Dit is een gastbijdrage. Een Apache-lezer levert met dit stuk een bijdrage aan het maatschappelijk debat. De auteur schrijft in eigen naam en is verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst.

Openbaarheid verdient debat ten gronde in Vlaams Parlement

30 juni 2021 Peter Verhaeghe
Vlaams Parlement CC BY-NC-ND 2.0 Cheetah-flicks (Flickr)
Vlaams Parlement (CC BY-NC-ND 2.0 Cheetah-flicks (Flickr))

De beslissing toont ten eerste aan dat burgers in onze samenleving nog steeds beschikken over de kracht van de rede om parlementaire beslissingen, zelfs in de laatste rechte lijn, (minstens tijdelijk) een halt toe te roepen. Tevens toont ze hoe gewillig het parlement de pen opnieuw aan de regering schenkt om te sleutelen aan de essentie van een democratie.

Dit moet een oogopener zijn voor ons allemaal.

Grondrechten zijn het fundament van een samenleving. Het is de exclusieve fundamentele rol van het parlement om deze democratische basis stabiel te houden in een voortdurend wisselende samenleving. Je verwacht, in een waakzaam parlement, dat deze fundamenten zich in de loop van de tijd verstevigen, telkens op initiatief van het parlement. Je verwacht niet dat ze tussen de plooien technisch afgebikt worden op initiatief van de regering.

De plenaire vergadering van het Vlaams Parlement zal zich vandaag, op 30 juni, opnieuw buigen over de openbaarheid van bestuur. stRaten-generaal hoopt dat het parlement alle ‘regeringsaanpassingen' aan het grondrecht openbaarheid uit het decreet tilt en voortaan steeds autonoom wijzigingen van het grondrecht vanuit ‘alle’ invalshoeken evalueert.

Een debat ten gronde na een kwart eeuw openbaarheid, tijdens het jubileum van het Vlaams Parlement, zou zeker op zijn plaats zijn. Het parlement kan de samenleving en experten uitnodigen om vanuit een veelheid van invalshoeken stil te staan bij het uitgangspunt van de openbaarheid: "Het vertrouwen tussen beleid en burgers verstevigen."

En dit is niet alles.

Net op het ogenblik dat de regering ‘minder’ openbaarheid wil, zet ook het Vlaams Parlement de hakken in het zand om zelf, als instelling, zijn openbaarheid minstens gelijk te schakelen met deze van zijn federale evenknie.

Twee verzoekschriften over parlementaire transparantie (verzoekschrift 19 en 31) worden eveneens in de plenaire zitting van 30 juni behandeld.

Het verzoekschrift, de kans voor één of meerdere burgers om zich rechtstreeks tot het parlement te richten, kwam er pas na de witte burgermars in 1996.

In verzoekschrift 19 (2020-2021) wees stRaten-generaal erop dat de behandeling van een verzoekschrift nu door burgers en pers enkel in retrospect te volgen is. De behandeling van een verzoekschrift is dan wel openbaar, maar waarover gedebatteerd wordt, krijg je enkel na afloop te lezen (tenzij er sprake zou zijn van spreekrecht). Dit ontneemt ons allen de kans om quasi elk debat dat door burgers wordt aangebracht ten gronde te volgen. Niemand kan de parlementsleden voeden met aanvullende informatie omdat je pas na afloop, bij lezing van het parlementair verslag, de inhoud begrijpt. Heikele vragen kan men nu met politiek gespin uit het parlementair debat weren.

Openbaarheid van bestuur is hét instrument om het ‘denken’ te begrijpen dat voorafgaat aan het handelen van het beleid

Het voorstel om het verzoekschrift te publiceren voor de aanvang van de debatten haalde het niet. Omwille van de privacy alweer en om niet-mondige burgers te beschermen tegen zichzelf. Voor een samenvatting van een verzoekschrift blijft het dus wachten tot de eindmeet van het debat. Pas enkele dagen voor de plenaire zitting waarin de behandeling van het verzoekschrift wordt afgesloten mag je meelezen. Het parlement klopt zich hierover op de borst en besluit dat het al heel transparant is.

Een alternatief: een samenvatting van het verzoekschrift publiceren voor de aanvang van de werkzaamheden in de commissie, werd niet overwogen. Dit zou nochtans volstaan om de samenleving toe te laten het debat live te kunnen volgen, zonder privacy-issues en met bescherming van de minder mondige burger. Wie weet, misschien ziet het parlement dit alsnog als oplossing tijdens de plenaire zitting?

Tot slot stelde stRaten-generaal in verzoekschrift 31 (2020-2021) ook vast dat zelfs de titels van verzoekschriften, de enige informatie die tijdens de behandeling van een verzoekschrift beschikbaar is, zonder enige inspraak van de verzoeker door het parlement herschreven worden. In de commissie werd toegelicht dat "het Vlaams Parlement verantwoordelijk is voor zijn eigen publicaties en het past in het eigen publicatiebeleid om heldere taal te gebruiken".

Enkel voor verzoekschriften die 'ten gronde' worden behandeld komt er nu een toegift. In het ‘eind’verslag zal de oorspronkelijke titel vermeld worden. Voor alle andere verzoekschriften, en dat zijn er nogal wat, zal het parlement geen enkele samenvatting publiceren, laat staan de oorspronkelijke titel van het verzoekschrift.

Door deze aanpassingen blijft het parlement verzekerd dat, behalve die ene verzoeker, samenleving en pers pas titel en inhoud van een verzoekschrift kunnen lezen als dit geen enkele invloed meer heeft op het parlementair debat en dit geldt dan nog slechts voor een deel van de verzoekschriften. De rest blijft volledig aan het oog onttrokken.

Van bij aanvang de oorspronkelijke titel opgeven in bijlage, evenals een samenvatting van het betreffende verzoekschrift, ongeacht de wijze van behandeling, is een transparante en eenvoudige oplossing die het parlement nog niet in overweging nam.

Openbaarheid van bestuur is in essentie hét instrument dat ons, volgens de visie van Hannah Arendt, toelaat het ‘denken’, dat voorafgaat aan het handelen van het beleid, te begrijpen. De samenleving die op die wijze het handelen kan begrijpen, kan het parlementair debat ook met rede voeden aan de hand van een verzoekschrift. Deze informatie biedt het parlement de kans om zijn autonomie te herwinnen en haar vertrouwelijke democratische band met de samenleving te versterken, op voorwaarde dat het uiteraard zelf zo transparant is om zijn denken te ‘laten’ begrijpen.

Er bestaat consensus dat het herwinnen van het vertrouwen noodzakelijk is voor onze democratische samenleving.

Peter Verhaeghe is medewerker bij burgerbeweging stRaten-generaal

LEES OOK