Red de journalistiek in tijden van fake news

8 april 2022 Tom Cochez
Mediaplein DPG
Guido Van Liefferinge stelt dat grote mediabedrijven zich de voorbije jaren ontwikkelden tot machines die soms meer met anti-journalistiek dan met journalistiek te maken hebben. (© DPG Media)

Zowel voormalig stichter van Dag Allemaal Guido Van Liefferinge (80) als VRT-journalist Luc Pauwels (56) hebben een boek geschreven over media en journalistiek. Het voorwoord is in beide gevallen van de hand van journalist Rik Van Cauwelaert (72).

Het zijn niet meteen jeugdige hemelbestormers die de pen ter hand nemen om de staat van de journalistiek op te maken, en dat is geen toeval. Hoe ouder hoe feller, lijkt het zelfs. Dat spreekt uit de titels, Fuck de media, red de pers (Van Liefferinge) en Journalistiek in tijden van fake news (Pauwels), maar vooral ook uit de inhoud.

Mea culpa

Luc Pauwels zoekt een antwoord op de vraag hoe het komt dat het vertrouwen in media op zo’n laag pitje staat

Het boek van Luc Pauwels is in essentie vergelijkbaar met het werk van een ombudsman. Aan de hand van concrete voorbeelden vertelt hij hoe journalisten, onder toenemende tijdsdruk en moordende concurrentie, uitschuivers maken.

Het boek is het resultaat van een soort gewetensonderzoek en start vanuit de basisvraag 'hoe komt het dat het vertrouwen van mensen in media op zo’n laag pitje staat?'. Daarvoor kijkt Pauwels naar het concrete werk op het terrein en slaat hij een mea – of beter een nostra – culpa.

In die aanpak zit zowel de kracht als de tekortkoming van het boek. Pauwels kijkt naar wat een journalist beter en anders kan doen – wat in Vlaanderen uitzonderlijk is – maar staat nauwelijks of niet stil bij de vraag waarom journalisten fouten maken. De dieperliggende structurele oorzaken, zoals de Britse onderzoeksjournalist Nick Davies ze in zijn klassieker Flat Earth News genadeloos fileerde, laat hij grotendeels buiten beschouwing.

Het contrast met wat Guido Van Liefferinge in Fuck de media, red de pers doet, kan haast niet groter zijn. Vooral in het laatste hoofdstuk – Stop de mediacratie – gaat de man die Dag Allemaal en een rist andere bladen op de Vlaamse markt bracht, in sneltreinvaart recht naar de essentie van wat verkeerd loopt in het (Vlaamse) medialandschap. Niet de journalistiek is het probleem, wel de media. Of zoals Davies het indertijd uitdrukte: "Journalisten zijn goede mensen die werken voor slechte bedrijven".

“De media-industrie”, zo schrijft Van Liefferinge, “is (…) een spel geworden dat zich zonder enige democratische (of) journalistieke bekommernis afspeelt boven de hoofden van de nieuwsconsumenten en dat om onbegrijpelijke redenen te vaak gefinancierd wordt met overheidssubsidies (belastinggeld). In dat spel van macht en geld dreigt een onafhankelijke en diverse pers een marginaal verschijnsel te worden, meer nog in een kleinschalig Nederlandstalig taalgebied als het onze. De kosten voor de samenleving en de burgers, het inboeten aan vrijheid, rechten en privacy zijn amper te vatten.”

Akelig stil

Fuck de media, red de journalistiek' van Guido Van Liefferinge
'Fuck de media, red de pers' van Guido Van Liefferinge is verschenen bij EPO Uitgeverij. (epo)

Vlaanderen en mediakritiek gaan niet goed samen. Waarom dat zo is, is een boeiende vraag, misschien wel een thesis waard. Het contrast met onze buurlanden springt in het oog.

De naam Nick Davies (The Guardian) viel eerder al, maar ook met mensen als Edwy Plenel (Mediapart), Rob Wijnberg (De Correspondent) of Joris Luyendijk (Het zijn net mensen) stonden in onze buurlanden eerder al iconen met wortels in de reguliere media op die zich ernstige zorgen maakten over de evolutie van het medialandschap. In Vlaanderen bleef het akelig stil.  

Dat was vijftien jaar geleden het geval en dat is vandaag niet anders. De verklaring daarvoor moet breder gaan dan enkel het comfort van een riante bedrijfswagen en aandelenopties die het geweten op waakvlamstand houden.

Mediakritiek in Vlaanderen blijft beperkt tot wat een ombudsman doet

Misschien speelt de doorgedreven Vlaamse hang naar pragmatisme een rol. Een belangrijk gevolg is alleszins dat mediakritiek in Vlaanderen beperkt blijft tot wat de ombudsman doet. In het beste geval dan nog. De Standaard heeft een ombudsman en de VRT heeft er een. Daarmee hebben we het wat betreft zelfkritiek in de Vlaamse media volledig gehad. Dat punt stipt ook Pauwels terecht aan.

Die ombudsmannen of -vrouwen leveren doorgaans puik werk, maar hun werk beperkt zich tot het niveau van de uitvoerders: de journalisten of hun redactiechefs. Wat doen zij fout? Wat kunnen zij beter? In het meest extreme geval wordt een balletje opgegooid over de vraag hoever native advertising of ‘gesponsorde inhoud’ precies mag gaan.

De vraag of de grote bazen van Mediahuis en DPG Media op die manier hun journalistieke ziel verkopen, hebben we nog niet weten stellen, laat staan beantwoord gezien.

Botten

Wat journalisten juist en fout doen is ook de insteek van het boek van Pauwels. Dat levert interessante inzichten op. In de concrete verhalen die de VRT-journalist aanhaalt, komen de kleinmenselijke kantjes in beeld. Het bewust nalaten van bronvermelding, wegknippen van de microfoon van de concurrerende zender op de tafel bij een persconferentie, of het monteren van een fake geweerschot onder een beeldverslag waarbij de verslaggever wegduikt.

Andere uitgewerkte casussen illustreren het corporatisme in de journalistiek, de soms pijnlijke gevolgen van het gebrek aan specialisatie, de excessen eigen aan te hoog gespannen verwachtingen van redactiechefs, de doorlopende rush op de redacties die wel tot fouten moét leiden, het structurele gebrek aan achteruitkijkspiegel, …

Het siert Pauwels dat hij zijn botten aantrekt en door de modder ploegt op een manier waar veel collega’s voor zouden passen. Interessant zijn ook de voorstellen die hij formuleert om het beter te doen en het vertrouwen met het publiek te herstellen: meer specialisatie, meer samenwerking over de grenzen van verschillende media heen, meer kwaliteitscontrole, systematische twijfel en doorlopende communicatie met de lezer.

 Journalistiek in tijden van fake news - Luc Pauwels
'Journalistiek in tijden van fake news' van Luc Pauwels is verschenen bij Kritak. (Kritak)

Tegelijk krijgen de vragen waarom redacties vandaag geen tijd nemen om mensen op te leiden tot specialisten, waarom “al dat geraas op onze redacties af en toe maar eens (moet) verminderen” of waarom de hooggespannen verwachtingen van de bazen onrealistisch zijn, geen antwoord in het boek.

Het dichtst in de buurt van een antwoord komt een passage aan het einde, onder het kopje Verwachtingen van een bovenmenselijke orde:

Het is duidelijk: het almaar heftiger opkloppen van de prestatiedrang in een doorgeslagen concurrentiestrijd is een directe oorzaak van de uitschuivers van sommige journalisten. Samen met het almaar verder afkalvende personeelsbestand op de redacties, leidt ertoe dat mensen uit de bocht gaan en nepnieuws beginnen te maken. Misschien moeten we maar eens stilstaan bij het klimaat dat we zo aan het creëren zijn, een klimaat waarin nepnieuws makkelijk kan gedijen, ja zelfs uitgelokt wordt. Dat klimaat is dodelijk voor het vertrouwen in ons.

Jaak Smeets

Misschien moeten we bovenstaande alinea lezen als een aanzet voor een vervolg waarbij ook de waarom-vraag op tafel komt. Die waarom-vraag stellen (en beantwoorden) is cruciaal. Maar zoals gezegd, journalistiek onderzoek naar wat structureel verkeerd loopt in de eigen sector blijft in Vlaanderen not done.

Dat gebrek aan kritische berichtgeving over de eigen sector leidt tot excessen waar elke zichzelf respecterende journalist die werkt voor een regulier medium zich vragen bij zou moeten stellen. Neem het voorbeeld van Jaak Smeets, jarenlang de nummer twee van DPG Media en alleen al daarom een van de machtigste mensen van Vlaanderen.  

Gaat het, zoals in het geval Jaak Smeets, om het eigen bedrijf, dan pompen hoofdredacteuren doelbewust fake news de wereld in via een persbericht

Toen Smeets aan de kant werd geschoven wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag was het gros van de bedrijfstop, inclusief de hoofdredacteuren, op de hoogte van de echte reden. Toch gaven ze geen kik toen in een persbericht naar aanleiding van het ontslag de gebruikelijke nood aan nieuwe horizonten werd aangehaald als oorzaak voor het vertrek van Smeets. Dat oude persbericht leest als het schoolvoorbeeld van doelbewust gefabriceerd fake news.

Mocht pakweg de voorzitter van een politieke partij op die manier een zaak van seksueel grensoverschrijdend gedrag in de partij toedekken, de verenigde Vlaamse politieke commentatoren zouden terecht hun grootste lettertype van stal halen om er schande van te spreken. Gaat het om het eigen bedrijf, dan pompen ze vrolijk foute informatie de wereld in via een persbericht.

De ombudsman van de Nederlandse Volkskrant, ook in handen van DPG Media, schreef recent nog een stuk over het grote zwijgen in eigen rangen. In Vlaanderen gebeurde dat niet. Zo goed als niemand volgt mediabedrijven kritisch op. Dat is, zeker gegeven de macht van mediabedrijven, een groot democratisch deficit.

Anti-journalistiek

In Fuck the media, red de pers klopt Guido Van Liefferinge vol overgave op die nagel. De interactie tussen democratie en journalistiek loopt als een rode lijn door het hele boek. Goede journalistiek is cruciaal voor een optimaal functionerende democratie. Daar wringt het schoentje en politiek lijkt dat besef mijlenver weg.

Van Liefferinge toont hoe grote mediabedrijven zich de voorbije jaren ontwikkelden tot machines die soms meer met anti-journalistiek dan met journalistiek te maken hebben

Aan de basis van die miskenning ligt de begripsverwarring tussen media en journalistiek die ook uit de titel van het boek spreekt. Kranten, weekbladen, radio en televisie zijn van oudsher kanalen waarbinnen journalistiek min of meer goed kon gedijen. De politieke wereld spaarde decennialang kosten noch moeite om de achterliggende mediabedrijven te ondersteunen, net omwille van die democratische functie.

Vandaag doet de politieke wereld dat onverkort, maar mediabedrijven vervullen hun democratische rol niet meer, integendeel. Aan de hand van de opkomst, de verregaande mediaconcentratie en de excessen binnen het imperium van Rupert Murdoch schetst Van Liefferinge hoe grote mediabedrijven zich de voorbije jaren ontwikkelden tot machines die soms meer met anti-journalistiek dan met journalistiek te maken hebben.

Te moeilijk

In het hoofdstuk Welkom in Dystopia bespreekt Van Liefferinge de rol die internet in die evolutie speelt. Maar vooral het laatste hoofdstuk Stop de mediacratie is een eyeopener voor wie wil weten hoe, in navolging van het systeem-Murdoch, ook Vlaamse media de voorbije jaren ontspoorden.

Aan de basis liggen media die hun journalisten niet langer gebruiken om de vinger aan de maatschappelijke pols te houden om zo hun lezers en kijkers maatschappelijk belangrijke thema’s te serveren. Vandaag gebruiken ze hun journalisten om content te produceren die lezers en kijkers graag willen lezen en zien.

Onderzoeksjournalistiek is in Vlaanderen vooral een marketinginstrument dat veeleer in woorden dan in daden wordt beleden

Alles wat te moeilijk of te lang is, of – zoals dat in het jargon heet – te weinig what’s in it for me? heeft, haalt nauwelijks nog de krantenkolommen. Arbeidsintensieve vormen van journalistiek zoals onderzoeksjournalistiek zijn daarvan het slachtoffer. Het maatschappelijk belang ervan spreekt voor zich, maar er valt geen geld mee te verdienen. Bovendien is het gevaarlijk: je riskeert veel gedoe en processen.

Het gevolg is dat onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen vooral een marketinginstrument is dat veeleer in woorden dan in daden wordt beleden. Het is simpeler en vooral veel commercieel interessanter om aan de lopende band berichten te produceren over het nieuwe lief van een auteur of tien tips om zelf pizza te bakken te serveren.

Een van de voorbeelden die Van Liefferinge in zijn boek uitwerkt, is de berichtgeving over de voormalige Open Vld-politicus Sihame El Kaouakibi. De mediastorm die daarover wekenlang raasde, in een opvallend samenspel tussen traditionele en sociale media, contrasteert hij met de quasi afwezige berichtgeving over de zelfverrijking door Karel Pinxten, de berichtgeving over de Panama Papers, LuxLeaks en Pandora Papers en de minimale aandacht voor de bouwschandalen in Antwerpen onder voogdij van burgemeester Bart De Wever.

228 miljoen euro winst

De politiek kijkt naar die veranderingen als een koe naar een voorbijrazende trein. Jaar in jaar uit worden rapporten geschreven over de voortschrijdende mediaconcentratie, freelancers krijgen het (financieel) steeds moeilijker en redacties worden aan banden gelegd en verder gedirigeerd in de richting van ‘contentproducenten’.

DPG Media boekte in 2021 een winst van 228 miljoen euro, maar krijgt toch jaarlijks vele tientallen miljoenen aan indirecte subsidies toegestopt

Terwijl de grote mediabedrijven sluipend hun corebusiness en hun businessmodel wijzigen – in plaats van journalistiek leveren ze content en verhandelen ze lezersdata – gebruiken ze hun intussen achterhaalde maatschappelijke opdracht nog steeds met succes om gigantische subsidies binnen te rijven. Daarmee bekostigen ze overnames in het buitenland, voeren ze verdere synergieën door en verschralen ze het medialandschap in sneltempo.

DPG Media boekte in 2021 een winst van 228 miljoen euro. Toch krijgt dat bedrijf jaarlijks vele tientallen miljoenen distributiesteun toegestopt. Daarnaast geeft de Vlaamse overheid ook geld voor ‘digitale innovatie’ en wellicht volgt straks ook nog een smak geld in het kader van subsidies die passen binnen het overheidsproject Vlaamse Veerkracht, na de coronapandemie. Elke democratische reflex daarbij ontbreekt: de overheid verstrekt belastinggeld zonder garanties op investeringen in redacties en journalistiek.

“Alle Vlaamse media-eigenaars zijn medeverantwoordelijk voor de verloedering van de pers”, concludeert Van Liefferinge. “De opeenvolgende ministers van Media hebben hen daarbij met hun blindelingse steun altijd geholpen.”

Mediacratie

In zekere zin zou je de boeken van Luc Pauwels en Guido Van Liefferinge als complementair kunnen beschouwen. Journalisten die in eigen boezem durven kijken, zoals Luc Pauwels, zijn er nooit genoeg. Maar waar de VRT-journalist met zijn boek binnen de afgebakende oevers van de mainstream blijft, tracht Van Liefferinge resoluut de bedding te verleggen.

Van Liefferinge: 'De mediacratie heeft de macht gegrepen en met die macht doet ze dingen die nog weinig met de oorspronkelijke opdracht van de pers te maken hebben'

“De mediacratie heeft de macht gegrepen en met die macht doet ze dingen die nog weinig met de oorspronkelijke opdracht van de pers te maken hebben”, schrijft hij. “Het is brood en spelen. In zo’n mediaklimaat is regeren, ondernemen, functioneren en zelfs gewoon overleven een haast onmogelijke opdracht geworden. Het leidt ons naar maatschappelijke avonturen die alleen maar verliezers kennen.”

Die snoeiharde systeemkritiek past niet in het plaatje waarbinnen de reguliere journalistieke wereld vandaag gewend is te werken. Wat Pauwels doet, kan wellicht rekenen op reguliere media-aandacht, maar de kritiek van Van Liefferinge is hard en oncomfortabel, zeker omdat de stellingen die hij ontwikkelt allesbehalve op los zand zijn gebouwd.

De knuppel ligt in het hoenderhok. De vraag is hoe diep journalisten die vandaag werkzaam zijn binnen de reguliere media zichzelf intussen hebben ingegraven in de eigen loopgraven. Gaan ze het debat aan? Schieten ze op de pianist? Of zwijgen ze hem gewoon dood?

Wedstrijd

Deze wedstrijd is afgelopen.  

We mogen vijf exemplaren weggeven van Fuck de media, red de pers van Guido Van Liefferinge. Stuur om kans te maken een mail met je naam én adres naar marketing@apache.be. Een onschuldige hand bepaalt de winnaar.

LEES OOK
4 REACTIES
Theo Aerts09-04-2022 09:52:05
Thanks voor deze mooie samenvatting . Vraagje : wanneer mogen we naast de " Pandora papers" een Delaware- ; South Dakota of London papers verwachten ?
Allen Calberson09-04-2022 17:56:03
De zelfcensuur wurgt de Vlaamse pers. Corruptie in België is ronduit onbespreekbaar. Het is waanzin dat men in een land als Albanië de corruptie wel kan benoemen maar in België niet. De Belgische pers wordt uitgespuwd omdat ze zwijgt. De eerste journalist die de omerta doorbreekt zal op handen worden gedragen. Apache, quo vadis? www.justcorrupt.org
fred guldentops20-05-2022 10:29:55
Inderdaad. Vooral in de PFOS-affaire is dat zichtbaar geweest. Enfin ze schrijven er wel over, maar vooral rond de pot. Voor de cruciale vragen - waar is er mogelijk belangenvermening geweest, waar is er bewust informatie achter gehouden - moest je bij Apache zijn (en dan nog want die kunnen ook niet alles uitvlooien). Ook over de rechtsgang in de zaak-Sandra Dia zou er wat meer kritisch mogen geschreven worden, om maar één voorbeeld te noemen.

Niet om te zeggen dat ze alleen maar naar schandalen of mogelijke corruptie moeten op zoek gaan. Maar nu gaan ze er 1) nooit naar op zoek, 2) als er toch aanwijzingen zijn dan rijden ze naar een andere richting, en 3) als die aanwijzingen te dicht bij komen dan fietsen ze er met een boog rond.

Het zal wel een internationaal fenomeen zijn, maar in Vlaanderen doen ze er dan toch goed aan mee. (Enfin waarschijnlijk hebben we hier nooit een onafhankelijk pers gehad en het is ironisch dat de oprichter van dag allemaal daar nu een boek over moet schrijven)

Ten tijde van de pentagon papers beriepen de kranten er zich nog op dat ze de vierde macht waren en dat het hun plicht was om de bevolking te informeren over wat de politiek ons achter hield. Zoals we het in de film van Spielberg erover kunnen zien.

Een organisatie als WikiLeaks, die 15 jaar geleden de rol van wat de pers eigenlijk zou moeten doen, die vermijden ze als de pest om er iets (goed) over te schrijven, de viscerale afkeer is gigantisch, zoals ook uit deze reactie blijkt

https://assange.one/2021/10/01/reactie-van-de-standaard-op-een-lezersbrief-over-hun-berichtgeving-over-julian-assange/
Wim Dolfyn16-04-2022 22:49:11
Voor een overzicht van de krantencommentaren moeten we radio Klara opzetten. En waarom niet op Radio 1? Op radio 1 krijgen we hooguit de krantenkoppen te horen.