Corona en de nood aan perspectief en debat *

 Leestijd: 6 minuten15

Mondmaskers, een avondklok, minimale bubbels, … de voorbije weken werd de strijd tegen Covid-19 opnieuw stevig opgevoerd. Schieten we met een kanon op een mug? Staren we ons blind op de korte termijn? Of bewijzen de teruglopende cijfers net het belang van de forse ingrepen?

Je kan dit artikel uitzonderlijk gratis lezen. Niet alle artikels van Apache over het coronavirus zijn gratis te lezen. We vinden het wel belangrijk dat iedereen correct geïnformeerd wordt over het virus.

Wil jij ook de andere artikels kunnen lezen en onze kritische en diepgravende journalistiek mee mogelijk maken? Word dan lid van Apache. Ben je al lid? Deel dit artikel gerust met je vrienden en familie, zodat ook zij breed geïnformeerd worden.

Een zaak lijkt duidelijk: de nood aan een maatschappelijk debat groeit, de nood aan een ethisch debat dat nu enkel binnenskamers door experten en politici wordt gevoerd. De uitkomst daarvan kan perspectief bieden: welke Covid-maatregelen nemen we de komende maanden (en jaren) onder welke omstandigheden?

Verhit mediaklimaat

Even terugspoelen naar de derde week van juli. Nadat het aantal besmettingen met Covid-19 wekenlang daalde en min of meer stabiliseerde rond de 100 per dag, sprongen in de tweede helft van juli een aantal knipperlichten op rood. Sciensano meldde opnieuw een stijging van het aantal besmettingen, vooral in enkele Antwerpse districten.

In eerste instantie leek de politieke wereld af te wachten. De regering Wilmès nam eerder bescheiden bijkomende maatregelen, maar kreeg prompt de wind van voren van virologen en andere experten. Vooral de beslissing om de sociale bubbels (nog) niet in te perken, botste op ongezien forse kritiek vanuit de wetenschappelijke wereld.

Aangepord door een verhit mediaklimaat ontspon zich de dagen die daarop volgden ook een politieke strijd. Politici voelden vanwaar de wind waaide en sloten zich aan bij het verzet tegen de “te lakse” maatregelen van de regering Wilmès. Die bond op haar beurt snel in en verscherpte de maatregelen. De laatste weken van juli ging de strijd tegen het virus in crescendo met de Antwerpse avondklok als historisch hoogtepunt.

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie van virus dat cel binnendringt (c) wearecovert.com)

Coronavirus (Sars-CoV-2) (3D animatie van virus dat zich aan cel hecht (c) wearecovert.com)

Antwerpen – Brussel

Hoewel de term de voorbije weken breed ingang vond, lijkt de gevreesde “tweede golf” geen tweede golf te zijn. Niemand twijfelt eraan dat de stringente maatregelen ertoe hebben bijgedragen dat het aantal besmettingen intussen opnieuw terugloopt. Antwerpen is daarvan het beste bewijs. De uitbraak was er het grootst, de opgelegde maatregelen het meest verregaand en de resultaten het duidelijkst.

Het fameuze reproductiegetal dat aangeeft hoe het virus verder wordt verspreid, zakte de voorbije dagen in de provincie Antwerpen naar ongeveer 0,73. Dat betekent dat één besmette persoon gemiddeld 0,73 andere personen besmet. Een reproductiegetal onder 1 impliceert dat de epidemie uitdooft. Landelijk schommelt het reproductiegetal rond de 0,92.

Hoewel de term de voorbije weken breed ingang vond, lijkt de gevreesde “tweede golf” geen tweede golf te zijn

Waar wel twijfel over bestaat is of de maatregelen die sinds enkele weken in voege zijn niet overdreven waren (en zijn). Misschien had Antwerpen het zonder avondklok of zelfs met een grotere bubbel ook wel gerooid.

In Brussel, waar het reproductiegetal momenteel het hoogst is (1,08) wordt de druk om “Antwerpse maatregelen” op te leggen flink opgevoerd. Voorlopig is er enkel het verplicht dragen van mondmaskers. Maar volgens sommigen speelt de Brusselse Regering met haar afwachtende houding Russische roulette. Hoe sneller de groeicurve aan banden wordt gelegd, hoe beter, klinkt het. Hoe hoger de absolute cijfers, hoe sterker immers het exponentiële effect speelt en hoe langer het duurt om de zaak opnieuw onder controle te krijgen.

Balans

Ook die laatste wetenschappelijke waarheid staat niet ter discussie. Wat wel ter discussie staat – of wat ter discussie zou mogen of zelfs moeten staan – is de vraag tot welke prijs en tot op welk punt de curve terug naar beneden moet.

Vanuit klassiek positief wetenschappelijk oogpunt is de keuze snel gemaakt. Maar wordt er voldoende rekening gehouden met de neveneffecten? Verhalen over vereenzaming of toenemend huiselijk geweld halen af en toe de krant, maar ze lijken nauwelijks een tegengewicht te vormen.

Uitdovende sociale contacten, tanend psychisch welbevinden, slinkende onderwijskansen, economische impact … de discussie over het afwegen van dergelijke ‘belangen’ versus het belang van een afgeplatte curve wordt vandaag niet of nauwelijks gevoerd.

Wellicht gebeurt dat wel binnen de GEES, onder virologen en tussen politici, maar een fundamenteel maatschappelijk debat erover ontbreekt. En niet enkel omdat we in kleine bubbels leven of nauwelijks nog op café kunnen.

De indruk leeft dat de maatregelen niet altijd even goed overdacht zijn. Ze worden wel geduid in de media door experten, maar ze worden zelden of nooit in balans gelegd met de negatieve effecten ervan. Kijkers en lezers blijven bijgevolg achter met een duidelijke, wetenschappelijke waarheid, maar ze missen de weegschaal. Natuurlijk is een avondklok zinvol om mensen binnen te houden, maar zijn de negatieve effecten ervan niet groter?

Dat de motivatie om de maatregelen na te leven een forse knauw heeft gekregen, zoals een recente studie van de U Gent aangeeft, is daarvan het logisch gevolg.

Gemor

Tijdens de eerste golf was het verhaal eenduidig. De drastische maatregelen werden verdedigd met het argument dat onze ziekenhuizen en spoeddiensten overspoeld dreigden te geraken. De dramatische en mensonterende beelden uit Italië maakten dat iedereen meteen begreep welk rampscenario we met z’n allen moesten zien te vermijden.

Maar het verschil tussen de situatie vandaag en de situatie in de tweede helft van maart en begin april is gigantisch groot. De stijging van het aantal positieve testen en de statistische projecties van een eventuele tweede golf hangen weliswaar een dramatisch beeld op, maar de cijfers over het aantal besmettingen vandaag kunnen niet zomaar naast de cijfers in maart en april worden gezet. Toen werd er nauwelijks getest. Vandaag wordt er volop getest.

Harde of milde maatregelen in de strijd tegen corona? Politieke partijen nemen simpelweg geen standpunt in en stemmen hun kompas vooral af op het heersende mediaklimaat

Gelukkig zien we vandaag ook geen uitgesproken toename van het aantal ziekenhuisopnames. Er is een lichte stijging, maar het argument dat we onze spoeddiensten van een overrompeling moeten vrijwaren, is momenteel niet aan de orde.

In de periode tussen 15 maart en 28 maart steeg het aantal ziekenhuisopnames van 71 naar 629 per dag. Een vermenigvuldiging met bijna factor 9 op nauwelijks 13 dagen tijd. Momenteel schommelt het aantal ziekenhuisopnames rond de 30 per dag.

Bovenstaande vaststellingen die iedereen kan maken, zorgen ervoor dat de bevolking het een stuk moeilijker heeft om de opgelegde maatregelen zonder morren te slikken.

De afwezigheid van de politieke wereld in het debat speelt daarbij ook een belangrijke rol. Politieke partijen zwalpen. Voor ongeveer elk denkbaar thema weten we welke positie welke politieke partij voorstaat, maar staan de partijen voor drastische of eerder voor milde maatregelen in de strijd tegen corona? Het lijkt er vaak op dat politieke partijen simpelweg geen standpunt innemen en hun kompas vooral afstemmen op het heersende mediaklimaat.

Gemoedsrust

Een breed maatschappelijk debat kan daar verandering inbrengen. Wat doen we in situatie A waarbij de besmettingen aan snelheid B toenemen. Wat doen we in situatie C waarbij het aantal ziekenhuisopnames aan snelheid D toeneemt? Wat zijn de kritische drempels waarbij we welke maatregelen invoeren? Wat doen we wanneer er een vaccin opduikt? Hoe passen we de voorzorgsmaatregelen aan wanneer er nieuwe medicatie op de markt komt?

De antwoorden op die vragen kunnen niet louter door positieve wetenschap worden gedicteerd. Ze veronderstellen immers ethische keuzes waarover volksvertegenwoordigers stelling dienen in te nemen. Dat zijn geen evidente afwegingen en het veronderstelt bikkelharde keuzes tussen conflicterende waarden en normen: solidariteit met de meest kwetsbare groep impliceert wellicht zeer drastische veiligheidsmaatregelen, maar daar tegenover staat ook vereenzaming, huiselijk geweld, pijnlijke faillissementen, … Hoe leggen we die zaken in balans?

We kunnen niet weten waar het virus over een paar weken staat, maar we kunnen wel weten wat we in welke situatie zullen doen

Die hiërarchie opstellen mag dan al geen evidente oefening zijn, ze biedt wel het grote voordeel van de duidelijkheid. Vanzelfsprekend kan een draaiboek dat uit zo’n oefening voortspruit niet elk detail en elke wending voorzien, maar kennis over de grote lijnen van wat we als maatschappij zouden doen onder welke omstandigheden, kan gemoedsrust geven. We kunnen niet weten waar het virus over een paar weken staat, maar we kunnen wel weten wat we in welke situatie zullen doen.

Perspectief

Met een virus dat nog vele maanden, mogelijk zelfs jaren, actief zal blijven en onze levens verregaand zal beheersen, is zo’n perspectief een bittere noodzaak. Het vermijdt bovendien dat er telkens opnieuw – zoals dat in de laatste weken van juli gebeurde – een soort politiek opbod volgt in een opgefokt mediaklimaat, waarbij kostbare tijd wordt verloren en waarbij de ratio uit het debat verdwijnt.

Dat langetermijnperspectief is er vandaag niet. Ook wetenschappers kunnen het niet bieden en focussen op de korte termijn. Zijn we gedoemd om, in afwachting van een vaccin, van de ene nieuwe brandhaard naar de andere te zwalpen? Moeten we naar een voldoende “minimale circulatie” van het virus streven om het leven terug min of meer te normaliseren? Waar ligt dat eindpunt en hoe geraken we daar?

Bij gebrek aan klare antwoorden op die vragen, is een duidelijk draaiboek allesbehalve een overbodige luxe. Het zou een aantal minimale maar comfortabele zekerheden bieden over de hobbelige weg richting eindbestemming.

Tegelijk kunnen we ons optrekken aan positief nieuws van het wetenschappelijk front. Er zijn voorzichtige positieve resultaten over vaccins, het inzicht groeit in de werkzaamheid van bepaalde medicijnen en met de immuniteit van mensen die Covid-19 doormaakten, zou het uiteindelijk beter meevallen dan de alarmistische berichten erover de voorbije maanden lieten uitschijnen. Dat kinderen een zeer bescheiden rol spelen bij de overdracht van het virus, is dan weer een opsteker, vooral voor het onderwijs.

Intussen zou ook het geknoei met het opvolgingsonderzoek stilaan tot het verleden moeten behoren. Uitbraken kunnen beter in kaart worden gebracht, er is voldoende beschermings- en testmateriaal voorradig, en woonzorgcentra (zouden intussen moeten) beschikken over beschermingsmateriaal en een gericht plan van aanpak bij eventuele nieuwe uitbraken.

We weten lang nog niet alles over het virus, maar we weten wel steeds meer. Dat maakt dat we ons beter kunnen voorbereiden op wat mogelijk nog volgt. Het zorgt er ook voor dat de wetenschap correctere en concretere inschattingen kan maken. Maar wanneer straks (20/08) de Veiligheidsraad samenkomt en zich uitspreekt over nieuwe maatregelen of over het versoepelen ervan, valt vooral te hopen dat de ad hoc politiek stilaan plaats ruimt voor een maatschappelijk debat en een duidelijk perspectief.

Auteur: Tom Cochez

Licentiaat criminologie. Werkte van 1997 tot 2008 voor De Morgen. Hij volgde er vooral gezondheidszorg, sociale zaken en milieu en verdiepte zich in de politieke partijen Vlaams Belang en Groen. In 2008 koos hij ervoor om opnieuw op freelance basis te werken onder meer ook voor Knack en Humo. Een jaar later stond hij mee aan de wieg van De Werktitel, het latere Apache.be. Vandaag werkt hij als redacteur.

Word lid

Word jij lid van Apache? Lees direct verder en steun onafhankelijke onderzoeksjournalistiek. Nu al vanaf 6,25 euro per maand.


Ja, ik word lid