Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

(Eerste) ministeriële keuzes

8 juli 2022 Koen Smets
10 Downing Street
Downing Street 10 is niet langer de thuishaven van Boris Johnson. (No 10/Flickr CC BY NC ND 2.0)

Gedurende zijn politieke carrière heeft de (nu dienstdoende) Britse eerste minister een flinke reputatie voor excentriciteit opgebouwd, maar in de afgelopen dagen heeft hij zichzelf toch nog overtroffen. Toen de leden van zijn regering begonnen op te stappen volgens een exponentieel regime, dat we voor het laatst zagen tijdens de eerste coronagolf, reageerde hij met een verbluffende onverschilligheid. Het is niet duidelijk wie of wat hem uiteindelijk heeft overtuigd dat de eindtitels van zijn premierschap al aan het rollen waren, maar hij gaf zich ten slotte over aan de “wil van de parlementaire Conservatieve Partij”.

Naast al dit vermaak is het echter ook leerzaam om te kijken naar de diverse beslissingen die daarrond werden overwogen, genomen, en uitgesteld. Waarom duurde het zo lang voor ministers en hun medewerkers ontslag namen, en waarom bleef de premier almaar de oproepen negeren om af te treden, lang nadat het helder geworden was dat er hoe dan ook maar één uitkomst mogelijk was?

Beraadslagen in regering

De crisis rond Boris Johnson was al vele maanden aan de gang. Op zich was de meest recente onthulling (de premier had ten onrechte volgehouden dat hij niet op de hoogte was van het persistente wangedrag van een parlementslid dat hij had gepromoveerd) niet echt een trigger voor het ontslag van een enkel regeringslid, laat staan vijftig. Waarom werd er dan zo lang beraadslaagd, en waarom gebeurde het dan plots allemaal in een tijdspanne van amper 36 uur?

Diegenen die uiteindelijk besloten op te stappen, zaten om te beginnen wellicht met tegenstrijdige gevoelens. Ze waren allemaal vrijwillig tot de regering toegetreden om allerlei redenen, maar in elk geval goede redenen in hun eigen beleving. En als ze al vragen hadden over premier Johnson, dan wogen die niet op tegen hun positieve motieven.

Toen die balans in beweging kwam, waren er verschillende krachten die hun keuze om op te stappen afzwakten. Wanneer je ervoor kiest je ambitie te volgen, en dan een aanstelling bemachtigt voor een prestigieuze rol, misschien wel ten koste van grote offers, dan laat je die niet zomaar vallen. Je stapt dan enkel op wanneer daar echt goede gronden voor zijn. En het is natuurlijk ook niet onmogelijk dat je drempel van wat onaanvaardbaar is opschuift bij elk nieuw voorval. Wie wel eens te lang in een baan is gebleven die goed betaald was maar weinig voldoening schonk of onprettig was, herkent de situatie waarschijnlijk wel. (Je kunt dit zelfs zien als een uiting van verliesaversie.)

Voor sommige regeringsleden was de aanstelling misschien wel een belangrijke stap in hun verhoopte carrière. Nu opstappen zou betekenen dat al wat geïnvesteerd werd op dit pad voor niets was geweest, en dat ze opnieuw zouden moeten beginnen. Wanneer inspanningen uit het verleden een belangrijke rol spelen in het verderzetten van een ingeslagen weg, ongeacht de factoren die die beslissing in vraag stellen, hebben we een geval van de verzonken-kosten-denkfout. Wat betreft de reden om ontslag te nemen, hebben sommigen misschien ook wel wat aan wensdenken gedaan (“de premier zal nu beslist zijn leven beteren”), net als op een dagje uit met de familie aan zee, op een druilerige dag, waar papa zich vastklampt aan een – waarschijnlijk zelfs imaginair – stukje blauwe lucht in de verte dat een verbetering van het weer aankondigt. Wensen die nooit werkelijkheid worden, natuurlijk.

Dreary beach
Daar in de verte, een stukje blauw! Weldra hebben we stralende zon! (Dall·E)

Sommigen keken misschien vooruit en besloten, na vaag de potentiële alternatieven te hebben overwogen, dat het beter is in zee te gaan “met de duivel die je kent” (of met een meer wetenschappelijke term, de status quo bias). Ook al is er veel mis met de huidige situatie, ze is goed bekend, en ze veranderen kost een hoop moeite. Een beetje zoals de schutting in de tuin die eigenlijk al lang had moeten worden geschilderd, maar waarvan het steeds meer rustieke uitzicht toch eigenlijk ook niet mis is, weet je wel? Maar misschien was het meest voorkomende obstakel onder de weifelende ontslagnemers wel sociaal conformisme. Zoals de experimenten van Solomon Asch illustreerden (en zoals iedereen die zich de schooldisco kan herinneren – er is niets zo afschrikwekkend als jij in je eentje op een lege dansvloer!), geven we er de voorkeur aan ons te conformeren, eerder dan op te vallen. Zeker wanneer er veel op het spel staat zoals hier zullen velen terughoudend zijn geweest als eerste de sprong te wagen, ook al waren ze er klaar voor.

Er waren natuurlijk ook best positieve motieven om hun baas tot aftreden aan te zetten onder de muitende regeringsleden. De meest prozaïsche was wellicht hun verlangen hun parlementaire zetel veilig te stellen bij de volgende verkiezingen, die met Johnson als leider wel eens nefast zouden kunnen aflopen. Dit kan zwaarder zijn gaan wegen dan hun loyaliteit aan de premier. Mogelijk maakten ze zich ook zorgen over hun reputatie – als ze niet wilden bekendstaan als een trouwe Johnson-aanhanger was het misschien beter het zinkende schip nu te verlaten. Zulke materiële en reputatiebelangen zijn vaak ook factoren in onze eigen beslissingen. Maar misschien was het interessantste het opmerkelijke spektakel van wat econoom Robert Frank gedragsmatige aansteking noemt. Zodra een tweetal zwaargewichten uit het kernkabinet, die veel minder te vrezen hadden dan hun collega’s, als katalysator fungeerden, volgden enkelen, en dan steeds meer tot de sluizen helemaal open gingen. We zijn kuddedieren, en we voelen ons nergens veiliger wanneer we onzeker zijn dan in een groep mensen die we kunnen imiteren – zelfs als niemand precies weet wat je moet doen.

Beslissingen op topniveau

Ik ga hier even een wilde gok wagen: ik ga ervan uit dat het onwaarschijnlijk is dat jij ooit een eerste minister zult zijn, onder hevige druk om ontslag te nemen. Nochtans zijn er patronen in het gedrag van Boris Johnson deze week, die we ook terugvinden in onze eigen beslissingen. Misschien kunnen we er wat van leren, zodat zijn benarde situatie toch niet helemaal voor niets is geweest.

Een van zijn meest opmerkelijke kenmerken is de niet aflatende, rotsvaste zelfverzekerdheid die hij uitstraalt – tot in zijn ontslagrede toe. De man die daar de bevolking toesprak, was niet iemand die opgehouden had te geloven dat hij de juiste man is voor de job, wel integendeel.

Hoe zou het zijn beslissingen te nemen terwijl je chronisch onzeker bent, aan jezelf twijfelt, en overtuigd bent dat je waarschijnlijk de verkeerde keuze aan het maken bent? Juist – niet zo fijn. Besluitvaardigheid houdt in dat je zelfvertrouwen hebt, en overtuigd bent dat je de goede keuze maakt. Maar zelfverzekerd beslissen, overtuigd van je gelijk, betekent niet noodzakelijk dat die zelfverzekerdheid terecht is, en dat de beslissing ook de juiste is. Nochtans is dat wat we wel vaker doen: we zien onszelf graag als goede beslissers, en dus zijn de beslissingen die we nemen automatisch goede beslissingen, precies omdat wij ze maken. Een reality check zo nu en dan kan ons weer op het rechte pad brengen, maar daarvoor moeten we natuurlijk wel bereid zijn open te staan voor zo’n confrontatie, en dat is niet altijd het geval. We kunnen weliswaar niet in de geest van Boris Johnson kijken, maar we kunnen wel zijn beslissingen waarnemen, en die lijken toch wel in overeenstemming met een onwrikbaar geloof in zijn gelijk (dat hij mag, en zelfs moet aanblijven), ondanks de overweldigende tekens van het tegendeel (namelijk dat de tijd is gekomen om op te stappen). En dat kan ons net zo goed gebeuren, ook al zijn we geen gehavende premier, wanneer we worden gedreven door de blinde overtuiging dat we gelijk hebben.

Guy with binoculars
Moet je die Boris nu toch eens zien! Maar hoeveel beter zijn wij? (© Andrea Piacquadio (Pexels))

Zijn tegenstanders zien hem misschien als een man zonder principes en integriteit. Maar ook dat is niet de enige mogelijke verklaring voor zijn gedrag. We hebben allemaal wel onze principes, maar tezelfdertijd kunnen we ook bereid zijn flexibel om te gaan met het belang dat we eraan toekennen, en verzachtende omstandigheden en excuses inroepen wanneer we ze omzeilen of met de voeten treden.

Dit is – net als onszelf zien als meester-beslissers – ook een deel van ons zelfbeeld. We zien onszelf als deugdzaam: eerlijk, rechtvaardig, meevoelend, integer en zo meer. Als we daar af en toe niet ten volle naar handelen, dan hebben we prompt een goede verklaring klaar (“het was maar een leugentje om bestwil”, “ik deed het om je te beschermen”, “ik handelde in het belang van het land”, “het was een werkvergadering, geen feestje”). We beroepen ons desnoods zelfs op onze eigen feilbaarheid (“dat was ik helemaal vergeten”).

Als toeschouwer op veilige afstand kunnen we ons vrolijk maken over het gedrag van anderen, en hun ogenschijnlijke fouten gadeslaan, hun uitstelgedrag, en hun lachwekkende verantwoordingen voor hun beslissingen en keuzes. Het recente spektakel in de Britse politiek is een voortreffelijk voorbeeld. En het kan dan ook verleidelijk zijn te denken dat wijzelf, mochten wij in hun plaats zijn, het echt zo heel anders zouden doen. Maar we doen er goed aan te beseffen dat hier ons zelfbeeld aan het woord is. Amusant en vermakelijk als deze episode is, ze is ook een herinnering dat we eigenlijk niet zo anders zijn dan de onfortuinlijk Britse (ex-)premier.

LEES OOK