beperkt Nederlands begrijpt, dan is dat absoluut nefast voor alle kinderen in die klas”, vindt Weyts. “We zouden daar extra maatregelen moeten kunnen nemen, zoals striktere engagementen van ouders om hun kinderen ook na schooltijd in contact te brengen met het Nederlands.”
Weyts stelt dat er financiële sancties moeten volgen als ouders niet genoeg moeite doen om hun kinderen te helpen met het Nederlands. Hij verwijst naar het Groeipakket, de nieuwe naam voor de kinderbijslag, of andere Vlaamse premies. “Ik wil het debat hierover openen. We kunnen de verantwoordelijkheid niet enkel en alleen doorschuiven naar de scholen. Het is ook een verantwoordelijkheid van de ouders.”
De N-VA-minister stelt dus voor om het Groeipakket voorwaardelijk te maken en het te koppelen aan de anderstaligheid. Vandaag is er binnen het Groeipakket één vorm van voorwaardelijkheid ingekapseld: ouders krijgen een premie als ze hun kinderen naar de kleuterschool sturen.
De Gezinsbond merkt echter geen verandering sinds de invoering: de premie leidt er niet of nauwelijks toe dat mensen die hun kinderen niet naar de kleuterschool lieten gaan dat nu wél doen.
Zoveelste ballonnetje
Wim Van Lancker, professor sociologie aan KU Leuven, is weinig verbaasd over de uitspraken van Weyts. “Het is het zoveelste ballonnetje in de rij dat opgelaten wordt”, zegt Van Lancker. De professor verwijst naar vorige maand, toen Weyts voorstelde om de schooltoelagen van jongeren die spijbelden in te trekken.
“Men probeert gedrag te sturen tot iets dat wij wenselijk vinden door simpele maatregelen voor te stellen, maar gedrag is iets complex. Het is extra ironisch dat Weyts ouders wil bestraffen: door een financiële sanctie te geven verliezen ze een stuk van hun stabiliteit, wat net nodig is om kinderen goed te laten leren.”
Michel Vandenbroeck, professor gezinspedagogiek aan Universiteit Gent, vindt het voorstel van Weyts “een bijzonder slecht idee”. Vandenbroeck wijst erop dat de test in de eerste plaats bedoeld was om kleuters die nog niet voldoende vaardig waren in het Nederlands remediëring te kunnen geven. Wetenschappelijk is er bovendien geen evidentie dat kinderen die thuis geen Nederlands spreken het op school slechter zouden doen, weet Vandenbroeck uit eigen onderzoek.
“Kleuterscholen worden stiefmoederlijk behandeld”, stelt de professor gezinspedagogiek. Hij wijst in één adem ook naar het rapport-Brinckman van de commissie Beter Onderwijs, die een jaar lang overlegd had om de tanende onderwijskwaliteit een halt toe te roepen. Een rapport met 58 adviezen op 153 pagina’s was eind 2021 de uitkomst.
“In dat rapport gaat het maar vier pagina’s over het kleuteronderwijs”, zegt professor Vandenbroeck. “Daarvan spreekt er één over meertaligheid, terwijl een op de drie kinderen die nu in Vlaamse gezinnen geboren wordt in een meertalig gezin opgevoed wordt.”
Ander register
Meer subtiele maar daarom niet minder relevante kritiek kwam er ook uit onverwachte hoek, meer bepaald van Kris Van den Branden. Als hoogleraar taalkunde en lerarenopleider aan KU Leuven was hij het die de testen mee ontwikkeld heeft.
“De toets gaat niet over ouders”, schrijft hij in een blogpost. “De KOALA-test meet de schoolse luistervaardigheid Nederlands van 5-jarige kleuters. Al in de jaren 70 toonden linguïsten aan dat ‘taal op school’ een ander register is, met andere woordenschat, functies en interactiepatronen dan ‘taal thuis’.”
“Zelfs op het niveau van de kleuterklas is dat het geval. Wie de ouders zijn van die gemiddeld 14% kleuters die in de rode of oranje zone terechtkomen (de groepen die extra ondersteuning nodig hebben), is dus een pure achtergrondvariabele.”
Snoeiharde kritiek
Ook uit politieke hoek is de kritiek snoeihard. Oppositiepartijen PVDA, Vooruit en Groen waren er snel bij om het idee af te voeren en zelfs coalitiepartners van Ben Weyts in de Vlaamse Regering waren er niet voor gewonnen. Vlaams minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V) vindt ingrijpen op de kinderbijslag geen goed idee. “Ouders financieel straffen omdat hun kleuter niet slaagt voor een test zal de kwetsbaarheid en taalachterstand vergroten.”
Partijgenoot Benjamin Dalle, Vlaams minister van Jeugd, treedt Crevits bij. “We moeten ouders en kinderen stimuleren om goed Nederlands te leren, bijvoorbeeld door drempels naar het vrijetijdsaanbod te verlagen. Financieel sanctioneren is niet in het belang van kinderen en zal hen niet meer kansen geven om Nederlands te leren. Wie straffen oplegt, verkleint die kansen eerder dan die te vergroten: dat is niet in het belang van het kind.”
Voor coalitiepartner Open Vld reageert Vlaams Parlementslid Gwendolyn Rutten op Twitter. “Thuis spreek je hoe je wil, zeg je wat je wil in de taal die jij kiest. Ik pas voor een samenleving die boetes geeft als moeders of vaders met hun kinderen een taal spreken die de staat niet bevalt. Nederlands is belangrijk, vrijheid ook.”
De kans dat dit voorstel dat weinig tot geen steun vindt bij de meerderheidspartijen er werkelijk komt, is bijgevolg “nul”, zegt professor Van Lancker. “Los van de juridische bezwaren is er ook de praktische kant: hoe ga je dit ooit controleren? Moet je gaan luisteren aan de schoolpoort, of bij de mensen thuis? Dit is een erg verregaand voorstel, dat voor een reële inbreuk in het privéleven van gezinnen zorgt.”
Geen meerderheid
Ook Michel Vandenbroeck is scherp. “Dit voorstel komt er niet, er zal geen meerderheid voor gevonden worden. En ook al kan je denken dat het dan niet erg is dat dit gezegd wordt, omdat het voorstel er toch niet zal komen, toch is het wel erg. Ouders krijgen de boodschap dat ze Nederlands tegen hun kind moeten spreken, ook al zijn ze de taal niet helemaal vaardig. Ouders moeten tegen hun kinderen vooral de taal spreken die ze goed beheersen."
Bij de eigen achterban vond Weyts wel steun. “Nederlands gebruiken in de omgang met hun kinderen is cruciaal voor hun onderwijscarrière en leven. Wie die inspanning niet doet, mag daar toch op worden aangesproken”, tweette Vlaams parlementslid Koen Daniëls (N-VA).
Enkel Vlaams Belang toonde zich net als N-VA voorstander van een repressieve aanpak. Van Lancker en Vandenbroeck vermoeden dat politieke en ideologische redenen aan de basis liggen van het voorstel. Tegelijkertijd erkennen zij het feit dat sommige kleuters te weinig Nederlandse vaardigheden hebben. Uit onderzoek van Vandenbroeck blijkt dat het talig onderwijs in de kleuterklas van onvoldoende kwaliteit is. Veel heeft te maken met het hoge aantal kinderen, 20 à 25 in de kleuterklas.
“Kinderen worden bijvoorbeeld te vaak in groep aangesproken in plaats van dat er individuele interactie is. Of de leerkrachten spreken vaak dezelfde kleuters aan”, zegt Vandenbroeck. “Het is belangrijk om de kleuters voldoende zelf aan het woord te laten en hen ruimte te geven om eigen ideeën in te brengen. Zo leren ze spelen met taal.”
Het is op die zaken en de volledige schoolse context dat moet worden ingezet als we de taalvaardigheden van kleuters omhoog willen laten gaan, zeggen de professoren. “Een degelijk taalbeleid voeren binnen en buiten de kleuterscholen: daar zou het debat over moeten gaan”, zegt Van Lancker. “Met financiële sancties los je geen van de problemen op.”
Mijn kleinzoon kwam als 5-jarige Spaanstalige kleuter naar België. Als bijna 9-jarige spreekt en leest hij vlot Nederlands, praat behoorlijk Spaans en begrijpt een mondje Frans en Engels.
Gelukkig konden wij met heel de familie zorgen voor een warm nest en kon hij in een school terecht waar de vaste leerkrachten in alle klassen ondersteund worden door verschillende gespecialiseerde taakleerkrachten. Hier hangt wel een prijskaartje aan vast dat door de onbekwaamheid van de Belgische politiek door de ouders zelf moet worden betaald en gecompenseerd met extra inzet op werkdagen en kleine klusjes.
Welke idioot wil geld afpakken van ouders omdat scholen hun taak niet kunnen vervullen? Juist, een minister die 9 jaar deed over een 4-jarige opleiding.