Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Aan de vrijspraak van journalist Bart Aerts kleeft een wrange nasmaak

23 maart 2022 Dirk Voorhoof
Kasteelmoord
Stijn Saelens werd in 2012 vermoord teruggevonden. (© Nicolas Maeterlinck (Belga))

Even terugspoelen. De zaak draait rond een VRT-reportage van journalist Bart Aerts in de marge van de verslaggeving over het strafonderzoek in de zaak van de zogenaamde kasteelmoord in 2012. In die zaak werd André Gyselbrecht aangeklaagd, en later ook veroordeeld, voor de moord op zijn schoonzoon Stijn Saelens.

Tijdens het gerechtelijk onderzoek werden telefoons van de familie Saelens afgetapt, op vordering van justitie. In een Terzake-uitzending van 17 november 2016 was een aantal van die telefoongesprekken te horen. De reportage bevatte enkele fragmenten die volgens de VRT aanwijzingen bevatten dat de familie van het slachtoffer, onder andere via hun advocaat, pogingen had ondernomen om het verloop van het strafonderzoek te beïnvloeden. Er werd verwezen naar het feit dat het parket-generaal in Gent een onderzoek had gedaan naar de poging tot beïnvloeding van het onderzoek, maar uiteindelijk geen bewijs van enige beïnvloeding had gevonden.

Tijdens het gerechtelijk onderzoek werden telefoons van de familie Saelens afgetapt, op vordering van justitie, en in een Terzake-uitzending was een aantal van die telefoongesprekken te horen

De VRT-reportage voerde aan dat het Brugse parket toen niet alle afgeluisterde gesprekken aan het parket-generaal had overgemaakt. Het waren onder meer enkele van die telefoongesprekken, waarop de VRT-journalist de hand had kunnen leggen, die in de Terzake-reportage aan bod kwamen.

Een onderzoek naar de oorsprong van de uit het strafdossier gelekte telefoongesprekken leidde naar Peter Gyselbrecht, de zoon van André Gyselbrecht en medeverdachte in een fase van het gerechtelijk onderzoek. Peter Gyselbrecht werd aangeklaagd en vervolgd voor misbruik van inzagerecht, terwijl de VRT-journalist werd vervolgd voor mededaderschap.

Artikel 460ter van het strafwetboek stelt het gebruik strafbaar van “inzage of het nemen van een afschrift van het dossier of het met eigen middelen tijdens een inzage gemaakte kopie van stukken van het dossier, verkregen inlichtingen, dat tot doel en tot gevolg heeft het verloop van het opsporingsonderzoek of van het gerechtelijk onderzoek te hinderen, inbreuk te maken op het privéleven, de fysieke of, morele integriteit of de goederen van een in het dossier genoemde persoon”.

Gyselbrecht en Aerts werden ook vervolgd voor inbreuk op artikel 314bis § 2 lid 2 van het strafwetboek, namelijk wegens het met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden gebruik te hebben gemaakt van een wettig gemaakte opname van privécommunicatie of -telecommunicatie.

Volgens de correctionele rechtbank in Brugge had Peter Gyselbrecht bewust zijn kopie van stukken uit het strafdossier in de kasteelmoord gelekt met als doel en gevolg dat inbreuk werd gepleegd op de morele integriteit van de familie Saelens. Ook aan het door artikel 314bis §2, lid 2 van het strafwetboek vereiste bijzonder opzet was volgens de correctionele rechtbank voldaan, aangezien Peter Gyselbrecht de familie Saelens morele schade wilde berokkenen.

Voor wat VRT-journalist Bart Aerts betreft was de rechtbank van oordeel dat hij, als mededader, wist wat de intentie was van Peter Gyselbrecht en dat het ook zijn intentie was om met de reportage in Terzake de reputatie van de familie Saelens aan te tasten.

De rechtbank was van oordeel dat de uitzending van de fragmenten uit de getapte telefoongesprekken was ingegeven door “louter effectbejag” en dat de VRT-journalist bewust de tapgesprekken had gebruikt met een inbreuk op de morele integriteit van de familie Saelens als doel en tot gevolg, waardoor zowel het misdrijf van misbruik van inzagerecht (artikel 460ter Sw.) als het strafbaar gebruik van telecommunicatie met bedrieglijk opzet om te schaden (artikel 314bis § 2 lid 2 Sw.) bewezen was in hoofde van Bart Aerts.

Geen dader...

Het hof van beroep verduidelijkt dat het in de voorliggende zaak geenszins gaat om de beoordeling van het strafbaar karakter van de VRT-reportage in Terzake en het gebruik van de gewraakte tapgesprekken in de VRT-reportage en het tv-journaal. De tenlastelegging van Aerts slaat uitsluitend op het ‘overmaken’ aan de VRT van de verkregen tapgesprekken uit het onderzoek naar de kasteelmoord.

Anders dan de correctionele rechtbank is het hof van beroep van oordeel dat de tenlastelegging tegen Bart Aerts zich daartoe beperkt, en dus niet het gebruik van die tapgesprekken betreft in het VRT-journaal en in de bewuste aflevering van Terzake.

De hoofdreden waarom Bart Aerts vrijgesproken wordt, vindt zijn oorsprong in de vaststelling door het hof dat het niet voldoende bewezen is dat Peter Gyselbrecht de intentie had om het verloop van het gerechtelijk onderzoek te hinderen

Door zo de kwalificatie van de tenlastelegging (eng) te interpreteren, wijst het hof het initieel verweer van Aerts af als zou hij vervolgd worden wegens een drukpersmisdrijf en als zou de hem ten laste gelegde inbreuk op artikel 460ter van het strafwetboek een vervolging wegens een openbaar gemaakte meningsuiting inhouden die in strijd zou zijn met artikel 10 EVRM. Het hof neemt tegelijk expliciet afstand van de overwegingen in het vonnis van de correctionele rechtbank omtrent de reportage in Terzake en omtrent het interview met Aerts in het tv-journaal.

De hoofdreden waarom de VRT-journalist vrijgesproken wordt, vindt zijn oorsprong in de vaststelling door het hof dat het niet voldoende bewezen is dat Peter Gyselbrecht de intentie had om het verloop van het gerechtelijk onderzoek te hinderen, of inbreuk te maken op het privéleven, de fysieke of de morele integriteit van de in het kasteelmoord-dossier genoemde personen.

Het hof erkent dat het gebruik dat Peter Gyselbrecht maakte van de (hoewel ten onrechte) via inzage verkregen tapgesprekken geen invloed had op het gerechtelijk onderzoek, maar weldegelijk tot gevolg had dat een inbreuk werd gemaakt op het privéleven en op de morele integriteit van de familie Saelens.

Dat Peter Gyselbrecht met het lekken van de tapgesprekken tot doel had de familie Saelens te schaden staat evenwel volgens het hof geenszins vast. Het hof acht het aannemelijk dat met het lekken van de tapgesprekken Peter Gyselbrecht vooral wilde aantonen dat hij ten onrechte verdacht werd van (mede)daderschap aan de moord en dat zijn inverdenkingstelling en voorlopige hechtenis gedurende een periode van zeven maanden het gevolg waren van de druk die de familie Saelens had uitgeoefend op de onderzoeksrechter en het Brugse parket.

Met name verwijst het hof naar de inhoud van een deel van de tapgesprekken tussen de familie Saelens onderling, tussen de familie Saelens en een parketmagistraat en een (exminister) en tussen de familie Saelens en hun advocaten, wat voor Peter Gyselbrecht als een duidelijke aanwijzing beschouwd kon worden dat hij in het hele moordonderzoek was meegesleurd, mede door toedoen van de familie Saelens. Het lekken van de tapgesprekken aan de VRT-journalist is zo te begrijpen als een noodkreet om zijn onschuld te benadrukken.

Het hof merkt op dat Peter Gyselbrecht daarmee weliswaar “de foute weg en middelen koos om te trachten zijn onschuld aan te tonen, nu hij zulks diende te doen ten aanzien van de onderzoeksgerechten, en desgevallend de bodemrechter, in plaats van in de media”. Gelet op de omstandigheden waarin Peter Gyselbrecht vertoefde, acht het hof het wel aannemelijk dat hij geloofde dat het lekken van de tapgesprekken aan de VRT-journalist kon helpen om zijn onschuld te bewijzen en dat dit dus het doel was van het lekken uit het strafdossier.

Om die redenen verleent het hof aan Peter Gyselbrecht ontslag van rechtsvervolging voor wat artikel 460bis van het strafwetboek betreft, en omdat er geen bewijs is van bijzonder opzet ook voor wat de vermeende inbreuk op 314bis §2, lid 2 van het strafwetboek betreft.

... dus ook geen mededader

Dat de constitutieve voorwaarden van de misdrijven bedoeld in artikel 460ter en 314bis § 2, lid 2 van het strafwetboek niet vervuld zijn, want met name het bijzonder opzet in hoofde van de dader niet bewezen is, heeft tot gevolg dat Bart Aerts zich niet medeplichtig kan hebben gemaakt aan mededaderschap van de op zich immers niet-strafbare feiten. Bovendien kan de VRT-journalist ook niet vervolgd worden “voor het overmaken van de tapgesprekken aan de redactie van de VRT”, aangezien hij als lid van de VRT-redactie van Terzake toch niet de stukken aan zichzelf kon overmaken.

Ook het overleg over het opzet en de finaliteit van de reportage op het niveau van de redactie van Terzake, na de consultatie van de deontologische raad en het advies van de juridische dienst, kan niet beschouwd worden als het overmaken van de tapgesprekken aan de redactie van de VRT.

Voor het overige is het hof van beroep, alweer in tegenstelling tot het vonnis van de correctionele rechtbank, van oordeel dat de finaliteit van de uitzending in Terzake “wel degelijk het aantonen was dat rond het onderzoek in de Kasteelmoord een ‘ons kent ons’-sfeer hing, waarbij er door de familie van het slachtoffer minstens pogingen tot beïnvloeding zijn geweest, zo ook dat er minstens vragen konden gesteld worden bij verschillende aspecten van de werking van het Brugse parket in het kwestieuze onderzoek”.

Aan de vrijspraak van Bart Aerts kleeft een wrange nasmaak, en het blijft een onverkwikkelijke zaak in de relatie media-justitie

Het hof beaamt de stelling van de VRT-journalist dat de Terzake-reportage en de daarin verwerkte fragmenten van de gelekte tapgesprekken duidelijk kaderden in het journalistieke opzet “vragen te stellen bij de werkwijze van het Brugse gerecht/parket”.

Allicht neemt nu met arrest van het hof van beroep in Gent de vervolging van Bart Aerts (en Peter Gyselbrecht) een einde. Sinds november 2016 werd de VRT-journalist door de Brugse justitie belaagd, eerst door een huiszoeking en inbeslagname van zijn iPhone met verwaarlozing van het journalistiek bronnengeheim, later door vervolging in te stellen tegen de journalist wegens onder andere mededaderschap aan misbruik van inzagerecht, vervolgens met de doorverwijzing door de raadkamer naar de correctionele rechtbank, resulterend in de veroordeling tot een gevangenisstraf van vier maanden, met uitstel.

De argumentatie van de Brugse justitie alsof de VRT-journalist handelde met de intentie om inbreuk te plegen op het privéleven en de integriteit van de familie Saelens liet minstens enige vooringenomenheid blijken. Die argumentatie is nu door het arrest van het hof van beroep in Gent helemaal door het ijs gezakt.

Aan de vrijspraak van Bart Aerts kleeft een wrange nasmaak, en het blijft een onverkwikkelijke zaak in de relatie media-justitie. Verontrustend is ook dat uit het arrest blijkt dat door de Brugse justitie telefoongesprekken werden afgetapt tussen de familie van het slachtoffer en hun advocaten, dat die afgetapte gesprekken vervolgens ook in het strafdossier zijn terechtgekomen én vervolgens ook via het inzagerecht beschikbaar waren voor de inverdenkinggestelden.

Deze bijdrage verscheen eerder in De Juristenkrant.

LEES OOK