De vicieuze cirkel van de antipoden

12 april 2022 Karl van den Broeck
racisme discriminatie antipode
Een sociaal contract zorgt voor een gemeenschapsgevoel dat emancipeert en niet verstikt. (Markus Spiske (Unsplash))

Je boek Antipode komt net op tijd. Net op het moment dat we al het gedrein, het gejen, het getrol en het gezeur op Twitter beu waren. Net op het moment dat we besloten hadden om al die sociale media van onze smartphone te zwieren en ons voorgoed in te metselen in de kelders van ons grote gelijk. Net nu we alle hoop hadden opgegeven dat een gezond, inspirerend en vruchtbaar maatschappelijk debat vandaag nog wél mogelijk zou zijn.

Net nu we vreesden dat er uit heel die coronacrisis niets goeds was voortgekomen.

Net op dat moment verschijnt Antipode.

Dat je voortreffelijk kunt schrijven, het kaf van het koren kunt scheiden, dat je een onafhankelijke denker bent. Dat wisten we al langer. Waarom zouden we je anders gevraagd hebben om bij Apache te komen werken, nietwaar.

Maar toch was ik in elk hoofdstuk van je boek verbaasd over de nauwgezetheid waarmee je te werk bent gegaan. Als je straffe oneliners zoekt die bij nader inzien zinledig blijken, dan moet je niet bij Hind Fraihi zijn. Jij vormt je mening pas nadat je het probleem grondig hebt bekeken en ook nadat je met je eigen ogen en oren bent gaan vaststellen wat er precies gaande is. 

Overdrijf ik als ik zeg dat je een fenomenoloog in hart en nieren bent. Zoals Husserl het ons leerde, bestudeer je de zaken zoals ze aan ons verschijnen vanuit jezelf. Centraal staat de intentionaliteit: de band tussen wat we zien en horen en wat we denken te zien en te horen. Doctrines uit het verleden worden tussen haakjes gezet. De problemen moeten onbevooroordeeld en zuiver worden benaderd.

Het levert bevrijdende inzichten op – voor mij toch.

Dat de discussies over de vraag of je nu ‘blank’ of ‘wit’ moet zeggen en of Zwarte Piet moet worden verboden vooral vermoeiend zijn en zorgen voor veel tijdverlies. Je lost er de discriminatie op de arbeidsmarkt of de woonmarkt niet mee op. “Het weghalen van kerststalletjes uit het straatbeeld om ‘andere religies niet voor het hoofd te stoten’, draagt niks bij aan de tolerantie ten opzichte van moslims. Integendeel, het maakt dat de dominante blanke groep zich bedreigd gaat voelen in zelfs de onbenulligste kantjes van haar identiteit en de hakken nog dieper in het zand graaft.”

Pick your fights, nietwaar.

Nog eentje: een strijd tegen de klimaatopwarming is noodzakelijk, maar wanneer het klimaat belangrijker wordt dan de democratie klopt er iets niet.

Ik wed dat je tijdens het schrijven vaak met de ogen hebt gedraaid. Je hebt dan ook al in heel wat loopgrachten gezeten. In 2006 in Molenbeek, bijvoorbeeld, toen haast niemand uit de mainstream (en zeker niet aan de linkerzijde) geloof hechtte aan je waarschuwing dat er vanalles aan de hand was in die Brusselse gemeente. De nog maar 17-jarige Salah Abdeslam liep er toen al rond. Of in 2018 toen je de vrouwen van IS in beeld bracht. Of in 2019 toen je met Bas Bogaerts infiltreerde in de virtuele microkosmos van extreemrechts.

Je hebt vaak met de ogen gedraaid, omdat je niet hoog oploopt met de nieuwe generatie activisten die de antiracistische strijd vandaag verderzetten. Zo ben je blijkbaar niet ‘zwart’ genoeg voor de Black Lives Matter-beweging. Jij gaat met je Noord-Afrikaanse roots niet gebukt onder de transgenerationeel overgedragen pijn van de slavernij. 

Het doet me denken aan dat standpunt dat ik ooit in De Morgen schreef en waarin ik kritiek uitte op de paus. Ik kreeg van een katholieke collega, die van zijn geloof gevallen was, het verwijt dat ik als vrijzinnige geen kritiek mocht hebben op de kerk. Van die dingen.

Maar ook het deugdpronken van de grotendeels nog blanke samenleving maakt je kregelig. Racismebestrijding mag geen geuzenachtige koketterie zijn. Dat vlakt de strijd af tot een vorm van activistische zelfbevrediging die bij uitstek tot zijn recht komt op sociale media. 

“Het is merkwaardig hoe een strijd tegen superioriteit net gevoerd wordt met een zeker gevoel van superioriteit”, schrijf je. En nog: “Een generatie activisten afschilderen als nieuw is een manier om ze te isoleren van de activisten die eraan voorafgegaan zijn”.

En zo gaat het boek ook over geheugen, over dingen die voorbijgaan. Over samenhang tussen toen en nu.

Je denkt met heimwee terug aan de sociale strijd in de jaren 80, die in het teken van de eendracht stond. 

Neem nu de antirakettenbeweging. Zelfs de piepjonge Guy Verhofstadt betoogde in 1979 mee. Maar ook de socialisten, de groenen, de katholieken, de Vlaams-nationalisten. En de anarchisten, maar die liepen – in het zwart gekleed en gehuld in het absolute stilzwijgen – tegen de stroom in. Solidair, maar dwars. Het kan. Of: het kon.

Je beschrijft de ‘archipelisering’ van de samenleving en het eilandhoppen. Die fenomenen leiden tot erg merkwaardige coalities.

Antivaxers die zich vooral bekommeren om de natuur en hun lichaam, komen plots op hetzelfde eiland terecht als extreemrechtse houwdegens die nog liever naar olie zouden boren op de Noordpool dan te pleiten voor meer windmolens. Waarom? Omdat de groenen dé vijand zijn. 

Gaia betoogt schouder aan schouder met extreemrechts tegen het ritueel slachten.

Extreemrechts is plots voor homoseksualiteit omdat de islam daar nog altijd veel moeite mee heeft. Xavier Buisseret moest het weten.

Aan de linkerzijde zien ze de hoofddoek, die door veel moslima’s niet uit vrije wil wordt gedragen, soms als een teken van emancipatie van diezelfde moslima’s.

De samenhang is verdwenen. Steeds meer mensen plooien zich terug op één aspect van hun identiteit. Het gaat niet meer over ‘links’ of ‘rechts’, maar over ‘ik’ en ‘zij’.

En de gemeenschappelijke vijanden zijn bekend: de machteloze en hypocriete politici en de leugenachtige pers.

In je voorlaatste hoofdstuk analyseer je de nefaste invloed van sociale media die leiden tot infobesitas, polarisering, hyperdemocratie en ikkigheid.

In je conclusie pleit je voor een BBB-programma: benoemen, begrijpen, bestrijden. 

Jouw boek levert alvast een waardevolle bijdrage tot de eerste twee ‘b’s’ De derde, hoe we de polarisatie moeten ‘bestrijden’, blijft wat onderbelicht.

Nochtans zitten er aanzetten verscholen in de tekst. Zo verwijs je naar de opvattingen van Menno ter Braak die het nationaalsocialisme zag als een ‘rancuneleer’. Ook vandaag blijkt de mens in de eerste plaats permanent en hardnekkig ontevreden.

“Dat kan vreemd lijken”, zo schrijf je, “want nooit eerder in de geschiedenis was er zo veel welvaart verdeeld over zo’n grote groep mensen”.

Maar is dat zo? Leven we in een luilekkerland? Je merkt terecht op dat zelfs in België nog te veel mensen door de mazen van het net glippen. Dat de overheid steeds meer taken doorschuift naar de privésector die doet “waar hij goed in is”: kosten drukken om winst te maximaliseren.

Het is misschien een inleiding voor een volgend boek, of voor een onderzoeksreeks bij Apache? Eentje waarin je nog meer dan in dit boek in de ‘vooruitkijkspiegel’ kijkt. Je zult merken dat je daarvoor onvermijdelijk ook achteruit moet kijken. Er zijn zeker wél lessen die we uit het verleden kunnen trekken. Ook al herhaalt de geschiedenis zich nooit helemaal.

Van slimme mensen zoals Yanis Varoufakis maar ook de Britse econoom Umair Haque onthoud ik dat de economie stagneert wanneer te veel geld in handen van te weinigen is. De kleine toplaag van rijken wordt een toplaag van superrijken, de brede middenklasse verarmt en de groep armen wordt nog armer. En radeloos.

De samenleving verliest vertrouwen en laat alle hoop varen. Jongeren, die nog een hele toekomst voor zich hebben, beseffen dat ze het minder goed gaan hebben dan hun ouders. En dat maakt vooral hun ouders boos. Hun moeders, zoals je terecht opmerkt.

Wie voltijds werkt voor Amazon heeft een uitkering nodig om te overleven. Armoede, of een stijgend armoederisico, leidt tot rancune, tot cynisme en uiteindelijk tot paniek.

Als de economie stagneert, brokkelt de sociale orde af en is het ieder voor zich. Jouw lijfsbehoud ten koste van dat van je buurman.

En dan komen de demagogen. In Rusland, in de VS, in Polen, in Turkije, in Italië, in Frankrijk. In Vlaanderen lopen ze al veel langer rond, en zij hebben hun wortels in een nooit verteerd oorlogstrauma.

De demagogen hebben slogans: ‘eigen volk eerst’, ‘make America great again’… of Rusland great again, of Vlaanderen great again. Wie het programma van Vlaams Belang omdraait, en dus niet kijkt naar de dingen die ze bekampen, maar wel naar de samenleving waarnaar ze verlangen, ziet het Vlaanderen van de negentiende eeuw: met de hardwerkende boeren op het idyllische Vlaamse platteland, met de pastoor, de baron en de burgemeester die als herders zorgen voor hun kudde. En zonder vreemdelingen, zonder oproerkraaiers. Voor outer en heerd. Als ik door het verkavelde Vlaanderen rijd en de borden van de buurtinformatienetwerken zie aan het begin van de doodse slaapwijken vol erzatsboerderijen – fermettes - , besef ik dat die droom nog erg hardnekkig is.

Waarom luisteren mensen naar autoritaire leiders? Misschien denken ze wel dat ze hen kunnen geven wat de democratie vandaag niet kan: een deftig leven. Beschermd tegen de excessen van de ongecontroleerde vrije markt. Daar willen ze gerust een paar vrijheden opgeven, om zich opnieuw sterk, veilig en gelukkig te voelen. 

En als de krimpende koek verdeeld moet worden, dan liefst ‘onder ons’ en niet aan nieuwkomers. Of toch niet als ze niet onze ‘blanke’ (witte?) huidskleur hebben of niet houden van kerststalletjes.

Fascistische leiders komen aan de macht als ‘beide zijden’ van het democratische spectrum – links en rechts – gefaald hebben. Ze beloven solidariteit, maar dan wel alleen voor wie bij de groep hoort. Voor het eigen volk.

We koesteren de democratie als de meest rechtvaardige manier om de samenleving te organiseren. In zo’n democratie is het niet wie 50%+1 van de stemmen haalt die het voor het zeggen heeft. Een gezonde democratie is zo georganiseerd dat de oppositie van vandaag morgen de meerderheid kan zijn. In de democratie is de troon leeg opdat hij van ons allemaal is.

Zo klinkt het in onze cursussen en in hooggestemde toespraken in onze parlementen.

Maar een democratie is waardeloos als ze er niet in slaagt de burgers een deftig leven te geven. Dat kan alleen wanneer ze haar actiedomein nog verder uitbreidt, naar dat van de economie. Dat kan alleen wanneer ze een sociaal contract kan sluiten – zoals na de Tweede Wereldoorlog – dat het leven van mensen zin geeft. Dat zorgt voor waardigheid en eigenwaarde, voor een gemeenschapsgevoel dat emancipeert en niet verstikt.

Enkel zo kunnen we de vicieuze cirkel van de antipoden stoppen.

Het is de taak van journalisten om te onthullen, te benoemen en te begrijpen. Is het ook onze taak om onrecht en extremisme te bestrijden? Ik vrees dat wij, als dwangarbeiders van de democratie, geen andere keuze hebben. Enkel in een democratie kan de pers vrij zijn. Het is dan ook geen wonder dat het eerste besluit dat het Voorlopig Bewind van het prille België nam in 1830, het verbod op censuur was.

Zodra de rattenvangers van extreemrechts aan de macht komen, neemt propaganda de overhand en worden journalisten als ‘vijanden van het volk’ gebrandmerkt.

De strijd tegen autoritarisme en extremisme – in al zijn verschijningsvormen – is voor journalisten een vorm van wettige zelfverdediging. 

Eentje die onze beroepsgroep wereldwijd jaarlijks gemiddeld vijftig mensenlevens kost.

Antipode is een boek dat de lezer met beide voeten op de grond plaatst. En laat dat nu een absolute voorwaarde zijn voor een nieuwe start.

LEES OOK