Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Kortzichtigheid, incompetentie en onverschilligheid

15 april 2022 Koen Smets
Drievuldigheid
Er bestaat een helse drievuldigheid van bedenkelijke beslissingen: kortzichtigheid, onbekwaamheid en onverschilligheid. (CC BY 2.0 Misha Dontzov (Flickr) CC BY 2.0)

Wanneer maakte u recent een slechte beslissing? Ik bedoel niet de onfortuinlijke situaties waarbij u simpelweg pech had (het soort zaken dat Alanis Morissette niet helemaal terecht als “ironisch” bestempelt in haar hit Ironic). Zelfs de allerbeste beslissingen stoten immers wel eens op de onzekerheid die de toekomst onvermijdelijk inhoudt, en leiden zo tot een ongewenst resultaat.

Nee, ik bedoel het soort beslissing waarbij u nú weet dat u – zonder het voordeel van kennis achteraf, en met enkel wat u toentertijd wist, of had kunnen weten – het toen beslist beter had kunnen doen. Dat zijn beslissingen waarvan we kunnen leren.

U hoeft me overigens uw eigen slechte beslissing niet te vertellen (ik ga de mijne ook niet met u delen). We kunnen namelijk ook leren van de bedenkelijke beslissingen van anderen – zoals bijvoorbeeld beleidsbeslissingen, die en plein public worden genomen.

Beslissingen veranderen zaken

Afgelopen week meldde BBC dat de regering zinnens is de bijdrage te schrappen die veel lokale overheden aanrekenen voor het dumpen van doe-het-zelf-afval in hun recyclagecentra. Dat is eigenlijk een goede beslissing, die erop is gericht een eerdere slechte beslissing om te keren.

Er gaat een simpele (zo niet simplistische) logica schuil achter het idee mensen te laten betalen om een oude badkuip, een gebarsten toiletpot of een surplus aan patiotegels naar de recyclage te brengen. Het verwerken van zulke materialen is namelijk duurder dan het afhandelen van de gebruikelijke rommel die men brengt, en die extra kost wordt veroorzaakt door een relatief klein aantal personen.

Dan is het toch eerlijk dat zij daarvoor een kleine bijdrage leveren, zeg maar een kleine 2 euro voor een deur of een bad, tot 12 euro voor een plaasterplaat?

Toilet
Voor een prijsje naar de vuilnisbelt, of gratis naar een afgelegen plek? (CC BY NC 2.0 Al (Flickr))

Het probleem is dat niet alle doe-het-zelvers braafjes hun afval bleven droppen bij het recyclagepark en de rekening vereffenden. Er waren ook andere mogelijkheden. Wanneer mensen immers worden geconfronteerd met een kost voor iets dat voorheen kosteloos was (en dat ze, terecht of onterecht, zelfs beschouwen als iets dat kosteloos hoort te zijn), zullen sommigen naar alternatieven zoeken – en niet noodzakelijk naar de meest prosociale of ethische.

De belangrijkste reden waarom de bijdrage zal worden afgeschaft, is dat er naar verluidt jaarlijks meer dan een miljoen gevallen van sluikstorten zijn, waarvan het opruimen bijna 500 miljoen euro kost.

Een vergissing die vaak wordt begaan bij het nemen van een beslissing, is te geloven dat al de rest hetzelfde blijft: mensen zullen als voorheen hun afval naar de recyclage brengen, met als enige verschil dat ze er nu ook zullen voor betalen. Deze nefaste misvatting wordt wel eens de ceteris paribus-denkfout (“voor het overige gelijkblijvend”) genoemd. Bij beslissingen blijft het overige echter nooit gelijk.

Niet zo degelijk overwogen

Ook in het Britse nieuws zat deze week het feit dat op 6 april (de aanvang van het nieuwe fiscale jaar – rare jongens, die Britten!) het staatspensioen en een reeks andere sociale uitkeringen zouden stijgen met de inflatie.  Dat klonk als goed nieuws, ware het niet dat de rechthebbenden zich niet moesten verwachten aan een toename met 6,2% (de inflatie in maart), maar slechts 3,1% extra zullen krijgen – de inflatie in september van vorig jaar.

De originele beleidsmaatregel om uitkeringen en pensioenen aan de prijsindex te verbinden is natuurlijk lovenswaardig: hij verzekert dat wie daarvan moet leven – typisch mensen met een laag inkomen – zijn rekeningen kan blijven betalen als de levensduurte omhooggaat.

Ik ben er niet in geslaagd te achterhalen waarom het inflatiecijfer van zeven maanden geleden wordt gehanteerd om de jaarlijkse toename te berekenen, maar wat wel duidelijk is, is dat de maatregel dit jaar op spectaculaire wijze zijn doel mist. De lange periode tussen de meting van de inflatie en de werkelijke aanpassing is een inherent onderdeel van de regeling, en hoorde dus mee te worden overwogen. Dat heeft men wellicht zelfs gedaan – alleen niet zo degelijk.

Bekwame besluitvorming moet vooruitziend zijn, en rekening houden met evoluerende omstandigheden, ofwel door ervoor te zorgen dat er snel kan worden bijgestuurd, ofwel door de impact die zulke veranderingen kunnen hebben op de uitkomst. Hier kunnen we ons terecht vragen stellen bij de competentie van deze beleidsbeslissing.

Wie trekt zich de kost aan?

Een laatste beslissing om onder ogen te nemen is er eentje die ruim tien jaar geleden werd genomen (maar die vandaag diepgaande gevolgen heeft): de Duitse beslissing om kernenergie af te bouwen niet later dan 2022 (ja, dat is dit jaar). Duitsland was overigens niet alleen in met plannen voor een kernuitstap: de kernramp in Fukushima in 2011 was voor velen een katalysator om te stoppen met kernenergie.

Doel
De kerncentrale van Doel (Foto: CC BY-SA 3.0 LimoWreck (Wikimedia Commons))

Destijds zagen sommigen dat als een stoutmoedige, toekomstgerichte beslissing, die een transitie naar hernieuwbare energie zou inluiden. Maar het volstaat niet op te houden met wat je niet wil, je moet ook overwegen wat je in de plaats wil – of hoe je met de leemte om zult gaan die anders onvermijdelijk zal opduiken.

In 2011 vertegenwoordigde kernenergie 13% van de Europese consumptie; de meest recente cijfers voor 2019 tonen dat dit in 8 jaar nauwelijks is geslonken: 12,5%. De nakende sluiting van talrijke Europese kerncentrales zal onvermijdelijk leiden tot een aanzienlijk deficit, dat onmogelijk kan worden aangevuld door hernieuwbare energie (het aandeel daarvan nam weliswaar sterk toe – voorheen 1,7%, in 2019 4,1% - maar er is nog een hele weg af te leggen vooraleer dat het tekort kan compenseren). Stoutmoedig was de beslissing zeker, maar de wijsheid ervan is vandaag – en was toen – twijfelachtig.

Men kan moeilijk geloven dat de beleidsmakers zich destijds niet bewust waren van de kolossale uitdaging die het snel afbouwen van kernenergie inhoudt, en dat ze geen idee hadden dat dit onafwendbaar zou leiden tot het intensiveren van de afhankelijkheid van ingevoerde fossiele brandstoffen.

Het is net zo moeilijk te geloven dat de klimaat- en geopolitieke risico’s die hiermee gepaard gaan niet erkend werden. Maar kernenergie had een kwalijke reputatie, en er komaf mee maken was politiek opportuun in die periode. Hoe dan ook moest kernenergie op de schop.

Soms worden besluitnemers gedreven door factoren die niet eenvoudig kunnen worden ondergebracht in de rekenkunde van kosten en baten. Ideologie en politiek, principes en emoties krijgen dan een absoluut en dwingend karakter, en de kosten worden veronachtzaamd. Maar dat doet de afwegingen niet verdwijnen, en de rekening voor de genegeerde kosten valt vroeg of laat op de mat.

Helse drievuldigheid

We hebben hier dus de helse drievuldigheid van bedenkelijke beslissingen: kortzichtigheid, onbekwaamheid en onverschilligheid. Daarvan kun je de eerste eventueel nog wat goedpraten. Zelfs Albert Einstein gaf toe, toen zijn collega’s Leo Szilárd en Eugene Wigner hem erop wezen dat ook zijn eigen werk had bijgedragen tot de mogelijkheid op ontwikkeling van kernwapens, “Daran habe ich gar nicht gedacht” (“Daar had ik echt niet aan gedacht”). We kunnen niet alles weten.

Zelfs al hebben we allemaal onze limieten, onbekwaamheid is moeilijker te vergoelijken. We halen er typisch een expert bij wanneer we willen verbouwen, eerder dan zelf die dragende muur met de voorhamer te lijf te gaan. Zo ook is het best weg te blijven van beslissingen waarvoor we niet bekwaam zijn.

Maar wellicht is de grote baas van deze drievuldigheid de onverschilligheid. Die zien we snel in andermans beslissingen, vooral wanneer we denken dat ze onze belangen negeren. Maar voor we een beschuldigend vingertje uitsteken, is het goed er even over na te denken of we zelf wel altijd zo zorgvuldig de consequenties van onze keuzes overwegen. Het is immers zo makkelijk de kosten over het hoofd te zien van beslissingen waarvan we overtuigd zijn dat ze de juiste zijn – en is dat niet altijd het geval?

LEES OOK