Arseenvervuiling werpt schaduw over nieuwe stadswijk

1 september 2021 Luc Vanheerentals
Hertogensite Leuven
De werkzaamheden op de Hertogensite in Leuven (© Luc Vanheerentals)

Over wat dit impliceert voor het water dat geloosd wordt na bemaling, lopen de meningen sterk uiteen. Emeritus hoogleraar Jan Delrue tilt zwaar aan de arseenproblematiek en spreekt van "een bedreiging van de volksgezondheid". Delrue, die dertig jaar lang constructie van gebouwen doceerde aan de KU Leuven en in een ver verleden als ziekenhuisarchitect betrokken was bij de bouw van de eerste vier fasen van UZ Gasthuisberg en de stralingsbunker Maisin op de Hertogensite, spreekt van "een criminele daad die stilzwijgend wordt gedoogd".

Ook toxicoloog Jan Tytgat (KU Leuven) heeft kritische bedenkingen bij de gang van zaken. De projectontwikkelaar ontkent echter dat er zich een probleem stelt. Resiterra wordt daarin gevolgd door de officiële instanties die betrokken waren bij het verlenen van vergunningen zoals de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM), de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) en de stad Leuven.

Zware metalen

Uit de omgevingsvergunningen, die Leuven de afgelopen jaren verleende voor bouwprojecten op de Hertogensite, blijkt dat er wel degelijk verhoogde waarden aanwezig zijn voor de zware metalen arseen en chroom. In de vergunning voor de nieuwbouw op de voormalige site van de Verpleegstersschool aan de Kapucijnenvoer lezen we "dat er bij bodemonderzoeken voor arseen en chroom een aantal keren een concentratie gemeten werd boven het indelingscriterium".

Dat criterium bepaalt vanaf wanneer afvalwater beschouwd moet worden als "bedrijfsafvalwater met gevaarlijke stoffen". Het indelingscriterium voor arseen bedraagt drie microgram per liter (µg/l) onder opgeloste vorm en vijf onder totaalvorm. "Dit betekent dat bedrijven deze parameter in hun vergunning moeten aanvragen zodra er in hun afvalwater een hogere concentratie voorkomt. Op basis van de mogelijke impact op het oppervlaktewater en de norm Best Beschikbare Technieken (BBT) wordt vervolgens een lozingsnorm voorgesteld. Deze kan dus voor verschillende bedrijven verschillend zijn", zegt Katrien Smet, woordvoerder van VMM. De grondwaterkwaliteitsnorm voor arseen bedraagt twintig µg/l.

De werken voor de nieuwbouw aan de Kapucijnenvoer gingen eind 2020 van start en omvatten naast drie woontorens (met vijf tot negen verdiepingen) een twee verdiepingen tellende ondergrondse parking waarvoor het grondwater op een diepte van twintig meter bemaald wordt.  "Voor arseen werd tot 6,3 µg/l gemeten en voor chroom tot 50 µg/l. De exploitant vraagt daarom in het kader van de bemaling voor een jaar een lozingsnorm van tien 10 µg/l voor arseen en honderd µg voor chroom", staat te lezen in de omgevingsvergunning die voor deze site verleend werd.

Leuven staat deze normen toe op enkele voorwaarden. Zo dient het water één keer om de veertien dagen geanalyseerd te worden. "Indien de vergunde normen niet gegarandeerd kunnen worden, dient de exploitant remediërende maatregelen te nemen." Hij dient ter controle ook een monitoringsplan op te stellen. In eerste instantie werd een vergunning toegekend om in de Dijle te lozen, maar nog voor de start der werken werd dit op vraag van projectontwikkelaar Resiterra gewijzigd in retourbemaling.

Periodieke controle

Uit de omgevingsvergunning voor een tweede groot bouwproject dat onlangs opgestart werd, blijkt dat er bij bodemonderzoeken in deze omgeving in het grondwater arseenwaarden gemeten werden tot 28 µg/l. Het gaat om de  bouw van de meer centraal gelegen twaalf verdiepingen hoge woontoren, meergezinswoningen en een ondergrondse parking. Voor de lozing van het bemaalde grondwater vroeg de projectontwikkelaar op deze locatie een norm aan van dertig µg/l arseen. In tegenstelling tot het bouwproject aan de Kapucijnenvoer zal het bemaalde water in de aanpalende Dijle geloosd worden.

De Vlaamse Milieumaatschappij gaf een gunstig advies voor deze lozingsnorm maar vraagt ook dit keer dat de exploitant de effectieve kwaliteit van het effluent controleert door middel van monsternames. De afdeling grondwater van de VMM verleende in het kader van deze aanvraag geen advies binnen de gestelde termijn, waardoor het stilzwijgend gunstig werd geacht. De stad Leuven verleende op basis van deze adviezen een omgevingsvergunning voor deze werken. 

Naast arseen stelt zich op dit deel van de site ook een probleem op vlak van minerale oliën afkomstig van een voormalige stookplaats. Hiervoor werden de nodige saneringswerken uitgevoerd. De installatie die het water voor de lozing zuivert van zowel verhoogde concentraties aan minerale oliën als zware metalen blijft zolang als nodig functioneren. Het in- en effluent van de grondwaterzuivering worden periodiek gecontroleerd door de bodemsaneringsdeskundige. "Er wordt geen grote vuilvracht meer verwacht", aldus TAUW, het bureau dat de bodemsaneringswerken, de grondverzetswerken ter hoogte van de Verpleegsterschool en het stookhuis op de Hertogensite begeleidt en de decretaal verplichte bodemonderzoeken uitvoert.

Kritiek uit dubbele hoek

In zijn reactie wijst Delrue op een mail aan Resiterra waarin TAUW eind 2018 melding maakt van de aanwezigheid van een concentratie As van twintig µg/l buiten de zone van de vermelde bouw aan de Kapucijnenvoer. De darmwand rond de bouwput zal er volgens het studiebureau voor zorgen dat deze concentratie de te bemalen zone niet bereikt.

Twintig µg/l arseen is volgens Delrue een bijzonder schadelijke concentratie. "Dergelijke concentraties in waterig midden neigen naar gelijkmatige spreiding zodat kan worden aangenomen dat die op vele meetpunten voorkomen." Delrue verwijst hierbij naar het feit dat ook bij recente werken even verderop aan het Sint-Jacobsplein verhoogde arseenconcentraties werden aangetroffen. Hij is er ook niet over te spreken dat een secanspalenwand als darmwand wordt gebruikt.

Hoogleraar Jan Delrue en toxicoloog Jan Tytgat uiten kritische bedenkingen bij het woonproject

"Deze wordt door het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) formeel verworpen als permanente waterkerende kelderwand en mag nooit als definitieve waterdichte wand gebruikt worden." Het is volgens Delrue daarom niet uit te sluiten dat de vermelde schadelijke arseenconcentratie de te bemalen zone toch kan bereiken. Hij wijst op het risico dat deze vervuiling op die manier ons toekomstig drinkwater zal bezoedelen en de volksgezondheid bedreigt. 

Dat in de tweede bouwput met arseen vervuild water in de Dijle geloosd wordt, is volgens Delrue nefast voor het leven in de rivier. Hij begrijpt niet dat de VMM akkoord ging met een lozingsvergunning tot dertig µg/l. "Stroomafwaarts op 1 kilometer bevindt zich de recente vistrap. Sinds deze lozingen van start gingen, is er geen leven meer."

Toxicoloog Tytgat laat in een reactie weten dat hij persoonlijk een aanvraag tot lozing van arseen in de Dijle maar zou goedkeuren voor maximum tien en niet dertig µg/l. Hij gaat er vanuit dat de norm van twintig µg/l voor grondwater, zoals in Nederland, ook geldt voor oppervlaktewater waaruit drinkwater kan worden bereid. "De actuele achtergrondconcentratie arseen in het grond- en drinkwater bedraagt in Vlaanderen een tot vijf µg/l. Concentraties onder de tien µg/l zorgen doorgaans niet voor problemen", zegt Tytgat. Hij waarschuwt ervoor dat er tijdens de werkzaamheden aandacht moet zijn voor opname van deze stof via de ademhaling. 

Discussie over oorzaak

Delrue is geenszins verbaasd over de arseenvervuiling. Hij omschrijft het zware metaal als  een berucht, dodelijk en DNA-corrumperend middel. Volgens hem kwam het arseen op de site terecht door onderzoek van de KU Leuven in de periode 1880-2000. In die periode werd onder meer gezocht naar een remedie tegen de in Congo woekerende slaapziekte en syfilis waarbij arsenicum en derivaten werden aangewend. Al bij de bouw van de radiotherapiebunker aan het Maisin-kankerinstituut op deze site in 1970, waarbij hij indertijd als architect betrokken was, werden volgens Delrue opvallend hoge concentraties arseen aangetroffen en werd om die reden een bodemsanering uitgevoerd. 

De lozing van het bemaalde grondwater stelt geen ecologische problemen volgens het studiebureau TAUW

TAUW, hierin gevolgd door de stad Leuven, heeft een heel andere verklaring voor de aanwezigheid van arseen op deze site. Terwijl de licht verhoogde aanwezigheid van chroom in de omgeving van de voormalige Verpleegstersschool toegeschreven wordt aan een vroeger aangebrachte ophogingslaag is de aanwezigheid van arseen volgens hen het gevolg van een natuurlijke fenomeen en dient daarom niet als een verontreiniging beschouwd te worden. De arseenwaarden, die op deze site variëren tussen vijf en veertig µg/l, zijn volgens TAUW "te verwachten concentraties bij het natuurlijk voorkomen van begraven veenlagen in valleien als deze van de Dijle".

"Het arseen komt met name vrij uit ijzeroxides bij de bacteriële afbraak van venig materiaal in zuurstofarme milieus, hetgeen wetenschappelijk onderbouwd werd in onderzoeksrapporten van Soresma en VMM. Het voorkomen van begraven veenlagen op de site werd bevestigd bij de uitvoering van graafwerkzaamheden ter hoogte van het voormalige stookhuis", stelt TAUW. 

Delrue betwist dit standpunt. "Deze veenlaag, die samengedrukt slechts vier tot zes centimeter dik is, kan onmogelijk de hoge en bij herhaling vastgestelde concentratie arseen in de bovenliggende alluviale lagen verklaren." Hij pleit ervoor om hierover advies te vragen aan een panel van experten met ervaring. Tytgat gaat akkoord met Delrue dat het arseen mogelijk afkomstig is van onderzoek aan de Leuvense universiteit naar arseenhoudende geneesmiddelen ter behandeling van aandoeningen zoals slaapziekte en syfilis".

Dat het arseen vrijkomt uit ijzeroxides bij de bacteriële afbraak van venig materiaal in zuurstofarme milieus, zoals door TAUW beweerd wordt, klopt scheikundig niet volgens Tytgat. "Wel is het zo dat bodemstalen, die een aanrijking van ijzer vertonen, ook een hoge concentratie aan arseen kunnen bevatten."

Ontkenning probleem 

De lozing van het bemaalde grondwater stelt volgens TAUW in de twee bouwprojecten geen ecologische problemen. Wat de bouwput langs de Kapucijnenvoer betreft, werd er binnen een straal van vijftig meter rond de bouw geen verhoogde concentraties arseen in het grondwater vastgesteld tijdens de bodemonderzoeken die aan de graafwerkzaamheden voorafgingen. Dat was ook niet het geval bij de opstart van de retourbemaling in november 2020. "Er kan met andere woorden met zekerheid gesteld worden dat er bij deze werken door de retourbemaling geen verontreiniging met arseen wordt veroorzaakt." De keuze voor de door Delrue bekritiseerde secanspalenwand werd volgens TAUW aanvaard door de betrokken toezichthoudende instanties.

In het kader van de werken aan de middelste woontoren is ook in een tijdelijke grondwaterzuivering voorzien die het opgepompte grondwater - alvorens het te lozen in de Dijle - niet alleen zuivert van minerale oliën, maar ook van eventueel verhoogde concentraties aan zware metalen. "Tijdens de grondwatersanering worden er wekelijks stalen genomen ter controle van het in- en effluent en de resultaten daarvan worden getoetst aan de lozingsnormen", stelt TAUW. 

De licht verhoogde concentraties aan chroom vormen volgens TAUW evenmin een ernstige bedreiging in het kader van het bodemdecreet. "Deze concentraties overschrijden zowel in het vaste deel van de aarde als in het grondwater de bodemsaneringsnorm niet. Enkel ter hoogte van de inrit van het Sint-Rafaëlziekenhuis aan de Kapucijnenvoer werd in een vroeger onderzoek een concentratie van honderd µg/l chroom vastgesteld. Deze strook werd vervolgens zowel horizontaal als verticaal voldoende afgeperkt tot onder de richtwaarden.

Een risico-evaluatie die in 2004 werd uitgevoerd door de Bodemkundige Dienst van België toont aan dat de verontreiniging geen ernstige bedreiging vormt. Sanering is om die reden niet noodzakelijk, aldus TAUW. Ook Jan Tytgat ziet in de vastgestelde aanwezigheid van chroom geen probleem. "De gehanteerde aanpak lijkt wetenschappelijk en dus ook toxicologisch, correct en gefundeerd. Het gaat ook slechts over chroom III en niet over het meer gevaarlijke chroom VI", zegt de toxicoloog. 

Ook volgens de andere toezichthoudende overheidsinstanties is er weinig aan de hand. "Eind 2020 werd een door OVAM conform verklaard oriënterend bodemonderzoek ingediend, dat aangaf dat er op de site een overschrijding van de richtwaarde voor arseen werd waargenomen. Dit onderzoek gaf tegelijk aan dat er geen aanleiding was voor een beschrijvend bodemonderzoek of sanering, omdat er geen duidelijke aanwijzing was dat de verhoogde concentraties een ernstige bodemverontreiniging vormen voor mens of milieu", zegt Jan Verheyen, woordvoerder van OVAM.

Ook de VMM ziet volgens woordvoerder Katrien Smets geen problemen in de retourbemaling op de werf aan de Kapucijnenvoer omdat de norm van twintig µg/l arseen wordt gerespecteerd. Over het gunstig advies dat de VMM verleende voor het tweede bouwproject waarbij er geloosd wordt in de Dijle en een lozingsnorm van dertig µg/l toegestaan werd, stelt Smets "dat er geen gevaar is voor het overschrijden van de milieukwaliteitsnorm in deze rivier". Ze verwijst hierbij naar "de maximaal vastgestelde concentraties in het grondwater, de tijdelijkheid van de lozing (180 m³ per dag gedurende vier weken en nadien 54 m³ per dag gedurende een jaar), de te verwachten verdunningsfactor in de Dijle en het gebruik van de BBT-norm voor bodemsanering".

LEES OOK
1 REACTIE
Rudiger Wouters02-09-2021 13:17:57
Sterk artikel!!
Goede journalistiek. Op te volgen. Andere stemmen : hoe is het nog met de vistrap. Arseen in de vissen?