Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Het hoe en het wat van effectief altruïsme

17 juni 2022 Koen Smets
empty pockets
Altruïsme is een intrigerend fenomeen dat haaks staat op ons eigenbelang. (© Tumisu/Pixabay)

Altruïsme is een intrigerend fenomeen. Velen onder ons maken materiële offers van geld, inspanning of tijd die anderen een voordeel opleveren, zonder dat er een duidelijk materieel voordeel inzit voor onszelf. We houden de deur voor iemand open, of houden even halt om een bestuurder in de file te laten. We werken vrijwillig mee aan het jaarlijkse feest op de school van onze kinderen, of blijven na op het werk om een collega te helpen met het afmaken van een rapport. En velen onder ons geven hun zuurverdiende centen weg aan een goed doel. Zo te zien staat dit soort altruïsme haaks op ons eigenbelang. Hoe kan de evolutie een organisme als wij gedogen?

Interessant genoeg zorgt de evolutie voor een gedeeltelijke verklaring. Prosociaal gedrag en reciprociteit helpen ons om samen te werken met anderen. En over vele duizenden generaties slaagden bevolkingsgroepen die beter samenwerkten er in meer te realiseren dan zij die minder coöperatief waren, en die bloeiden dus sterker in vergelijking. Een bijkomende invalshoek is dat altruïstische gedragspatronen een indicatie zijn van onze aard, en ons helpen een goede reputatie op te bouwen. Op zijn beurt helpt dat ons een partner te vinden, of ons lidmaatschap van een collaboratieve stam veilig te stellen. Dit verklaart wel hoe altruïsme zegeviert op groepsniveau, maar de baten voor een individu zijn te vaag, te verafgelegen of te voorwaardelijk om werkelijk altruïstisch gedrag aan te moedigen. Er moet dus nog wat anders in het spel zijn. 

Altruïstisch besluiten

Wanneer we ons altruïstisch gedragen, dan voelen we ons daar doorgaans ook goed bij – dat wordt wel eens de ‘warme gloed’ genoemd. En dat verschijnsel blijkt zich zelfs verder te hebben ontwikkeld in iets veel groters: onze zin voor moraliteit, voor goed en kwaad, voor wat juist of verkeerd is. We zijn het misschien niet altijd eens over wat nu precies goed en kwaad is, maar we ervaren allemaal positieve gevoelens wanneer we doen wat we als juist en goed beschouwen (en negatieve gevoelens bij verkeerd en kwaadaardig gedrag).

Als ons gevoel voor moraliteit ons doet neigen naar goede daden, dan is het maar een klein stapje naar het punt waarop we ernaar streven “het meeste goed” te doen – Benthams filosofie van het utilitarisme. Dat beginsel van het meeste goed wordt belichaamd in zogenaamd effectief altruïsme (EA), een filosofische strekking (en een beweging die zich errond vormde) die inzet op het maximaliseren van het goede dat je kan doen. Die ontstond in de late jaren 2000, en kreeg vooraanstaande steun van onder meer Bill en Melinda Gates, Elon Musk en Warren Buffett.

halo
Kun je zien dat ik een effectieve altruïst ben? (© Garen Meguerian (Flickr CC BY NC 2.0))

De principes van EA zijn essentieel dezelfde als die van meer algemene goede besluitvorming: ze doen beide een beroep op het gebruik van bewijsmateriaal en rationele argumentatie om te bepalen wat de beste optie is in een gegeven situatie, waarbij rekening wordt gehouden met de totale kost (in de brede zin) en de totale baten (over alle betrokkenen).

Maar niet iedereen is zo positief, en EA krijgt flink wat kritiek. Een recente, uitvoerige en doordachte kritische beschouwing door Michael Nielsen bespreekt verschillende problemen die worden geassocieerd met EA, vooral met de sociale beweging errond. Ze neemt ook de basisprincipes van EA op de korrel, en daarbij wordt, denk ik, wat hard door de bocht gegaan, en wordt EA verkeerd voorgesteld (en dus ook de grondslagen van ethische en op evidentie rustende besluitvorming).

Nu is het wel zo dat de bewoording die door de voorstanders van EA wordt gebruikt (“het meeste goed doen”, “maximaliseren”) een open doel is voor critici, net zoals een definitie van goede besluitvorming die verwijst naar het maximaliseren van een of andere grootheid dat zou zijn. Beslissingen nemen gaat niet over het onvoorwaardelijk maximaliseren van iets (en kan daar ook niet over gaan). Het gaat over afwegingen maken – en dat geldt uiteraard ook voor altruïstische beslissingen.

Onontkoombare afwegingen

Maar een flink deel van Nielsens artikel negeert deze fundamentele beperking, en richt zich op wat ‘sterk’-EA wordt genoemd, gekenmerkt door het expliciete nastreven van het maximaliseren van goed doen. Precies omdat die positie noodzakelijk het bestaan van afwegingen ontkent, leidt dat tot moeilijkheden. Het artikel citeert Peter Singer (een filosoof die al sedert meer dan veertig jaar ijvert voor het idee van EA) die verhaalt hoe een EA-pionier besloot dat het immoreel zou zijn voor haar om kinderen te hebben (dat zou immers middelen opeisen die meer goed zouden kunnen betekenen voor anderen). Maar dat maakte haar miserabel, en uiteindelijk besloot ze met haar echtgenoot toch dat ze “zich konden veroorloven een kind groot te brengen en nog steeds heel wat weg te geven”. Het noteert ook dat sterk-EA van elke effectieve altruïst in het bezit van twee gezonde nieren zou moeten eisen dat een van die nieren wordt opgegeven voor transplantatie. En het verwijst naar het feit dat aanhangers van sterk-EA elke uitgave voor persoonlijk genot zou moeten worden afgewogen tegen hoeveel goed het bedrag zou kunnen doen: hoeveel malarianetten zou de prijs van een bioscoopkaartje of een etentje kunnen financieren?

Zelfs overtuigde effectieve altruïsten moeten uiteindelijk grenzen trekken, en dit maakt hen ongelukkig. Fervente EA-aanhangers zien dit als een gebrek van de betrokkenen, maar Nielsen impliceert dat het gebrek in EA zelf schuilt. De noodzaak om grenzen te erkennen en afwegingen te maken is echter geen gebrek van sterk-EA, maar gewoon een onomstotelijk feit.

Impliciet of expliciet plaatsen we sowieso grenzen rond allerlei beslissingen. We streven er niet naar “zo veel mogelijk” te verdienen (als we dat werkelijk zouden willen, dan zouden we meer uren kunnen werken, een extra job hebben, of een baan die gevaarlijker of onaangenamer is maar meer oplevert, of zelfs in onze vrije tijd op een straathoek gaan bedelen). We willen misschien wel meer tijd met ons gezin doorbrengen, maar toch blijven we niet elke dag de hele dag thuis. We willen fitter zijn, maar besteden niet al onze vrije tijd aan lichaamsoefening – je ziet het: we maken overal compromissen, omdat we niet onbeperkt ver willen gaan in het nastreven van onze doelen.

Ik ben het dus wel roerend eens met Nielsen dat, wanneer iemand zich miserabel voelt als leven volgens de principes van (sterk-)EA onmogelijk blijkt te kunnen, dat niet hun eigen schuld is. Maar het is ook niet de schuld van EA dat het te veel vraagt van de aanhangers. Het probleem is dat het letterlijk onmogelijk hoge eisen stelt. Het is altijd mogelijk meer te verdienen, meer tijd met je familie door te brengen, of meer te fitnessen, maar het is niet mogelijk “het hoogste inkomen” te realiseren. Om dezelfde reden is het altijd mogelijk meer goed te doen, maar het meeste goed doen, dat is niet mogelijk.

ice cream
Nee dank je, ik ben een effectieve altruïst. (© Layyana Sheridan (Pexels))

Het feit dat veel effectieve altruïsten blijkbaar nood hebben aan “uitzonderingen” (uitbreidingsclausules voor het hebben van kinderen, of voor het opzij zetten van een budget voor ijsjes of etentjes) wordt ingeroepen om aan te tonen dat EA “een verkeerde levenswijze” is. Dat is een beetje als beweren dat we fundamenteel irrationeel zijn omdat we niet in staat zijn een ‘optimale’ keuze te maken volgens een of ander eng criterium. 

Maar in onze wereld zijn middelen schaars. We hebben maar 24 uur in een dag en de tijd die we op het werk doorbrengen, kunnen we niet besteden met ons gezin (en vice versa). Met 4.000 dollar kan je veertig interventies financieren om trachoma te voorkomen, een groot volksgezondheidsprobleem in dozijnen landen, met meer dan 130 miljoen mensen die bedreigd worden met permanente blindheid. Maar met dat bedrag kun je ook 800 muggennetten kopen, waarmee je statistisch de dood van een kind vermijdt. Welke optie doet het meeste goed?

Niet wat maar hoe

Sterk-EA kan geen antwoord geven op dit soort vragen, en is dus – zoals Nielsen aanvoert – een bedenkelijke levensfilosofie. Maar dat is niet omdat er iets mis is met EA per se. Geen enkele filosofie, die gericht is op het maximaliseren van iets, deugt – het maximaliseren van bezit, plezier, gezond eten, lichaamsoefening en wat al meer. Dat is omdat maximaliseren inherent de nood voor evenwicht ontkent. Economen omzeilen dit door een abstract begrip te poneren, ‘baat’ (‘utility’), dat alle materiële en immateriële voordelen integreert – maar niemand heeft ooit kunnen uitvissen hoe iemand die integratie precies uitvoert. Een interessant en theoretisch concept dus, maar met weinig praktisch nut. Sterk-EA is een ideaal, dat letterlijk onmogelijk te realiseren is in een echte wereld met schaarse middelen, waar compromissen en afwegingen niet te ontkomen zijn.

Zwak-EA is dus de enige haalbare versie van EA, en die kan wel een inspirerende filosofie zijn, zoals Nielsen schrijft. Net als bij rationele besluitvorming gaat het dan niet over het globaal maximaliseren van een of andere maatstaf, wel integendeel. Beide zijn erop gericht hoe het best een beperkt budget van schaarse middelen te besteden, niet om het maximaliseren van dat budget of van een uitkomst, zonder aandacht voor de offers die daarvoor nodig zijn.

Dat vereist oordeelkundig gebruik van bewijsmateriaal en rationele argumentatie – maar ook van persoonlijke voorkeuren en waarden. Daarom is goede besluitvorming meer begaan met de “vorming” dan met het “besluit” zelf, met de manier waarop bewijsmateriaal wordt verzameld en beoordeeld en hoe stevig de argumenten zijn, en niet zozeer met de uiteindelijke keuze of het resultaat. Verschillende mensen, met verschillende voorkeuren en waarden, die rationeel een beslissing nemen, kunnen dus absoluut tot een verschillende keuze komen.

En dat is ook zo voor EA. Het gaat niet om een specifieke keuze die absoluut het goede maximaliseert, maar over de nodige inspanning doen om na te denken en over het proces waarmee de alternatieven worden overwogen.

Zowel voor effectief altruïsme als voor goede besluitvorming in het algemeen is het hoe belangrijker dan het wat, zoals het oude liedje observeert.

LEES OOK