Anton Jäger: ‘Populisme is symptoom van diepe crisis in partijdemocratie’

1 april 2022 Jan Walraven
Anton Jäger
'We moeten ophouden te denken dat het populisme iets extern of uitwendig zou zijn, dat zich vanbuiten het traditionele partijsysteem opdringt of zichzelf oplegt', zegt politiek filosoof Anton Jäger. (© Nick Van Hee)

Populisme is wellicht de meest gebruikte én meest voor interpretatie vatbare politieke term van de laatste decennia. Vreemd, als je bedenkt dat weinig politieke fenomenen op zoveel journalistieke en academische aandacht kunnen rekenen. De aantrekkingskracht lijkt ook niet af te nemen.

Anton Jäger: 'Populisme is een permanente risicotendens in een almaar sterker gedesorganiseerde democratie, die zowel centrum- als margepartijen aantast'

Politiek filosoof Anton Jäger (1994) is eveneens aangetrokken tot de term. Niet om die te pas en te onpas als etiket op politieke creaturen te kleven, maar wel om de opkomst en de oorzaken ervan te onderzoeken en te begrijpen. Hij duidt het populisme als een “permanente risicotendens in een almaar sterker gedesorganiseerde democratie, die zowel centrum- als margepartijen aantast”. Aan populisme valt niet te ontkomen.

Jäger, als politiek filosoof momenteel verbonden aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KU Leuven, onderscheidt zich niet louter met zijn academisch werk. Hij mengt zich graag in de vele Twitter-debatten, becommentarieert in de Engelstalige podcast Eurotrash de politiek-economische actualiteit, en pent zijn bespiegelingen over de crisis van de representatieve democratie neer voor onder meer Jacobin, New Left Review, De Groene Amsterdammer en ook Apache. In 2018 publiceerde hij zijn Kleine anti-geschiedenis van het populisme.

Dit jaar verzorgt hij de jaarlijkse Paul Verbraekenlezing. Over deze lezing, waarin hij zijn analyse van het fenomeen uit de doeken doet, spraken we hem in het iconische Brusselse café A La Mort Subite.

Iedereen populist

Onder populisten is de tweesnijdende titel van de lezing. “We moeten vooral ophouden te denken dat het populisme iets extern of uitwendig zou zijn, dat zich vanbuiten het traditionele partijsysteem opdringt of zichzelf oplegt”, zegt Jäger. We begeven ons allemaal onder populisten. “De populistische tendens is overal aanwezig. Het is niet langer exclusief iets voor extreemrechts of de andere randen van het politieke spectrum.” Daarom wil Jäger ook kijken onder het populistische oppervlak.

'Te vaak wordt iemand populist genoemd om niet ‘demagoog’ of ‘fascist’ te moeten zeggen'

Maar waar spreken we over als we het over populisme hebben? Vooral in journalistieke middens en in de publieke opinie bemerkt Jäger een stuitend gebrek aan hygiëne in het gebruik van de term. “De term wordt vaak gebruikt als een soort bot polemisch instrument om bepaalde tegenstanders in het verdomhoekje te duwen. Iemand wordt dan populist genoemd om niet ‘demagoog’ of ‘fascist’ te moeten zeggen. Ik zou stoppen met het woord op die manier te gebruiken, want het verdoezelt soms de fascistische erfenis van partijen.”

Hoewel ook in de academische wereld discussie bestaat over de invulling, ontwaart Jäger toch een “stugge consensus”. Het hedendaagse populisme, zowel ter linker- als ter rechterzijde, heeft volgens hem vijf kenmerken: een afkeer van middenveld en klassieke partijstructuren, een politiek gebaseerd op identiteit in plaats van sociaal-economische belangenverdediging, een identificatie met ‘het volk’ dat tegenover ‘de elite’ wordt geplaatst, een voorkeur voor het politieke spel boven beleidsuitvoering, en een sterke afhankelijkheid van een uitgesproken leider.

Deze kenmerken maken volgens Jäger duidelijk dat populisme “een essentiële dimensie aanduidt van de hedendaagse politiek. Of we het nu over populisme willen hebben of niet, populisme is geen uitvinding van academici. Er is echt iets aan de hand. Waar rook is, is vuur.”

Het is over dat vuur dat hij het wil hebben. “Populisme zou een aanleiding moeten zijn tot een diepere, structurele ondervraging. Waarom is het populisme zo aantrekkelijk geworden? Voor mij is het handig om over populisme te spreken als symptoom, om zo andere fenomenen te verklaren.”

Afbraak van de zuilen

Van welke dieperliggende ziekte is populisme dan het symptoom? En sinds wanneer woekert die ziekte? Jäger situeert de geboorte van het “populistische bastaardkind” in de jaren 70 en de start van het uiteenvallen van de naoorlogse partijdemocratie, die zich in België uitte in een sterk verzuilde samenleving.

Die partijdemocratie stortte niet plots in, maar nam enkele jaren de tijd om te verkruimelen. De band tussen de traditionele massapartijen en hun gelieerde middenveldorganisaties, met vakbonden en mutualiteiten voorop, ontrafelde draadje voor draadje. Die tendens valt ook in alle westerse democratieën in meer of mindere mate te bespeuren. In de zo ontstane leegte tussen politiek en burger sprongen politieke avonturiers, die zich vanaf de jaren 2000 en vooral 2010 steeds vaker in populistische gewaden hulden.

'De boom van de partij mag dan wel uitgehold zijn, ook een rotte stam blijft nog altijd een dankbare weg om naar de top te klauteren'

“Aan die afbraak van de klassieke zuilendemocratie zit een passieve en actieve kant”, legt Jäger uit. “Vanaf de jaren 70 is er vooral tijdens de inflatiecrisis een expliciete vraag vanuit het kapitaal om het ‘naoorlogse compromis’ actief af te breken. Partijen moesten zichzelf loskoppelen van hun achterban, omdat die te veel eisen stelt. Vooral neoliberale delen van dat kapitaal vragen die loskoppeling, omdat het middenveld zogenaamd ‘objectief’ en ‘waardenvrij’ beleid in de weg zou staan.”

“Partijen knipten dus zelf de band met belangengroepen door om zo autonoom binnen de staat te gaan regeren, zonder druk te ondervinden vanuit die achterban. Die loskoppeling stelde bovendien bepaalde politieke carrières veilig, want politieke partijen konden zonder bemoeienis hun personeel binnen regeringen en kabinetten blijven positioneren.” Of zoals Jäger het beeldend omschrijft: “De boom van de partij mag dan wel uitgehold zijn, ook een rotte stam blijft nog altijd een dankbare weg om naar de top te klauteren”.

Naast die actieve loskoppeling, verschuift ook iets in de samenleving. “Vanaf de jaren 80 en begin jaren 90, met de komst van eerst onder meer televisie en later het internet, voelden veel mensen niet langer de nood om hun macht of recht als burger uit te oefenen binnen een partij, omdat er andere opties beschikbaar waren. Via sociale media of met goedkoop krediet, of tegenwoordig bitcoins, kan men nog altijd de eigen individuele belangen verdedigen. Als burger moet je je hiervoor niet meer collectief organiseren.”

“Weinig burgers hebben nog zin om zich voor lange termijn in zo’n vereniging in te schrijven en te engageren. Waarom partijbijeenkomsten bijwonen als je je politieke mening via Twitter kan ventileren?”, stelt Jäger.

'Macron had geen klassieke partijstructuur nodig, hij creëerde een soort netwerk van elites dat met behulp van een paar marketeers de verkiezingen won, en daarna werd uit die elites politiek personeel gekozen'

De band tussen partij en samenleving is dan wel doorgeknipt, toch lijken die partijen in België sterker te staan dan ooit. Op die ‘particratie’ wordt al langer dan vandaag graag en veel gevloekt. Zeker in België hebben partijen hun eigen riante financiering verzekerd, en plaatsen ze hun personeel in alle cenakels van de staat.

“De partijen versmelten zodanig met de staat, dat ze als particratie enorm hardnekkig blijven verder bestaan. Ze hebben wel geen intern metabolisme meer. Ze zijn hard, maar hol. Al zijn er wel degelijk nog structuren waarbinnen circulatie van elites plaatsvindt.”

“Het zijn zombiepartijen, met enkel nog een aangezicht, maar op een dag storten ook die in elkaar, dat kan niet blijven duren. Kijk naar de Franse PS, of de PvdA in Nederland. Dat heeft Emmanuel Macron goed gezien. Hij creëerde een soort netwerk van elites dat met behulp van een paar marketeers de verkiezingen won, en daarna werd uit die elites politiek personeel gekozen. Een klassieke partijstructuur had Macron niet nodig.”

Meer dan communicatie

De in elke vezel van de samenleving vertakte sociaal- en christendemocratische partijen zijn al lang niet meer. Maar hoe overbrug je als politieke partij de zelf gegraven kloof met burgers die eigenlijk niet meer in jou geïnteresseerd zijn? “In een partijdemocratie die zich ‘desorganiseert’ en de banden met de achterban doorknipt, wordt de band met media veel en veel belangrijker”, zegt Jäger.

'Politici kunnen zich nog moeilijk voorstellen dat politiek over meer gaat dan wat op televisie of tegen journalisten gezegd wordt, maar ook over het organiseren van een achterban'

“De enige manier waarop politici en partijen zich tot de samenleving kunnen verhouden, is via de media. Eerst via televisie en kranten, nu vooral via sociale media. De Franse politiek filosoof Marcel Gauchet omschreef dat heel mooi: de media eisten vanaf de jaren 90 een ‘monopolie op bemiddeling’ op, ze werden het enige doorgeefluik tussen politiek en burger. Deze evolutie houdt ook in dat veel politici een veel persoonlijkere verhouding met journalisten ontwikkelen, omdat ze er veel afhankelijker van zijn. Journalisten hebben op hun beurt, door de vermarkting van het medialandschap, nood aan scoops en primeurs.”

ontvang Apache Magazine

Die nieuwe communicatielijnen komen dus in de plaats van de rechtstreekse vertakkingen via het verzuilde middenveld. “Het is alsof je naar rooksignalen kijkt vanaf een ander continent”, zegt Jäger. Om die rooksignalen te interpreteren doen partijen steeds meer een beroep op peilingbureaus en spindoctors.

“Communicatie is ook de kern van de gok die Conner Rousseau waagt. Hij wil Vooruit totaal loskoppelen van de zuil en van de samenleving op zich, in de plaats komt een puur digitale, virtuele achterban die nu en dan zijn Instagram-stories bekijkt. Dat is volgens hem dus de beste manier om met de samenleving te communiceren. Dan is in een konijnenpak aan The Masked Singer meedoen enorm belangrijk.”

Dat wil dus ook zeggen dat als je slecht communiceert, je niets meer hebt om op terug te vallen. Bij het afscheid van Meyrem Almaci als voorzitter van Groen werd ook binnen de partij meermaals verwezen naar de steken die ze zou hebben laten vallen in haar communicatie. Partijen hebben die communicatie zelf zo belangrijk gemaakt, maar de nadruk die op het belang ervan ligt, wijst volgens Jäger ook op een intellectueel onvermogen.

“Politici kunnen zich nog moeilijk voorstellen dat politiek over meer gaat dan wat op televisie of tegen journalisten gezegd wordt, maar ook over het organiseren van een achterban, het uitbouwen van organisaties.”

Van partij naar beweging

Een focus op leidersfiguren, geen vaste partijstructuur, … in het huidige partijlandschap zijn overal populistische kenmerken te herkennen. Rousseau bouwt sp.a om tot Vooruit, niet langer een partij, maar een beweging. Recent vervelde de partij cdH tot de beweging Les Engagés. “De afstand met de populisten wordt kleiner, maar het wordt niet toegegeven. De inhaaloefening is niettemin bezig”, stelt Jäger.

“Voor Rousseau en Vooruit is het een bewuste keuze. Het is een opruimoperatie: de partij moet dood om de partij te redden. Op basis van de laatste peilingen lijkt het wel te werken. Op korte termijn kan je die renovatie uitvoeren en een paar verkiezingen winnen, maar op lange termijn is het wel de vraag of je er de structurele neergang van de traditionele partij echt mee keert.”

'Links heeft meer organisatie nodig dan rechts om een tegenmacht op te bouwen'

Uit de snelle opkomst en even snelle neergang van het links-populisme in de jaren 2010 vallen alleszins lessen te trekken. Jägers analyse van dat links-populistische ‘moment’, met Syriza in Griekenland, Podemos in Spanje en Labour onder Jeremy Corbyn als vaandeldragers, is veelzeggend: “Het was te links om ten volle te profiteren van het uiteenvallen van het traditionele partijsysteem, en te populistisch om een antwoord te bieden op een aantal belangrijke organisatorische kwesties”.

Jäger wil het links-populisme niet verwijten dat het besloot om aan politiek te doen zonder middenveld. “In een dusdanig gedesorganiseerde samenleving, begrijp ik helemaal dat je de vraag stelt hoe je mensen kan mobiliseren zonder die organisaties. Corbyn en Podemos stelden heel expliciet dat hun taken prepolitiek waren. Ze wilden eerst via de stembus de macht grijpen en vervolgen meer ruimte voor de samenleving creëren om zich te organiseren.”

In het gebrek aan onderbouw, aan een sterke partijstructuur en omringende organisaties, ligt wellicht het belangrijkste verschil met de oorspronkelijke populisten, die eind negentiende eeuw in de Verenigde Staten opkwamen. The People’s Party kon het duopolie van Democraten en Republikeinen uiteindelijk niet doorbreken, ondanks die sterke structuur van onder meer coöperaties.

De kracht en macht van linkse partijen en bewegingen heeft altijd in collectieve organisatie gelegen. “De symmetrie tussen rechts- en links-populisme geldt voor mij dan ook niet”, zegt Jäger. “Voor links was er altijd een veel hogere drempel voor wat als succes geldt. Het voordeel van rechts is dat ze de parameters van de samenleving niet per se willen veranderen. Links wil dat wel.”

Friedrich Engels deed hierover een treffende uitspraak: ‘het kapitaal is al georganiseerd’. In een kapitalistische samenleving is er de facto een georganiseerde kapitalistische klasse. Dat betekent dat er op links, of door de arbeidersklasse, meer organisatie nodig is om een tegenmacht op te bouwen. Dat is ook waarom veel rode veteranen en kenners van de geschiedenis van de arbeidersbeweging de reorganisatie van Vooruit als zo onthutsend ervaren: ze zien dat organisatorische erfgoed in de uitverkoop.”

Welke nieuwe vormen?

Uiteindelijk zochten de oorspronkelijke populisten ontredderd en tevergeefs hun heil in een sterke leidersfiguur. Het hedendaagse links-populisme keek meteen naar leiders als Jean-Luc Mélenchon als ultiem middel.

“Het links-populisme heeft het initiële momentum niet kunnen verzilveren en verdween snel van het toneel, maar heeft tenminste duidelijk gemaakt dat heel veel mensen wél nog geïnteresseerd zijn in radicale politiek. Dat ze zich wel nog willen engageren. Dat links ook een appetijt heeft voor macht en dat vanop links nagedacht wordt over macht verwerven en hoe het zich politiek kan organiseren."

'Het postpolitieke tijdperk is ten einde, er wordt tenminste weer over politiek gesproken'

"Ook intellectueel is iets verschoven. Sommige debatten zijn veel interessanter en gezonder geworden." Volgens Jäger is het postpolitieke tijdperk dan ook ten einde. "Er wordt tenminste weer over politiek gesproken. Organisatorisch zijn er alleen geen middelen om de hoop die daarin vervat zit waar te maken.”

Hij noemt dit 'hyperpolitiek', waarbij "het leven van mensen in allerlei opzichten intens gepolitiseerd is, en toch slechts weinig medeburgers betrokken zijn bij het soort georganiseerde belangenconflicten die we ooit als ‘politiek’ zouden hebben omschreven in de klassieke, twintigste-eeuwse zin".

“Het is duidelijk dat elke remedie voor dat ‘ik-populisme’ uit een reorganisatie van de oude partijdemocratie zal bestaan, vakbonden, middenveld en verenigingen incluis”, schrijft Jäger. Al wil hij zich niet wagen aan “kookrecepten” om de crisis van de partijdemocratie aan te pakken. Die partijdemocratie zal zich ook niet magisch herstellen in de vorm van weleer. “Dat is zowel economisch als sociaal niet meer haalbaar. Nostalgie naar die periode heeft geen zin.”

Toch ziet hij hoopvolle signalen in België. “Hier bestaat nog altijd een middenveld dat, in tegenstelling tot in Groot-Brittannië of Frankrijk, institutioneel en sociaal nog tamelijk veel macht heeft. Die macht wordt wel in vraag gesteld, en die organisaties zijn ook hun politieke beschermengelen verloren, maar ze staan nog steeds sterk. Je ziet dat vakbonden zich veel zelfverzekerder gaan opstellen in sommige kwesties, en duidelijke eisen gaan stellen.”

Onder populisten

Deze wedstrijd is afgelopen. Apache mag vijf exemplaren van Onder populisten van Anton Jäger weggeven. Stuur om kans te maken een mail met je naam én adres naar marketing@apache.be. Wie het eerst komt, het eerst maalt.

LEES OOK
3 REACTIES
Lieven Marchand01-04-2022 12:40:58
Een interessante analyse waar ik het grotendeels mee eens ben maar meneer Jäger onderschat het belang van de media en de journalistiek schromelijk. In de verzuilde periode namen de hoofdredacteurs van de bevriende kranten mee deel aan het partijbestuur. Toen de CVP nog boven de 30% zat was de voorzitter bezorgd over wat Manu Ruys zou schrijven over een compromis. De CD&V haalt nu 10% maar ik denk niet dat Joachim Coens zijn slaap laat over wat Karel Verhoeven van zijn beleid denkt. We zijn hier een groepje politieke junkies die heel die bubbel volgt en onmiddellijk mee is met de laatste Twitter relletjes maar dat is een zeer marginaal gebeuren. Doe een vox pop op de dichtsbijzijnde markt en vraag aan de voorbijgangers de partijen op te noemen die in de regering of de oppositie zitten en wie hun voorzitter is en je zal versteld staan over hoe weinigen daarin slagen.
Theo Aerts04-04-2022 10:49:59
Net zoals het artikel vat u het knap samen. Een grote meerderheid van het volk is politiek analfabeet tot grote vreugde van een Financiële en Economische Elite die hierdoor als vrijbuiters kunnen graaien in de geldbeugel van de Staat of hem aanmoedigen schulden te maken voor hun pleziertjes !
Lieven Marchand04-04-2022 17:55:43
Zonder veel sympathie voor hun gedachtegoed maar ik zie alleen maar de PVDA/PTB die nog moeite doet om een middenveld te vormen en op het terrein aan actie *en* aan bewustwording te doen. Vooruit rekent op zijn wit konijn maar ik vrees voor hen dat diens levensduur nog korter zal zijn dan destijds die van de Teletubbies.