Het onbekende verhaal achter de stijgende coronacijfers *

 Leestijd: 5 minuten4

Het aantal besmettingen met corona ligt momenteel 20% hoger dan tijdens de opflakkering begin augustus. Toch is de sfeer helemaal anders. Of hoe de strijd tegen Covid-19 evolueerde tot een perceptiestrijd.

Je kan dit artikel uitzonderlijk gratis lezen. Niet alle artikels van Apache over het coronavirus zijn gratis te lezen. We vinden het wel belangrijk dat iedereen correct geïnformeerd wordt over het virus.

Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan lid van Apache. Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

De cijfers van het aantal coronabesmettingen in ons land gaan in stijgende lijn. Het aantal positieve gevallen passeerde afgelopen vrijdag voor het eerst opnieuw de symbolische grens van 1.000 per dag. Ter vergelijking: toen we ruim een maand terug de top van de zogenaamde tweede golf bereikten, schommelde het aantal positieve tests rond de 800 per dag.

Dat we daar vandaag opnieuw boven gaan, komt omdat we meer testen. Het achterliggende idee is simpel: wie zoekt die vindt. Mensen die terugkeren uit vakanties in rode zones, tests na contactonderzoek, scholen waar corona de kop op steekt, … we vinden meer gevallen omdat we er meer naar zoeken.

Dat we meer mensen vinden die besmet zijn met corona, hoeft dus niet noodzakelijk te impliceren dat er ook meer mensen zijn met corona. Het kan zelfs goed nieuws zijn: hoe meer mensen we vinden, hoe beter we de quarantaine kunnen organiseren.

Herfst

Helaas is het feit dat we meer zoeken niet de enige verklaring voor de stijgende cijfers. Het virus wint opnieuw terrein. Dat gebeurt op een andere manier dan anderhalve maand geleden. Toen was de uitbraak veel meer gelokaliseerd. Het was een vonk, voornamelijk in Antwerpen. De vrees voor verstrekkende gevolgen, zorgde toen voor zeer forse (politieke) reacties. In Antwerpen kwam er zelfs een avondklok aan te pas.

Voor de verspreiding van virussen zijn de herfst- en wintermaanden klassiek rampzalig

Vandaag liggen de kaarten helemaal anders. Of ze ook beter liggen dan eind juli, is vooralsnog een open vraag. Een aantal zaken spelen in ons voordeel.

Zo circuleert het virus minder bij oudere, vaak meer kwetsbare mensen. Een overrompeling van de ziekenhuizen zoals we zagen in maart en april is, mede daardoor op dit moment niet aan de orde. Ook in woonzorgcentra, de plek waar de verwoestende epidemie zich afgelopen voorjaar echt afspeelde, lijken de zaken vandaag een stuk beter onder controle.

Daar staat tegenover dat we ons stilaan mogen opmaken voor de herfst. De huidige temperaturen lijken ons nog wat respijt te geven, maar de donkerste maanden van het jaar dienen zich in de verte aan. Voor de verspreiding van virussen zijn die klassiek rampzalig. Het leven speelt zich in die periode veel meer binnen af, waar droge chauffagelucht de dienst uitmaakt, vaak in slecht verluchte ruimtes.

In het slechtste geval wordt de situatie vandaag een voorspel voor het komend najaar. Bij monde van Europees regiodirecteur Hans Kluge waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie er recent nog voor dat in de maanden oktober en november het aantal overlijdens opnieuw fors zal stijgen.

Dat de cijfers nu al omhooggaan, baart de virologen logischerwijze extra zorgen. Vooral omdat niet helemaal duidelijk is welk verhaal zich momenteel achter de cijfers voltrekt.

Simplisme

Enkele cijfers maken het probleem duidelijk.

Tijdens de zogenaamde tweede golf werd het hoogste aantal besmettingen genoteerd in de week van maandag 3 augustus tot zondag 9 augustus. In die periode werden er in ons land 4.337 of gemiddeld 619,6 besmettingen per dag geregistreerd.

In de laatste week waarvan de cijfers volledig zijn – van zaterdag 5 september tot vrijdag 11 september werden 5.222 besmettingen geregistreerd. Dat komt neer op gemiddeld 746 besmettingen per dag. Dat is 20% meer dan op het hoogtepunt van de heropflakkering anderhalve maand geleden.

De gemiddeld 619,6 gedetecteerde besmettingen per dag in de periode begin augustus kwamen er na gemiddeld 19.824 test per dag. De gemiddeld 746 positieve gevallen per dag in de week van 5 tot 11 september werden gevonden na gemiddeld 27.456 tests per dag. De verhouding tussen het aantal tests en het aantal positieve tests verschilt bijgevolg niet zo veel in beide periodes.

Dat lijkt er in eerste instantie op te wijzen dat we simpelweg meer gevallen vinden omdat we meer testen. Experten wijzen er echter op dat die conclusie veel te simplistisch is.

De redenering houdt bijvoorbeeld geen rekening met de groep mensen die wordt getest. Hoe hoger het vermoeden van Covid, hoe groter de kans dat er positief wordt getest. Vandaag schommelt de positiviteitsratio rond 3%. Ter vergelijking: toen in april op grote schaal in woonzorgcentra werd getest, testte tot meer dan 20% van de bewoners positief.

Dagelijkse doden

Er zijn nog andere belangrijke verschillen. De cijfers van 3 tot 9 augustus zijn de cijfers op het hoogtepunt van de opflakkering. Daarna ging het opnieuw in dalende lijn. De fameuze R-waarde die aangeeft hoeveel mensen door één patiënt worden aangestoken was op dat moment al gezakt naar 1,17. In de belangrijkste broeihaard Antwerpen was de R-waarde zelfs al gezakt tot onder de 1, een aanduiding dat de epidemie afzwakt.

Hoe dwing je de naleving opnieuw af wanneer de coronamoeheid volop toeslaat?

Vandaag loopt de R-waarde opnieuw op tot 1,4. We bevinden ons met andere woorden nog op het stijgende deel van de curve. Hoe ver die nog kan doorgroeien, is een open vraag.

Eind juli werden drastische maatregelen genomen. Of die overdreven waren, is voer voor een ander debat. Net zoals de vraag hoever een maatschappij moet gaan om de epidemie te stoppen. Zijn we pas gerust als er geen enkele coronabesmetting meer is? Hebben we – zoals dat vandaag het geval lijkt te zijn – vrede met dagelijks enkele coronadoden? Of laten we de epidemie nog verder woekeren?

Feit is alleszins dat er vandaag (nog) geen bijkomende maatregelen zijn genomen die zouden kunnen bijdragen tot het opnieuw afvlakken van de curve. Er is met andere woorden niet meteen een steekhoudend argument om aan te nemen dat de epidemie snel zal plafonneren.

Het blijft voorlopig bij waarschuwingen van virologen en andere experten. De maatregelen op zich zouden volstaan, klinkt het ook, enkel de naleving ervan laat te wensen over.

Maar hoe dwing je de naleving opnieuw af wanneer de coronamoeheid volop toeslaat?

Wervend

België is binnen Europa lang niet het enige land waar het aantal besmettingen opnieuw toeneemt. Vooral in bepaalde delen van Frankrijk en Spanje zijn de cijfers slecht. Wat wel opvalt is dat de curves van het aantal overlijdens en in belangrijke mate ook het aantal ziekenhuisopnames niet te vergelijken zijn met de rampzalige situatie in maart en april. Dat is zo in België, maar dat geldt in grote lijnen ook voor de rest van West-Europa.

Het preventieve verhaal is een stuk minder wervend dan de gezamenlijke strijd om de spoedgevallen te sparen

Het idee waar het hele land zich halverwege de maand maart kon achter scharen – ‘flattening the curve’ om zo een overrompeling van de ziekenhuizen, zoals in Italië gebeurde, te voorkomen – is er vandaag niet.

Virologen en epidemiologen vrezen ervoor dat het opnieuw ernstig verkeerd kan lopen, maar hun pleidooi vandaag is er een voor ‘preventie’, om erger te voorkomen. Ook al zijn er tal van goede redenen voor, het preventieve verhaal is een stuk minder wervend dan de gezamenlijke strijd om de spoedgevallen te sparen.

Pas wanneer het beeld ontstaat dat de situatie uit de hand loopt – zoals in de laatste week van juli gebeurde – keert het tij. Dan zien we hoe politici van de ene dag op de andere het geweer van schouder veranderen. Dan komen er plots drastische maatregelen en speelt angst opnieuw een rol als bindende factor in een hernieuwde gedeelde strijd.

Dat is het grote verschil met vandaag. Er zijn meer gevallen en toch is er geen paniek. Maar net zo goed kan dat morgen weer volledig anders zijn. Dat levert een totaal onvoorspelbare rollercoasterrit op. Die onvoorspelbaarheid maakt de epidemie extra hard te verduren.

Horizon

De hoop is intussen dat het – zonder al te drastische bijkomende maatregelen – niet verder escaleert. We hebben nu ook tests, beschermend materiaal, contactonderzoekers en betere medicatie. Maar de vrees dat het opnieuw echt de verkeerde richting uitgaat, blijft.

We hebben nu tests, beschermend materiaal, contactonderzoekers en betere medicatie

Wie enkel naar de cijfers van het aantal opnames in ziekenhuizen en naar het aantal overlijdens kijkt, zou kunnen besluiten dat de epidemie onder controle is. De komende herfst zou een ander beeld kunnen geven. Het verhaal dat het virus momenteel schrijft achter de cijfers blijft immers, ook voor experts moeilijk te doorgronden, laat staan met zekerheid te voorspellen.

De politieke wereld mag intussen afwegen hoever het voorzichtigheidsprincipe moet doorwegen. Daarbij wordt reikhalzend uitgekeken naar een vaccin. Ook al zullen vaccins allerminst alle problemen in één klap oplossen, vaccinatie wordt wel een cruciaal nieuw ijzer in het vuur om de epidemie en de gevolgen ervan op termijn mee onder controle te houden.

In afwachting daarvan wordt het zaak de herfst en de winter zonder drama’s door te spartelen. Daarna gloort in de verte iets als een post-coronatijdperk aan de horizon.


Uitgelichte afbeelding: United Nations COVID-19 Response (Unsplash)

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid