Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Wanneer niet al de rest hetzelfde is

13 mei 2022 Koen Smets
green grass
De oude zegswijze dat het gras altijd groener is aan de overkant zegt het niet met zoveel woorden maar impliceert dat er meer aan de hand is dan alleen maar groener gras. (© Jonathan Cutrer (Flickr Public Domain))

Maar deze lente, naarmate de reisbeperkingen wegsmolten als sneeuw voor de zon, begonnen de Britten opnieuw te reizen naar warmere contreien en botsten daarbij op situaties die ze niet gewend waren.

Het piekseizoen is nog ver, maar zelfs tijdens de paasvakantie klaagden reizigers tussen het VK en Spanje over “wachtrijen van twee uur” bij de paspoortcontrole (want de elektronische toegangspoortjes gelden niet meer voor hen) en over het feit dat je niet meer mag inreizen met een te oud paspoort. En het waren niet enkel de reizigers die op ongemak stootten. Britse expats in Spanje, die voorheen met een Brits rijbewijs mochten rondrijden, moesten vaststellen dat ook voor hen niet alles hetzelfde meer was. Bij het verstrijken van de wachtperiode na Brexit op 30 april kon dat niet meer, met alle gevolgen van dien.

Dit zijn illustraties van wat we de ceteris paribus denkfout kunnen noemen: het verkeerdelijk ervan uitgaan dat, wanneer we twee zaken vergelijken, het verschil dat we bemerken het enige verschil is, en dat al de rest hetzelfde is. Velen die destijds voor Brexit stemden omdat ze ervan waren overtuigd dat meer controle over wetten en beleid een goede zaak was, hadden er wellicht niet aan gedacht dat ook het reizen naar de EU zou veranderen, en dat ze dan op dezelfde manier zouden worden behandeld als mensen met een Vietnamees, Nigeriaans of Peruviaans paspoort.

Iets anders dat me recent opviel, is de nasleep van wat men het Grote Ontslag is gaan noemen – de para- en postpandemische bevinding van vele werknemers dat ze eigenlijk niet meer zo opgezet waren met hun baan, hun baas of hun collega’s en massaal hun ontslag gaven. Met talloze vacatures die er veel beter uitzagen (en vooral beter betaalden), was de keuze gauw gemaakt. Een Amerikaanse peiling, uitgevoerd in maart van dit jaar, toont dat een op de vijf mensen die van job veranderden in de laatste twee jaar daar spijt over heeft, met eenzelfde proportie die de nieuwe job toch maar niks vinden. Slechts 26% verklaart dat ze hun nieuwe job voldoende goed vinden om te blijven.

Soms is onze verkeerde veronderstelling dat de ceteris allemaal paribus zijn accidenteel. Wanneer we naïef of onwetend zijn, kunnen we wel eens de mogelijkheid over het hoofd zien dat niet al het andere hetzelfde is, en dus impliciet aannemen dat het wel zo is. Maar soms is dat ene verschil dat we zien zo markant, dat het ons ervan weerhoudt het bestaan van andere verschillen zelfs maar te overwegen. Voor onze verre voorouders was dat een adaptieve neiging. Zij die snel, op basis van een enkele eigenschap, een onderscheid konden maken tussen wat batig was (voedzaam eten, een geschikte partner) en wat niet zo geschikt was, hadden een voetje voor op hun langzamere soortgenoten. (Zij bleven ook niet aarzelen terwijl ze een naderende gestalte grondig bekeken om te zien of het misschien een roofdier was – een enkele karakteristiek was genoeg om op de vlucht te slaan.) Wij die hun erfgenamen zijn, bezitten nog steeds die vaardigheid, maar in onze veel complexere omgeving is het niet langer zo dat wat saillant is in onze ogen, daarom ook een goede aanwijzing is of het goed is, of slecht.

passport control
De onverwachte consequenties van de Brexit. (© Oren Levine (Flickr CC BY NC ND 2.0))

Wat ook een rol kan spelen, is gemotiveerd redeneren en wishful thinking. Wanneer we denken dat iemand anders beter wordt behandeld dan wij, dan speelt het in ons voordeel als al de rest hetzelfde is. Zelfs kleine kinderen beseffen dat al: als broer of zus een beloning krijgt en zij niet, dan kunnen ze in opstand komen tegen deze flagrante ongelijkheid (terwijl ze wel over het hoofd zien dat ze, in tegenstelling tot broer of zus, geen klusje hebben gedaan om die beloning te verdienen). Als we, als groot mens, voor Brexit stemmen of beslissen ons ontslag te geven en een andere job aan te nemen, dan kunnen we wel wensen dat de voordelen van EU-lidmaatschap of de aangename aspecten van onze oude baan onveranderd zullen voortduren, maar wensen zijn geen realiteit.

Het gras is groener

Dat weten we natuurlijk al langer. De oude zegswijze dat het gras altijd groener is aan de overkant zegt het niet met zoveel woorden, maar impliceert dat er meer aan de hand is dan alleen maar groener gras. Misschien spenderen de buren (in tegenstelling tot jijzelf) een hoop tijd, moeite en geld aan het voeden en besproeien van hun gazon. Misschien is de ondergrond waarop dat gras zo mooi groen groeit zo onstabiel dat verzakkingen geregeld tot barsten in de muren van het huis van de buren leiden. Of mogelijk is dat gras weliswaar schitterend groen, maar het is ook zo stekelig dat je niet moet verwachten er in de zomer met blote voeten op rond te lopen.

Wanneer we onze eigen situatie vergelijken met een alternatief – die van iemand anders, of een hypothetische toekomst voor onszelf – spelen onze emoties daarin onvermijdelijk ook mee. Al zouden we niet meer doen dan simpelweg alle verschillen opnoemen en beschrijven, dan nog kunnen we het niet helpen instinctief een oordeel te vellen over welke aspecten beter en slechter zijn.

Wanneer één aspect in dat alternatief ons echter bijzonder aanspreekt (of als we een bijzondere hekel hebben aan een aspect in onze huidige situatie), dan kan onze fixatie met die ene eigenschap die ceteris paribus-denkfout activeren. Huis te groot en te lastig om netjes en schoon te houden? Laten we naar een kleiner huis verhuizen! (En ervan uitgaan dat er voldoende ruimte zal zijn voor al onze spullen.) Spenderen we te veel tijd aan het pendelen van en naar het werk? Thuiswerken! (En geloven dat we ook dan zullen kunnen genieten van de informele babbels met collega’s en de onverwachte inzichten die er geregeld uit voortkomen.) Ook een dure aanschaf van iets waar we erg naar verlangen kan ons doen denken dat hij geen invloed zal hebben op ons spaartegoed, of ons niet over ons maandelijks budget zal duwen, en ons zo met een schuldenprobleem opzadelen.

Wanneer het voordeel van een positief verschil onze aandacht opeist, is er weinig over voor iets anders. Zelfs wanneer we ons ervan bewust zijn dat er daarnaast nog andere, minder positieve verschillen zijn, ligt de ceteris paribus-denkfout op de loer: we wimpelen die verschillen weg als irrelevant en onbeduidend, en vergeten ze meteen.

Nochtans is er een eenvoudige, alternatieve manier om te redeneren waardoor we vermijden ons door deze misvatting te laten beetnemen, met slechts één verschil. Al wat we moeten doen, is onszelf afvragen: “Welke verschillen zijn er nog meer?” Waarom redeneren we dan niet gewoon altijd op deze wijze? Omdat er, ook hier, meer dan één verschil is: deze vraag beantwoorden betekent dat onze illusie dat we de geit én de kool kunnen sparen, dat we alles kunnen hebben, dat we zaken kunnen veranderen zonder offers te brengen. En dat is vaak een verschil te veel…

LEES OOK