‘Beleidsteksten Vlaamse overheid negeren probleem van racisme’

 Leestijd: 9 minuten25

De Vlaamse overheid ziet discriminatie van bevolkingsgroepen en structureel racisme niet als de oorzaak van ongelijkheid. Dat concludeert de Nederlandse onderzoeker Laura Westerveen (VUB) in haar doctoraat. Binnen de domeinen Onderwijs en Werk hebben Vlaamse beleidsteksten in de periode 2000–2017 steeds minder oog voor gelijke kansen, ook wanneer die in het gedrang komen door racisme. Het beleid trekt de kaart van het individu dat op school moet kunnen excelleren, en zich bij problemen op de arbeidsmarkt moet laten activeren.

De Vlaamse departementen Onderwijs en Werk framen in beleidsdocumenten maatschappelijke achterstand als het resultaat van een individueel falen, waarbij het individu de aangeboden kansen niet grijpt. Dat blijkt uit doctoraatsonderzoek van Laura Westerveen (VUB). Voor Vlaamse beleidsmakers is de aanpak van taalachterstand de beste remedie om leerlingen en in mindere mate werkzoekenden met een migratieachtergrond of van vreemde origine vooruit te stuwen.

Laura Westerveen

Westerveen is verbonden aan het Institute for European Studies en verdedigde in november 2020 met succes haar doctoraat aan de VUB. Binnen het complexe Belgische politieke systeem stelt Westerveen bij de federale overheid, de Vlaamse overheid, Franse Gemeenschap en de Waalse overheid telkens een andere framing van de teksten vast.

De Franse Gemeenschap en de Waalse overheid hanteren een ‘kleurenblind’ discours, en houden nauwelijks rekening met de gevolgen van racisme en discriminatie voor verschillende bevolkingsgroepen. Franstalige beleidsmakers houden nog vast aan een eerder socialistisch herverdelend discours met aandacht voor de zwakkeren.

De federale overheid heeft geen bevoegdheid meer over onderwijs. Op het vlak van werkgelegenheid blijkt uit overheidsdocumenten dat ze zich wel degelijk bewust is van discriminatie op de werkvloer. Westerveen onderzocht ook het eveneens federaal georganiseerde Duitsland en daar bemerkt de onderzoeker evoluties die vergelijkbaar zijn met die in Vlaanderen.

De evolutie in de verschillende onderzochte casussen is volgens Westerveen het gevolg van een neoliberale en racialiserende ideologie die sinds het begin van het millennium steeds dominanter is geworden.

Individueel excelleren in onderwijs

De PISA-studies van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) vormen keer op keer de aanleiding tot felle discussies in de media en het parlement, die ook hun weerslag vinden in de beleidsteksten. “In Vlaanderen zie je dat in die teksten veel aandacht gaat naar de slechte positie in de rankings van de PISA-studies. De lat zou te laag liggen en moet omhoog indien we excellent onderwijs willen. Het ideaal is voor de Vlaamse overheid immers die excellentie”, zegt Westerveen.

Laura Westerveen: ‘Veel meer dan vroeger pleiten Vlaamse beleidsmakers ervoor om in te zetten op goed presterende leerlingen’

De focus ligt volgens haar meer dan ooit op de sterkere leerlingen, en dit ten koste van zwakkere leerlingen. Dat lijkt nog meer het geval te zijn bij de huidige Vlaamse Regering, met Ben Weyts (N-VA) als nieuwe minister van Onderwijs, waarvan de beleidsteksten wel buiten het kader van Westerveens onderzoek vallen.

“Vroeger zag je dat de Vlaamse overheid meer het doel van gelijke kansen nastreefde, zodat iedereen over de lat heen kan. Nu wordt impliciet gezegd dat leerlingen die het niet goed doen in het Vlaamse onderwijs de lat voor iedereen omlaag zouden halen. Door slecht presterende leerlingen zou het onderwijs minder excelleren.”

“Veel meer dan vroeger pleit men ervoor om in te zetten op goed presterende leerlingen”, zegt Westerveen. Wanneer een leerling uit de boot valt, ligt de oorzaak in die logica bij de leerling zelf of bij zijn opvoeding.

“In eerste instantie denk ik dat het neoliberale ideaal in het Vlaamse onderwijs, maar ook in het Duitse, een rol speelt. Wanneer het bepaalde studenten niet lukt om een bepaald niveau te bereiken, ligt dat in die logica aan wat ze thuis wel of niet meekrijgen. Dat discours focust op de individuele leerling. Wanneer je niet goed functioneert in de samenleving, ligt het vooral aan jezelf. Dat is net die neoliberale insteek.”

Etnische kloof gereduceerd tot taalachterstand

De ultieme verklaring voor leerlingen die onderpresteren is volgens Vlaamse beleidsmakers hun taalachterstand. De Vlaamse overheid reduceert als het ware het probleem tot een taalprobleem.

De Vlaamse overheid interpreteert de zogenaamde ‘etnische kloof’ tussen leerlingen als zou het vooral om taal gaan’

“Wanneer de Vlaamse overheid het heeft over kinderen met een migratieachtergrond, zie je dat ze de zogenaamde ‘etnische kloof’, of het verschil in prestaties tussen leerlingen met en zonder migratieachtergrond, interpreteert als zou het vooral om taal gaan. Het zijn voornamelijk taalachterstanden die in de Vlaamse beleidsteksten als de oorzaak van de etnische kloof in het onderwijs worden voorgesteld. Eigenlijk wordt uitgesloten dat er andere dingen kunnen meespelen, zoals discriminatie of racisme.”

Westerveen is helemaal niet overtuigd dat alleen taallessen of taalbaden zaligmakend zijn. “Wanneer leerlingen niet goed presteren, zal het wel liggen aan hun tekortkomingen op het gebied van taal, zo klinkt het in de beleidsteksten. Wanneer je wetenschappelijke studies hierover leest, worden taalachterstanden inderdaad genoemd als mogelijke verklaring voor de etnische kloof.”

“Wetenschappelijke studies laten ook zien dat racisme en discriminatie zeker een rol spelen in het onderwijs, maar dat wordt niet echt erkend. Ik heb het idee dat dat in het onderwijs nog gevoeliger ligt dan op de arbeidsmarkt, waar discriminatie wel aan bod komt in de Vlaamse beleidsteksten”, zegt Westerveen.

Arbeidsmarktbeleid en activering

Ook Vlaanderen lijkt op vlak van werk en arbeidsmarkt net iets minder streng te zijn voor zijn burgers. Bovendien speelt binnen de Belgische constellatie de federale overheid hier nog een aanzienlijke rol.

Toch zie je volgens Westerveen ook binnen het beleidsdomein Werk een heel gelijkaardige evolutie als binnen onderwijs. “Er is in Vlaanderen een nadruk op de individuele tekortkomingen als oorzaak van een lagere arbeidsmarktparticipatie van minderheden, of mensen met een migratieachtergrond. In zekere zin zie je hetzelfde discours als bij onderwijs.”

‘Vooral de individuele kant wordt benadrukt en niet zozeer de structurele oorzaken die ten grondslag zouden kunnen liggen aan een lagere arbeidsmarktparticipatie van minderheden’

De klemtoon komt volgens Westerveen steeds meer te liggen op taal, diploma’s, kwalificaties en competenties, en daarnaast op activeringsmaatregelen. In die zin is de evolutie gelijklopend.

Maar aan de andere kant zie je volgens Westerveen dat er wel actieplannen tegen discriminatie zijn. “Daarnaast bestaat er natuurlijk ook wetgeving over discriminatie op de arbeidsmarkt. Nochtans wordt in het beleidsdiscours vooral de individuele kant benadrukt, en niet zozeer de structurele oorzaken die ook ten grondslag zouden kunnen liggen aan een lagere arbeidsmarktparticipatie van minderheden.”

Het eerder socialistisch geïnspireerde beleid in Franstalig België blijft inmiddels even blind als Vlaanderen voor discriminatie op basis van racisme, of racistische vooroordelen, al neemt het op het vlak van herverdelende maatregelen een tegengestelde positie in.

“Het is interessant dat de Waalse overheid aan de ene kant nog heel sterk vasthoudt aan een eerder klassiek socialistisch discours”, zegt Westerveen. “In Wallonië focussen beleidsmakers op de structurele oorzaken van werkloosheid. Ze blijven tegelijkertijd heel kleurenblind in de zin dat de etnische kloof op de arbeidsmarkt, die in wetenschappelijke studies herhaaldelijk naar voren komt, nauwelijks erkend wordt in hun beleidsteksten.”

Bovendien zijn er in het beleid in het Waals Gewest nu evoluties aan de gang die in Vlaanderen al heel lang aan de orde zijn: de invoering van taallessen, integratiecursussen en individuele begeleiding naar de arbeidsmarkt. “Bepaalde maatregelen schuiven enigszins op in de richting van wat Vlaanderen eerder al deed”, zegt Westerveen daarover.

Beleidsteksten in context

Laura Westerveen koos ervoor om haar onderzoek uit te voeren op beleidsteksten in  de federaal georganiseerde landen België en Duitsland, die de context vormen voor het onderzoek. “Ik wilde nagaan in welke mate de specifieke nationale en regionale context een verschil maakt.”

“Het gaat natuurlijk om heel verschillende federale staten. In die zin denk ik dat de context in België erg bijzonder is en op politiek-wetenschappelijk vlak heel interessant. Je ziet voor België dat op de verschillende niveaus een ander soort van framing bestaat.”

‘In Vlaanderen is de bewijsdrang groter om het beter te doen dan het federale niveau of dan Franstalig België’

Westerveen nam de specifieke Brusselse beleidscontext en die van de kleine Duitstalige gemeenschap in België niet op in haar onderzoek. Zelfs zonder die heel particuliere gevallen toont het onderzoek hoe sterk de framing van de beleidsteksten uiteenloopt al naargelang het beleidsniveau binnen het Belgische raderwerk.

“De gemeenschappen proberen hun eigenheid te bewaren, en hun eigen verhaal te creëren. Op het federale niveau moet er dan een compromis gevonden worden.” Al probeert het federale niveau eveneens een eigen verhaal te creëren voor de eigen bevoegdheden. “De specifieke bevoegdheidsverdeling in België werkt dit ook in de hand: dat je die exclusieve bevoegdheden hebt, en dat je je eigen beleid kan bepalen, zonder al te veel van doen te hebben met de andere niveaus”, zegt Westerveen.

“Ik denk dat de Vlaamse overheid hierop het meest inzet. In Vlaanderen is de bewijsdrang groter om het beter te doen dan het federale niveau of dan Franstalig België”, zegt Westerveen. “Het fenomeen van het nationalisme is in Vlaanderen veel sterker aanwezig dan in Franstalig België”. Dat geldt volgens de onderzoeker niet alleen voor de Vlaams-nationalistische N-VA.

Zeker op het vlak van taalpolitiek komt dit volgens Westerveen tot uiting in een haast paternalistisch beleid, ook al gaat dat paradoxaal genoeg hand in hand met een neoliberale ideologische inspiratie. “Er is in Vlaanderen in ieder geval een meer interventionistisch beleid, terwijl de Franse Gemeenschap eerder beweert dat bijkomende beleidsacties niet nodig zijn, dat extra ingrijpen niet hoeft. Zij is in dat opzicht meer afwachtend.”

Een ommekeer in de toekomst?

De vaststellingen van de Nederlandse onderzoeker lijken te wijzen op een nog verder schrijdende evolutie richting neoliberalisme. Westerveen nuanceert echter. “De afgelopen jaren zijn er wel degelijk nieuwe evoluties gaande. In mijn doctoraat schets ik misschien een niet heel rooskleurige toekomst met mogelijk nog een toename in ongelijkheden en een verregaande neoliberalisering in Europa. Daardoor zou de focus nog meer op het individu komen te liggen en nog minder op de structurele kant van het verhaal. Ik denk echter dat er ook wel wat meer optimistische verhalen zijn.”

Die positieve evolutie manifesteert zich volgens Westerveen in de opkomst van de protesten tegen discriminatie zoals Black Lives Matter die met hun acties in 2020 de verschillende uitingen van racisme onder de aandacht brachten.

“Ook voordien al eisten minderheden en groepen met een migratieachtergrond een grotere plek op binnen het publieke debat. Die mensen en organisaties proberen termen als structureel en institutioneel racisme in het debat in te brengen”, zegt Westerveen.

Dat laatste stemt de onderzoeker hoopvol. Ze verwacht dat de acties en protesten een impact kunnen hebben op de langere termijn. “Er komt mogelijk meer begrip voor wat structureel racisme nu precies inhoudt, wat mensen daar nu precies mee willen zeggen. Wanneer het structurele plaatje meer in beeld komt, kan dat gevolgen hebben en het verschil maken”, meent Westerveen.

Een Black Lives Matter-spandoek in Washington DC (Foto: Clay Banks (Unsplash))

Critical Race Theory

Voor haar onderzoek deed Westerveen een beroep op inzichten uit de Critical Race Theory, die is ontwikkeld in de VS en de laatste tijd in verschillende Europese landen tot verhitte debatten leidt.

Door een raciale benadering van de bevolking bestaat volgens de Critical Race Theory ook in Europa een voorkeursbehandeling van witte Europeanen. Migranten en minderheden worden expliciet of impliciet uitgesloten en als een ‘Ander’ geracialiseerd. Dat leidt tot structurele ongelijkheden tussen ‘autochtone Europeanen’ op de verschillende maatschappelijke domeinen.

Waarom herintroduceert de Critical Race Theory de term ras die jarenlang taboe is geweest in Europa? “In de Critical Race Theory wordt ras gezien als een sociaal construct, iets dat wij als mensen en als samenleving in het leven roepen door de betekenis die wij eraan verlenen”, zegt Westerveen.

Een snel oordeel zou kunnen leiden tot een verkeerd begrip van de Critical Race Theory en vooral van de rol die de term ras speelt. “Het is heel belangrijk om het verschil duidelijk te maken tussen twee betekenissen die het woord ras kan hebben. Enerzijds is er ras zoals dat naar voor kwam in de negentiende-eeuwse rassentheorie als biologische theorie. Het is onomstotelijk bewezen dat die theorie wetenschappelijk helemaal geen steek houdt. Aan de andere kant is er ras als sociaal construct.”

‘Als je begrippen als ras en racisme blijft vermijden, zie je dat er over de problematiek niet wordt gesproken’

“Het debat woedt in de VS al veel langer in de academische wereld, maar ook in de media. Je ziet het nu ook in onder andere Frankrijk en Engeland met heel wat publieke discussies en politici die ermee aan de haal gaan”, zegt Westerveen.

Op verschillende plaatsen komt er reactie tegen feministische theorieën en de verwante Critical Race Theory. ”De tegenreactie op de Critical Race Theory is een variant op de aanval op de Genderstudies”, zegt Westerveen, die zelf vanuit een feministische insteek wetenschap bedrijft.

“Meer en meer worden Genderstudies onder vuur genomen. Hier en daar zijn er plannen om ze af te schaffen. Onlangs pleitte de extreemrechtse partij AfD in Duitsland daar nog voor. Dat gaat al in de richting van wat er in Hongarije gebeurt.” In Hongarije verbood premier Viktor Orban in 2018 Genderstudies omdat ze een zware inbreuk zouden zijn op de academische vrijheid.

Westerveen is van mening dat de Critical Race Theory vaak onjuist wordt voorgesteld in de media. “Of dat bewust of onbewust gebeurt laat ik in het midden. Vaak luidt de kritiek dat de Critical Race Theory opnieuw in hokjes denkt, terwijl we dat volgens die critici net zouden moeten loslaten. Die kritiek getuigt niet van een goed begrip van wat de Critical Race Theory precies inhoudt. Maar er zijn ook wel geluiden aanwezig in de media die proberen te laten zien waarom die verkeerde voorstellingen van de Critical Race Theory eigenlijk niet kloppen”, zegt Westerveen.

Toch toont Westerveen begrip voor bepaalde vormen van kritiek op de terminologie en de uitwerking van de theorie. “Er schuilt altijd een risico in het gebruik van de term ras, en in die zin kan ik de kritiek erop voor een deel begrijpen. Door de term te gebruiken loop je het risico het idee dat er verschillende menselijke rassen zouden bestaan te reproduceren, en creëer of bevestig je mogelijk verschillen tussen mensen”, zegt Westerveen.

Maar de onderzoeker is ervan overtuigd dat we de terminologie nodig hebben om het probleem van racisme uit de wereld te helpen. “Daarom is het belangrijk om, zoals gezegd, altijd duidelijk te maken dat binnen de Critical Race Theory ras als sociaal construct wordt gezien .”

Zonder gebruik van de term wordt het moeilijk of onmogelijk om het nog over racisme te hebben. “Als je begrippen als ras en racisme blijft vermijden, zie je dat er over de problematiek niet wordt gesproken. In Europa was het na de Tweede Wereldoorlog binnen de wetenschappen taboe om de term te gebruiken”, zegt Westerveen. “Het is trouwens geen race theory, maar een critical race theory. De term critical geeft al aan dat het om een kritische reflectie gaat”, besluit Westerveen.


Uitgelichte foto: Markus Spiske (Unsplash)

Auteur: Frank Olbrechts

Na een studie Arabisch en Hebreeuws verdiepte Frank Olbrechts zich in de hedendaagse Arabische literatuur. Hij combineerde dit met een taak als lesgever in het Hoger Onderwijs en het Volwassenenonderwijs. Zijn aandacht gaat uit naar de openbare debatcultuur, het cultuur- en erfgoedbeleid, de identiteits- en diversiteitsproblematiek en het militantisme/ activisme in de samenleving.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid

Word nu lid van Apache en geniet van deze voordelen:

  • Toegang tot alle ruim 4.000 artikels
  • Deel de artikels gratis met je vrienden
  • Toegang tot alle dossiers en het volledige archief
  • Treed in discussie met journalisten en andere lezers
  • Korting op events en andere journalistieke producten, zoals e-books