Het is niet altijd gezond wonen op het platteland

13 juli 2021 Alizée Bours, Bregje Iding
stal
Internationaal onderzoek toont dat intensieve veeteelt negatieve gevolgen heeft op de gezondheid van de mens (© Delia Filippone)

Internationaal onderzoek van Torben Sigsgaard (Aarhus University) en John Balmes (Berkeley) toont aan dat intensieve veeteelt negatieve gevolgen heeft op het neurologisch en ademhalingssysteem van de mens. Dat is vooral het geval bij zwangere vrouwen die in de buurt wonen van een megastal.

Ook in Nederland, waar al langer een onderzoekstraditie bestaat over de impact van industriële veeteelt op gezondheid, wijzen wetenschappers op gezondheidsrisico’s voor omwonenden.

Fijnstof is de grootste boosdoener, al komen de grootste hoeveelheden fijnstof uit verkeer en bewoning. Op de totale uitstoot fijnstof in Vlaanderen is het aandeel uit de land- en tuinbouw het belangrijkst voor de grotere deeltjesfracties (parameter totaal fijnstof of TSP) en PM 10 (parameter fijnstof kleiner dan 10 micrometer). Naast direct fijnstof bestaat er ook secundair fijnstof, afkomstig uit chemische reacties, vooral met ammoniak uit dierlijke mest.

Industriële landbouw

Een semester lang werkten studenten journalistiek van de Limburgse Hogeschool PXL rond het thema van de industriële veeteelt. In een drieluik voor het dossier Industriële Landbouw focussen ze op de milieu-inspectie, gezondheid van omwonenden en de gevolgen van schaalvergroting. De studenten bundelden hun ervaringen en kennis in een eindrapport.

De land- en tuinbouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 95% van de totale ammoniakemissie in Vlaanderen, zo blijkt uit cijfers van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). Sinds 2007 daalt de uitstoot van ammoniak niet langer.

Fijnstof

Fijnstof uit de veehouderij bestaat uit deeltjes rechtstreeks afkomstig van mest, veren, voeder, haren en huidschilfers en stro van dieren, maar komt ook vrij bij het bewerken van landbouwgronden voor de productie van gewassen. Die kleine deeltjes dringen tot diep in de longen en veroorzaken problemen.

“Op fijnstof kleven kleine chemische deeltjes. Vaak gaat het om pesticiden, insecticiden of ontsmettingsmiddelen”, zegt professor Dirk Avonts (UGent/UAntwerpen), ook hoofdredacteur van Huisarts Nu. “Dat zijn zaken waarvan we nu weten, sinds 5 tot 10 jaar, dat ze op heel veel systemen in het lichaam effect kunnen hebben.”

Fijnstof

Fijnstof, waarvan naar schatting driekwart uit het buitenland komt, treft elke Vlaming, zo maakte het laatste Luchtkwaliteitsplan nog eens duidelijk. Voor de kleinste fractie fijnstof (PM 2,5) wordt de advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) overal in Vlaanderen overschreden. De jaargemiddelden voor PM10 (grootste fractie fijnstof) zijn volgens de advieswaarde van de WHO overal overschreden, behalve in landelijk gebied. Maar de (minder strenge) Europese regelgeving werd overal gerespecteerd. Het Instituut voor Landbouw-, Visserij en Voedingsonderzoek (ILVO) stelt voor om het netwerk van meetstations uit te breiden met meetpunten in regio’s met intensieve veeteelt, wat tot dusver nog niet gebeurde.

Zowel Bart Vanwildemeersch (West-Vlaamse Milieufederatie) als professor Avonts zijn voorstander van meer en betere luchtwassers als mogelijke oplossing voor het probleem van fijnstof. Vanwildemeersch merkt wel op dat er meer handhaving nodig is. De werking van luchtwassers moet bovendien in veldproeven bewezen worden. De technologie staat nog niet op punt, zo blijkt ook uit onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO).

"De spreidstand tussen de minimale en maximale werking van de luchtwassers moet ook ingegeven worden in de Milieueffectenrapportage (MER), waarbij het voorzorgsprincipe wordt gehanteerd en de minimale werking als richtsnoer dient", zegt Vanwildemeersch. "Daarenboven zijn het ook andere maatregelen, zoals minder vee of afstand, die van belang zijn. Luchtwassers staan natuurlijk niet op zich."

Bart Vanwildemeersch (West-Vlaamse Milieufederatie): 'Kippenstallen zijn de grootste veroorzakers van fijnstof, maar luchtwasser zijn er momenteel minder gebruikelijk'

‘‘Luchtwassers voor kippenstallen zijn op dit moment nog minder gebruikelijk dan voor varkensstallen”, zegt Vanwildemeersch. Hij schreef in 2017 een literatuurstudie over de gezondheidsimpact van veestallen. “Dit terwijl kippenstallen de grootste veroorzakers zijn van fijnstof, met name vetkippen. In die emissies zitten kleine stukjes pluimresten, strooisel resten, fecaliën, maar ook endotoxines (celwanden van afgestorven bacteriën, red.). Al deze stoffen zouden tot gezondheidsproblemen kunnen leiden.”

Bovendien speelt ook de uitstoot van ammoniak, wat leidt tot de vorming van secundair fijnstof, een veel grotere rol dan veel mensen denken, zegt Vanwildemeersch. “Ammoniak is de drijvende kracht achter fijnstof. Als je ammoniak weghaalt, ga je veel minder fijnstof hebben”, zegt hij.

Eenmaal uit de stal verdunt ammoniak. De hoogst gemeten concentraties lagen in Vlaanderen tien keer onder een Amerikaanse norm, maar ILVO concludeert dat er geen gezondheidsrisico’s zouden zijn wanneer er geen interacties zijn met andere verbindingen.

“Omwonenden van veehouderijen kunnen ook blootgesteld worden aan gassen en fijnstof die niet afkomstig zijn van de veehouderij”, klonk het in de ILVO-rapport als antwoord op de literatuurstudie van Bart Vanwildemeersch. “Het is vooralsnog onduidelijk in welke mate dit fenomeen optreedt bij omwonenden van veehouderijen in Vlaanderen.” ILVO raadde aan om dit verder te onderzoeken, wat tot dusver nog niet gebeurde.

Blinde vlekken

Vanwildemeersch verwijst naar het Nederlandse onderzoek Intensieve Veehouderij en Gezondheid, uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), de Universiteit Utrecht (IRAS), Wageningen UR en onderzoeksinstituut NIVEL. Uit dit onderzoek in het oostelijke deel van Noord-Brabant en Noord-Limburg in Nederland blijkt dat buurtbewoners van grote pluimveebedrijven en geitenhouderijen meer kans hebben op longontstekingen.

In België is echter nog maar zeer weinig onderzoek gedaan naar de invloed van fijnstof op de gezondheid van de mens. Het overzichtsrapport van ILVO concludeerde in 2018 na een literatuuronderzoek dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat wonen in de omgeving van veeteeltbedrijven schadelijk is voor de gezondheid. Voor een aantal risico’s zijn er immers maatregelen voorzien en/of dringt zich bijkomend onderzoek op om deze blinde vlekken weg te werken.

Longarts Dirk Van Renterghem: 'Als je de studies bekijkt die er tot nu toe zijn gedaan, zijn er nog veel problemen en blinde vlekken'

De Nederlandse onderzoekers zagen nochtans dat mensen die binnen een kilometer van een pluimveehouderij wonen een verhoogde kans hebben op een longontsteking. Hoe deze verhoogde kans op longontstekingen veroorzaakt wordt, is echter niet duidelijk. Er zou een verband kunnen zijn met zoönosen, ziekten die van dier op mens overgaan, of door de blootstelling aan fijnstof, ammoniak en endotoxines.

Potentiële risico’s zijn volgens longarts Dirk Van Renterghem van AZ Sint-Jan Brugge echter iets anders dan bewezen risico’s. “Als je de studies bekijkt die er tot nu toe zijn gedaan, zijn er nog veel problemen en blinde vlekken. Als er meer longontstekingen zijn in de buurt van veehouderijen, wat is dan de invloed van het fijnstof op cardiovasculaire ziektes? Fijnstof kan namelijk klontervormingen in het bloed veroorzaken. Dit is nog nooit aangetoond en is volgens mij een grote blinde vlek in de onderzoeken.” 

Daarbij is het volgens Van Renterghem niet juist om Nederlandse onderzoeksresultaten te extrapoleren naar de Belgische situatie. “De gemiddelde afstand van een veestal tot een omwonende in Nederland is veel groter dan die van omwonenden in België. In Nederland maken richtlijnen wonen onaanvaardbaarop minder dan 250 meter afstand van een veestal. In Vlaanderen wonen veel buren op veel minder afstand van een veestal. Als we dus diezelfde studie in België zouden uitvoeren, zouden we zeer andere en misschien wel schrijnendere resultaten krijgen.”

Zoönosen zijn een laatste bezorgdheid van buurtbewoners. In Europa, en dus ook in België, geldt een meldplicht voor een dertigtal bacteriën, virussen en parasieten die overdraagbaar zijn van mens op dier.

Toch kunnen megastallen leiden tot een verbeterde diergezondheid en minder verspreiding van ziekten, zegt Bart Merckaert, persverantwoordelijke van het Departement Landbouw en Visserij. “Het is wel zo dat het samenbrengen van grote aantallen genetisch nauw verwante dieren een risico vormt voor de uitbraak van dierziekten. Professioneel management, waarbij bioveiligheid en monitoring van dierziekten een cruciale rol spelen, kan echter de verspreiding van dierziekten sterk onder controle houden.”

Vooral pluimveebedrijven besteden volgens Merckaert veel aandacht aan bioveiligheid. “Om te beginnen zijn deze bedrijven gesloten, als bezoeker kom je er in principe niet binnen. Personen die toch in de bedrijfsgebouwen binnen moeten, doen dit pas nadat ze een hygiënesluis zijn gepasseerd. Ook staan de stallen altijd een tijdje na het slachten leeg. Nadien worden ze gereinigd en ontsmet.”

koe stal
'Professioneel management kan de verspreiding van dierziekten sterk onder controle houden', zegt Bart Merckaert (Departement Landbouw en Visserij) (© Britt Claes)

Geurhinder

Naast fijnstof kan ook geurhinder een groot impact hebben op het leven van de omwonenden, maar daar bestaan weinig wetenschappelijke studies over. Eind vorig jaar bevestigde het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) in een zeldzame studie dat voor inwoners uit Wuustwezel en Hoogstraten het aanvaardbare niveau van geurhinder is overschreden.

Longarts Van Renterghem merkt op dat de afwezigheid van bewijs echter niet hetzelfde is als bewijs van afwezigheid. “Constante stank verhoogt het algemeen stressniveau van een mens. Met als gevolg dat je meer kans hebt op hoge bloeddruk of cardiovasculaire ziektes. Geurhinder of stank is dus zeer zeker slecht voor de gezondheid van de mens.”

Chris Dusauchoit: 'Mijn mentale gezondheid lijdt erg onder de aanwezigheid van de megastal naast mijn huis'

Hoewel geur enigszins subjectief is, bestaan er toch maatstaven voor. De grens ligt op 3 zogenaamde odeur (emission units) die 175 uur per jaar overschreden wordt of 2% van de tijd. “Meer dan drie units wordt afgestraft”, merkt Bart Vanwildemeersch (WMF) op. “Maar die impact ligt ook aan de locatie van de stal. Als een stal op een heuvel ligt zal er minder stank zijn dan als ze in een dal ligt. Geur waait weg als je op een heuvelflank ligt."

Omwonenden kunnen echter ook psychisch lijden onder geurhinder. “Er wordt te vaak gekeken naar meetbare en fysieke gezondheidseffecten”, vertelt de Vlaamse radiomaker en auteur Chris Dusauchoit, die naast een megastal woont. “Mijn mentale gezondheid lijdt erg onder de aanwezigheid van de megastal naast mijn huis. Als je omgeving stinkt, ga je geen mensen meer uitnodigen. Je raakt geïsoleerd van je omgeving. Ik ben bijvoorbeeld het volledige vruchtgebruik van mijn tuin kwijt door de veestal naast de deur. Ik kan niet meer van de natuur genieten door de constante stank.”

Ook ongedierte hoort er blijkbaar bij. “Ik kan eerlijk zeggen dat de vliegen me al in een serieuze depressie hebben gewerkt. Zelfs mijn eetlust is met tijden weggevallen door de vliegen”, zegt Dusauchoit.

Stress

Uit het laatste Handhavingsrapport van het Departement Omgeving blijkt dat geurhinder de vaakst gehoorde klacht is bij de milieu-inspectie. Bijna de helft van de klachten, ruim 2.600 van de 5.150, werden in 2019 gelinkt aan geuroverlast.

Het is niet altijd evident om een bron van vervuiling te meten. Ook het objectiveren van geurhinder blijft moeilijk. In vergunningsaanvragen wordt geurhinder berekend aan de hand van modellen. Bij geuronderzoeken worden meestal verschillende methodes gebruikt, zoals het bepalen van chemische componenten, of peilen naar het hindergevoel bij bevolking, of het wordt ingeschat door een zogeheten geurpanel.

Ook gezondheidseffecten meten blijkt moeilijk. “Het enige bewezen negatieve effect van de stank op de omwonenden is stress”, besluit Albert Winkel, onderzoeker aan Wageningen Livestock Research. “Stressgerelateerde symptomen kunnen je immuunsysteem aantasten, maar dat is evengoed het geval met werken in je straat of een luide buurman.”

Toch zijn er oplossingen mogelijk, zoals het gebruik van luchtwassers. Luchtwassers kunnen de schadelijke uitstoot van zowel fijnstof als stank kunnen verhelpen. “Een biologische luchtwasser zou de helft van de stank weg kunnen nemen. Als je een chemische en een biologische luchtwasser zou combineren, zou je zelfs tot 80% geurhinder kunnen wegnemen”, zegt Winkel. “Bovendien verdwijnen ook de ziektekiemen die zich aan stof vasthechten als er luchtwassers gebruikt worden.”

Verantwoording

Dit artikel en het achterliggende journalistieke onderzoek werden begeleid door Hogeschool PXL-docent Eric Pompen (ex-journalist Trends) en Apache-journalist Steven Vanden Bussche. Aan de oefening namen volgende studenten deel: Alizée Bours, Britt Claes, Delia Filippone, Bregje Iding, Giel Lehouck, Ianthe Keuninckx, Katja Kuda, Nick Martens, Bono Marting, Noa Oudermans, Faustina Pauwels, Lisa Pauwels, Amber Schepers, Noa Sneyers, Siebe Vanheusden, Sophie Vanormelingen, Stijn Winkels.

update 13/7: het citaat van Bart Vanwildemeersch over luchtwassers werd uitgebreid (alinea 8)

LEES OOK