Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Een toevallige (gedrags)econoom op vakantie

20 augustus 2021 Koen Smets
DFDS Seaways
(© DFDS Seaways)

Internationaal reizen is, sedert het begin van 2020, wat ingewikkelder geworden. Een van de eerste taken – naast het boeken van de ferry tussen het VK en Frankrijk – was dus te weten komen welke de bochten waren waarin we ons zouden moeten wringen om op onze bestemming te geraken. De Britse media stonden al wekenlang bol van wat nodig was om terug te komen, en dus wisten we dat een antigeentest voor de terugreis en een PCR-test bij aankomst thuis verplicht waren. Daarnaast waren de voorwaarden om naar (of in ons geval door) Frankrijk te reizen recent versoepeld van “Vergeet het maar” naar “Gevaccineerd? Welkom!”, zij het wel nog vergezeld van een déclaration sur l’honneur dat we geen koorts hadden, niet met zieken in contact waren geweest enzovoort. Een makkie!

Onbedwingbare emoties

Het VK mag dan al de EU hebben verlaten, de andere landen zijn er nog, en dus nam ik aan dat ook België zo’n relaxte houding had aangenomen. Of was het eerder wishful thinking, die verderfelijke denkfout waarin het onze verlangens zijn, eerder dan de feiten die onze overtuigingen vormgeven? Hoe dan ook, de dag nadat ik de overtocht en de tests had geboekt, ontdekte ik dat het betreden van de vaderlandse bodem niet enkel een verplichte PCR-test inhield binnen de twee dagen na aankomst, maar ook zelfisolatie tot de bevestiging dat de test negatief was. Ons plan was een drietal dagen aan de kust door te brengen, maar we werden geconfronteerd met het vooruitzicht op een weekend binnenblijven, een test op maandag, en dan nog eens 24 uur wachten op het resultaat. Dat zou ons verblijf aan zee tot, wel, nul herleiden.

Een populaire vakantieattractie
Een populaire vakantieattractie (CC BY 2.0 Dunk (Flickr))

Was de reis nog de moeite waard? Hadden we dat eerder geweten, dan hadden we wellicht het idee opgegeven voor we ons eraan hadden verbonden. Maar de kosten voor de overtocht waren niet terugvorderbaar, en beslist niet verwaarloosbaar. Pessimisme in de rode hoek van de ring, verzonken kosten in de blauwe – twee types van verliesaversie in gevecht met elkaar. Wel, beste vrienden, minacht die goede oude verzonkenkostendenkfout niet langer. We besloten ons niet te laten afschrikken door het doemscenario,  en we zijn wat blij dat we dat niet deden. Het ziekenhuis bleek open in de weekends en zes uur na de afname van de tests kregen we onze negatieve resultaten. Onze vakantie kon dus toch snel beginnen.

Rare motieven

Toen we arriveerden leek alles net zoals we het ons herinnerden. Ook het aantal hondeneigenaars en de daarmee gepaard gaande hoeveelheid hondenpoep op de stoep. Zelfs op mijn wandeling naar de flat moest ik meteen mijn scanmodus inschakelen: terwijl ik met het ene oog de opmerkelijke architectuur gadesloeg, was het andere voortdurend op de grond gericht om een onwelriekende ontmoeting te vermijden. En het was niet dat het stadsbestuur geen maatregelen met een goede stamboom had ingevoerd: er zijn hondenpoepbuizen alom die het de eigenaars makkelijk maken zich van de zakjes met de recente productie van hun huisdier te ontdoen, en talrijke bordjes die hen aan die plicht herinneren. Deze klassieke nudges worden aangevuld met even klassieke prikkels: een boete voor het achterlaten van hondenpoep van 105 euro tijdens de week, met nog eens een weekendtoeslag van 40 euro daarbovenop.

Maar deze combinatie, zelfs met de ondersteuning van een vloot hondenpoepstofzuigers, bleek eens te meer, zoals wel vaker, niet opgewassen tegen de geldende sociale normen onder vele hondeneigenaars. Zulke normen veranderen is een hele klus, en in een stadje waar tijdens het zomerseizoen de meeste hondeneigenaars toeristen zijn zonder veel interesse in de netheid van de stoepen is het al helemaal onbegonnen werk. Gedragsinterventies hebben helaas ook hun grenzen.

Principes, winst en irrationaliteit

Op dinsdagmorgen, net als de twee voorgaande dagen, kuierden we naar de plaatselijke mini-supermarkt voor verse ontbijtkoeken. De kleinhandel heeft het de laatste tijd niet voor de wind gehad, en we wilden dit winkeltje extra steunen. Bij het naderen meldde een opschrift ons dat dinsdag de wekelijkse sluitingsdag is. Zoiets is een wettelijke verplichting, maar zaken in toeristische gebieden zijn daarvan vrijgesteld. De eigenaar had hier dus vrijwillig beslist 1/7 van zijn omzet op te geven. Irrationeel? Sommige (gedrags)economen denken van wel, maar niet uw correspondent. Misschien is een dag per week sluiten een belangrijk principe voor de eigenaar, of misschien vindt hij het belangrijk er steeds te zijn wanneer de winkel open is, en wil hij geen zeven dagen per week werken. Wie zijn wij dan om de rationaliteit van zijn voorkeuren in twijfel te trekken?

Een gelijkaardig raadsel dook op in een discussie die ik had tijdens een bezoek aan een wat ongewoon restaurant in de stad. Het is gevestigd in een grote oude schuur, met een bijpassend décor: de simpelste stoelen en tafels, gearrangeerd in lange rijen als in een refter, met plaats voor meer dan honderd gasten. Ze serveren enkel vis en zeevruchten vergezeld van brood. Stoot dat dan geen mensen af? Ongetwijfeld. Maar de zaak zit elke avond afgeladen vol, dus meer klanten trekken heeft weinig zin. Zou je dan misschien de winstmarges kunnen verhogen door hogere prijzen? Beslist, maar wellicht spelen ook hier andere bekommernissen dan enkel economische. De uitdaging voor het restaurant is vergelijkbaar met die van artiesten die elke avond voor uitverkochte zalen optreden. Zo blijft er geld op tafel liggen: alvast sommige mensen zouden best meer willen betalen, en dat zou pure winst zijn (zoals de secundaire markt van tickets steeds weer aantoont). Maar de prijzen verhogen zou hun reputatie aantasten, en dat zou ook dit restaurant riskeren.  En het is precies omdat ze populair zijn, grotendeels dankzij hun reputatie, dat ze zich kunnen veroorloven wat wel of niet op het menu komt.

Zoals wij allemaal streven de uitbaters van deze zaken ernaar te doen wat juist aanvoelt, en ook al is geld verdienen belangrijk, het is het zelden het enige motief. Doen wat juist aanvoelt lijkt ook de drijfveer achter het gedrag in de andere observaties in dit stukje. Om ons gedrag te begrijpen moeten we misschien niet veel verder kijken dan de gevoelens diep binnenin.

LEES OOK
1 REACTIE
Joris Walraevens20-08-2021 13:53:46
Opnieuw een fantastische column, Koen! Ook een weekje naar zee geweest, ook met vrienden die uit de UK kwamen. Allemaal heel herkenbaar dus.