De ongehoorde staking

 Leestijd: 10 minuten3

De twee grootste vakbonden van het land roepen hun leden op om vandaag voor 24 uur het werk neer te leggen. De loononderhandelingen zitten muurvast omdat de patroons vasthouden aan de loonnorm van 0,4%, ondanks openingen die door de regering werden geboden. Ondertussen blijft een belangrijk artikel van de Loonwet uit 1996 dode letter: vermogens worden al 25 jaar niet belast. Dit en andere argumenten van de vakbonden krijgen echter weinig aandacht.

Het wordt een vreemde stakingsdag. De coronamaatregelen maken het onmogelijk om stakingsposten met meer dan vier mensen te bemannen en de regering besliste woensdag op de valreep ook om het aantal deelnemers aan betogingen tot vijftig personen te beperken. Het succes van de staking zal dus niet op straat kunnen worden vastgesteld en dat mondt ongetwijfeld uit in een welles-nietesspelletje tussen bonden en patroons.

De stakers worden weggezet als starre en onverantwoordelijke egoïsten

Wie alleen naar praatprogramma’s op televisie kijkt, Twitter volgt of de Vlaamse kwaliteitskranten leest, heeft bijna enkel scherpe veroordelingen gehoord sinds de stakingsoproep van twee weken geleden. De kritiek klinkt haast unisono: staken tijdens de coronacrisis is wereldvreemd en het zal de economie nog meer schade toebrengen. Dat zal leiden tot nog meer ontslagen. De stakers worden zo weggezet als starre en onverantwoordelijke egoïsten die alleen maar uit zijn op loonsverhoging ten koste van “onze welvaart”.

De wereldvreemdheid van sommige belangrijke stemmen in dit debat is verrassend. Zo stuurde Erik Laureys, de woordvoerder van VOKA, de organisatie van Vlaamse werkgevers, deze tweet de wereld in: “Staken in telewerktijden, hoe gaat dat? Je zit thuis en opent je laptop niet. De dag nadien zit je thuis en open je je laptop wel. Met dubbel zoveel mails als anders.”

Uit enquêtes blijkt dat slechts 35% van de werknemers telewerkt. De meerderheid van de arbeiders en een groot deel van de bedienden zijn nog altijd aan de slag op de werkvloer of op kantoor. Het is VOKA blijkbaar ontgaan.

Waarom staken?

Maar waarom staken de vakbonden? Omdat de loononderhandelingen met de patroons muurvast zitten. Die onderhandelingen gebeuren al sinds 1996 binnen het kader van de beruchte Loonnormwet of Wet tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen.

Loonnormwet
Sinds 1996 onderhandelen vakbonden en patroons niet meer in alle vrijheid over loonsverhogingen. Een wet legt sindsdien een loonnorm op die niet mag worden overschreden. Lees hier meer over de discussie rond de Loonnormwet.

De wet, die in 2017 nog werd verstrengd door de centrumrechtse regering-Michel, koppelt onze lonen aan die van onze buurlanden. Als de lonen in Nederland, Frankrijk en Duitsland minder snel stijgen dan bij ons, dan is er geen ruimte voor loonsopslag. Die beslissing is drastisch, want het gaat om een zogenaamd Interprofessioneel Akkoord: de afspraak geldt voor het hele land, voor alle sectoren en voor alle werknemers; ook voor die werknemers die niet bij een vakbond zijn aangesloten, trouwens.

ACV & ABVV: ‘De koek groeit steeds verder. Alleen krijgen werknemers daar de kruimels van, terwijl de aandeelhouders steeds meer de grotere koek krijgen’

Let wel: de lonen blijven automatisch gekoppeld aan de index. Dit unieke systeem bestaat alleen in België en Luxemburg en zorgt ervoor dat loontrekkenden er nooit op achteruit gaan. Maar elke loonsverhoging, in feite een herverdeling van de winsten die mee door de werknemers worden gegenereerd, moet worden afgedwongen, binnen het kader van de loonnorm.

Elke twee jaar stelt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een rapport op waarin de Loonnorm wordt vastgelegd. In die raad zitten zowel de patroons als de vakbonden, maar ze zijn wel gebonden aan de bepalingen van de wet. De conclusie was ontnuchterend: de komende twee jaar is er amper ruimte voor een loonsverhoging van 0,4%. Dat is, zo rekenden de bonden uit, goed voor twee extra broden per maand.

Volgens de vakbonden is de wet niet billijk en wordt hij ook maar beperkt toegepast. Ze verzetten zich tegen een vaste loonnorm en verkiezen een indicatieve norm. Daarnaast wijzen ze erop dat de loonnorm wel rekening houdt met hoeveel een werknemer kost, maar niet met wat hij of zij opbrengt, de zogenaamde productiviteit.

“De vergelijking van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven voor de Belgische ‘uurloonkost in verhouding tot de productiviteit’ met die van Frankrijk, Nederland en Duitsland toont dat we inzake productiviteit in 2018 een voorsprong hadden van 1.1%. In 2019 bedroeg die voorsprong zelfs 1.4%”, zo staat in de Loonkrant; een heldere publicatie van ABVV en ACV die op 1 miljoen exemplaren werd verspreid en die vandaag aan alle stakingsposten gretig gelezen zal worden.

ACV en ABVV geven samen de Loonkrant uit

De Loonkrant is een samenvatting van lijvige nota’s die de studiediensten van de twee vakbonden opstelden en gebruikten tijdens de gesprekken met de patroons en de regering. Uit die nota’s blijkt dat de bonden hun huiswerk hebben gemaakt.

De productiviteitskloof is gestegen met 12% sinds 1996. “De koek groeit dus steeds verder. Alleen krijgen werknemers daar de kruimels van, terwijl de aandeelhouders steeds meer de grotere koek krijgen. Dat moet stoppen”, schrijven de vakbonden.

Economie ingestort?

De Belgische economie lijdt natuurlijk fors onder de coronacrisis, maar je moet de juiste cijfers vergelijken. De economie kromp in 2020 met 6,3%. Maar betekent dat automatisch ook dat de bedrijven minder winstgevend zijn? In België zijn daarover nog geen cijfers gepubliceerd, maar vrijdag publiceerde het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek wel cijfers die de onheilstijdingen van de patroons tegenspreken. De niet-financiële bedrijven zijn in Nederland niet in het rood gegaan in het vreselijke jaar 2020. Integendeel: ze boekten 258,9 miljard euro winst. Dat is weliswaar 11,5 miljard euro (4%) minder dan in 2019 maar de voorgaande jaren waren de winsten als fors gestegen.

De lichte winstdaling in Nederland is vooral te wijten aan de daling van de winst van buitenlandse dochterondernemingen. De operationele winst in 2020 is zelfs gestegen

De lichte daling is vooral te wijten aan de daling van de winst van buitenlandse dochterondernemingen met een kwart. De operationele winst in 2020 is zelfs… gestegen. Volgens het CRB zijn het de “coronagerelateerde financiële steunmaatregelen die de overheid aan de bedrijven verstrekt” die maakten dat de operationele winst steeg (van 184,4 naar 187,1 miljard euro).

België is Nederland niet, maar ook bij ons werden er gigantische “coronagerelateerde” steunmaatregelen genomen om de koopkracht op peil te houden. Het blijft wachten op de winstcijfers van de bedrijven.

Net zoals in 2008-2009 toen de overheid de banken overeind hield, heeft de overheid (via de sociale zekerheid en via allerlei steunmaatregelen) de winst van de bedrijven (wellicht) doen toenemen. De bedrijven betaalden minder belastingen en keerden ook minder dividend uit, wellicht om voorbereid te zijn op de onzekere toekomst.

Winstdeelname

In de retoriek van de patroons zijn winstgevende bedrijven nodig om de werkgelegenheid op peil te houden. Die winsten kunnen dus niet worden gebruikt om lonen te verhogen. In onze open economie zou dat bedrijven wegjagen naar landen waar de lonen lager zijn.

De tijdelijke werkloosheid is vandaag de hoeksteen van de Belgische economie, maar zorgt voor een aantal statistische bokkensprongen

Laat ons die stelling eens tegen het licht houden. Voor de beursgenoteerde bedrijven gaat de redenering niet op. De negentien bedrijven uit de Bel20 die hun winstcijfers al hadden bekendgemaakt op 15 maart, boekten weliswaar minder winst (al worden de cijfers scheefgetrokken door de forse klappen die bierbrouwer AB InBev kreeg), maar slechts vier van hen keerden een lager dividend uit. Ze gaan er, volgens De Standaard, van uit dat de winstdaling eenmalig zal zijn en willen hun aandeelhouders niet afschrikken. Die rekenen immers op hun return.

De Tijd gaf (ongewild?) de vakbonden munitie om nog meer vastberaden actie te voeren door zaterdag de krant te openen met het bericht dat vier op de tien Bel20-bedrijven hun dividenden zullen… verhogen.

De werknemers konden alvast niet genieten van deze ‘winstdeelname’. Elke maand in 2020 waren er gemiddeld een half miljoen werknemers tijdelijk werkloos. Dat wil zeggen dat hun loon niet ten laste was van de werkgever. Wie tijdelijk werkloos is, levert 30% van zijn loon in en krijgt een uitkering van de RVA. De misbruiken in het systeem, door malafide bedrijven, zijn wraakroepend.

De tijdelijke werkloosheid is vandaag de hoeksteen van de Belgische economie, maar zorgt voor een aantal statistische bokkensprongen. Omdat in onze buurlanden andere regelingen gelden, lijkt het alsof de loonkosten in België forser gestegen zijn. Dat is echter een vertekend beeld. De onwil van de patroons om dit soort anomalieën mee in ogenschouw te nemen bij het bepalen van de loonnorm, zorgt voor extra wrevel bij de bonden.

Twee maten, twee gewichten

De vakbonden zijn ook niet te spreken over de weigering van de patroons om loonsubsidies (verlaging van patronale lasten) af te trekken van de loonkost. Die subsidies gaan ten koste van de sociale zekerheid, die van levensbelang is tijdens de coronacrisis. Ook de verlaging van de patronale bijdragen van 33 naar 25% (de tax shift van de vorige regering) wordt niet in aanmerking genomen. De bedrijven moesten door die maatregel 2,8 miljard euro minder belastingen betalen. Dat geld zou – zo werd de vakbonden beloofd – gebruikt worden om jobs te creëren.

Vakbonden zijn niet te spreken over de weigering van de patroons om loonsubsidies (verlaging van patronale lasten) af te trekken van de loonkost

Bovendien blijkt de ene loonnorm niet de andere te zijn. Lonen van ‘gewone’ werknemers mogen niet te fors stijgen, maar op de stijging van de lonen van bedrijfsleiders staat geen rem. Een voorbeeld: in 2019 verdiende een CEO van een Bel-20 bedrijf gemiddeld 2,46 miljoen euro. Dat is zelfs 30% (!) meer dan 2018. Maar ook CEO’s van kleinere bedrijven ontsnappen vaak aan de loonnorm omdat ze via hun eigen eenmansvennootschap worden vergoed.

De loonnormwet kwam tot stand in 1996 toen de regering Dehaene-II het land bestuurde. In die regering zaten christendemocraten en socialisten. De socialisten verkregen een belangrijke toegeving in ruil voor de drastische beknotting van de onderhandelingsvrijheid van de vakbonden. Dit zit vervat in artikel 14. Dat bepaalt dat de regering maatregelen kan nemen om ook de stijging van andere inkomens te temperen. De wet somt ze op: zelfstandigen, vrije beroepen, dividenden, de tantièmes, sociale uitkeringen, huurprijzen en andere inkomens.

Er is zelfs een boete voorzien voor wie zich niet schikt naar die loonmatiging. Die kan oplopen tot 500.000 euro (in centen van 1996).

De vakbonden concluderen: “Sedert de invoering van de loonnormwet in 1996 is op geen enkel moment artikel 14 ingeroepen om onze economie te ondersteunen. De politieke keuze is duidelijk: alleen de kleine man en vrouw moet op de tanden bijten. Wie veel geld heeft, daar wordt niets aan gevraagd.”

Wie het met een karig loon of een uitkering moet stellen, blijft steeds meer in de kou staan

Ondertussen blijft wie het met een karig loon of een uitkering moet stellen, steeds meer in de kou staan. De bonden eisen vandaag niet alleen een hogere loonnorm, ze willen ook een verhoging van het minimumloon. Dat bedraagt nu 9,87 euro per uur, of 1.625 euro per maand (bruto). De bonden willen een verhoging naar 14 euro per uur of 2.300 euro per maand.

De regering-De Croo beloofde in haar regeerakkoord om ook de laagste uitkeringen en het leefloon te verhogen. Daarnaast is er ook de jaarlijkse ‘welvaartsaanpassing’, goed voor een enveloppe van 700 miljoen euro. In november sprongen de gesprekken over de besteding van die enveloppe (tussen werknemers en werkgevers) af.

De bonden én PS-voorzitter Paul Magnette zijn nu furieus dat de loononderhandelingen door de patroons gekoppeld werden aan deze gesprekken over het leefloon. Ze hebben nochtans niks met elkaar te maken. De strategie is duidelijk: in het verleden keken de sociale partners vaak naar de regering om loonakkoorden te ‘smeren’. Dat gebeurde dan vooral met lastenverlagingen waardoor werknemers netto meer overhielden en bedrijven toch hetzelfde brutoloon moesten betalen. De bonden vrezen nu dat de patroons erop aansturen dat de regering het geld dat voorzien is voor werklozen, langdurig zieken en leefloners zou gebruiken om het Interprofessioneel Akkoord mogelijk te maken.

Weinig weerklank

Het is opvallend hoe weinig weerklank de argumenten van de vakbonden de voorbije weken hebben gekregen in het publieke debat. Ook Paul Goossens wees daar vrijdag op in zijn column in De Standaard. Op 11 maart had zijn krant fors uitgehaald naar de vakbonden, iets wat De Morgen op diezelfde dag ook deed met dezelfde argumenten. De VRT haalde zich de woede van de vakbonden op de hals door in een aflevering van De Afspraak econoom Stijn Baert en Vlaams Belang-voorzitter Tom Van Grieken te laten freewheelen over de staking zonder een stem uit vakbondshoek te laten horen.

Hogere lonen betekenen ook meer koopkracht en dat houdt de binnenlandse consumptie op peil

Wie – onrechtstreeks – wel de vakbonden steunde was… Paul De Grauwe. De internationaal gerenommeerde econoom van de Londen School of Economics (en voormalig Open Vld-senator) ontpopt zich de laatste jaren tot een eloquent bestrijder van vastgeroeste neoliberale dogma’s. In een column in De Morgen pleitte hij ronduit voor de afschaffing van de loonnorm: “De wet van 1996 is gebaseerd op een verouderde economische opvatting die het moet weten van kostendrukking. Die leidt tot een negatieve spiraal van lage lonen en onaantrekkelijke jobs. We kunnen ons beter bevrijden van dit ouderwetse economisch paradigma en de loonnorm in de prullenmand gooien.”

Als landen met lage lonen écht de meest performante economie zouden hebben, dan zouden landen als Zweden, Noorwegen en Denemarken helemaal achteraan het peloton moeten bengelen. Quod non. Hogere lonen betekenen ook meer koopkracht en dat houdt de binnenlandse consumptie op peil. Dit blijkt ook uit de Nederlandse cijfers hierboven.

De patroons blijven echter op hun lijn: loonsverhogingen moeten beperkt blijven tot 0,4 procent en staken is “de welvaart kraken”, dixit VOKA

Omzendbrieven

Op politiek vlak is er weinig animo voor de staking, maar de meeste (ook de rechtse) partijen begrijpen wel dat een boodschap van loonmatiging vandaag niet populair is. Veel mensen hinken tegen hun financiële limieten aan. De werknemers die niet kunnen telewerken stellen zich trouwens elke dag bloot aan het coronavirus en voelen zich niet verdedigd.

Het ABVV protesteerde al twee keer tegen de “financiële en gezondheidsellende” van de huishoudhulpen die in het stelsel van de dienstencheques werken. Zij moeten vaak op verschillende plaatsen per dag gaan poetsen zonder dat er toezicht is op het naleven van de coronamaatregelen. De getuigenissen in het Zwartboek spreken boekdelen, maar haalden de voorpagina’s of praatprogramma’s niet.

De ‘witte woede’ die vorig jaar na de eerste lockdown heerste, leidde tot een loonopslag van 6%. Niemand die het de verpleegsters en verplegers misgunde, maar welke politicus of politica zal straks durven zeggen dat de arbeiders in de industrie die de economie draaiend hebben gehouden ondanks de risico’s op besmetting geen hogere opslag dan 0,4% waard zijn?

Welke politicus zal straks durven zeggen dat de arbeiders in de industrie die – ondanks het risico op besmetting – de economie draaiende hebben gehouden, geen hogere opslag dan 0,4% waard zijn?

Vanuit de politiek komen er verschillende signalen. PS-voorzitter Paul Magnette steunt de stakers voor 200% . Dat kwam hem op kritiek te staan van de liberalen in de meerderheid. Conner Rousseau, de voorman van Vooruit, noemde het “een verkeerd signaal om te staken op een moment dat veel mensen hun job of hun bedrijf dreigen te verliezen”.

Toch zijn de Vlaamse socialisten niet van plan om de banden met de vakbond te verbreken. Ze drongen er tijdens de regeringsonderhandelingen (gesteund door de groenen, trouwens) op aan om een opening te maken in de strenge loonwet. De Jongsocialisten (die het woord ‘socialist’ in hun naam blijkbaar wel behouden hebben) steunen de staking dan weer wel voluit, een duidelijk boodschap voor het ABVV dat de uitspraak van Rousseau vooral voor de buitenwereld bestemd is.

De regering-De Croo wacht af wat de gevolgen van de staking zullen zijn. Iedereen verwacht dat ze de relaties met de patroons nog verder zal vertroebelen. De regering zal wellicht een bemiddelende rol op zich nemen en verwijzen naar de beruchte ‘omzendbrief-Cox’ waarover Apache al eerder schreef. Die maakt het voor de sociale partners mogelijk om in bepaalde sectoren die het wel goed gedaan hebben toch meer loonsverhoging dan 0,4% af te spreken.

De patroons zullen ook met gefronste wenkbrauwen gelezen hebben dat premier De Croo er gisteren voor pleitte om werknemers te laten delen in de winsten.

Op Vlaams niveau bleek minister van Economie Hilde Crevits (CD&V) plots wel bereid om strenge sancties op te leggen voor ensen die zich niet houden aan de cononamaatregelen wanneer ze een beroep doen om een huishoudhulp.

De argumenten van de vakbonden bleken dus op de valreep toch gehoor te vinden in de Wetstraat.

Zoals gezegd: elke euro die de vakbonden meer uit de brand slepen, gaat ook naar die werknemers die geen lid zijn van de vakbond. De situatie op de arbeidsmarkt is vandaag hopeloos versnipperd, met verschillende vormen van arbeid (freelance, flexi-job, detacheringen, platformwerkers, interim). De loonsverhoging die ‘interprofessioneel’ wordt afgesproken, sijpelt dus bijlange niet naar alle actieve Belgen.

Zelfs als de loonwet van 1996 dit sociaal overleg overleeft, doen patroons, vakbonden en regering er goed aan werk te maken van een nieuw instrument dat beter past in dit tijdsgewricht en dat de gezondheid van de economie niet alleen definieert als “een economie met lage lonen”.

Auteur: Karl van den Broeck

Apache.be-hoofdredacteur Karl van den Broeck (°1966) is journalist sinds zijn 20ste. Eerst 18 jaar bij De Morgen, dan vijf jaar als hoofdredacteur bij Knack en sinds 2011 freelance. Cultuur (en dan vooral literatuur) politiek en geschiedenis zijn zijn passies. Tussendoor maakt hij tentoonstellingen en schreef hij een boek waarin hij probeert te verklaren waarom we nog altijd de indianen willen redden. Sinds 2014 is hij deeltijds Agora-coördinator bij BOZAR. In 2001 won hij de Vacature Persprijs. Op Twitter gekend als kvdbroec

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books