Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Hongerstakers deblokkeren de stakende democratie

22 juli 2021 Pascal Debruyne
hongerstakers aan de Begijnhofkerk in Brussel
Een hongerstaker krijgt medische assistentie aan de Begijnhofkerk in Brussel, 8 juli 2021 (© Nils Quintlier (Belga))

De hongerstaking vertelt ons iets over de democratie als praktijk. De hongerstakers verkondigen met hun eisen een andere vertaling van wat een rechtvaardig migratiebeleid kan zijn. De mensen zonder wettig verblijf praktiseren een vorm van democratie, die de filosoof Hannah Arendt onder de noemer ‘nataliteit’ plaatst: het nieuwe dat in de wereld wordt geboren. De mens wordt volgens Arendt twee keer geboren. De eerste fysieke geboorte vindt plaats binnen het privédomein van de familie. Een tweede geboorte is een metaforische of symbolische geboorte, als de mens tot het openbare domein van de politiekculturele wereld toetreedt om daar iets nieuws aan te vangen of te verkondigen, schrijft ze in haar boek The Human Condition (1958).

Met de petitie van We are Belgium too doen de mensen zonder papieren precies wat Arendt aangeeft. Ze doorbreken hun gedoogde bestaan als goedkope loonslaven in de schaduweconomie:

Wij kruisen elkaar regelmatig. Je kent ons als de moeder van de klasgenoot van je kind, als de kruidenier op de hoek van de straat, als de persoon die je kantoren schoonmaakt of je verwarmingsketel controleert. Net als jullie, werken we, betalen we huur, sorteren we ons afval …Kortom, we zijn gewone burgers. Eén ding is anders: in de ogen van de staat bestaan wij niet.

En ze treden in het licht als politieke subjecten. Ze vragen de regularisatie van mensen zonder papieren in België op basis van duidelijke en permanente criteria zoals duurzame banden, werk, onverwijderbaarheid en het risico van de schending van een grondrecht in geval van terugkeer, evenals de oprichting van een onafhankelijke regularisatiecommissie.

In die zin belichamen de hongerstakers de kern van de democratie. Ze doen dat via wat denkers als Jacques Rancière ‘subjectificatie’ noemen: ze worden zelf de drager van het politieke via zelfrepresentatie. Nochtans wordt net dat ontkend in politieke kringen en media door verdachtmakingen over extreemlinkse organisaties die op de hongerstakers inpraten, die passieve pionnen zijn in hun strijd. Alsof zij niet voor zichzelf kunnen denken? Alsof zij geen politieke subjecten zijn die perfect de doelmatigheid van hun hongerstaking kunnen doordenken? Alsof ze zelfs geen legitiem politiek standpunt uiten?

Postpolitiek

De hongerstakers zijn een spiegel voor de politieke orde zoals we die kennen. Die is postpolitiek: conflicterende meningsverschillen en de machtsstrijd daarrond, of ‘het politieke’, worden uitgeschakeld. Het beleid zoals we dat kennen, wordt gepresenteerd als een natuurlijke orde, die boven elke mogelijke kritiek of meningsverschil staat. Op verschillende manieren schakelen politieke actoren ‘het politieke’ uit.

De bestaande regelgeving wordt gepresenteerd alsof de andere kant ervan de volstrekte chaos is

Een eerste manier is de uitschakeling van ‘het politieke’ op een talige manier. De bestaande regelgeving wordt gepresenteerd alsof de andere kant ervan de volstrekte chaos is. Hyperbolische statements moeten elke mogelijke andere politieke verbeelding a priori delegitimeren: we zouden overspoeld worden door Afrika en de rest van de wereld, ons land wordt “het O.C.M.W. van de wereld” tot “de opengrenzenlobby” die elk beleid onmogelijk maakt.

Een tweede tactiek van depolitisering is de gelijkschakeling van ‘het politieke’ aan ‘dé politiek’. De democratie krijgt enkel vorm binnen de geijkte instituties zoals de regering, het parlement en partijen. Het regeerakkoord functioneert er als een soort bijbel. Een bijbel die zo heilig is dat de partijen die het compromis van het Vivaldi-regeerakkoord bepalen, dat gaan verwarren met het eigen politieke programma. De afstand tussen partij en regeringsakkoord vervalt. Parlementairen doen alleen nog goedgekeurde tussenkomsten binnen het beheer van het regeerakkoord.

Er bestaat ook geen democratie meer buiten de geijkte instituties van de parlementaire democratie. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits verwoordt deze postpolitieke vernauwing van democratie op Twitter als volgt: “In een democratie worden de regels gemaakt in het parlement en in de regering. Niet via een hongerstaking. @SammyMahdi neemt verantwoordelijkheid in een ontzettend moeilijk dossier.” Quid vrouwenstakingen, vakbondsstakingen of andere uitingen van collectieve actie dus?

De hongerstakers breken in op de postpolitieke orde, die bepaalt wie wel of niet behoort tot de democratie alsof het een natuurlijk gegeven is

De hongerstakers breken in op die postpolitieke orde, die bepaalt wie behoort en wie niet behoort tot de democratie alsof het een natuurlijk gegeven is. Jacques Rancière gebruikt daarvoor de term ‘de politieorde’, die gebaseerd is op ‘de distributie van het zintuiglijke of waarneembare’ (le partage du sensible. De politieorde bepaalt wat zichtbaar en onzichtbaar is, wat zegbaar en onzegbaar is en hoorbaar of onhoorbaar.

Met zijn focus op het politiek handelen van mensen in de marges van de samenleving, leert Rancière ons dat ‘democratie’ belichaamd wordt door ‘diegenen die nog niet behoren’ tot de bestaande politieke orde. Denk aan Rosa Parks die in 1955 opstaat in de bus, waarbij ze weigerde haar zitplaats in het voor zwarten gereserveerde deel achterin af te staan aan blanke passagiers. Met deze hongerstaking doorbreken ook mensen zonder wettig verblijf de bestaande orde door het voormalige onzichtbare, onhoorbare en onzegbare naar voor te duwen. Daarmee tonen ze als de dragers van het politieke vooral hoe ze zélf willen gezien, gehoord en begrepen worden.

Recht is geen rechtvaardigheid

De eisen van de hongerstakers doorbreken ook een interpretatie van een onaanraakbare en feilloze rechtspraktijk. Staatssecretaris Mahdi, bijvoorbeeld, stelt dat de criteria tot verblijf helder en duidelijk zijn in alle andere verblijfsprocedures, zoals die in het kader van arbeid, studie of gezinshereniging, de procedure van asielaanvraag en een aparte procedure met beschermingsstatuut voor minderjarigen. De regularisatie blijft de uitzondering op de regel, stelt hij in De Tijd.

De simplistische retoriek over de vlotte procedures is opvallend. Voldoen die ‘geijkte procedures’, en zeker al de procedure humanitaire regularisatie, aan de zogenaamde ‘5B’s van toegankelijkheid? Zijn ze bereikbaar, betaalbaar, begrijpbaar, beschikbaar & bruikbaar? Alsof er geen drempels zijn ingebouwd, allleen al in de geijkte regularisatieprocedure 9Bis voor humanitaire regularisatie en 9ter voor medische regularisatie? Alsof de discretionaire bevoegdheid niet kan omkaderd worden door een commissie van advies en onafhankelijke beroepscommissie?

En borstelen we dan de kritische vragen opzij bij arbeidsmigratie in het Myria Jaarrapport van 2020 in het katern Economische migratie, vrij verkeer en studenten? Daar worden de restrictieve invulling van arbeidsmigratie,  de beperkte categorieën van werknemers die worden toegelaten (vooral hooggeschoolden en wat minder middengeschoolden), de aanhoudende administratieve problemen en de moeilijke switch tussen werkgevers die arbeidsmigranten in een precaire positie houden, besproken. Wat de regering(en) erg recent uitbouwden inzake arbeidsmigratiebeleid, is trouwens geen antwoord op de vele arbeidsmigranten zonder papieren van het verleden.

De Vlaamse Regering schrapte recent de doelgroep van mensen zonder wettig verblijf uit het nieuwe ontwerpdecreet van Inburgering en Integratie

Het asiel- en migratiebeleid kent een totaal gebrek aan doorwaadbare grenzen, een gebrek aan visa die men kan aanvragen vanuit het buitenland, restrictieve manieren waarop men rechten en bescherming toekent en een reeks administratieve drempels die zijn ingebouwd in de diverse legale en veilige toegangswegen (zie ook De deur naar regularisatie dichthouden ontneemt mensen een toekomst). Maar we kunnen ook kijken naar de gebrekkige juridische ondersteuning en de voortdurende afbouw van rechtstreeks toegankelijke juridische hulpverlening. Er is bovendien niet meer geïnvesteerd in toekomstoriëntatie voor uitgeprocedeerde mensen zonder wettig verblijf. De Vlaamse Regering schrapte recent zelfs de doelgroep van mensen zonder wettig verblijf uit het nieuwe ontwerpdecreet van Inburgering en Integratie. Daarnaast werd de regularisatieaanvraag betalend. 

Het zijn maar enkele voorbeelden die de politieke dimensies achter ‘de vlotte geijkte procedures’ aantonen. Wie doet alsof procedurele rechtvaardigheid de regel is in het beleid en dito procedures migratie en-vreemdelingenrecht, maakt zichzelf iets wijs. Waarom staat het herschrijven van het migratiewetboek en de audit van de Dienst Vreemdelingenzaken en de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen  trouwens in het regeerakkoord?

Een andere verbeelding

De rechtsdefinities die bepalen wie hier wettig of onwettig verblijft, zijn door en door politiek. Ze zijn onderhevig aan de alledaagse politieke en administratieve praktijk waarin ‘wettig verblijf’ voortdurend gedefinieerd en geherdefinieerd wordt, zowel formeel als informeel. Meer dan ooit wordt het asiel- en migratiebeleid geschoeid op de leest van een politiek klimaat dat uit angst voor het succes van extreemrechts zelf steeds rechtser wordt. Wat leidt tot steeds meer restricties en nieuw gecreëerde drempels die mee tot onwettig verblijf leiden.

De hongerstakers dagen het gangbare asiel en-migratiebeleid uit, dat vorm krijgt met de hete adem van uiterstrechts in de nek. Alsof er geen politiek gedragen rechtsuitbreiding mogelijk is van de bestaande (beperkt geratificeerde) mensenrechten voor mensen zonder wettig verblijf, waardoor deze levens uit de schaduw kunnen treden?

Net omdat die structurele en politieke kwesties buiten het plaatje worden gehouden, gooien mensen zonder wettig verblijf hun laatste mogelijke wapen in de strijd. Met hun naakte lichamen als “weapons of the weak”, zoals de antropoloog James Scott zou zeggen. Het ironische aan de honger- en dorststaking is, dat de mensen zonder wettig verblijf daardoor ook het onderscheid tussen wat Hannah Arendt “de mens als Zoé” (biologisch leven) en “de mens als bios politikos” (politiek leven) noemt, doorbreken. Ze zetten als ‘niet-burgers’ hun naakte lijf als wapen in om hun politieke plaats op te eisen in het licht van de democratie, om deel uit te maken van ‘de polis’. Ze presenteren zichzelf onbemiddeld als politieke burgers.

Waar ze echter op stoten is een politieke orde die de mensen zonder wettig verblijf reduceert tot pure biologische wezens, waarbij ze letterlijk ontkleedt zijn van rechten en hun acties gedepolitiseerd worden. Waar voorstellen op de rafelranden van het wettelijke circuleren om ze gedwongen te laten opnemen. De mensen in hongerstaking worden zo gerecuceerd tot naakte lijven zonder handelingsbekwaamheid.

De democratie deblokkeren

De hongerstakers tonen aan dat de democratie vaak herleid wordt tot ‘de politiek van het mogelijke’. Hun hongerstaking introduceert ‘de politiek van het onmogelijke’. Ze dringen door tot de kern van wat democratie betekent: ‘het politieke’ dat niet reduceerbaar is tot ‘de politiek’. Ze dagen de consensus uit over wie behoort en niet behoort uit. Alleen al de lijst van beroepen die ze uitoefenen is een materialisatie van hun ‘reeds behoren’. Een behoren in de schaduw dat vooral die andere dominante consensus moet stutten: ze zijn goedkope loonslaven in een neoliberale politieke economie, die alleen bestaat bij gratie van exploitatie en uitbuiting van de meest kwetsbaren om de privileges van andere klassen betaalbaar te houden.

De stakers tonen dat er achter de façade van de democratie een brute soevereine macht werkzaam is

De hongerstakers verbeelden niet alleen een andere democratie. Ze tonen ons ook dat er achter de façade van de rechtsstatelijke democratie een brute soevereine macht werkzaam is, die met de duim omlaag of omhoog beslist over leven en dood. Ze tonen een onzichtbare dimensie van de zelfgenoegzame liberale democratie, waar mensen zonder papieren en burgers met precair verblijfsrecht vaak de proefkonijnen zijn voor beleidspraktijken die nadien worden uitgebreid. De wet op woonstbetredingen is maar één voorbeeld van “de despotische trekken in het bestuurlijk model ten opzichte van vreemdelingen”, zoals advocaat Benoit Dhondt ze omschrijft in Knack. In die zin zijn de acties van de hongerstakers fundamenteel democratisch: ze deblokkeren de stakende democratie en het soort ‘burgerschap’ dat door natiestaten wordt begrensd, met een pleidooi voor rechten die universeel en onvervreemdbaar zouden moeten zijn.

Pascal Debruyne is doctor in de politieke wetenschappen, master in conflict and development, master in de moraalwetenschappen en bachelor in sociaal werk.

Bronnen

Maryns, K. (2013). Procedures without borders: The language-ideological anchorage of legal-administrative procedures in translocal institutional settings. Language in Society, 42(1), 71-92

Mascia, C. (2021). How bureaucracies shape access to rights: the implementation of family reunification in Belgium. Journal of Ethnic and Migration Studies, 47(9), 2127-2143.

LEES OOK