Straatintimidatie blijft vrouwen achtervolgen

25 november 2021 Charlotte Deprez
straatintimidatie
In Brussel zijn al heel wat acties opgezet om het fenomeen van straatintimidatie te bestrijden. (© Charlotte Deprez)

Straatintimidatie is sinds 2014 strafbaar met de wet op het seksisme. Onder de bepaling van die vorm van intimidatie vallen uitschelden, bespotten, obscene gebaren, aanranding of poging tot aanranding, betasting en stalking in een openbare of semi-openbare ruimte. Toch krijgen heel wat vrouwen er nog mee te maken en worden daders nauwelijks bestraft.

Straatintimidatie wordt vaak weggezet als de minst erge vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar het heeft wel degelijk gevolgen. “Slachtoffers worden er angstiger door, passen hun gedrag aan en ontwikkelen slaapproblemen. Dat hangt natuurlijk af van de ernst van het feit, maar sowieso zorgt het ervoor dat vrouwen en mannen niet op gelijke wijze gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Dat is een vorm van ongelijkheid en discriminatie”, zegt Liesbet Stevens , adjunct-directeur van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (IGVM).

In 2019 deed de ngo Plan International België een bevraging bij 700 jongeren tussen de 15 en 24 jaar in Antwerpen, Brussel en Charleroi over seksuele intimidatie. Daaruit bleek dat negen op de tien van de bevraagde jonge meisjes en vrouwen al slachtoffer is geweest. Het gaat vooral om nagefloten worden (82%), indringende blikken (79%) en opmerkingen over de fysieke verschijning (62%). Ook overdreven flirterige benaderingen (59%) en ongewenste aanrakingen (36%) komen voor.

Om de publieke ruimte toegankelijker te maken voor meisjes en jonge vrouwen startte Plan International in 2019 met Safer Cities. Dat is een digitaal platform voor België, waar slachtoffers kunnen aangeven waar ze te maken kregen met seksueel grensoverschrijdend gedrag. In mei 2021 analyseerde Plan International de bijna 3.000 meldingen op het platform. In Brussel komen de meeste meldingen voor op straat (29%), het openbaar vervoer (20%) en vrijetijdsplaatsen (20%). Bijna een op de tien meldingen komt voor op weg naar school.

Straatintimidatie wordt vaak weggezet als minst erge vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag maar heeft wel degelijk gevolgen

Het probleem nam niet af tijdens de coronapandemie. Seksuele intimidatie verplaatste zich van drukke locaties zoals cafés en festivals, die moesten sluiten, naar verlaten plekken met weinig sociale controle. Tijdens de lockdown waren er minder omstaanders op straat, wat de drempel verlaagde voor daders om meisjes lastig te vallen.

Anonimiteit van grootstad

Stevens benadrukt dat straatintimidatie geen uitsluitend Brusselse problematiek is. “Alle grootsteden, en zeker ook Antwerpen en Luik, kampen met hetzelfde probleem. Dat heeft onder andere te maken met het feit dat er meer anonimiteit is. Het is niet zo dat alle grootsteden daarom oorden van verderf zijn. Statistisch gezien is er gewoon meer kans op allerlei interacties en dus ook straatintimidatie.”

Wel is het volgens Stevens een goed idee om vooral in grote steden in te zetten op de bestrijding van seksuele intimidatie, omdat een groot deel van de problematiek dan is aangepakt. Bovendien hebben grootsteden het voordeel dat ze, net doordat straatintimidatie vaker voorkomt, mensen kunnen aanstellen die daar beleid rond maken.

Seksuele intimidatie is geen onbekend fenomeen meer bij de autoriteiten en politie in Brussel. Staatssecretaris van Gelijke Kansen Nawal Ben Hamou (PS) stelde een Brussels plan op ter bestrijding van geweld tegen vrouwen. In het kader van dat plan komt er in 2022 bijvoorbeeld een omvangrijke campagne in samenwerking met Plan International om het bewustzijn van seksuele intimidatie te vergroten.

Ook gaf Hamou het planningsagentschap perspective.brussels de opdracht om de preventie van gendergerelateerd geweld te integreren in al zijn missies en stedenbouwkundige en programmeertools. Daarnaast wil Brussel ook meer acties ontwikkelen in het openbaar vervoer. In het verleden voerde de Maatschappij voor Intercommunaal Vervoer Brussel (MIVB) al samen met Plan International campagnes over intimidatie gericht op reizigers.

Agenten in burger

Ook bij de politie is er meer aandacht voor de problematiek. De politiezone Brussel Hoofdstad/Elsene verankerde de strijd tegen straatintimidatie in haar veiligheidsplan. Daarin focust ze onder andere op bewustwording bij het personeel. In samenwerking met de vzw Garance werd een opleiding ontwikkeld. De training behandelt het algemene principe van seksisme, het wettelijke kader en de instructies voor het schrijven van een goed proces-verbaal.

Tijdens rollenspellen leert de politie hoe ze slachtoffers moet verwelkomen op het politiebureau of op straat. De eerste opleidingen werden gegeven in september 2020. Ook de politiezone Brussel Noord wil straatintimidatie tegengaan. Afgelopen zomer ontwikkelde ze een brochure om slachtoffers, getuigen en potentiële daders te sensibiliseren.

Naast preventieve maatregelen zetten de politiezones sinds maart ook meer in op repressie. Zowel de politiezone Brussel Noord als Brussel Hoofdstad/Elsene zijn toen gestart met operaties met agenten in burger om straatintimidatie tegen te gaan. In juni startte ook de politiezone Montgomery met dergelijke operaties.

Bij een vaststelling op heterdaad van straatintimidatie door de agent in burger wordt een proces-verbaal opgemaakt en wordt de verdachte verhoord over de feiten. Daarna beslist het parket wat er met dat pv gebeurt. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van de feiten, het strafblad en het schuldbesef van de dader. In de eerste plaats is het de bedoeling dat de daders een sensibiliserings- en opleidingstraject volgen, maar bij een weigering kan er alsnog een boete of dagvaarding volgen.

Valkuil van stereotypen

Nog niet alle politiezones voeren operaties met agenten in burger uit, maar op termijn is dat wel de bedoeling. “De staatssecretaris heeft al persoonlijk ontmoetingen gehad met drie van de zes korpschefs”, zegt Annaïk De Voghel, woordvoerder van staatssecretaris Hamou. “De andere drie ontmoetingen zijn gepland voor de komende twee maanden, de afspraken liggen al vast.”

Of het een goed idee is om straatintimidatie aan te pakken via agenten in burger werd eerder al in vraag gesteld. Stevens vindt het toch een stap in de goede richting. “Het is de eerste poging om een aanpak op te bouwen rond straatintimidatie en het is nog wat vroeg om dat te evalueren.”

Slachtoffers willen gewoon duidelijk maken dat het probleem aangepakt moet worden

Al maakt Stevens wel een kanttekening bij de aanpak. “Als je in de ene buurt gaat patrouilleren en in de andere niet, krijg je cijfers waarvan je de vraag kan stellen of ze representatief zijn. Op die manier kan een bepaalde buurt of groep gestigmatiseerd worden. Er wordt vaak in de richting van de allochtone bevolkingsgroepen gekregen. Een beleid moet voldoende garanties inbouwen dat het niet zelf meegaat in stereotypen en daardoor alleen maar gaat bevestigen.”

Weinig pv’s

Hoewel het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest sterk wil inzetten op de bestrijding van straatintimidatie blijft het aantal pv’s laag. Politiezone Brussel Hoofdstad/Elsene stelde sinds januari 2021 slechts 33 pv’s op. Dat is een laag cijfer, maar het ligt wel hoger dan vorige jaren. In dezelfde periode in 2020 waren dat er dertien en in 2019 slechts zeven. “Van de 33 pv’s werden er tien opgesteld in het kader van de acties met agenten in burger”, stelt woordvoerder Ilse Van de keere. “De rest werd opgesteld op basis van klachten of interventies van de collega's op het terrein.”

De grote uitdaging voor politie en justitie om straatintimidatie aan te pakken is dat het vaak heel vluchtig is en de dader meestal een onbekende is. Dat het aantal pv’s laag ligt, is volgens Stevens niet verrassend. “Veel mensen weten in de eerste plaats niet hoe ze zoiets formeel moeten aangeven. In principe is het relatief eenvoudig: je dient klacht in bij een politiekantoor. Maar het vraagt allemaal moeite. Je moet opzoeken waar je naartoe moet. De interacties zijn vaak veel korter dan de tijd die je moet nemen om klacht in te dienen. Dat zijn allemaal drempels. Veel slachtoffers van straatintimidatie willen gewoon duidelijk maken dat het niet oké is en dat het aangepakt moet worden, maar zijn geen vragende partij voor een groot proces.”

Volgens Stevens moet er een manier ontwikkeld worden die het veel eenvoudiger gemaakt voor slachtoffers om te melden wat hen overkomen is, zonder de bedoeling dat daar een rechtszaak van komt. “Dat betekent dan wel dat het geen bewezen feiten zijn, maar de bedoeling van zo’n systeem is dat je heel vlot kan aangeven in welke buurt een probleem is. Vervolgens kan het beleid daarop afgestemd worden.”

Dat is een van de doelen van het platform Safer Cities van Plan international, maar volgens Stevens moet dit breder ingezet worden. “Ik ben er voorstander van dat die informatie heel snel bij de politie komt. Er zijn allerlei instanties die verschillende tools ontwikkelen. Dat maakt het minder toegankelijk. Volgens mij is er hier een rol weggelegd voor de politie.”

Sociale controle

Om het fenomeen aan te pakken moet volgens Stevens ook preventief ingegrepen worden. Zo zou er meer op sensibilisering ingezet moeten worden, maar kan er ook nagedacht worden over de inrichting van de openbare ruimte. Daarnaast is het gedrag van omstaanders volgens Stevens belangrijk. “Er moet sociale controle komen. Er kan niet op elke hoek van de straat politie aanwezig zijn om te zien of er niets fout gebeurt.”

Volgens een bevraging van Plan International kreeg 80% van de slachtoffers van seksuele intimidatie geen hulp van omstaanders. Daarrond zouden dus ook sensibiliseringsacties moeten komen. “We moeten inzetten op omstaanders die er iets over zeggen, liefst zelfs de vrienden van de dader”, zegt Stevens.

Een positieve evolutie volgens Stevens is dat straatintimidatie wel meer besproken wordt. Er is meer aandacht voor bij de media en het beleid. “In de eerste plaats komt dat door het besef dat het inderdaad niet normaal is. Bij straatintimidatie vrezen slachtoffers vaak voor wat er nog erger zou kunnen gebeuren. Daardoor lijkt het dat je over dat gedrag niets hoeft te zeggen, want het echt erge is niet gebeurd. Straatintimidatie werd daarom lang weinig geproblematiseerd. Ik denk dat het besef nu veel sterker aanwezig is.”

Meer aanwezigheid van vrouwen in de media en politiek zou die evolutie volgens Stevens kunnen voortzetten. Ook is het belangrijk om vrouwen van kleur of mensen uit de LGBTQ+-gemeenschap meer aan het woord te laten. Stevens verwijst naar een recent onderzoek van het IVGM, waaruit blijkt dat meer dan de helft van de bevraagde transgender personen aangaf recentelijk het slachtoffer te zijn geweest van verbaal of fysiek geweld op een openbare plaats. “Ook zij moeten meer een stem krijgen.”

La parole se libre, maar we zijn er zeker nog niet”, zegt Stevens. “De klus gaat niet geklaard zijn in een paar jaar. Het is een oud fenomeen en er moet heel wat tijd en energie ingestoken worden om het tij te keren.”