Het lobbycircuit achter deregulering voor nieuwe gentechnieken

 Leestijd: 13 minuten2

Onderzoeksinstellingen zoals het Vlaams Instituut voor Biotechnologie en grote biotechbedrijven oefenen steeds meer druk uit op administraties en politici om de regelgeving rond de nieuwe genbewerkingstechnieken of nieuwe generatie ggo’s te versoepelen. Tientallen documenten die lobbywaakhond Corporate Europe Observatory verzamelde, tonen de technieken en strategieën die de lobbygroepen gebruiken.

Onderzoeksinstellingen maken in hun communicatie over de nieuwe genbewerkingstechnieken vaak het onderscheid met klassieke genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) omdat de nieuwe technieken doorgaans geen ‘vreemd’ DNA in het organisme binnenbrengen, al grijpen ze wel in op het genoom. De met de Nobelprijs bekroonde CRISPR-Cas9 techniek is er een voorbeeld van.

Eind april stelt de Europese Commissie een studie voor over risico’s en mogelijkheden van die nieuwe genbewerkingschnieken (‘new breeding techniques’). De studie moet rekening houden met de ethische en maatschappelijke implicaties van ‘gene editing’ en zal mogelijk enkele beleidsopties voorstellen. De studie kan een aanleiding zijn om dergelijke techieken niet langer onder de strenge ggo-wetgeving te laten vallen.

Europees Hof

Sinds 2008 wordt in Europa gediscussieerd of nieuwe genbewerkingstechnieken onder de ggo-regels van 2001 vallen of niet. Het Europees Hof voor Justitie besliste in 2018 dat de nieuwe technieken wel degelijk onder die strenge ggo-regels vallen. Dat betekent dat een reeks verplichtingen gelden op het gebied van risicobeoordeling voor mens en milieu, monitoring en traceerbaarheid (etikettering). Er werd wel een uitzondering gemaakt voor de oude mutagenesetechnieken van vóór 2001. Die veranderen het DNA van planten door bestraling of chemische behandeling.

Het Europees Hof voor Justitie besliste in 2018 dat de nieuwe genbewerkingstechnieken wel degelijk onder die strenge ggo-regels vallen

Die zienswijze van het Hof is niet naar de zin van een reeks biotechbedrijven en een aantal biotechonderzoeksinstellingen, ook in Vlaanderen. Minstens sinds 2012 lobbyen bedrijven en onderzoeksinstellingen om regels voor nieuwe genbewerkingstechnieken te versoepelen. Drie grote lobbygroepen spelen daarbij een belangrijke rol, zo blijkt uit tientallen documenten die lobbywaakhond Corporate Europe Observatory (CEO) in handen kreeg.

CEO maakte daarvoor gebruik van de wetgeving openbaarheid van bestuur in België, Nederland en op Europees niveau. De documenten, die ook Apache kon inkijken en voor het brede publiek beschikbaar zijn, tonen hoe onder meer het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) prominent aan de kar trekt voor deregulering.

Het VIB is nochtans voor 51% van haar inkomsten afhankelijk van Vlaanderen, de rest van de middelen komt onder meer van de industrie. De afgelopen vijf jaar investeerden (biotech)bedrijven 125 miljoen euro in het onderzoeksinstituut.

Nina Holland (CEO): ‘De documenten die wij vrijgeven, onthullen een groei van het aantal lobbyplatformen die oproepen tot deregulering van genetisch gemanipuleerde gewassen en dieren’

“De documenten die wij vandaag (29/03) vrijgeven, onthullen een groei van het aantal lobbyplatformen die oproepen tot deregulering van genetisch gemanipuleerde gewassen en dieren”, zegt Nina Holland van CEO. “Dit zou betekenen dat er geen veiligheidscontroles, toezicht en consumentenkeuze meer is voor deze nieuwe ggo’s.”

“We moeten uiterst behoedzaam zijn voor de pogingen van de biotechindustrie om genetisch gemanipuleerde producten als groen en klimaatvriendelijk te bestempelen. Ondertussen kanten dezelfde agrochemische bedrijven achter deze biotech-lobby campagne zich tegen de Europese Green Deal, om de verkoop van hun vervuilende en gevaarlijke pesticiden te verdedigen.”

De Brusselse lobbywaakhond CEO volgt de organisaties en tactieken om te dereguleren sinds 2015 en steunt ondertussen op een collectie documenten die teruggaan tot 2012. Eerder al beschreef CEO hoe het New Breeding Techniques Platform lobbyde om nieuwe genbewerkingstechnieken zoveel mogelijk vrij te stellen van de strenge ggo-regelgeving. Dat platform werd gecoördineerd door het Nederlandse lobby- en PR-bureau Schuttelaar & Partners, dat al sinds de jaren 90 campagnes voor biotechklanten uitwerkt.

Een eerste stap was een nieuw begrip voor de techniek lanceren. Dat werd new breeding techniques (NBT), wat niet meteen meer doet denken aan ‘genetisch gemodificeerde organismen’, merkte CEO op. Andere begrippen zoals gene editing of genome editing verwijzen dan weer naar precisie, maar dat staat niet gelijk aan veiligheid, merkte onderzoekster Angelika Hilbeck van het Zwitserse Federale Instituut voor Technologie eerder op.

Geheime veldproef

Terug naar België. In het voorjaar van 2017 plantten wetenschappers van het VIB in Wetteren maïs die bewerkt werd met de CRISPR-Cas technologie. De veldproef werd niet aangekondigd, in tegenstelling tot eerdere experimenten met ggo-gewassen, zoals de ziekteresistente aardappelproef in Wetteren.

Maïskolf (Foto: M. Ameen (Pixabay))

Maïskolf (Foto: M. Ameen (Pixabay))

“Het DNA van de maïs heeft een kleine wijziging ondergaan zodanig dat de impact van milieustress zoals extreme omstandigheden of milieuverontreiniging op het genetisch materiaal van de plant onderzocht kan worden”, zei VIB-manager René Custers toen in De Morgen. “Met de kennis die we opdoen hopen we manieren te vinden om planten beter tegen die omstandigheden te wapenen.”

Aan de proef ging een beperkte risico-analyse vooraf, maar toenmalig minister Marie-Christine Marghem (MR) stemde ermee in dat het experiment kon doorgaan zonder het zware vergunningsproces dat andere ggo-experimenten voorafgaat. Dat betekent ook dat er ook geen openbaar onderzoek was, zoals recent nog voor een nieuwe proef met ggo-populieren. De minister kreeg toen de steun van federaal wetenschapsinstituut Sciensano.

Met de onvergunde proef wilde het VIB een statement maken richting Europa. In mailverkeer van 2016 staat te lezen dat het VIB de vraag ‘dropte’ of voor enkele CRISPR-Cas-maïsmutanten een veldproefvergunning nodig zou zijn. De overheid volgde uiteindelijk de argumentatie van het VIB.

Dat was opmerkelijk, aangezien de Commissie de lidstaten in 2015 had opgeroepen tot ‘terughoudendheid’ rond de inzet van nieuwe genbewerkingstechnieken. Ook al slaagde de Commissie er niet in duidelijkheid te scheppen in de regelgeving, want het Europees Hof van Justitie moest in 2018 de knoop doorhakken. Het Europees Hof besliste dat enkel de oude (mutagenese)technieken, die celveranderingen veroorzaken op basis van bestraling of chemische behandeling, onder die uitzonderingen vallen.

Sinds de uitspraak van het Europees Hof voeren lobbygroepen nog meer druk uit op ambtenaren en politici om de regelgeving rond nieuwe genbewerkingstechnieken te versoepelen

Die beslissing had meteen impact voor de veldproef in ons land. Twee dagen na de uitspraak van het Europees Hof voerde de FOD Volksgezondheid een controle uit op het maïsproefveld in Wetteren. Kort daarna kreeg het VIB vier voorwaarden opgelegd om de proef verder te zetten.

Het Gentse experiment was niet het enige dat op til was om een statement richting Europa te maken. Het Amerikaanse zadenbedrijf Cibus probeerde, overigens vanuit het Technologiepark in Zwijnaarde waar ook het VIB is gevestigd, onvergunde veldproeven met koolzaad uit te voeren in andere Europese landen. Een rechtszaak verhinderde dat uiteindelijk in Duitsland een proefveld werd ingezaaid.

Sinds de uitspraak van het Europees Hof voeren lobbygroepen nog meer druk uit op ambtenaren en politici om de regelgeving rond nieuwe genbewerkingstechnieken te versoepelen. In drie van die grote clubs speelt het VIB een actieve rol. Eén daarvan krijgt royale steun van de Bill & Melinda Gates Foundation.

EPSO

De European Plant Science Organisation (EPSO) is een netwerk van meer dan 200 onderzoeksinstellingen uit 31 landen die de impact en zichtbaarheid van plantenwetenschappen in Europa wil verbeteren. De organisatie probeert te wegen op het onderzoeksbeleid en de financieringsprioriteiten in Europa, maar probeert ook de wetgeving te sturen. EPSO organiseerde verschillende bijeenkomsten tussen wetenschappers en regulatoren uit de lidstaten rond deregulering van nieuwe genbewerkingstechnieken.

Breder netwerk
EPSO maakt deel uit van een breder netwerk. De lobby-organisatie richtte in 2004 samen met EuropaBio, de grootste Europese lobbygroep van biotechbedrijven, het Europees Technologieplatform (ETP) Plants for the Future op. ETP’s zijn door de industrie gestuurde netwerken die dienen om de Europese onderzoeksagenda mee vorm te geven. Het ‘plantenETP’ telt onder meer giganten als BASF, Bayer, Nestlé of Syngenta onder haar leden. Plants for the future tekende in 2019 een lobbybrief van grote multinationals aan de lidstaten tegen de uitspraak van het Europees Hof van Justitie over de nieuwe genbewerkingstechnieken.

Uit de documenten die CEO kon verzamelen, blijkt dat er in 2019 en 2020 drie bijeenkomsten waren waarop ambtenaren van overheidsdiensten uitgenodigd werden om informeel met biotechwetenschappers te discussiëren. Een vierde bijeenkomst is in mei van dit jaar gepland.

De bedoeling was (is) om een strategie te ontwikkelen om te dereguleren met zo min mogelijk politieke weerstand. Ook werd gezocht naar voorbeeldprojecten om de publieke opinie mee te krijgen. Uit de uitnodigingen blijkt dat de aanwezige ambtenaren werkzaam zijn in landen die voorstander zijn van of een opening maakten om te dereguleren. Op één van die bijeenkomsten werd een ontwerpbesluit besproken dat finaal zou leiden tot het startschot voor de studie met beleidsopties rond nieuwe genbewerkingstechnieken die de Europese Commissie eind april zal voorstellen.

Op de derde bijeenkomst, waarop ook een Europarlementslid aanwezig was, werd onder meer een afspraak met de Europese Commissie voorgesteld met als doel te dereguleren in de strijd tegen klimaatverandering. Er werd ook gesuggereerd dat er ‘sterkere verhalen’ nodig zijn om het belang voor de samenleving te duiden.

Op een eerdere bijeenkomst werd onder meer een consumentenonderzoek toegelicht. Daaruit bleek dat kleine veredelingsbedrijven “veel meer gewaardeerd werden dan multinationals”.

Ook in België

Op 29 augustus 2018, twee maanden na de uitspraak van het Europees Hof en de verstrengde maatregelen voor de maïsveldproef, stuurde het VIB een standpunt van EPSO naar de federale ambtenaren die bevoegd zijn voor bioveiligheid van ggo’s in ons land.

In mei 2019 nodigde het VIB een topambtenaar van de FOD Volksgezondheid uit voor een informele EPSO-meeting over genome editing, samen met andere ggo-bevoegde autoriteiten

Begin oktober van dat jaar vroeg het VIB vervolgens overleg met de ambtenaren, om te zien of de uitspraak van het Europees Hof 100% duidelijk is. In mei 2019 nodigde het VIB een topambtenaar van de FOD Volksgezondheid uit voor een informele EPSO-meeting over genome editing, samen met andere ggo-bevoegde autoriteiten. Er werd aangedrongen dat België vertegenwoordigd zou zijn, wat ook lukte.

“Het is de bedoeling een open meeting te houden waarin op informele wijze standpunten over de huidige situatie rond genome editing in Europa en eventuele mogelijke volgende stappen besproken worden met het doel Europa beter in staat te stellen om de huidige uitdagingen in landbouw en voedselproductie aan te gaan”, klonk het in de uitnodiging.

Er werd nog aan toegevoegd dat de discussie onder de Chatham House Rules zou plaatsvinden, met per land één wetenschapper en één of twee beleidsverantwoordelijken.

In een brief aan toenmalig minister Maggie De Block (Open Vld), van april 2019 en in aanloop naar de ggo-regelgevingscommissie van de Europese Unie, bracht het VIB in herinnering dat “in vele ander delen van de wereld” er wettelijke kaders zijn om bepaalde genbewerkingstechnieken niet onder de ggo-regels te laten vallen.

Het VIB wees daarbij naar de VS, Brazilië, Argentinië, Israël en Japan als voorbeelden. Er werd daarbij gewezen op een knelpunt het het opsporen van de technologiën. Eerder werd ook al gewezen op het ontbreken van detectiemethodes die in alle omstandigheden voldoende zekerheid bieden dat ze de bewerkingstechnologiën kunnen opsporen. De FOD zei daarover begin december 2018 al dat ze die problematiek op Europees niveau zouden aankaarten.

Maïsveld (Foto: Pexels (Pixabay))

Maïsveld (Foto: Pexels (Pixabay))

Het lobbywerk lijkt in elk geval geloond te hebben, want in mei en oktober 2019 bevestigde de federale overheid haar steun om een herziening van de Europese richtlijn op het werkprogramma van de Europese Commissie te krijgen. De herziening draaide rond het opstellen van de studie, met beleidsopties, die eind april 2021 wordt verwacht.

Ook toenmalig Vlaams minister van Leefmilieu Koen van den Heuvel (CD&V) sprak in die periode zijn steun uit om uit de impasse te geraken. CEO hekelt dat vooral onderzoeksinstellingen die voorstander zijn en ook de industrie als belanghebbende geraadpleegd werden in de voorbereiding van de studie.

EU-Sage

Een tweede grote lobbygroep, het netwerk EU-Sage, ontstond na een brief die het VIB stuurde naar toenmalig commissievoorzitter Jean-Claude Juncker. In die brief werd een bezorgdheid geuit over de gevolgen van de uitspraak van het Europees Hof van Justitie uit 2018. De wetenschappers drongen aan op beleidsvoorstellen voor deregulering en vroegen om daarvoor steun te zoeken bij de lidstaten. Het voornaamste argument was een belemmering van het concurrentievermogen en verdere innovatie.

EU-Sage groeide begin 2020 uit van een ‘grassroots’ initiatief tot een belangenorganisatie die zich liet registereren in het lobbyregister van de Europese Unie

Het netwerk EU-Sage telt plantenwetenschappers uit meer dan 130 instellingen onder haar leden, waaronder mensen werkzaam aan VIB en ILVO en de labo’s aan de universiteiten van Gent, Leuven, Brussel, Luik, UCL (Louvain) en de ULB (Brussel).

Het gebruik van het universiteitslogo in de lijst ondertekenaars in de petitie naar Juncker leidde tot een conflict met rector Yvon Englert van de Université Libre de Bruxelles. In een brief naar EPSO reageerde hij verbaasd op het gebruik van het universiteitslogo van de ULB zonder toestemming. De rector sprak over mogelijke misleiding: in een gevoelig ethisch debat laat EPSO aan beleidsmakers uitschijnen dat de organisatie brede steun geniet in academische middens, terwijl dat voor de ULB niet het geval is. Een onderzoek van CEO toonde dat verschillende ondertekenaars het door hen opgegeven instituut niet vertegenwoordigen, terwijl dat wel zo voorgesteld wordt.

EU-Sage groeide begin 2020 uit van een ‘grassroots’ initiatief tot een belangenorganisatie die zich liet registereren in het lobbyregister van de Europese Unie. De lobbygroep wordt geleid door topmensen van het VIB: wetenschappelijk directeur Dirk Inzé, manager René Custers (verantwoordelijk voor regelgeving), en onderzoeker Oana Dima.

Reimagine Europa

De derde en tegelijk jongste lobbyclub die zich inzet voor deregulering van nieuwe genbewerkingstechnieken is de denktank Reimagine Europa. De Bill & Melinda Gates Foundation doneerde 1,5 miljoen euro voor één van drie ‘strategische uitdagingen’ voor de toekomst van Europa waarrond de denktank twee jaar zal werken. In de subsidiedatabank van de Gates Foundation wordt het gesponsorde “planetproject” omschreven als: “In gesprek gaan met een brede groep Europese belanghebbenden over genoombewerking in de 21ste eeuw.

De recent vrijgegeven ledenlijst van Reimagine Europa toont vooral vertegenwoordigers uit de grote biotechbedrijven, de agro- of voedingsindustrie en verschillende onderzoeksinstellingen, waaronder opnieuw het VIB

Net als bij EPSO zet Reimagine Europa in op het juridisch onderbouwen van deregulering alsook op de constructie van een verhaal rond klimaatuitdagingen. Binnen Reimagine Europa werd eind 2020 een taskforce Duurzame landbouw & innovatie opgericht. In de stuurgroep van die taskforce zit onder meer Europarlementslid Paolo De Castro (PSD), Garlich von Essen (zaadlobby Euroseeds), Pekka Pesonen (grootste landbouwlobbygroep Copa-Cogeneca) en professor Dirk Inzé (VIB), experten die dus al langer pleiten voor deregulering.

De recent vrijgegeven ledenlijst toont vooral vertegenwoordigers uit de grote biotechbedrijven, de agro- of voedingsindustrie en verschillende onderzoeksinstellingen, waaronder opnieuw het VIB. Verschillende leden zijn ook lid van andere netwerkorganisaties, zoals de door Cornell Alliance for Science en EU-Sage. De denktank wil in mei de eerste publicatie met beleidsopties en nieuwe narratieven voorstellen.

Gates en de Green Deal

De eis om te dereguleren is voor de agro-industrie en de biotechsector ook urgent omwille van het landbouwluik in de Europese Green Deal. Dat voorziet een halvering van het gebruik van chemische en schadelijke pesticiden tegen 2030, een vijfde minder gebruik van kunstmest en de inzet van een kwart van de Europese landbouwgrond voor biologische teelten.

Dit betekent dat de agro-industrie zichzelf moet blijven heruitvinden en daarbij kiest voor controversiële nieuwe technologieën. Uit de documenten die CEO via de openbaarheidswetging verzamelde, blijkt ook dat de agro-industrie actief lobbyt om de wetgeving rond nieuwe genbewerkingstechnieken te dereguleren. Documenten van het Directoraat-generaal Handel van de Europese Commissie tonen ook hoe de VS in vergaderingen van de Wereldhandelsorganisatie druk zet op Europa om de wetgeving te versoepelen.

Bij de voorstelling van de Green Deal werd het begrip ‘nieuwe genbewerkingstechnieken’ dan wel uit de communicatie gehaald, toch wordt in het ambitieuze plan impliciet verwezen naar de nieuwe technologiën. “De EU moet innovatieve manieren ontwikkelen om oogsten te beschermen tegen ziekten en plagen en de potentiële rol van nieuwe innovatieve technieken in overweging nemen om de duurzaamheid van het voedselsysteem te verbeteren”, klinkt het in de communicatie over de Green Deal.

Het is niet de eerste keer dat de Bill & Melinda Gates Foundation lobbygroepen ondersteunt die de geesten moeten kneden om genbewerkingstechnieken minder strikt te reguleren

Bill Gates ziet alvast brood in die ambitie. De miljardair investeert al langer in beleidsbeïnvloeding rond technologie die bedrijven vooruithelpen waarin hij investeerde. Gates, omschreven als de grootste eigenaar van landbouwgronden in de Verenigde Staten, is mondiaal een belangrijke investeerder in biotechbedrijven.

Het is ook niet de eerste keer dat de Bill & Melinda Gates Foundation lobbygroepen ondersteunt die de geesten moeten kneden om genbewerkingstechnieken minder strikt te reguleren. In 2017 maakte lobbywaakhond ETC Group bekend dat Gates een gelijkaardig bedrag aan consultants betaalde om een UN expertenpanel in die richting te beïnvloeden. Verder onthulde de Amerikaanse onderzoeksgroep Right to Know hoe de netwerkorganisatie Cornell Alliance for Science 22 miljoen dollar van Gates kreeg om ggo’s te promoten. Vanuit het middenveld klinkt tot slot ook kritiek op keuze voor speciaal gezant Agnes Kailibata om de voorbereidingen voor de komende VN-top rond Voedsel te leiden. De wetenschapster en voormalig minister leidt de door Gates’ stichting gesteunde Alliantie voor Groene Ontwikkeling in Afrika (AGRA). De alliantie werkt vooral op projecten die een intensief en industrieel landbouwmodel promoten, waarin ook nieuwe genbewerkingstechnieken een plaats krijgen.

Daar zit een gevaar. De doorgaans gepatenteerde uitvindingen zijn een interessant businessmodel voor de agro(chemische)industrie, maar staan vaak haaks op het principe van voedselsoevereiniteit, klinkt het bij mensenrechtenactivisten. Een technologiegedreven visie op voedselsystemen hoort overigens bij de ecomodernistische kijk van Gates op de wereld. In zijn nieuwe boek Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden, focust de miljardair op technologie die bijdraagt aan het verminderen van de uitstoot en welke innovaties volgens hem nog nodig zijn om dat nog effectiever te doen.

Met filantropie wil Gates duidelijk op de landbouwagenda wegen en dat is niet zonder gevaar, waarschuwden onder meer al topmensen van de Wereldgezondheidsorganisatie, die overigens zelf gesteund wordt door de stichting van Gates.

Correct begrip wetenschap

Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie zegt geen geheim te maken van het feit dat het actief lobbyt voor meer deregulering. “Ik denk dat we als VIB al jaren actief zijn richting beleid en beleidsvorming”, zegt manager René Custers (VIB). “Ik denk dat het van belang is dat het beleid zich kan baseren op een correct begrip van de wetenschap. Het VIB kan, net als andere instituten en plantenonderzoeksinstellingen, uit ervaring spreken over wat technologie kan en wat die niet kan. Het is niet alleen het VIB die zijn stem laat horen, maar vooral de samenwerkingsverbanden waarin verschillende organisaties gegroepeerd zijn die dat doen.”

René Custers (VIB): ‘Het VIB kan, net als andere instituten en plantenonderzoeksinstellingen, uit ervaring spreken over wat technologie kan en wat die niet kan’

Hij verduidelijkt dat bij het VIB, net zoals bij andere plantenwetenschappers, een bezorgdheid leeft over de mogelijke consequenties van de uitspraak van het Europees Hof. “We vinden het daarom belangrijk dat ook de stem van de wetenschap wordt gehoord, naast de stem van andere organisaties. Als VIB geven we individueel richting beleidsmakers informatie of wetenschappelijke duiding van wat de consequenties zijn van die uitspraak, maar dat doen we ook in de organisaties waarvan we lid zijn. Dat zijn dingen waar wij, maar ook anderen, mee bezig zijn.”

“Het Europees Hof heeft duidelijkheid verschaft over hoe die wetgeving geïnterpreteerd moet worden. Het Hof is daarin tamelijk streng geweest. Als je alle genome edited organismen onder de ggo-wetgeving laat vallen, dat moet je op basis van de ervaring met die wetgeving concluderen dat het moeilijk wordt om die organismen op de markt te brengen. Dat is onze grote bezorgdheid.”

“We zien grote mogelijkheden in de CRISPR-Cas-technologie, maar je kan die technologie op verschillende manieren toepassen. Je kunt ermee ook kleine wijzigingen in een genoom aan brengen, een letter in het dna wegnemen of veranderen, en dat zijn dingen die ook in de natuur voorkomen en aan de basis liggen van wat in de klassieke veredeling gebeurt. Wanneer je twee keer hetzelfde gewas met eenzelfde kleine wijziging hebt, de een via klassieke weg verkregen en de ander via genome editing, dan is het moeilijk uit te leggen waarom de ene onder de zware ggo-regelgeving valt en de andere niet.”

Belgisch standpunt

Eind april wordt allicht duidelijk of de Europese Commissie het besluitvormingsproces in gang zet om te dereguleren. Het is uitkijken naar het standpunt van ons land, dat eerder al akkoord ging om een studie aan te vatten.

De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu, zegt dat ons land een definitief standpunt inneemt over deregulering als de conclusies en eventuele initiatieven van de Europese Commissie bekend raken. “In voorkomend geval zal het opstellen van een Belgisch standpunt over het dossiers minstens worden voorbereid in overleg met de bevoegde federale en regionale autoriteiten, alsook met Sciensano, het Nationaal Referentielaboratorium en de Adviesraad voor Bioveiligheid”, zegt woordvoerder Wendy Lee.

 

Gentechnieken

De meest gekende en beloftevolle nieuwe gentechniek is CRISPR-Cas9, vorig jaar nog bedacht met een Nobelprijs Scheikunde. De techniek is in staat om één of meerdere DNA-letters te vervangen worden of een bepaald gen aan- of uit te schakelen.

Er zijn ook nieuwe genbewerkingstechnieken die stukken nieuw DNA in het genoom plaatsen, of ‘gene drives” creëren, organismen die hele populaties in de natuur genetisch kunnen veranderen.

Omdat ze doorgaans geen ‘vreemd’ DNA in een organisme binnenbrengen wijzen wetenschappers op een verschil met klassieke ggo-technieken en maken de vergelijking met traditionele plantenveredeling (mutagenese). Toch kunnen bij de klassieke ggo-technieken zowel soortvreemd als soorteigen materiaal worden ingebracht. De wetgeving maakt net daar geen verschil in, vanwege de mogelijk onbedoelde effecten in het proces.

De nieuwe genbewerkingstechnieken zijn al zowat twintig jaar in ontwikkeling en zorgen sinds 2008 voor discussie of die onder de strenge ggo-regelgeving van 2001 vallen. Dat Europarlementairen de huidige ggo’s afwijzen, blijkt uit het veelvuldig tegenhouden van importvergunningen voor ggo-gewassen en het stijgend aantal landen dat geen ggo-gewassen op hun grondgebied laat verbouwen. Tegenstanders wijzen op onzekerheden over de precisie en de gevolgen voor het organisme en de omgeving en op de vrije keuze van consumenten die in het gedrang komt. Patenten op dat soort van ontwikkelingen vergroten ook de grip van de agro-industrie op de landbouw, zo wordt gevreesd.

Voorstanders zien het als een vaak goedkope en soms relatief eenvoudige (althans voor wie er toegang toe heeft) manier om sneller ziekte- en plaagresistente en klimaatrobuuste gewassen te ontwikkelen. Die moeten de groeiende wereldbevolking voeden, ondanks schaarse hulpbronnen. Een strenge regulering zou ook handelsbarrières opwerpen, zo klinken de terugkerende argumenten.

 


Uitgelichte afbeelding: Rudy and Peter Skitterians (Pixabay)

Auteur: Steven Vanden Bussche

Steven Vanden Bussche studeerde geschiedenis aan de UGent en mag ook lesgeven aan het secundair onderwijs. Sinds 2005 werkt Steven als journalist. Eerst als regiocorrespondent voor Het Laatste Nieuws en de VRT, daarna zeven jaar voor het persagentschap Belga. Sinds augustus 2017 schrijft Steven voltijds voor Apache.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books