Vlaams Belang en N-VA tegen verhoging minimumlonen in Europa

18 februari 2021 Paul Gebruers
2231568923_eb8595ded9_o
Europees Parlement (Foto: CC BY 2.0 Kyle Taylor (Flickr))

Het Europees Parlement nam op 10 februari in plenaire zitting een resolutie aan over “het terugdringen van ongelijkheid, met speciale aandacht voor armoede onder werkenden”. De tekst stelt een verhoging van de minimumlonen tot boven de armoedegrens voorop. Twee andere werkpunten zijn gelijke arbeidsvoorwaarden voor platformwerkers en een betere balans tussen werk en privéleven.

De Europarlementsleden verwelkomen daarmee een voorstel van de Europese Commissie van 28 oktober 2020 over een richtlijn voor toereikende minimumlonen. Het principe van werk als beste remedie tegen armoede is niet langer heilig en gaat zeker niet op in sectoren met lage lonen en onzekere of atypische werkomstandigheden.

In 2019 liep 9,2% van de Europese werknemers van 18 jaar en ouder het risico om onder de armoedegrens te belanden

De armoedegrens is gedefinieerd door Eurostat. Volgens dat bureau voor statistiek van de EU lopen mensen het risico om onder de armoedegrens te belanden als ze langer dan een half jaar aan het werk zijn en een besteedbaar inkomen hebben dat na sociale bijdragen onder 60% van het gemiddelde van de Europese huishoudens ligt.

Die berekening geldt per lidstaat, want de onderlinge verschillen zijn te groot. In Duitsland ligt het minimuminkomen aanzienlijk hoger dan in landen in de staart van het Europese peloton zoals Hongarije, Polen en Spanje.

De jongste cijfers gaan over 2019. Die zijn sinds vorige week donderdag (11/02) geüpdatet naar een definitieve versie. Dat jaar liep 9,2% van de Europese werknemers van 18 jaar en ouder het risico om onder de armoedegrens te belanden.

België behoort met 4,8% tot de betere leerlingen van de klas en moet slechts Tsjechië, Ierland, Slovenië, Slowakije en koploper Finland voor zich dulden. Zeven landen halen dubbele cijfers van 10% en meer: Portugal, Luxemburg, Italië, Spanje, Griekenland, Estland en hekkensluiter Roemenië.

Kiezen tussen belangen

Op weg naar een volledige uitbanning van armoede in de Europese Unie worden werkgevers aangemaand niet langer kosten af te trekken van het minimumloon. Dat gebeurt vandaag met accommodatie, werkkleding, gereedschap en persoonlijke beschermingsmiddelen.

Vrouwen lopen een groter risico op armoede dan mannen

“De EU is een van de meest welvarende regio’s in de wereld. Toch lopen 95 miljoen Europeanen het risico onder de armoedegrens te geraken. In heel Europa hebben we minimumstandaarden en sterke systemen van sociale zekerheid nodig. We mogen niet toestaan dat economische belangen voorrang krijgen op sociale bescherming”, zei rapporteur Özlem Demirel (GUE/NGL).

Een betere balans tussen werk en privéleven is een tweede belangrijke sleutel in de strijd tegen ongelijkheid. Vrouwen lopen een groter risico op armoede dan mannen. Het terugdringen van de loonkloof tussen mannen en vrouwen en garanties voor toegang tot betaalbare en goede kinderopvang zijn volgens de Europarlementsleden belangrijke stappen in dat proces.

Een derde luik gaat over platformwerk. De arbeidswetgeving en bepalingen van de sociale zekerheid moeten ook van toepassing zijn op mensen die jobs aangeboden krijgen via online platformen als Uber en Deliveroo. Werknemers op afroep in de digitale economie werken vaak onder onzekere omstandigheden. Het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, waar ze tot dusver geen toegang tot hebben, is een van de remedies.

Zes Vlaamse tegenstemmen

De tekst is aangenomen met 365 stemmen voor, 118 tegen en 208 onthoudingen. Vijftien Belgische parlementsleden hebben het licht op groen gezet. De zes Belgische tegenstemmen zaten allemaal in het Vlaams-nationalistische kamp: de drie leden van N-VA en de drie van Vlaams Belang.

De Europese Commissie wil collectieve loononderhandelingen bevorderen in alle lidstaten

Geert Bourgeois, Assita Kanko en Johan Van Overtveldt (N-VA) en Gerolf Annemans, Tom Vandendriessche en Filip De Man (Vlaams Belang) konden zich niet vinden in de tekst over fundamentele rechten.

Hun zes Vlaamse collega’s stemden in met het akkoord: Hilde Vautmans, Guy Verhofstadt (beiden Open Vld), Cindy Franssen, Tom Vandenkendelaere (beiden CD&V), Kathleen Van Brempt (sp.a) en Sara Matthieu (Groen).

In 21 EU-lidstaten is al een wettelijk minimumloon vastgesteld, maar in de meeste is dat ontoereikend. Zo blijft het in tien Oost-Europese landen onder de 700 euro bruto. Bovendien bestaan lacunes in de dekkingsgraad van bescherming. In België wordt het minimumloon vastgelegd in cao’s per sector. Het gemiddelde bedraagt 1.626 euro bruto. Zes lidstaten hebben geen minimumloon: Denemarken, Italië, Cyprus, Oostenrijk, Finland en Zweden.

Met haar voorstel wil de Commissie collectieve loononderhandelingen in alle lidstaten bevorderen. Zij hebben nu twee jaar de tijd om de nieuwe richtlijn in nationaal recht om te zetten.

Zowel N-VA als Vlaams Belang zijn gekant tegen een regulering van het minimumloon op Europees niveau. “Het is niet aan de EU om zoiets arbitrair vast te stellen”, zegt Dimitri Hoegaerts, woordvoerder van Vlaams Belang in het Europees Parlement. “Ik kan me voorstellen dat een minimumloon van 55% van het gemiddelde kan volstaan voor tweeverdieners, maar een van 70% voor een alleenstaande moeder dan weer niet.”

“De vaststelling van minimumlonen, via collectieve onderhandelingen of wettelijk vastgelegd zoals in België al het geval is, moet voor ons een exclusieve bevoegdheid van de lidstaten blijven. Wij willen flexibel en autonoom de hand houden in de bepaling van het minimumloon in ons land dat een gewaarborgd inkomen moet garanderen boven het bestaansminimum.”

'Game changer'

Voor Kathleen Van Brempt en de fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten is het minimumloon een belangrijk onderdeel van het Europese sociale beleid.

“De impact van de gezondheidscrisis valt moeilijk te onderschatten. En wie het voor de komst van Covid-19 al moeilijk had, wordt vaak extra zwaar getroffen. De Europese sociale pijler is essentieel in de aanpak van deze crisis”, zegt Van Brempt.

“Met een breed pakket aan maatregelen maken we van een sterke sociale bescherming de norm voor elke Europese burger. Van een Europees minimumloon en sterkere sociale bescherming voor freelancers en platformwerkers tot de uitrol van een Europese strategie tegen armoede en sociale uitsluiting. Samen met de Green Deal wordt de sociale pijler dé game changer voor het Europa van de toekomst.”

Een lange weg

De invoering van een gewaarborgd Europees minimumloon heeft een lange weg afgelegd. Vijf jaar en zeven maanden om precies te zijn. Op 8 juli 2015 keurde het Europees Parlement aanbevelingen goed over de richtlijnen van de Europese Commissie voor het werkgelegenheidsbeleid. Dat document, goedgekeurd door de Raad van de Europese Unie, bepaalde de koers van de lidstaten.

Een amendement liet het gewaarborgd minimumloon gradueel optrekken tot minstens 60% van de nationale inkomensmediaan van elke lidstaat. Het werd tijdens de plenaire stemming op 19 januari 2017 verworpen door een meerderheid van de Europarlementsleden, aangevoerd door de christendemocratische, liberale en conservatieve fracties.

De Belgische parlementsleden van MR/Open Vld, N-VA en Vlaams Belang kantten zich tegen het amendement. De tegenstemmen kwamen van Gerolf Annemans (Vlaams Belang), de N-VA-leden Mark Demesmaeker, Sander Loones, Helga Stevens en Anneleen Van Bossuyt en de liberale parlementsleden Verhofstadt, Philippe De Backer, Gérard Deprez, Louis Michel en Frédérique Ries (Vautmans was afwezig).

Een meer sociaal Europa

Op 19 januari 2017 nam het Europees Parlement een resolutie aan die opriep tot versterking van een “Europese pijler van sociale rechten”. De tekst, niet bindend voor de Europese Commissie, pleitte voor een uitbouw van de sociale dimensie van de Europese integratie.

Meer convergentie moet een einde maken aan de concurrentie tussen de sociale stelsels van de lidstaten

De Europarlementsleden stelden dat de sociale pijler van de Europese Unie lijdt onder de staatsschuld in verschillende lidstaten. Ze vroegen een aanpassing aan nieuwe structurele tendensen zoals klimaatverandering, mondialisering en demografische veranderingen door vergrijzing van de bevolking, toename van het aantal werkende vrouwen en migratie.

Meer convergentie moet een einde maken aan de concurrentie tussen de sociale stelsels van de lidstaten. De parlementsleden ijverden voor meer sociale investeringen en meer aandacht voor sociale indicatoren bij de uitwerking van het economische beleid.

Het rapport werd met ruime meerderheid van 396 stemmen voor en 180 tegen aanvaard. Van de Belgische Europarlementsleden waren alleen Vlaams Belang en N-VA gekant tegen een meer sociaal Europa. Dat resulteerde in een tegenstem van Demesmaeker, Loones, Stevens en Van Bossuyt. Annemans stemde niet mee, maar liep aan de hand van zijn fractie Europa van Naties en Vrijheid (ENF). Dat rechts-populistische ensemble verdween na de verkiezingen van 26 mei 2019 van het Europese toneel.

Strijd tegen kinderarmoede

Op 24 november 2015 stemden de Europarlementsleden voor een resolutie die de Europese Commissie en de lidstaten opriep om de strijd tegen kinderarmoede op te voeren. Het terugdringen van het aantal vroegtijdige schoolverlaters moest een van de prioriteiten worden van de Europa 2020-strategie.

De resolutie 'Vermindering van de ongelijkheden met bijzondere focus op kinderarmoede' kreeg de goedkeuring van de Belgische parlementsleden, op Vlaams Belang (tegen) en N-VA (onthouding) na.

Voor kinderen bedreigd door armoede en sociale uitsluiting werd bijkomend gepleit voor de invoering van indicatoren in de instrumenten van de Economische en Monetaire Unie (EMU). De meerderheid van de parlementsleden kantte zich tegen het opnemen van zulke indicatoren.

De groene, socialistische en liberale Belgische Europarlementsleden stemden voor de indicatoren. De christendemocraten uitten tegenkanting, met uitzondering van Claude Rolin van cdH. Vlaams Belang was eveneens tegen. De leden van N-VA onthielden zich.

Dissonant stemgedrag

Vlaams Belang en N-VA tekenden in nog drie andere dossiers met een sterke sociale inslag voor dissonant stemgedrag.

Bij de plenaire stemming op 4 april 2019 over 'Work life balance' tekende N-VA voor een van de zeldzame onthoudingen. Vlaams Belang stemde in met de tekst. De stemming over 'Transparante arbeidsvoorwaarden' op 16 april 2019 lokte een njet van N-VA en een onthouding van Vlaams Belang uit.

Tijdens de stemming over 'Sociale en Werkgelegenheidsaspecten in het Europees Semester' op 15 februari 2017 werd een fatsoenlijk loon voor alle werkenden, toereikend om een gezin te onderhouden, weggestemd. Voor de gelegenheid niet alleen door Vlaams Belang en N-VA, maar ook door Open Vld en CD&V.

Trouw aan de fracties

De 21 Belgische Europarlementsleden (twaalf Vlamingen, acht Walen en één Duitstalige) volgen doorgaans getrouw de politieke lijn van de fractie waartoe ze behoren. Nationale partijen kunnen over bepaalde onderwerpen een eigen, afwijkende politieke lijn volgen. Dat deed N-VA in 2015 in het debat over de financiering van het investeringsplan-Juncker, genoemd naar de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie.

Het Europees Parlement en de raad van ministers hadden de eerste versie van het European Fund for Strategic Investments (EFSI) goedgekeurd. Dat fonds moest investeringen in Europa aanzwengelen, in het bijzonder in risicovolle innoverende sectoren zoals energie-efficiëntie, infrastructuur en digitale dienstverlening. Enkele maanden later moesten de Europarlementsleden een ontwerp van gewijzigde begroting goedkeuren, waardoor de aan het fonds toegekende kredieten konden worden gebudgetteerd.

Het merendeel van de parlementsleden (77%) keurde de wijzigingen aan de begroting goed. De meeste Belgische Europarlementsleden stemden voor de budgettaire invulling van het investeringsplan, op N-VA en Gerolf Annemans na. De leden van N-VA weken, net als hun Deense en Duitse collega’s, af van de lijn van de eigen fractie. De ECR (Europese Conservatieven en Hervormers) keurde de gewijzigde begroting wel goed en maakte zo mee de weg vrij voor het nieuwe fonds.

Imago botst met realiteit

In debatten en bij stemmingen over sociale thema’s en rechten gaan zowel N-VA als Vlaams Belang al jarenlang op de rem staan, vanuit een uitgesproken eurosceptisch discours. Op het Europese toneel, ver genoeg verwijderd van de Vlaamse kiezer, is niet altijd te merken dat ze een sociale partij willen zijn.

De ECR-fractie van N-VA wordt naar eigen zeggen gedreven door eurorealisme, waarbij de soevereiniteit van de naties primeert op het gemeenschappelijke Europese doel. De anti-separatistische stellingnames van het Spaanse Vox na de recente verkiezingen in Catalonië worden niet op applaus onthaald.

Vlaams Belang maakt deel uit van Identiteit en Democratie (ID). Die radicaal rechtse fractie groepeert een deel van de anti-Europese krachten en telt verkozenen van de Italiaanse Lega van Matteo Salvini en het Franse Rassemblement National (opvolger van Front National) van Marine Le Pen.

Uitgelichte afbeelding: CC BY 2.0 Kyle Taylor (Flickr)

 

LEES OOK