Procederen tegen coronamaatregelen is gevecht tegen windmolens

 Leestijd: 6 minuten10

Procederen tegen de coronamaatregelen is een gevecht tegen windmolens. Dat ondervonden al veel burgers, bedrijven en sectorfederaties. Slechts twee keer verwees de Raad van State een klacht niet resoluut naar de prullenmand. De vakantieparken danken er deze week hun vervroegde heropening aan.

Sinds de afkondiging van maatregelen om het coronavirus te bestrijden regent het gerechtelijke procedures van burgers en bedrijven, waarin zij de legitimiteit van beslissingen van de overheid betwisten. Burgers klagen de beperking van hun individuele rechten en vrijheden aan. Ondernemers en sectorfederaties handelen uit economische en concurrentiële motieven.

De Raad van State heeft al 23 arresten geveld in procedures tegen de Belgische staat. Op twee gevallen na heeft het rechtscollege alle verzoeken afgewezen

De Raad van State heeft al 23 arresten geveld in procedures tegen de Belgische staat. Op twee gevallen na heeft het rechtscollege alle verzoeken afgewezen. De jongste uitzondering dateert van 2 februari, toen de uitbaters van vakantieparken en kampeerterreinen hun slag thuishaalden.

Recread, de grootste sectorfederatie van kampeer- en recreatiebedrijven, was samen met de ondernemingen Kerlinga, Veld en Duin, Fudev en Zeewind op 26 januari naar de Raad van State gestapt om dezelfde voorwaarden af te dwingen die gelden voor hotels, B&B’s en individuele vakantiewoningen aan de kust. Die mochten bij de afkondiging van de tweede lockdown wél open blijven vanaf 3 november, weliswaar zonder toegang tot hun restaurant en drankgelegenheden.

Campings en vakantiedomeinen hebben recht op een gelijke behandeling, stelde het arrest. Daardoor mochten ze gisteren (08/02) de deuren weer openen, maar dat deden ze niet lang niet allemaal en van een stormloop was hoegenaamd geen sprake. De timing zit alvast goed, een week voor de start van de krokusvakantie.

Vrijheid van eredienst

Een ander verzoekschrift dat tot een koerswijziging leidde, was dat over de vrijheid van erediensten. De Raad van State oordeelde op 8 december dat die geschonden werd door de coronamaatregelen en dat het ministerieel besluit van 28 oktober over het verbod op de collectieve uitoefening van de eredienst aangepast moest worden.

De vennootschap Congregation Yetev Lev Dsatmar Antwerp limited, de vzw Thora Vejirah en vier particulieren wilden in samenspraak met diverse geloofsgemeenschappen een nieuwe regeling om erediensten en huwelijksceremonies weer te kunnen laten plaatsvinden in beperkte omstandigheden.

De Raad van State erkende dat er sprake was van een “disproportionele beperking van de vrijheid van eredienst” en legde de vervanging van enkele artikels uit het ministerieel besluit op. Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) werkte daags nadien al een voorstel uit met de geloofsgemeenschappen. Sinds 13 december mogen erediensten in ons land weer plaatsvinden, met maximaal vijftien personen.

Zowel voor de vakantieparken/kampeerterreinen als voor de erediensten voerde het Overlegcomité zonder morren de arresten uit. In beide gevallen gebeurde de rechtspleging van de Raad van State in kort geding. Vorderingen tot “schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid” zijn geregeld door een koninklijk besluit van 5 december 1991. De procedure voor bijzonder spoedeisende dossiers blijft beperkt tot “uitzonderlijke gevallen waar de afwijkingen verantwoord worden door bedreigde rechten en belangen”.

Horeca geeft niet af

Van vastgoedmakelaars tot de beurzensector: ze zijn de voorbije maanden allemaal al bij de Raad van State gepasseerd. Vaste klant is de horeca. Vorige week donderdag (04/02) werd een verzoek tot schorsing van de verplichte sluiting tot 1 maart verworpen. Restaurant Mainego uit Lessines in Henegouwen had een ministerieel besluit van 12 januari aangevochten.

Dat gebeurde met juridische elementen zoals een schending van het legaliteitsbeginsel en het feit dat de gezondheidsmaatregelen strijdig zouden zijn met “het recht op leven en het recht op bescherming tegen vernederende behandelingen”. De uitbater zag over het hoofd dat een vennootschap zich niet op grondrechten kan beroepen. Volgens de Belgische staat werden de maatregelen overigens net genomen om het recht op leven te beschermen.

Op 13 november verwierp de Raad van State een klacht tegen een ministerieel besluit van 1 november. Twee restaurantuitbaters, onder wie die van Brasserie Flandria in Roeselare, kwamen op 28 oktober van dezelfde kale reis thuis, na verzet tegen een ministerieel besluit van 18 oktober. De rechter verwierp niet alleen een vermeende schending van het gelijkheidsbeginsel, maar ook de onbeperkte vrijheid van ondernemen door uitbaters in de horecasector.

Op 30 oktober, de dag dat de regering van premier Alexander De Croo (Open Vld) de tweede lockdown afkondigde, verklaarde de Raad van State de sluiting van de horeca niet onwettig. Daarmee ging de rechter in tegen het voorstel van de eigen auditeur. Die had geopperd dat de sluiting mogelijk in strijd was met de grondwet.

De procedure was ingesteld door enkele hardleerse zakenmensen uit Antwerpen. Zij gooiden nieuwe argumenten op tafel: overschrijding van het verbod op willekeur en een gebrek aan zorgvuldige feitenvinding en motieven met draagkracht.

Met advocaten Kris Luyckx en Joost Bosquet aan hun zijde moesten Wim Van der Borght (Shrimp Tempura), Gunther Dieltjens (Horta Groep) en Jan Jacobs (Fiera, Brouwershuis en J&M Catering) de duimen leggen, al voelden ze zich wel gesterkt door het advies van de auditeur. “Hiermee wordt bevestigd dat de horeca niet zomaar een schakelaar is, die je te pas en te onpas kan aan- of uitzetten.”

Raad van State in Brussel (Foto: © Siska Gremmelprez (Belga))

Verkeerd rechtscollege

Het gros van de procedures vindt plaats voor de burgerlijke afdeling van de rechtbank van eerste aanleg en het hof van beroep, ook al via de kortgedingprocedure. Los van het inhoudelijke debat krijgen de verzoekers daar keer op keer op te horen dat ze zich tot het verkeerde rechtscollege hebben gewend.

‘Alleen de Raad van State kan tot een schorsing van coronamaatregelen beslissen’, stelde het hof van beroep in Brussel

“Alleen de Raad van State kan tot een schorsing van coronamaatregelen beslissen”, stelde het hof van beroep in Brussel op 14 oktober bij de behandeling van een eisenpakket van ruim tweehonderd burgers om een hele reeks coronamaatregelen op te heffen.

Zij argumenteerden niet alleen dat hun fundamentele rechten en vrijheden aangetast worden, maar ook dat maatregelen zoals een verbod op fysiek contact geen wettelijke basis hebben. Het hof van beroep volgde de stelling van de rechter in eerste aanleg: de argumenten misten elke wetenschappelijke grondslag.

Michael Verstraeten, advocaat van de eisers, stelde dat zowel het recht op eigendom als dat op vergadering geschonden was. Hij ging zelfs nog een stapje verder. “Het aantal doden beperken is een legitieme doelstelling, maar om hoeveel doden gaat het? Hetzelfde met het beperken van de bezetting van de ziekenhuisbedden: om hoeveel bedden gaat het?”

Volgens de raadsman zijn de maatregelen niet proportioneel. “Het moet de bedoeling zijn om de kwetsbaren in de maatschappij te beschermen, niet de mensen die geen last hebben van het virus.”

Met 434 naar de rechter

Voor de numeriek grootste groep tekenden 434 burgers en ondernemingen die de Belgische staat eind vorig jaar in kort geding dagvaardden met het verzoek om het verbod van het merendeel van de coronamaatregelen op te heffen. “Die zijn allemaal gebaseerd op kwakzalverij”, stelde hun raadsman tijdens de behandeling op 23 december.

Ze eisten dat ze zich niet meer moesten houden aan de avondklok, dat ze de social distancing niet langer moesten respecteren, dat ze opnieuw contactberoepen mochten uitoefenen en dat ze horecazaken mochten openen of bezoeken. En nog een pak andere versoepelingen die volgens hen geen enkel effect hebben op de verspreiding van het virus: onbeperkte ontvangst van mensen, sportwedstrijden met publiek, geen restricties bij de aankoop van alcohol en toelating om te betogen.

De Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg in Brussel besliste op 27 januari om op geen enkele eis in te gaan. “Door de afschaffing van deze maatregelen te vragen voor hen alleen proberen zij in werkelijkheid de annulering in hun geheel te bekomen”, stelde de rechter.

De maatregelen alleen voor de eisende partijen afschaffen en niet voor de burgers die de opheffing niet vragen, zou discriminerend zijn. “De Belgische staat heeft de plicht om het recht op leven van die andere burgers te beschermen”, stelde de rechter.

Steeds vaker wordt in de beschikkingen en arresten verwezen naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat laat toe om de rechten die de eisende partijen geschonden achten gedeeltelijk in te perken, in het belang van de volksgezondheid, de openbare orde en het recht op leven.

Het debacle van Hoeyberghs

De trend om in groep naar de rechtbank te stappen werd op gang gebracht door Jeff Hoeyberghs, tijdens de eerste golf van de crisis. De omstreden plastische chirurg was een van de 196 mensen die op 3 juli vorig jaar het deksel op de neus kregen bij een kortgedingprocedure in Brussel.

Hoeyberghs en zijn troepen stelden dat de coronamaatregelen op los zand gebouwd waren. De pandemie noemden ze “de grootste hoax aller tijden”. Michael Verstraeten, weer hij, was hun advocaat.

Rechters zitten verveeld met de procedures, die tijd en energie vergen, maar vooral wegens de magere inhoudelijke debatten

“De intellectuele armoede van hun argumentatie is verbijsterend”, stelde de kortgedingrechter in de beschikking. “De zetel heeft meer vertrouwen in wetenschappelijk onderzoek dan in de complottheorieën van de eisers.”

Een vergelijking van het coronavirus met de Spaanse griep maakte weinig indruk op de rechter. “Daaruit afleiden dat deze aandoening minder gevaarlijk is en dat de maatregelen overbodig zijn, getuigt van een ontstellend gebrek aan logisch redeneervermogen.”

Eerder uitzonderlijk haalde de rechter ook de scheiding der machten aan. “De rechterlijke macht kan zich niet mengen in de bevoegdheden van de uitvoerende macht. De rechter in kort geding mag zich niet in de plaats van het bestuur stellen.” Daarmee volgde de rechtbank het standpunt van de advocaat van de Belgische staat.

Vergelijking met klimaatontkenning

De rechters zitten verveeld met de procedures, die tijd en energie vergen. Maar vooral wegens de magere inhoudelijke debatten. Dat maakt dat ze al eens met de voeten vooruit durven te tackelen.

In het arrest over het dossier van de 434 burgers en ondernemingen toonde de rechter zich bijzonder scherp voor de eisers en hun advocaat. “Hun redeneringen zijn totaal onwetenschappelijk en volgen hetzelfde stramien dat we ook bij de klimaatontkenners aantreffen.”

“Ze doen in hun argumentatie aan cherrypicking en negeren de talloze studies die op wetenschappelijke gronden de dynamiek van de pandemie en de aard van de maatregelen beschrijven. De eisers kiezen dissidente meningen uit en halen citaten aan die volledig uit hun verband gerukt worden. Die moeten hun vooraf bepaalde mening ondersteunen, in plaats van te leiden tot een gefundeerd besluit.”

De conclusie van de Brusselse rechter was kort en veelbetekenend. “De eisers hebben zich vastgereden in redeloos complotdenken.”

Auteur: Paul Gebruers

Paul Gebruers ruikt het nieuws van ver en kijkt graag over de muur. Puzzelstukjes reconstrueren en tanden zetten in moeilijke dossiers en beleidsitems. Van justitie tot samenleving.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books